Verslag Internationaal expertenseminarie (5-7 januari 2012, Leuven): Softe herder of almachtige pastor? Machts(on)evenwicht in de pastorale zorg.

Auteur: Jana Binon

  • Bekijk hier de foto's van het expertenseminarie

  • Hier kan u bekijken wat het programma van het expertenseminarie was.

                                                                                                                                                                “Macht is als een ei. Hou je het te vast, dan knijp je het kapot. Hou je het losjes, dan rolt het op de grond en breekt.” Met dit Afrikaanse beeld, schetste Emmanuel Lartey meteen de moeilijke balans van machtsgebruik en misbruik, van evenwicht en onevenwicht. Een heikel thema, waarmee een groep van experten het nieuwe jaar inzette. De thematiek van macht, concreet vanuit het perspectief van pastorale relaties, kreeg bovendien een wrange bijklank door de crisis waarin de katholieke kerk zich bevindt.

Macht blijkt een realiteit waaraan we ons niet kunnen onttrekken. Voor de één een ontisch kwaad , voor de ander een neutraal of positief gegeven. Het woord ‘macht’ op zich roept meteen associaties en reflecties op. Als macht alom tegenwoordig is, hoeft het niet te verbazen dat het zich ook in pastorale relaties toont.

Het begrip macht in pastoraal kan op allerlei manieren worden benaderd, zoals bleek uit de synthese van Annemie Dillen. Zo onderscheidde Stefan Gärtner traditionele macht (vanuit de autoriteit door de zending van de kerk), pastorale macht (de pastor heeft als professional in de zorgrelatie een vaak verborgen, maar niettemin duidelijke invloed op de pastorant), en de macht van de pastorant (de pastor is afhankelijk van de pastorant). Een ambigue dynamiek komt zo aan het licht: de pastor heeft ‘behoeftige’ pastoranten nodig om pastor te kunnen blijven, en de pastorant heeft eveneens zijn of haar noden ‘nodig’ om aanspraak te kunnen maken op de aandacht van de pastor. Macht toont zich ook onverwacht: niet zozeer met veel kabaal en een sterke vuist, maar vaak net verborgen en vermomd in zachte schouderklop en een lief woord. Herman Steinkamp haalt hierbij Foucault’s notie van pastorale macht aan, met diens paradox van ‘zorg dragen en controleren’. Het begrip ‘pastor’ gaat immers terug op ‘de goede herder’, de relatie tussen de herder, het ‘subject’ en zijn kudde, het ‘object’. De herder draagt zorg voor zijn schapen, maar laten we in een romantische bui niet vergeten dat een herder z’n kudde ook controleert en leidt. (Lees hier stuk over macht dat eerder op Elisabeth verscheen).

Sowieso is er de asymmetrische relatie tussen pastor en pastorant: een machtsonevenwicht dat tot misbruik leidt, of niet per se? Ouders en kinderen, leerkracht en leerlingen bevinden zich immers ook in een relatie van machtsonevenwicht. Hoe kunnen we omgaan met de pastorale macht die zich afspeelt in de asymmetrische relatie tussen pastor en pastorant? Steinkamp haalt het begrip ‘solidariteit’ aan: samenkomen om samen te streven naar je doelen.

Ondanks goede bedoelingen lukt het soms niet om het goede te doen, en het kwade te laten. Met Paulus moeten we dan toegeven dat we onszelf datgene zien doen, wat we haten. Dat we kwetsbaar zijn als mens, en ons moeten inlaten met onze donkere kant. Macht plakt aan onszelf als een schaduw, aldus Lartey. Het toont zijn gelaat als dominantie, uitbuiting en verknechting, doorheen persoonlijke, collectieve, culturele en spirituele macht.

Het dubbele schandaal in de schoot van de katholieke kerk: het seksueel misbruik door geestelijken en de manier waarop het instituut hiermee is omgegaan, zijn een prangend voorbeeld van machtsmisbruik. Mensen werden verraden door een instituut dat te vertrouwen zou moeten zijn, aldus Marie Fortune. De kerk heeft niet alleen de macht om schandalen in de doofpot te stoppen, maar kan haar macht ook positief aanwenden om ‘nee’ te zeggen aan diegene die het vertrouwen beschamen.

En wat met de dader? Is hij het geïncarneerde kwaad, zelf slachtoffer, of heeft hij ‘goede redenen’ om te doen wat hij doet? Pollefeyt neemt ons mee langsheen en voorbij diabolisering, banalisering en ethisering…

Hoe kunnen we kwaad, zoals het seksueel misbruik, begrijpen? En hoe kunnen we ‘seksueel misbruik’ zelf begrijpen? Vanuit de idee van overspel, of diefstal, vanuit de notitie van kuisheid of vanuit een zonde tegen de sacraliteit van het priesterschap? Andere vormen van machtsmisbruik tekenen ook de kerk. Burggraeve noemt ‘doctrinele wreedheid’, waarbij macht wordt misbruikt om ‘in naam van de doctrine’ het goede na te streven. Carrie Doehring heeft het over ‘zichzelf bevestigende vooroordelen’, waarbij men subtiel de ander naar zijn eigen beeld en gelijkenis tracht te boetseren, en wie anders is wordt uitgesloten.

De uitdagingen voor pastoraat, kerk en theologie zijn veelvuldig. De crisis in de kerk maakt de thematiek van macht immers levensnabij. Kunnen we naar een manier van pastorale zorg, waar pastorant en pastor aandacht hebben voor wederzijdse instemming (Axel Liegeois), waar men de verweven dynamiek van ‘geven en nemen’ erkent (Carrie Doehring), en waar macht niet langer een machtig taboe is (Stefan Gärtner)? Kunnen we evolueren naar een kerk met een herziene visie op kerkelijk recht en het priesterschap (Arnaud Join-Lambert), met aandacht voor de slachtoffers en de hele gemeenschap (Marie Fortune), met veilige plekken waar pastores en clerici strijd en ambiguïteit in kwetsbaarheid mogen uitspreken, een kerk die schuld bekent? Kunnen we een complexe theologie opbouwen, waarin de gecontamineerde terminologie wordt herbekeken (Didier Pollefeyt), waar eros en agape hand in hand gaan (Christina Triana)? Een complexe theologie, in veelheid en interculturaliteit (Emmanuel Lartey), die in beweging is (Carrie Doehring), en die God als een mysterie, een proces, een werkwoord ziet (Herman Steinkamp)?

De experten en toeschouwers delen, debatteren en zitten bij momenten ‘vast’: de crisis raakt, de uitdagingen zijn enorm. Herman Steinkamp stelt ons voor een uitdaging: kiezen we de theologie van de tribune, van het van hogerop toekijken en bediscussiëren? Of staan we met onze voeten in de aarden crikel van de arena, en participeren we aan wat is … en nog komen zal?