Teksten en gebeden n.a.v. ongeluk skibus in Zwitserland (13/032012) + Koppen-reportage over kinderen helpen omgaan met verdriet(www.deredactie.be) - In Sierre in Zwitserland zijn 28 doden gevallen bij een zwaar ongeluk met een Belgische skibus. 22 van de slachtoffers zijn kinderen. De bus was op terugweg naar ons land en bracht leerlingen van scholen uit Heverlee en Lommel naar huis. Lees meer.
![]() |
Rouw na busongeluk |
| 117 kB | |
| Wat? | Document van scholengemeenschap De Kraal Herent, met ook impulsen van Elisabeth en Thomas |
|---|
![]() |
Kinderen helpen omgaan met verlies en verdriet |
| 10.37 min. | |
| Wat? | Koppen-reportage |
|---|
Gebed
Bid voor hen
Bid voor hen die rouwen
Bid voor hen die treuren om de dood van een geliefde
Bid voor hen die zich verlaten voelen
Bid voor hen die geen troostwoorden mogen horen
Bid voor hen die niet omarmd worden in hun verdriet
Bid voor hen aan wiens pijn geen einde komt
Bid voor hen die wegkwijnen van verdriet
Bid voor allen die het nodig hebben
Bron: Martine Van Dun & Lut Celie, Verlies en rouw bij kinderen en jongeren met een mentale beperking, Perspectieven, jaargang 68 nr 3, mei 2007. Redactie: Mieke Corneillie. U kan de volledige 'in de kijker' rond rouwen op school lezen op Thomas
1. Het verlies erkennenHet erkennen van het verlies is geen evidente taak. Er is een groot verschil tussen het "weten" en het "voelen". Een duidelijk voorbeeld hiervan is een kind dat zegt: "Ik weet wel dat mama dood is, maar...". Er is enerzijds de werkelijkheid en anderzijds de hoop, de fantasie, kortom de eigen belevingswereld. Kinderen en jongeren zijn pas in staat het verlies te erkennen als ze de pijn hiervan kunnen doorvoelen.
Een kind of jongere uit zijn ontspoorde emoties vaak in signaalgedrag (woede, hyperventilatie,...). Signaalgedrag is gedrag dat niet 'gewoon' is, het zijn ontaarde gevoelens. Rouwreacties manifesteren zich op verschillende vlakken. Op lichamelijk vlak krijgen de jongeren allerlei klachten zoals buikpijn, vermoeidheid,... Op gevoelsvlak ervaren kinderen en jongeren zéér veel gemis, eenzaamheid, woede,... Op mentaal vlak kan het gebeuren dat kinderen en jongeren zich moeilijker kunnen concentreren, dat ze lijden aan geheugenverlies,...
In deze fase groeit het besef van de gevolgen van het verlies. Men moet zich aanpassen aan een omgeving zonder de overledene. Veel is afhankelijk van de relatie die het kind of de jongere had met de overledene en de betekenis die de overledene in zijn leven vervulde. Kinderen en jongeren stellen dan ook heel wat concrete vragen om zich aan een nieuwe situatie aan te passen of om zich weer veilig te voelen. Ze zoeken vervanging voor allerlei functies.
Dit betekent niet dat het verlies vergeten is, maar dat men de draad van het leven weer kan opnemen zonder overspoeld te worden door emoties. Als het kind of de jongere de kans heeft gekregen zijn verdriet te doorwerken, zal het in staat zijn om, ondanks het gemis, met een goed gevoel verder te gaan. Als het verdriet doorwerkt is, betekent dit niet dat het verdwenen of vergeten is. Toch denken kinderen en jongeren soms dat ze degene die dood is onrecht aandoen door bijvoorbeeld nieuwe banden aan te gaan.
Als alles zijn plaats heeft gekregen, kan het kind een nieuwe situatie en nieuwe relaties aan en kan het emotioneel evenwichtig verder.
Het betreft een informatiebrochure voor volwassenen met 14 hoofdstukken over de meest gestelde vragen over kinderen en de dood. Zoals:
- Moet je kinderen belasten met de dood?
- Hoe vertel je dat iemand dood is of dood gaat?
- Hoe leg je uit wat begraven of cremeren is?
- Laat je een kind afscheid nemen van de dode?
- Neem je kinderen mee naar de uitvaart?
- Kunnen kinderen rouwen?
We proberen hier voor jullie tien wegwijzers aan te bieden die bruikbaar zijn in een pastorale context met rouwende kinderen
|
1. Houdt rekening met de leeftijd van het kind en stem je pastoraal handelen daarop op. Jonge kinderen gaan immers anders om met het begrip doodgaan dan bijvoorbeeld twaalfjarigen. |
|
2. Wees je ervan bewust dat kinderen van jongsafaan met verlies en dood bezig zijn (vb. in spelletjes). Kinderen zijn in die zijn meer ervaringsdeskundig of minder leek dan we denken. |
|
3. Ongeacht de leeftijdscategorie, reageert elk kind anders op slecht nieuws. Het nieuws wordt best gebracht door een volwassene waarmee ze vertrouwd zijn. |
|
4. Neem kinderen serieus en geef hen de informatie waarop ze recht hebben. Houd de boodschap zo kort en duidelijk mogelijk. Beeldtaal kan ook misverstanden opwekken. vb. opa is op een verre reis gegaan (want van een reis komt men altijd terug). |
|
5. Kinderen stellen vragen waar we zelf niet aan denken (vb. Als iedereen gestorven is, wie gaat dan de begrafenis verzorgen?). Schrik hier niet van terug en denk niet dat je overal een antwoord op moet hebben. Je kan de vraag ook terugstellen, want vaak hebben kinderen zelf al een antwoord bedacht. |
|
6. Kinderen kunnen zich na de dood van iemand uit hun directe omgeving schuldig gaan voelen. Schuif schuldvragen niet aan de kant, maar praat erover. |
|
7. Raadt de familie aan om de kinderen te betrekken bij de voorbereiding van de uitvaart. |
|
8. Houdt in gedachte dat kinderen er vaak nood aan hebben om de overledene te zien (omdat zien en geloven nog vaak samen gaat). |
|
9. Houdt in gedachte dat kinderen heel nieuwsgierig zijn naar wat een begrafenis juist inhoudt (zeker als er gecremeerd wordt). |
|
10. Bedenk troostende rituelen om om te gaan met de dood en met het lijden (zie onder) |
Overgenomen uit De Standaard (http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=AO2VAM8S)
BRUSSEL - Als ouders of grootouders kanker hebben, lijden ook de (klein)kinderen daaronder. Maar hoe dat verdriet verwoorden? Een ‘Doosje vol troost' probeert de stilte te doorbreken. De moeder van Ann Tiete overleed vorig jaar. Ze was nog maar 69. Ze had drie jaar tegen nierkanker gevochten, maar toen duidelijk werd dat ze de strijd zou verliezen, koos ze in overleg met de familie voor een opname op de palliatieve afdeling van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Asse. ‘We kwamen er bij een fantastisch team terecht, in een afdeling op mensenmaat, ik zou zelfs bijna zeggen op kindermaat, gemaakt', zegt Ann. ‘Er werd tijd gemaakt voor ons en ook voor onze twee kinderen. Want het is één ding om zelf verdriet te hebben, maar wat doe je met het hunne?'
Ja, Margo en Simon, intussen respectievelijk 10 en 9 jaar, hebben goed gezien dat hun moeder het lastig had met het nakende verlies van haar eigen moeder, hun grootmoeder dus. ‘Bijvoorbeeld toen ze weende', zegt Margo. Maar dat betekende niet dat ze vanaf het begin goed begrepen hoe de zaken ervoor stonden. Simon dacht ‘eigenlijk nooit' dat zijn oma zou sterven. Hij schrok dan ook ontzettend toen het toch zover kwam. Margo dacht er wel over na. Toen ze op een keer in het ziekenhuis zat te knutselen, samen met haar moeder en zieke grootmoeder, stelde ze de vraag: ‘Gaat oma dood?'
Ze krijgt het nog moeilijk, als ze er nu over spreekt. Toch heeft ze goede herinneringen aan die gezamenlijke knutselmomenten: ‘Omdat het samen met oma was. En omdat we er konden praten.'
Dat is nu net de bedoeling van het ‘Doosje vol troost', dat is uitgewerkt door verpleegkundige Rozane Corten en psycholoog Erik Verliefde, beiden verbonden aan het betrokken ziekenhuis. ‘Soms hebben ouders zelf te veel verdriet. Of ze hebben de neiging hun kinderen te beschermen en dingen voor hen te verzwijgen. Al zien we dat die trend afneemt. Er zijn nu zelfs moeders die hun kinderen meenemen naar de mammografie, en daar schrikken de verpleegkundigen dan weer van. Help, zeggen die dan, wat moeten we doen?' Het antwoord is eenvoudig, zegt Verliefde: ‘Je moet ze vertellen wat er aan de hand is, wat er allemaal gebeurt.'
Daarom zit er in het ‘Doosje vol troost' een dvd waarop kinderen een rondgang door het ziekenhuis kunnen volgen en informatie krijgen over elke vorm van kankerbehandeling. Er zit ook een cd-rom in, met daarop spelletjes die uitnodigen tot praten over gevoelens. En tot slot bevat het een waaier aan knutselspullen, waarmee Margo en Simon aan de slag gingen. ‘Het “Doosje” was voor ons gezin een echte steun', zegt Ann Tiete. ‘Er zitten originele opdrachten in. De papieren duif die je met een boodschapje erbij aan het bed van de zieke kunt achterlaten, was erg in trek. Daar hebben ze vaak “Ik hou van u, oma” opgeschreven. Voor mijn moeder was dat ook leuk, omdat ze die briefjes nog kon herlezen als wij naar huis waren. Zelf was ze toen al te verzwakt om nog te schrijven.'
Ook leuk: ‘Een dromenvanger knutselen: zo konden Margo en Simon over hun dromen voor later en over hun angsten spreken.' Gezien Simon op school en thuis niet graag knipt of kleurt, waren zijn ouders in het begin nogal sceptisch. Maar hij deed elke keer weer mee en wilde ook gisteren absoluut aanwezig zijn om bij de presentatie van het Doosje over zijn oma te kunnen vertellen. Toen ze nog in het ziekenhuis lag, tekende hij haar prachtige tuin: ‘Er groeiden aardbeien waarmee ze voor ons confituur maakte.'
Moeder Ann besluit: ‘Door de openheid die tijdens het ziekenhuisverblijf is gecreëerd, hebben we op een rijkere manier afscheid kunnen nemen. Daardoor kunnen we er vandaag nog altijd met de kinderen over spreken, want we missen mama/oma nog elke dag.'
Redactie: Mieke Corneillie (u kan de volledige 'in de kijker' rond rouwen op school lezen op Thomas)
1. Gebeden en tekstje bij het overlijden van een ander kind
Bron: Y. VAN EMMERIK, Als vlinders spreken konden, Dabar-Luyten, 1997
Dag lieve dode kind,
we vergeten je nooit
je was veel te lief
om zo maar te vergeten
en dat we je missen
dat zul je wel weten
misschien dat we ooit
elkaar weer ontmoeten
jij gaat nu op reis
en wij moeten je groeten
het doet ons verdriet
dat jij nu moet gaan
wij wensen je dat je
opnieuw zult bestaan
in een droomland waar wij
ooit weer samenkomen
en waar mensen nooit meer
dood hoeven te gaan
************************************
God,
Jezus leerde ons dat Jij nu samen met ons verdrietig bent
omdat Jij niet wilt dat mensen sterven.
Help ons te geloven
dat Jij er bent voor iedereen die gestorven is
en voor hen blijft zorgen aan de overkant van het leven.
************************************
Jezus,
ik heb verdriet.
Iemand van wie ik heel veel hou,
is er niet meer.
Dood.
Ik schrei veel.
Nooit zal ik (naam kind) nog zien.
Wat moet ik doen, Jezus?
Ik zou graag hebben dat wie dood is,
een beetje verder kan leven in mijn hart.
Ik vraag het je, Jezus. (Stef Desodt)
***********************************
TEKSTJE
Waar ben je nu, vraag ik me af.
Ik kan je nog niet missen.
Waar ben je nu, vertel me dat.
Ik wil je nog niet kwijt.
Waar ben je nu, ik heb je nodig.
Ik zal je nog vaak zoeken.
Waar ben je nu, zie jij me nog?
Jij blijft bij mij, altijd.
2. Gebed om te bidden door kinderen bij het overlijden van een ander kind door een ongeval
Bron: Y. VAN EMMERIK, Als vlinders spreken konden, Dabar-Luyten, 1997
|
Ik weet niet waar Je woont, Doe voor haar open, God, Ze houdt veel van de zon, |
3. Gebed, liedje en tekst voor kleuters bij overlijden kind
GEBED
Goede God,
nu (naam kind) dood is, is hij/zij dicht bij jou.
Geef je hem/haar twee dikke zoenen,
één van mij en één van jou. (Myrjam De Keyser)
LIEDJE
Bij dit lichtje denk ik aan jou.
Bij dit vlammetje heb je geen kou! (uit: een straaltje van de maan, zingeving bij kleuters, 53 liedjes, boek met CD) (Bij dit liedje kan kleuter kaarsje aansteken bij foto overleden kind.)
TEKST
We mogen verdrietig zijn... met of zonder traantjes ... Weten jullie - lang geleden was er de gewoonte om - als iemand dood ging en je weende, om je tranen op te vangen in een heel klein kruikje. Dat kruikje werd dan in het graf gelegd. Het was een tranenkruikje. Bij de foto van (naam kind) zetten we een kruikje dat doet denken aan alle traantjes die we deze week samen hebben gehuild. In de Bijbel staat geschreven dat God al onze tranen opvangt in zijn kruik. (psalm 56). God zegt niet: je moet niet wenen. God zegt: ween maar, ik zal je tranen opvangen en ik zal je troosten. Willen we het nu stil maken. Iedereen kan aan God vertellen waarom wij nu zo verdrietig zijn...
->Hier past ook een lied bij van Elly en Rikkert, Bewaar het in je hart, EMI Music Holland BV, 1995, de tekst luidt als volgt:
Waarom huil je nou, doet het ergens pijn
wees nu maar stil, want Ik wil bij je zijn.
Ik heb jouw tranen
al hier in mijn kruik gedaan
die Ik bewaren zal tot op die mooie dag
dat Ik ze drogen zal.
In de tekst van een 'Doosje vol troost' op deze pagina lazen we al over het nut van zo een doosje of van het maken van dromenvanger om angsten bespreekbaar te maken. Nog een andere mogelijkheid voor een pastor is het maken van een troostboom (vb. krulwilgtak) waaraan het gekwetste kind allerlei berichtjes kan hangen die troostend zijn of een troostend effect kunnen hebben. Bij een overlijden, kan er ook een ballon opgelaten worden met een kaartje aan met daar de naam op van de overledene. Daarbij kan de pastor het volgende tekstje zeggen: "Omdat we geloven dat (naam dierbare) er nog is, op een heel andere manier dan we kunnen vermoeden, sturen we een ballon naar de hemel. We zullen hem nakijken tot we hem niet meer zien, de ballon zal er nog zijn, maar wij zullen hem niet meer zien. Zo is (naam dierbare) er ook nog, maar we zien hem/haar niet meer."
Nog een andere mogelijkheid is het knutselen van een ster. 'Wie gestorven is, wordt als een sterretje aan de hemel', is een gedachte die vaak voorkomt in de kinder- en jeugdliteratuur. Een ster met een foto kan geknutseld worden of met een koordje aan een troost- of hoopboom gehangen worden. Ook kan bijvoorbeeld een zonnebloemzaadje of een vergeetmenietje geplant worden in een potje dat het kind dan kan bijhouden tot het een mooi plantje wordt, als herinnering aan en een teken van hoop dat het leven nooit stopt, maar wel een andere vorm kan aannemen, dicht bij God.
De verbijstering, ongeloof en onbegrip bij een zelfmoord is vaak groot. Deze tekst kan voor een kind op een symbolische manier iets troostend zeggen in zo een situatie.
Verhaal van de wolkenzaal van Riet Fiddelaers-Jaspers
Er was eens een wolkenzaal, die zich bevond tussen de sterrenhemel en de aarde. Deze was gevuld met gelukkige kinderen. Ze speelden en lachten en maakten plannetjes voor de reis die hen te wachten stond. Ze zochten ieder hun rugzak op en vulden die met allerlei dingen, want het was fijn om goed voorbereid op reis te gaan. En de kinderen klapten en juichten als een van de engelen het gouden klokje ging luiden, want dat was het teken dat er weer iemand aan de reis kon beginnen. De reis naar de aarde! Nu was er in de wolkenzaal een kindje dat telkens met spanning keek, wie er aan de beurt was. En elke keer zuchtte ze van verlichting als ze nog niet hoefde te gaan: 'Och, gelukkig, ik nog niet.' Zij vond het fijn in de wolkenzaal. Het was er licht en warm, veilig en vrolijk. Op de aarde, zo wist zij, was het niet altijd zo licht en warm, vrolijk en veilig. Je kon je daar zo stoten aan scherpe doorns en schaven aan ruwe stenen en harde punten. En hier in de wolkenzaal was alles zacht en rond. Toch wist ze dat ook zij een keer aan haar reis moest beginnen. Maar eigenlijk wist ze niet zo goed wat ze allemaal in haar rugzak moest stoppen. Hulpeloos keek zij haar engel aan, die haar er vriendelijk op wees waaruit zij zoal kon kiezen. Op een keer, het gouden klokje werd weer geluid, keek zij verschrikt op... het was voor haar! Met knikkende knieën pakte ze haar rugzak op. Haar engel nam haar bij de hand, maar bij de poort van de wolkenzaal zei het kindje: 'Ik durf niet. Het is zo anders daar. Ik ben bang, ik wil hier blijven.' De engel nam haar op en sprak: 'Wees maar niet bang, ik zal héél lang bij je zijn, totdat je groot bent, en dan nog zal ik over je waken.' En gesteund door de engel begon zij aan de reis. Ze kwam als baby'tje op aarde en, zoals elk baby'tje, at en dronk en sliep zij veel. En als zij sliep, dan droomde ze dat ze weer in de wolkenzaal was met haar engel trouw aan haar zijde. Ze werd groter, sliep minder en ging naar de kleuterschool. Ze begon de wolkenzaal te missen. Ze speelde met vriendjes en had plezier. Maar soms viel ze, schaafde zich en dat deed pijn. Dan keek ze in haar rugzak om te zien of daar iets in zat om haar te helpen, maar zij kon niets vinden. De jaren gingen voorbij. Ze werd een meisje, een jonge vrouw. Het verlangen naar de wolkenzaal was soms zo hevig dat het leek alsof zij geen adem kon halen, alsof er een ijzeren band om haar hart klemde. Toen verscheen de engel en sprak: 'Houd vol, er is nog zoveel wat je moet meemaken en wat je vreugde zal bezorgen. Houd moed, ik ben bij je.' De jonge vrouw wilde graag andere mensen helpen die zich aan de doorns geprikt hadden en zich geschaafd hadden aan stenen en scherpe punten. Dus koos ze een beroep waarbij ze voor anderen kon zorgen. Op een dag kwam zij iemand tegen en onmiddellijk wist ze diep van binnen: deze jongen ken ik nog vanuit de wolkenzaal! Ze gingen van elkaar houden en trouwden. Wat een vreugde. Ze voelde die ijzeren band om haar hart niet meer en zij dacht gewoon niet meer aan de wolkenzaal, nou ja, misschien soms, heel even. Ze kregen samen kinderen, eerst een meisje en toen een jongen en ze genoot ervan. Wat hield ze veel van deze kinderen. Sommige mensen geven veel en zij gaf aan iedereen om haar heen ondanks het feit dat haar rugzak niet rijkelijk gevuld was. En zo kwam het dat ze na verloop van tijd de ijzeren band weer om haar hart voelde. Het was alsof het steeds pijnlijker werd. En ze wist: 'dit houd ik niet vol.' Ze grabbelde in haar rugzak om iets te zoeken waarmee de pijn minder zou worden. Ze schrok, want haar rugzak was bijna leeg. Ze keek naar de rugzakken van de andere mensen en zag dat die goed gevuld waren en dat terwijl die anderen al zo vaak iets aan haar gegeven hadden uit die rugzakken. Op een keer kreeg ze het koud, zo koud... Plotseling kwam weer dat hevige verlangen naar de wolkenzaal. Daar waar het licht, warm, vrolijk en veilig was, daar waar ze haar rugzak weer kon vullen. Zij besloot terug te gaan. Voor de poort kwam de engel haar al tegemoet en sprak: 'Ach, je bent zelf terug gekomen. Wat zullen ze je missen daar.' Maar toen zag de engel de dunne rugzak en begreep dat die helemaal leeg was. Samen keken ze terug op de goede en minder goede momenten. Toen ze dat gedaan hadden, zei de engel: 'De mensen die je missen, zullen begrijpen dat je rugzak leeg is en omdat ze van je houden zullen ze warm en liefdevol aan je blijven denken. Ze zullen je nooit vergeten, want je betekent zoveel voor hen.' En samen liepen ze naar de wolkenzaal.
"Hoe vertel je aan kinderen slecht nieuws? Zoals dat hun klasgenootje, zus, broer of vriend is omgekomen in een busongeluk? Of dat hun mama of papa kanker heeft? Of dat oma of opa stilaan te oud werd en het tijd was om te gaan? Volwassenen denken al snel dat men kinderen zoveel mogelijk moet sparen van tragisch nieuws. Maar specialisten in rouwverwerking menen dat we de jonge geesten niet mogen onderschatten. Meer nog, ze komen de waarheid op een of andere manier in de media of de school sowieso te weten. Het is dan best dat ze vooraf al wat context en achtergrond hebben. En wat kan daarvoor beter zijn dan het verhaal van anderen. Fictieve of non-fictieve personages, met kinder- en jeugdboeken kunnen jonge lezers op verhaal komen. Ze maken moeilijke onderwerpen en taboes bespreekbaar, helpen bij het loslaten en verwerken, en bieden vooral erkenning en troost. Iets wat men dezer dagen op alle leeftijden kan gebruiken." (Bron tekstje: Lees-Wijzer/SPES-forum)
Op deze pagina hebben we specifiek boekjes opgelijst voor en over kinderen die rouwen.
Bij het onderstaande puntje (rouw bij jongeren op Thomas) vindt u ook heel wat literatuurtips.
Op bovenstaande pagina hebben we ons vooral gefocust op kleuters en kinderen van het basisonderwijs. Op de website voor het godsdienstonderwijs, Thomas, is ook een heel luik uitgewerkt rond jongeren en rouwen, gefocust op rouwen op school. Ook bekeken ze hierbinnen rouw bij migranten en vluchtelingen en vind je er gegevens uit een leerkrachtenbevraging. Ga hier naar het luik op Thomas rond jongeren
Vind hier de algemene pagina op Thomas rond 'rouwen op school'.