‘We zijn geen gezelschapsdames en -heren’

Bron: Tijdschrift 'Het Teken', nr. 246, maart 2011. Een jaarabonnement op ‘Het Teken’ kost 17 euro. Te bestellen via e-mail passionisten@online.be of tel: 056/24.17.74

Anne Vandenhoeck is theologe, superviseert aan het Academisch Centrum voor Praktische Theologie in Leuven en ze is stafmedewerker van het vicariaat Caritas in Brugge. In 2010 werd ze ook coördinator van het ‘European Network for HealthCare Chaplaincy’. Een netwerk met mensen uit verschillende Europese landen die de koppen bij elkaar steken rond pastoraat in de gezondheidszorg, zeg maar?

Anne Vandenhoeck – Op een congres in Londen werd ik inderdaad verkozen tot coördinator van het Europees netwerk voor spiritueel zorgverleners. In Nederland spreken ze van ‘geestelijke verzorgers’, maar ik verkies ‘spiritueel zorgverlener.’ Die terminologie dekt een bredere lading dan het woord ‘pastoraal’. We hebben immers ook leden uit diverse protestantse kerken, en in Groot-Brittannië was zelfs een moslimimam lid van onze vereniging. Het netwerk telt leden uit 26 Europese landen. Het zijn stuk voor stuk mensen die daar de spirituele zorg vertegenwoordigen, die vorming geven aan spiritueel zorgverleners of die zelf spiritueel zorgverlener zijn. Om de twee jaar komen we met z’n allen samen.

Goedele Miseur – Wat is dat precies ‘spirituele zorgverlening’? Anne Vandenhoeck – Je kunt het misschien bekijken vanuit het bekende beeld van ‘pastorale zorg’. Het gaat om iemand die geschoold is, betaald wordt en professioneel actief is met mensen in de gezondheidszorg. Hij kijkt naar wat hen drijft, in leven houdt en bezielt. Het heeft dus alles te maken met zin zoeken, zin geven, zin beleven en zin vinden. Als pastores doen we dat specifiek vanuit katholiek perspectief, maar we staan uiteraard open voor alle mensen die met die thema’s bezig zijn en daarover willen praten met ons.

Goedele Miseur – Het is veel meer dan naast een ziekbed zitten? Anne Vandenhoeck – Ja, we zijn geen gezelschapsdames en -heren. Dat mag duidelijk zijn. We werken evenmin als vrijwilligers. We zijn aangeworven om vanuit professioneel oogpunt bezig te zijn met die zinvragen. We willen ook actief met die zingeving aan de slag gaan. En dat onderscheidt ons toch van mensen die vrijwillig bij zieken op bezoek gaan, zelfs wanneer dat vanuit pastorale bedoelingen gebeurt.

Goedele Miseur – Maak het eens concreet. Wat doet een pastor? Anne Vandenhoeck – Een pastor in bijvoorbeeld een ziekenhuis – maar je hebt ook pastores die te werk gesteld zijn in woon- en zorgcentra, in voorzieningen voor gehandicaptenzorg – kan een aantal afdelingen hebben waar hij/ zij verantwoordelijk is voor alles wat te maken heeft met spirituele zorgverlening. Als pastor ga je op pad. Je kan mensen opzoeken, natuurlijk altijd met hun goedkeuring, om te kijken hoe het met hen gaat. Soms krijg je ook doorverwijzingen van artsen, verpleegkundigen of sociaal assistenten. Zij vragen je dan om een patiënt een bezoek te brengen. Het gebeurt natuurlijk ook dat patiënten zelf uitdrukkelijk om je komst vragen, omdat ze bezig zijn met levensbeschouwing en zingeving. Ze willen bijvoorbeeld de communie ontvangen of een viering bijwonen. Het individuele contact met patiënten en hun familieleden is de voornaamste taak van een pastor. Daarnaast kan je ook mee instaan voor alles wat er rond liturgie gebeurt in een voorziening. Als het om een christelijke voorziening gaat, kan je ook mee nadenken over de christelijke identiteit. Hoe vertaal je dat vandaag in de zorg? Je kunt initiatieven aanbieden aan zorgverleners, patiënten, bewoners, familie,… Vorming verzorgen binnen de instelling behoort ook tot het takenpakket. En binnen de context van de psychiatrie wordt er wel vaker gewerkt met zingevingsgroepen, waar op een brede manier nagedacht wordt over de zin en onzin van het leven; waar onderwerpen aangereikt worden waarover mensen kunnen nadenken of waarover ze met elkaar van gedachten kunnen wisselen.

Goedele Miseur – Meer dan twintig verschillende landen zijn vertegenwoordigd binnen dat Europese netwerk. Allicht wordt niet overal op dezelfde manier naar die spirituele zorgverlening gekeken? Anne Vandenhoeck – Er zijn zeker verschillen, maar op zo’n bijeenkomst vanhet Netwerk herkent iedereen zich toch in de vragen en uitdagingen die collega’s uit andere landen ter sprake brengen. Dat is toch zeer opvallend. Het betekent dat er een gemeenschappelijke kern is. Natuurlijk spelen culturele verschillen een rol. Het pastoraat in Letland is bijvoorbeeld op een heel andere manier ontwikkeld dan in Vlaanderen. Die verscheidenheid maakt de contacten precies zo rijk. De vormgeving verschilt in ieder land. Het is bijzonder interessant om achtergronden en groeiprocessen te ontdekken. Maar in wezen gaat het overal om hetzelfde, daarvan ben ik overtuigd.

Goedele Miseur – Wisselen jullie dan ook concrete werkvormen uit? Anne Vandenhoeck – Ja, en dat willen we graag nog meer versterken. We denken aan een nieuwsbrief of een tijdschrift om de internationale ontwikkelingen op te volgen. We willen op Europees vlak ook een databank opzetten, omdat er op het gebied van spirituele zorgverlening heel wat onderzoek gebeurt. Het zou goed zijn om dat toegankelijk te maken voor het hele Netwerk, zodat niet iedereen het warme water zelf opnieuw moet uitvinden. Die samenwerking is één van de belangrijkste vruchten van onze tweejaarlijkse bijeenkomsten. Ik geef een voorbeeld. Een collega van mij uit Tsjechië was arts, maar schoolde zich om tot pastor. Tsjechië ging lange tijd gebukt onder een streng communistisch regime, waar elke vorm van religieuze expressie verboden was. Welnu, mijn collega stelt vast dat zeer weinig mensen in Tsjechië over een taal beschikken om over spiritualiteit te praten. Ze hebben die taal niet meegekregen in hun opvoeding of ze mochten ze niet gebruiken. En haar verhaal is deels herkenbaar. Ook bij ons merken we dat vele patiënten een stuk taal missen. De geijkte of expliciet religieuze taal is voor hen weinig herkenbaar en weinig bruikbaar om over hun spiritualiteit te spreken. Ondanks de totaal verschillende contexten konden mijn Tsjechische collega en ikzelf van elkaar heel wat opsteken. Dat is erg boeiend.

Goedele Miseur – Je bent aangesteld als coördinator voor een periode van vier jaar. Wanneer zal je tevreden kunnen terugblikken? Anne Vandenhoeck – Als ik merk dat
we nog meer één groep geworden zijn, die zich bewust is van wat we gemeenschappelijk hebben en van wat de verschillen ons kunnen leren. Ik hoop dat we de rijkdom van het Netwerk zullen
aangewend hebben voor verschillende doelen. Zodat spirituele zorgverlening zich verder kon ontwikkelen en professionaliseren. Ik blijft ervan overtuigd dat de gezondheidszorg is een plaats is waar zingeving op een heel unieke en intense manier aan bod kan komen. Maar dus is de zorg daarvoor ontzettend belangrijk. Je hebt geschoolde mensen nodig die verbonden zijn aan een levensbeschouwelijke traditie en die vandaar uit kunnen verstaan waar anderen mee bezig zijn.

Goedele Miseur – In je functie als coördinator ben je een orthodoxe priester opgevolgd. Nu wordt het Europees Netwerk geleid door een niet-gewijde, katholieke vrouw. Was dat een grote stap voor de organisatie? Anne Vandenhoeck – Ik denk het niet, maar het is natuurlijk wel goed dat deze coördinerende taak nu naar een vrouw ging. Er zijn in de vereniging heel wat levensbeschouwelijke tradities vertegenwoordigd – orthodoxe, katholieke en protestantse christenen, maar ook joden, moslims en humanisten – en dus moeten die allemaal eens aan bod kunnen komen. Vrouwelijke leken hebben de afgelopen dertig jaar een grote rol gespeeld binnen de West-Europese katholieke kerk op het vlak van pastoraat in de gezondheidszorg. De eerste vrouwen in Vlaanderen zijn als pastores begonnen in het begin van de jaren 80. Het is vandaag niet meer zo verwonderlijk dat een vrouwelijke pastor de kamer van een patiënt of van een bewoner binnenstapt. Dertig jaar geleden lag dat nog heel anders. We hebben een hele beeldverandering te weeg gebracht. Het gezicht van ‘het pastoraat in de gezondheidszorg’ is veel vrouwelijker geworden. Met die verwezenlijking zijn we zeer tevreden. Zeker als je het contrast bekijkt met andere pastorale sectoren.

Goedele Miseur – Misschien hebben jullie wel een voorbeeldfunctie? Anne Vandenhoeck – Ik denk dat de kerkgemeenschap in het algemeen heel wat kan leren van het pastoraat in de gezondheidszorg. Die wederzijdse dialoog zou zelfs nog sterker mogen zijn. In een ziekenhuis heb je nog altijd de kans – als de mensen het zelf willen uiteraard – om alle lagen van de bevolking te bereiken. Dat is in parochiegemeenschappen al een poosje niet meer het geval. In die zin hebben we van elkaar te leren. Zeker als het gaat om verantwoordelijkheden die door zowel leken, religieuzen als priesters kunnen gedragen worden.

Goedele Miseur – Het zijn in hoofdzaak vrouwen die het geloof dragen en doorgeven. Alleen blijft dat vaak onzichtbaar. Anne Vandenhoeck – In de context van het ziekenhuis is wel degelijk zichtbaar. Maar inderdaad, voor vrouwen is het al lang een pijnpunt dat hun plaats binnen het geheel van de kerk zeer beperkt blijft. Alle pogingen om daar op een hoger hiërarchisch niveau wat aan te veranderen, zitten blijkbaar vast. Dat bedroeft mij zeer sterk. Want in de praktijk zijn het vooral vrouwen die bezig zijn met geloof. Zij geven het door, onderwijzen
erin. Denk vrouwen in de kerk weg en er is geen kerkgemeenschap meer. Dat geldt overduidelijk voor Vlaanderen, maar we zijn niet alleen in die situatie

Goedele Miseur – Hoe ben jij in de pastoraal voor de gezondheidszorg verzeild geraakt? Anne Vandenhoeck – Dat is een lang verhaal. Maar ik zal een aantal kernmomenten opnoemen. Mijn eerste ervaringen met chronisch zieke mensen en met mensen met een beperking deed ik op tijdens vakanties met Ziekenzorg. Ik ging mee als vrijwilliger en voelde me daar bijzonder goed. Ik volgde als student de lerarenopleiding, maar het werd voor mij al snel duidelijk dat mijn hart in het ziekenhuis lag. Er wordt daar heel anders gewerkt dan binnen het onderwijs. Je bent er veel directer op de zorg betrokken en je kan op een fundamentele manier bijdragen tot de heling van iemand anders. Zo ben ik erin gestapt. Ik heb in vier ziekenhuizen gewerkt, zowel in Vlaanderen als in de Verenigde Staten, en ik heb daar ook echt mijn vervulling en mijn roeping in gevonden.

Goedele Miseur – Wat is voor jou het meest kostbare van die roeping? Anne Vandenhoeck – Het meest kostbare is misschien wel dat je af en toe eens in iemands hart mag kijken. Uiteraard doe je dat met veel respect en eerbied. Het biedt de kans om mensen te ondersteunen in hun levenskeuze, in hun levensweg. Je mag meemaken hoe God werkzaam aanwezig is in iemands leven. Dat is een voorrecht. Een genade. Als pastor kan ik ook zelf regelmatig ervaren dat God er is. Het lijkt soms alsof de Geest je zachtjes in bepaalde richtingen duwt. Pastores stellen zich soms de vraag hoe ze de juiste woorden vonden om iemand toe te spreken. Of waarom ze nu nèt bij die patiënt terecht kwamen. Je kunt daar allerlei redenen voor verzinnen, maar vanuit gelovig perspectief vind ik dat het beeld van de Geest daar wel bij past.

Goedele Miseur – Je bouwt als pastor een relatie op met mensen. Maar ofwel genezen patiënten en keren ze terug naar huis, ofwel gaat het slechter en overlijden ze. Je moet voortdurend afscheid nemen. Is dat niet moeilijk? Anne Vandenhoeck – Ja, dat is de context waarin je als pastor in de gezondheidszorg werkt. Een pastor moet leren afscheid nemen, loslaten. Van patiënten die gelukkig weer naar huis vertrekken, van bewoners die het tijdelijke voor het eeuwige inruilen, maar ook net zo goed van mensen die naar een andere afdeling verhuizen en daar door een collega worden opgevolgd. Er verdwijnen voortdurend mensen uit je blikveld. Afscheid nemen behoort tot de basiscompetenties van een pastor.

Een selectie uit dit interview was eerder te horen in de radio-uitzending van Braambos, op zondag 7 november 2010.

Vind hier ook meer uitleg op Elisabeth over het ENHCC