Inleiding
De tekst en de info hieronder is opgesteld door Lut Rubbens (palliatief verpleegkundige UZ Leuven) en Lucas Lissnijder (pastor palliatieve zorgeenheid UZ Leuven). Het is het resultaat van een lange zoektocht (vind hier pdf-tekst van de zoektocht) naar een gepast werkinstrument voor op hun afdeling en kan misschien inspiratie geven voor een gelijkaardig instrument op de eigen afdeling.

Voorwoord
Aandacht voor de spirituele dimensie van het leven is één van de vier kerntaken in het domein van de palliatieve zorg. Deze dimensie blijkt om een aantal theoretische en praktische redenen moeilijk vorm te geven. Het ontbreekt aan een algemeen aanvaard referentie kader en de spiritualiteit bevindt zich midden een aantal conceptuele netwerken die elkaar overlappen (psychologie, theologie, filosofie,…) Spirituele zorg lijkt persoonlijk maatwerk en ze wordt vaak verward met religiositeit. Niettemin wordt spirituele zorg als een wezenlijke opdracht van elke palliatieve hulpverlener beschouwd, en kan men pas goed hier aan toe komen, als de fysieke en psychosociale symptomen onder controle zijn. Wil de spirituele dimensie een geïntegreerd onderdeel van de totale zorg zijn, en niet een blinde vlek die alleen de pastor mag invullen, dan is het van belang dat palliatieve zorgverleners een gemeenschappelijk spiritueel referentiekader hebben.
Werken met spirituele checklist sinds 2005:
Sinds mei 2005 werken wij binnen de palliatieve afdeling van het Universitair Ziekenhuis van Leuven, met een eigen ontworpen “spirituele checklist”. Wij zijn binnen het ziekenhuis een afdeling met twaalf bedden voor palliatieve opname, en de verblijfsduur van onze patiënten varieert tussen enkele dagen tot enkele maanden. Het betreft hier een interdisciplinair project dat ontworpen werd op de Palliatieve Zorgeenheid van het UZ-Leuven (campus St-Pieter). Het doel van dit project is om spirituele zorg , een wezenlijke opdracht van elke (palliatieve) hulpverlener, verder te ontwikkelen opdat dit een geïntegreerd onderdeel zou worden van de totaalzorg. De spirituele checklist reikt een terminologie aan voor het benoemen van spirituele gegevens, zodat signalen uit de spirituele dimensie van de patiënt (h)erkend kunnen worden en onder de aandacht gebracht worden van collega’s en andere disciplines. De “spirituele checklist” is een belangrijk instrument geworden om de continuïteit van spirituele zorg door te geven op het werkveld. Het biedt een concreet handvat voor de dagelijks overdacht tussen verpleegkundigen en artsen. De “checklist” nodigt uit om tijdens teamvergaderingen beter in dialoog en overleg te gaan over spirituele items, een discussie die voorheen ontbrak. Ook al sprak iedereen in palliatieve zorg over spiritualiteit, in de praktijk was dit vooral een vaag thema. Een ander pluspunt is de transparantie dat het instrument toelaat op het vlak van de spirituele zorg. Hierdoor bied zich een kans aan, tot feedback en bijsturing van attitudes van de hulpverleners . Ook kwam er duidelijkheid over de term “spirituele dimensie”, die bleek uit de praktijk héél dikwijls verengd te worden tot religie, levensbeschouwing, psychologie. Ondertussen is de checklist een vast onderdeel geworden van elk individueel verpleegdossier. De zorgeenheid voelt ook meer en meer belangstelling van andere zorgsettings en –sectoren om dit instrument te leren kennen. Het interdisciplinair project viel dan ook al een aantal keer in de prijzen:
Verpleegkundige en pastor:
In de totale palliatieve zorg is het belangrijk dat ook de spirituele zorg tot opdracht gemaakt wordt van elke zorgverlener. Elk teamlid staat aan het bed van de patiënt, zowel de arts, als de verpleegkundige, als de pastor, als de paramedici, en elkeen wordt geconfronteerd met het diepe spirituele lijden van de patiënt. Méér dan op een andere afdeling (waar het accent ligt op het curatieve facet) is het spirituele lijden, het lijden dat te maken heeft met de kern van het mens zijn, het meest intens aanwezig . Hier is de eindigheid van de mens een realiteit geworden, de dood kleeft aan het lichaam. De patiënt wordt hier in zijn totale 'zijn' en 'hebben' bedreigd. Hier wordt hij intens geconfronteerd met de tragiek van het leven, met die diepe zielenpijn, zoals sommige mensen het vernoemen: “die fysieke pijn, dat is niets, het is de zielenpijn”. En die uiting van de“zielenpijn” wordt niet op commando geuit, maar vraagt op elk moment een aandachtig gehoor. Vooral door de ontmoeting van de twee disciplines, de pastorale invalshoek en de verpleegkundige invalshoek is er op spiritueel niveau een goede ontwikkeling kunnen gebeuren op onze afdeling. Enerzijds, omdat men als verpleegkundige de continuïteit verzekerd. Het is de verpleegkundige, die aan het bed staat tijdens de late avonduren, of op andere momenten dat het spirituele lijden naar boven komt. Ook wordt door de specifieke zorg die verpleegkundigen kunnen aanbieden een soms uitnodigende 'ruimte' gecreëerd, letterlijk en figuurlijk, waarbij patiënt de verpleegkundige laat getuige zijn van zijn innerlijke bewegingen, van zijn spirituele gebeuren. En anderzijds is men als pastor, als geestelijk begeleider van een palliatieve afdeling, de deskundige in het beter omgaan met bepaalde facetten van spiritueel lijden. Op onze afdeling resulteert dit veel in een vraag naar een ritueel of een gesprek over geloof.

Ik en de ander:
Verhouding van de persoon tot zichzelf, tot de ander, tot de wereld, de maatschappij: het gaat hier over afhankelijkheid, nabijheid, over het eigen levensverhaal, over verbondenheid en nabijheid. Concreet wordt dit vertaald in de houding van de patiënt, op vlak van afhankelijkheid. Mensen kunnen enorm lijden doordat ze afhankelijk worden van anderen, door afhankelijkheid van de zorg, door hun autonomieverlies, die in het actieve leven als zo belangrijk werd gezien. Vanuit dit spanningsveld, blijven patiënten soms ronddraaien rond hun eigen 'ik' als centrum. Soms resulteert dit in onredelijke vragen, waarbij geen rekening gehouden wordt met verdriet en onmacht van partner, of van geliefden. Vanuit deze hoek komt men ook tot de confrontatie van een relationele armoede, van een fundamentele eenzaamheid. Sommigen ervaren de nieuwe omgeving van de palliatieve eenheid als een nieuwe kans om het verleden achter zich te laten . Het is soms iets gemakkelijker om bij conflictueuze situaties terug contact op te nemen op neutrale bodem. Een diepe confrontatie is als men hier beseft dat de identificatie van de mens verder gaat dan zijn beroepsfunctie, diegene wie hij was in de werkomgeving. Hier beseft men dat alle mensen gelijk zijn in de weg naar het sterven.
Doen en laten tav het naderende levenseinde:
Wat is het verlangen, is er een verlangen om te leven?, is er een verlangen om te sterven? Welke perspectieven heeft men, waarover wil men controle houden. Die controle kan gaan over de tijd die hen nog rest. Deze patiënten weigeren de toediening van pijnstillers, omdat het hun controleverlies zou kunnen geven. Dit zijn de mensen die stipt om 8u bellen om de zorg te doen, die een overdreven hang naar voeding ontwikkelen, vanuit de gedachte: eten doet leven. Ook controle over het tijdstip van sterven hoort in dat spanningsveld. De onzekere tijd die voor hen uitligt, en het 'wachten op' kan als ondraaglijk ervaren worden. Het zijn deze mensen die beslissen om op dat bepaald tijdstip ermee te stoppen. Ook een controle over na de dood is soms zichtbaar. De uitvaartdienst wordt volledig geregeld. Sommige schrijven niet alleen teksten, maar het volledige overlijdensbericht. Sommige teksten worden zodanig opgesteld, alsof ze aanwezig zullen zijn op de afscheidsdienst.
Vasthouden en loslaten van het geleefde leven:
Wat zijn de waarden?, wie of wat is waardevol voor u? Wat wilt men vasthouden? Zal men met dezelfde blik kijken naar de tijd die voor hen ligt, als naar de tijd van voor de palliatieve situatie? Zal men vasthouden aan het leven van voordien? Het zijn deze mensen die een afspraak vragen voor een volledig nieuwe tandprothese, voor een nieuwe pruik. Men zal zich vastklampen aan lichtpuntjes, aan personen, aan materiële zorgen. Bij confrontatie met overledenen op de afdeling, distantiëren deze patiënten zich hiervan, door dan te zeggen, dat toch niet alle mensen dezelfde zijn... Of laat men de confrontatie met het palliatief zijn toe, en kijkt men 'anders' naar wat geweest is, en wat gaat komen. vb de naasten loslaten: geen fysieke contacten meer willen, of dan toch op een andere manier.
Vergeten en vergeven:
Kan men verzoend sterven? Met zichzelf, met naasten, met God. Hoe gaat men om met het overschouwen van het leven, met de levensbalans. Soms komt men hier tot conclusies, tot confrontaties met het geleefde leven. Het op gang komen en het doorlopen van een life-review kan vreugde meebrengen, maar kan ook een onnoemlijk verdriet veroorzaken. Hoe gaat men om met schuld, conflicten , verzoening? Hoe bekijkt men in deze zaken terecht of onterecht eigen aandeel? Sommigen sluiten zich hieraf, en laten anderen geen getuige zijn van wat zich verder op innerlijk vlak afspeelt, en anderen willen héél bewust verzoeningsmomenten inbouwen, in aanwezigheid van geliefden.
Weten en geloven ten aanzien van wat na de dood komt:
Wat gelooft men, hoopt men, of wat weet men over de tijd na de dood? Over het voortbestaan, over het definitieve einde? Als het hier gedaan is, is het gedaan, of gelooft men dat het mensenleven geen doodlopende weg is? Wat gelooft men over de verbinding met anderen? Hoopt men dat men in de herinnering van anderen voort zal leven?. Gelooft men dat de overleden geliefden zullen teruggezien worden? Welke houding heeft men tot God of het overstijgende? Beseft men dat geloven begint aan de grens van het niet-weten? Hoe gaat men om met gebed of met ander niet-religieuze rituelen? Vanuit dit spanningsveld kunnen twijfel en onzekerheid verdriet en onrust brengen.
|
Naam
|
Datum
|
Pat.
Fam.
|
Spirituele gegevens
|
Spa.
*
|
Int.
**
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Spiritueel proces PATIENT:
|
|||||
|
Spiritueel proces familie:
|
|||||
Vind hier pdf-versie van spirituele checklist
|
SPANNINGSVELDEN
|
1 Observeren en signaleren