Tot waardigheid geroepen. Wat is goede zorg?

naar boven

Aflevering Koppen op redactie.be over joodse rusthuizen 

De redactie van Koppen ging op bezoek in een joods rusthuis.

Wim Devilder leidt de reportage als volgt in: "Ons land telt twee joodse rusthuizen, rusthuizen die speciaal voor joden zijn ingericht. Het ene staat in Brussel en het andere in Antwerpen. Die tehuizen zijn nogal bijzonder. Er worden alleen kosjere maaltijden geserveerd, er is een lift speciaal voor de sabbat en de ingang is bom en kogelvrij gemaakt. Het rusthuis Apfelbaum-Laub in Antwerpen heeft een jaar geleden zijn deuren ook geopend voor niet-joden, want als een van de enige rusthuizen in het land, had het kamers te veel. Hoe dat gaat, het samenleven van joodse en niet-joodse bewoners, mocht Koppen filmen. Een unieke reportage van Ilse Van Lysebeth, Veerle Deblauwe en Gonda De Beule.

 

"Oprecht zijn, mensen graag zien en aanvoelen" 

  Artikel van Lieve Wouters in Kerk & Leven, 29 september 2010 (pdf-versie)

 

Wat doe je met een oudere persoon die alle voeding en vocht weigert? Ga je in op het voorstel om voedsel toe te dienen via een sonde, of laat je hem of haar zachtjes uitdoven? Wat is goede zorg in zo’n situatie? Dat de waardigheid van de hulpbehoevende én hulpverlener op de eerste plaats moeten komen, staat als een paal boven water. Dit in de praktijk omzetten is echter niet altijd vanzelfsprekend. In het boek Zorg aan zet geven ethicus Linus Vanlaere en Chris Gastmans, ethisch adviseur van Zorgnet Vlaanderen, aanzetten tot ethisch denken in de zorg voor ouderen. Ze vertrekken daarbij van alledaagse situaties in de omgang met ouderen: wassen, seksualiteit en intimiteit, voeding. De zorgverlening vergelijken ze met de regel van pièce touchée in een schaakspel: eenmaal lijfelijk aangeraakt, laat de ander je niet meer los.

Tussen hulpbehoevende en zorgverlener ontstaat een relatie, die moet leiden tot een herstel of ondersteuning van de menselijke waardigheid. Intussen probeert Geert Ballegeer hun bevindingen dagelijks waar te maken als pastorale animator in rvt Sint-Jozef in Deinze. Het voormalige rusthuis van de zusters Maricolen telt vijf afdelingen van telkens een dertigtal bewoners, waaronder een afdeling voor dementerende bejaarden. Ballegeers werkterrein beperkt zich niet tot één afdeling, maar de mensen met dementie liggen hem het meest na aan het hart. Met hen werken noemt hij zijn roeping. "Allereerst moeten we voorzichtig zijn om mensen te bestempelen als 'dement'", meent Ballegeer. "Soms worden mensen afgeschreven als dement nog vóór de nodige tests werden afgenomen. Dan doe je hen onrecht aan.” Ballegeer zul je nooit horen praten over ‘de dementen’. „Dan herleid je mensen tot hun ziekte. Iedere mens is altijd nieuw en anders en je moet hem dus ook benaderen als een unieke persoon.”

„Je mag alle dagen liedjes
zingen en bewegen, als
je geen aandacht hebt
voor hun innerlijke leven,
respecteer je mensen niet
ten volle”

Als het echt niet meer gaat, moeten mensen leren loslaten en worden ze zorgafhankelijk. "Goede zorg betekent voor mij: oprecht zijn, mensen graag zien en ook aanvoelen, zodat je op voorhand weet welke situaties je moet vermijden en er zo weinig mogelijk frustraties ontstaan. Ethiek in de zorg betekent dat je jezelf als zorgverlener in vraag stelt.” Niet toevallig geven Vanlaere en Gastmans in hun boek Zorg aan zet het voorbeeld van sondevoeding. Maaltijden vormen geregeld een probleem voor dementerende bejaarden. Mogen ze die overslaan? Enerzijds wil je hun keuzevrijheid respecteren, anderzijds denk je aan hun gezondheid. „Er is een tussenweg tussen ‘geen honger, bord weg’ en dwingen tot eten. Zo kun je bijvoorbeeld na een kwartiertje nog eens proberen. Ook de wasbeurt geeft wel eens problemen. Ook hier heeft dwingen geen zin. Zorg op maat bieden, is het antwoord. Dat is niet makkelijk, zeker niet bij een tekort aan personeel. Op een afdeling voor mensen met dementie kan echter niet hetzelfde timemanagement gelden als elders. Dan krijg je ontevreden en onrustige bewoners, waardoor de werklast alleen maar toeneemt.” Het moeilijkst vallen Geert Ballegeer de bezoekjes aan mensen in diepe dementie, die in het geheel niet meer reageren.

"Het is echter niet aan ons om te beslissen wanneer een situatie niet meer menswaardig is. Ook zo iemand kun je respect betuigen door je aanwezigheid.” Als pastorale animator doet Ballegeer net hetzelfde werk als de andere animatoren: wandelingenmaken (met de rolstoel), soep koken, muziek- en bewegingsactiviteiten, leiden, bezoekjes brengen op de kamer of in het ziekenhuis, een brug zijn naar de familie. Daarbij heeft hij echter bijzondere aandacht voor de pastorale noden van de bewoners. „Je mag alle dagen liedjes zingen en bewegen, als je geen aandacht hebt voor hun innerlijke leven, respecteer je mensen niet ten volle. Sinds kort hebben we maandelijks een eucharistieviering voor de bewoners met dementie. In de kapel weerklinkt klokkengelui. Ook wierook helpt om mensen in de juiste sfeer te brengen. Wie dat wil, kan een kaarsje branden. We delen de communie uit. Sommige mensen formuleren spontaan een gebed, velen vouwen de handen. Daaraan zie je dat ze betrokken zijn bij de viering, iets wat in een reguliere dienst zelden het geval is. Daar krijgen ze dan ook boze blikken toegeworpen omdat ze niet stil zijn. Hier kunnen ze ondanks al hun beperkingen toch nog in aanraking komen met God. Echt prachtig.”

naar boven

Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie

Savelkoul, F.H.M.G. (2010). Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie. Handelingen. Tijdschrift voor Praktische Theologie. 37ste jaargang / 2, p.50-61, website: www.handelingen.com

Vind hier de pdf-versie van het artikel

Frans Savelkoul (Hij is pastoraaltheoloog en celbioloog. Hij werkt thans als geestelijk verzorger en onderzoeker in het Maastricht UMC+ bij de Geestelijke Gezondheidszorg. E-mail: frans.savelkoul@mumc.nl)

Wat krijgen demente mensen nou mee van pastorale aandacht? Gesprekken worden gevoerd, rituelen aangeboden… Het blijft een mysterie wat er zich precies in het bewustzijn van demente mensen afspeelt. Dat mensen altijd – in welke toestand zij zich ook bevinden – van waarde blijven, is een belangrijk pastoraaltheologisch uitgangspunt. Tegelijkertijd mogen we niet de uitdaging naast ons neerleggen om te onderzoeken wat aangeboden prikkels bij dementerenden teweegbrengen.

Het is voor mij altijd een feest om op zondag te mogen voorgaan in de algemene viering in het verpleeghuis. Samen met de vele bewoners, naasten en vrijwilligers voel ik mij thuis in een grote familie die aanwezig is bij een bijzonder ritueel: dat van samen bidden, gedenken en vieren. Voor een bepaalde groep van psychogeriatrische bewoners wordt het echter steeds moeilijker om de gemeenschappelijke viering in de ontmoetingsruimte van het verpleeghuis bij te wonen. Het is een groep bewoners die in een ver gevorderd stadium van dementie verkeert. Deze mensen hebben combinaties van meervoudige stoornissen in hun verstandelijke vermogens – waarbij de problemen met het geheugen opvallen, stemming en gedrag. Ook de lichamelijke capaciteiten nemen verder af. Dementie is een verzamelterm, waarbij de aard, lokalisatie en ernst van de afwijkingen in de hersenen van persoon tot persoon verschillen. Door omstanders wordt deze fase van de ziekte vaak als ontluisterend en mensonwaardig ervaren. Voor een buitenstaander is het heel moeilijk te constateren wat deze bewoners wel en niet opnemen vanuit hun omgeving. Een eerste aanzet om toch met deze specifieke groep bewoners te kunnen communiceren is gezocht in alternatieve manieren van vieren in kleinere groepen: sfeervieringen. Daarbij kon de auteur dankbaar gebruik maken van de expertise van de geestelijk verzorgers Dré Dekkers en Mart Hendriks (Stichting Land van Horne) die reeds jaren op dit gebied actief waren in het verpleeghuis St. Martinus te Weert.

Resultaten uit voorafgaand onderzoek geven weer dat dementerenden kunnen teruggrijpen op emotionele, ervarings- en rituele aspecten in de omgang met het transcendente, waaronder de ontvankelijkheid voor geborgenheid, zin en troost (Mes, 2001, pp. 33-37). Een specifiek hersencentrum dat hiervoor verantwoordelijk is, het limbisch systeem, betrokken bij emoties, motivatie, genot en het emotionele geheugen, lijkt in het dementieproces lang ongeschonden te blijven (Timmers-Huigens, 1997). Dat verklaart wellicht de bijzondere gevoeligheid van dementerenden wanneer hen liturgische vieringen werden aangeboden, met name wanneer het rituele aspect in vieringen werd benadrukt (Hekking, 2006). Dit kan leiden tot een religieuze ervaring (Nauta, 1995, pp. 37-40). Het gebruik van ritualiserende symbolen kan de religieuze verbeelding bevorderen (Pruyser, 1992).

De focus op deze resultaten – restfuncties in bewustzijn – laten onverlet dat de waarde van de demente persoon als mens niet afhankelijk is van deze bewustzijnsfunctie. Humaniteit krijgt ook gestalte via sensomotorische functies en in de relatie met anderen op wiens zorg de dementerende is aangewezen. Deze waarde geldt des te meer vanuit religieus perspectief. Voor God telt elk mens, ongeacht haar of zijn vermogens en niveau van functioneren. In rituelen kan deze dimensie van basale acceptatie, van mens-zijn op primair-biologisch en -
sociaal niveau uitgedrukt én ervaren worden. Rituelen zijn immers zelf basale praktijken, met tactiele en sensorische elementen van aanraken, horen, zien en smaken. Het is uitdagend om in de observatie van de werking van rituelen juist ook het accent te leggen op de ‘bewustzijnsrestfunctie’.

Op basis van de zonet vermelde onderzoeksresultaten is gekozen voor het focussen, via religieuze verbeelding, op het gevoel en de ervaring van dementerende bewoners. In een aantal experimentele sfeervieringen werd onderzocht of religieuze verbeelding bij deze specifieke groep bewoners kan worden gestimuleerd, om daarmee het limbisch systeem te prikkelen. Via ritualisatie zijn daarbij symbolen, symbooltaal en symbolische handelingen aangeboden. Dementerende bewoners blijken na een sfeerviering vaak rustiger en blijer te zijn. De sfeerviering lijkt een positief effect te hebben op hun gemoedstoestand. Als voorbeeld worden in dit artikel gedeeltes van een sfeerviering met religieuze rituelen gepresenteerd. Een sfeerviering is een aangepaste viering op het niveau van psychogeriatrische bewoners. Eenvoudige gebeden, zoals het Onzevader en het Weesgegroet, worden tijdens deze viering afgewisseld met bekende kerkelijke liedjes en verhalen en liedjes uit de jeugd van de bewoners. Een Mariabeeld en kaarsjes werden als religieuze symbolen aangeboden. Daarnaast was er de mogelijkheid om de ziekencommunie te ontvangen.

In deze bijdrage worden ervaringen, emoties en rituelen in de omgang met het transcendente beschreven. De begrippen ‘religieuze ervaring’, ‘religieuze verbeelding’ en ‘ritualisatie’ worden hieraan gekoppeld.. Daarna wordt er een overzicht gegeven van de symbolen die gebruikt zijn ter stimulatie van de religieuze verbeelding en van de reacties van de deelnemers. Aan het slot worden enkele mogelijkheden met het oog op toekomstig onderzoek weergegeven.

Aspecten van de omgang met het transcendente: ervaringen, emoties en rituelen
Een gedeelte van de bewoners van een psychogeriatrische afdeling komt met verzorgend personeel voor een viering naar de kapel. Het is 6 januari, de feestdag van Driekoningen. De kapel is mooi versierd en er staat een prachtige kerststal die ongeveer een kwart van de kapel vult. Twee verzorgenden zetten de bewoners, het zijn er acht in totaal, in een halve cirkel rond de kerststal. Ik laat ondertussen het geluid van luidende kerkklokken horen. Drie bewoners zijn er met een rolstoel, twee met een rollator en drie te voet. De bewoners plaatsen enkele opmerkingen. Samen met de verpleging zoek ik naar herkenningspunten in de kerststal. We zien samen een kerstster, als verwijzing naar de ster die voor de drie koningen uitging. Ik haal uit de kerststal de beelden van Jozef, Maria en het kindje Jezus. Met behulp van deze drie beelden vertel ik het kerstverhaal. Ter sprake komt het verhaal van Maria op de ezel, het niet toegelaten worden in de herberg, er is geen plaats.

Voor de kerststal is gekozen om dementerende bewoners vertrouwdheid en zo mogelijk veiligheid te laten ervaren. De kerststal kan beschouwd worden als een metafoor voor de situatie waarin dementerende mensen terechtkomen. De psychopathologische gevolgen van de ziekte dementie voor bewoners in het verpleeghuis zijn namelijk enorm. Het proces van dementie is een proces van desintegratie bij de dementerende. De persoonlijkheid van dementerenden verandert tijdens de ziekte zowel lichamelijk, psychisch als sociaal. Naast psychopathologische gevolgen zijn er ook existentiële gevolgen voor dementerenden. Bij het geven van zin aan alle veranderingen kan een dementerende teruggrijpen op religie om orde te scheppen in de nieuw ontstane situatie van opname in het verpleeghuis. De bewoner valt terug op de veiligheid en vertrouwdheid van het geloof in het transcendente. Het omgaan met zo’n existentiële crisis, een vertrouwd fenomeen in de geestelijke gezondheidszorg, is diepgaand onderzocht (Pieper & van Uden, 2005).

‘Transcendentie’ wordt in religieuze termen bedoeld. Aan religies wordt vaak een zestal aspecten onderscheiden: ervaring, emotie, cognities of opvattingen, gemeenschap of institutie, ritueel en ethiek. In het voortschrijdende proces van dementie worden hiervan drie aspecten, het cognitieve, morele en gemeenschapsaspect, steeds zwakker. De andere drie aspecten, het ervarings-, emotionele en rituele aspect, blijven veel langer aanwezig (Mes, 2001). Het ervaringsaspect speelt een rol bij het lijden. Mensen kunnen transcendentie ervaren bij het lijden, bijvoorbeeld bij het verlies van een dierbare, of de manifestatie van een ongeneeslijke ziekte. Voor veel oudere bewoners van het verpleeghuis kan het christelijke geloof een antwoord geven op de zin van het lijden. Het emotioneel aspect ligt besloten in gevoelens (angst, hoop, dankbaarheid en blijdschap) die kunnen spelen vanuit het besef dat er een hogere orde bestaat. Aangeleerde denkbeelden over een strenge, vaderlijke God of juist lieve, moederlijke Maria kunnen daarbij een rol spelen. Het rituele aspect, zowel alledaags als religieus, is heel belangrijk voor dementerenden. Alledaagse rituelen geven structuur en daarmee veiligheid in het bestaan. Een voorbeeld hiervan is het ochtendritueel (opstaan, wassen, eten, krant lezen). In de existentiële leefwereld van dementerenden zijn naast de alledaagse rituelen ook religieuze rituelen belangrijk, zoals die bijvoorbeeld tijdens sfeervieringen worden aangeboden (Vandenhoeck, e.a., 2008).

Religieuze ervaring
Terwijl ik het kerstverhaal vertel, komen de bewoners steeds met opmerkingen over de beelden die in de kerststal staan en die ik ervoor gezet heb. Er is een mevrouw in de groep die het meest actief is in het maken van opmerkingen en het geven van de (juiste) antwoorden. De verpleging weet haar een beetje af te leiden zodat ik de andere groepsleden er ook bij kan betrekken. Langzaam komen we in kerststemming. Ik heb het met hen over de pas voorbije kerstdagen. Hoe mooi de nachtmis was en hoe we allemaal hebben meegezongen. Ik probeer af te tasten hoe ver en diep ik kan gaan. Een verzorgende heeft inmiddels de verlichting in de kapel teruggedraaid zodat de kerststal met zijn eigen verlichting nog beter tot zijn recht komt. Ik vertel het verhaal dat we met Driekoningen thuis een gebakken koek opaten waarin een koffieboon verstopt zat. Degene die de boon aantrof in een plak koek werd tot koning gebombardeerd en moest de hele dag met een kroon oplopen. Dus ik zorgde wel dat ik de boon stiekem doorslikte. Het verhaal wordt herkend door de bewoners. Sommigen lachen erbij en anderen vullen het nog wat aan met persoonlijke details

Dit is een voorbeeld waarvan onderzoek heeft uitgewezen dat mensen uit aangeboden religieuze symbolen, verhalen en gebeden niet alleen zin voor hun lijden, maar ook troost en geborgenheid kunnen ervaren. Dit ervaren in deze context wordt ‘religieuze ervaring’ genoemd. Soms kan het deelnemen aan religieuze rituelen leiden tot een religieuze ervaring, een ervaring van het goddelijke.

Religieuze ervaringen zijn er in allerlei soorten en maten. Bij religieuze ervaringen die het meest voorkomen, wordt het goddelijke als aanwezig ervaren op scharniermomenten in het leven zoals bij een geboorte, de verbintenis met de levenspartner, het sterven. Op de tweede plaats komen religieuze ervaringen waarin sprake is van een wederkerige relatie tussen God en mens. Men ervaart dan een ingrijpen van God in het eigen leven. Dit kan positief zijn, zoals een wonderbare genezing, maar ook negatief, zoals bij de manifestatie van een ernstige ziekte.
De derde groep van religieuze ervaringen omvat intensieve extase-achtige ervaringen waarbij het contact met het goddelijke wordt beleefd als een persoonlijk affectieve (liefdes)band. Een voorbeeld hiervan zijn de mystieke ervaringen.

De religieuze ervaringen die door mensen als het meest indringend worden ervaren, maar ook het minst voorkomen, zijn de openbaringservaringen waarbij God de mens geheime kennis openbaart en vraagt om mee te werken aan verbetering van de wereld. Aan het tot stand komen van een religieuze ervaring zijn een aantal psychische, sociale en culturele voorwaarden verbonden. Bij de psychische voorwaarden zijn dit de gemoedstoestand van een persoon en de houding van aandachtige aanschouwing. Een gezonde persoon is ontvankelijk voor gevoelens van bijvoorbeeld angst en blijdschap. Wanneer door een interne remming gevoelens niet meer herkend worden, zal men ook niet meer het religieuze ervaren. Als deelgenoot aan een sacramentsprocessie kan men als buitenstaander het geheel aanschouwen. Maar men kan ook als medevoltrekker persoonlijk betrokken zijn. Dit laatste lijkt noodzakelijk te zijn voor een religieuze ervaring. Sociale voorwaarden betreffen vaak het groepskarakter. Bidden of mediteren in groepsverband werkt stimulerend. Culturele voorwaarden hebben onder andere te maken met het vertrouwd zijn met een religieuze traditie waarmee men in de eigen cultuur is opgegroeid (Nauta, 1995, pp. 37-40).

Wanneer een religieuze ervaring als een proces wordt beschouwd, dan geldt voor dit proces een bepaald model. Uit onderzoek komt naar voren dat er sprake kan zijn van drie soorten modellen: een cognitief, een dynamisch of een pragmatisch model. Bij het cognitieve model ligt de nadruk vooral op duiding en interpretatie. Een religieuze interpretatie is afhankelijk van context en traditie. Het vertrouwd zijn met een religieuze traditie maakt religieuze ervaringen pas mogelijk. Zonder kennis van de traditie en zonder taal waarin het religieuze wordt uitgedrukt, zijn er geen religieuze ervaringen mogelijk. Een religieuze ervaring kan ook via een proces geschieden dat in een dynamisch model wordt gestructureerd. Daarbij zijn het gevoel en de ervaring de bron voor een religieuze ervaring. Bij de ervaring van de nabijheid van God wordt een macht ervaren die boven de mens uitstijgt. Ervaringen kunnen optreden als gevolg van indrukwekkende gebeurtenissen die mensen in hun leven meemaken, bijvoorbeeld een crisis in het leven of een confrontatie met beelden uit de kunst of literatuur. In een religieuze ervaring gaat de mens een relatie aan met de ander, wie of wat die ander ook mag zijn: een partner, een kunstobject, God. Religieuze en mystieke ervaringen kunnen bijdragen tot een grotere zinbeleving en eigenwaarde bij de mens.

De verbondenheid met een hogere macht geeft meer greep op het bestaan en het verloop van het eigen leven. Het verlangen naar de zin van het eigen bestaan en het verlangen om de twijfel hierover te trotseren, gelden als bron voor het verlangen naar de ervaring van het heilige. Mensen kunnen een religieuze ervaring bewust nastreven. Het model voor zo'n proces wordt het pragmatische model genoemd. Meditatieoefeningen uit de christelijke mystiek en de oosterse meditatie zijn voorbeelden waar het pragmatische model op van toepassing is (Nauta, 1995, pp. 37-40).

Religieuze verbeelding
Nu we in de juiste stemming zijn, maak ik het kruisteken en zie dat vrijwel iedereen mij nadoet. Ik steek de grote kaars (paaskaars) aan. De bewoners kijken er aandachtig naar. Het licht van de kaars steekt mooi af tegen de donkere wand van de kapel. Na een kleine inleiding over de kersttijd en gebed van het driekoningenfeest kies ik voor iets gezamenlijks, waarvan ik hoop dat ze het allemaal mee kunnen bidden: de schuldbelijdenis. De ene na de andere bewoner valt in wanneer ik het gebed begin. Het gebed betekent veel voor deze mensen. Enerzijds geeft het hun zelfvertrouwen – ze kunnen de woorden nog opzeggen – en anderzijds kunnen ze er hun sores in kwijt.

De kaars die licht geeft in de donkere kapel kan opwekken tot verbeelding, zelfs religieuze verbeelding. Religieuze verbeelding is een bijzondere vorm van religieuze ervaring. Het denken over religieuze verbeelding heeft een nieuwe impuls gekregen vanuit de kindergeneeskunde. Onderzoek bij kinderen toonde namelijk aan dat zij troost en houvast zochten bij een bepaald voorwerp, zoals bijvoorbeeld een knuffel (Winnicott, 1958). Door middel van dit voorwerp, een transitioneel object, konden de kinderen hun emoties uiten. De knuffel, die eerst een vervangende moeder is, gaat een rol spelen in de ruimte tussen moeder en kind. Deze ruimte wordt transitionele ruimte genoemd, een overgangsruimte tussen het ‘ik’ en de buitenwereld. In deze ruimte kan het kind verlangens naar veiligheid, agressie en angst projecteren, om daarmee zichzelf in stand te houden. Bij het opgroeien maken kinderlijke transitionele objecten plaats voor symbolen die bij de leeftijd en het ontwikkelingsniveau passen, maar het principe blijft hetzelfde.

Symbolen staan in dienst van de hoop; zij geven aan de werkelijkheid een positieve zin. Met behulp van symbolen kan men vanuit menselijke behoeften werken aan de (onvolmaakte) werkelijkheid . Symbolen dienen niet alleen als gids en baken, maar ook om te kanaliseren, bijvoorbeeld om boosheid in woorden uit te drukken. Als het gaat over kunst en religie spreekt men van een illusionaire wereld die bij de volwassen mens op dezelfde manier werkt als de transitionele ruimte bij het kind (Pruyser, 1992). Door het bestaan van deze illusionaire wereld is een mens in staat tot verbeelding. In de transitionele ruimte kan de mens de objectieve buitenwereld verbinden met de subjectieve, door de fantasie gestuurde binnenwereld. In het symbool komen beide werelden samen. Wanneer dit symbool religieus van aard is, spreekt men van religieuze verbeelding. Religieuze symbolen verwijzen net als andere symbolen naar de menselijke subjectiviteit, maar ook naar een goddelijke werkelijkheid.

Ritualisatie via symbolen
Na de schuldbelijdenis zingen we een kerstliedje: ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Opmerking van een bewoner: ‘Volgens mij slapen ze nog want ik zie er geen een.’ We moeten er allemaal om lachen. Ik vertel de bewoners het verhaal van de drie koningen (Mat 2,1-13). Ik maak gebruik van de beelden en de ster. De bewoners knikken instemmend, ze herkennen het verhaal. Samen bidden we daarna de geloofsbelijdenis. Hierna formuleer ik voor hen een paar voorbeden en we bidden afsluitend nog een Onzevader. Wanneer ik hen vraag of ze de ziekencommunie willen ontvangen, knikken ze instemmend. Onder kerstmuziek gaan we samen te communie. Na de communie bidden we ter afsluiting nog een Weesgegroet en geef ik hun de zegen. Terwijl het kerstlied: ‘‘t Is geboren het goddelijk kind’ klinkt, worden de bewoners zingend naar de afdeling teruggebracht.

De beelden en de kerstster fungeren als symbolische voorwerpen voor de bewoners. In de bovenstaande viering als geheel werd veel van symbolische voorwerpen gebruik gemaakt om de religieuze verbeelding bij dementerende bewoners te stimuleren. Als eerste is er de kapel die afgescheiden is van de andere openbare gedeelten van het verpleeghuis, waardoor er een echte stilteruimte is ontstaan. Wanneer de bewoners naar de kapel komen, ondergaan ze een sfeerverandering: in de kapel heerst een sfeer van rust. Het binnentreden in de kapel geeft een afbakening in tijd en ruimte. De kapel kan door bewoners gezien worden als het huis van God. Veel symbolen die in de kapel aanwezig zijn verwijzen hiernaar. In de kapel staat een kaarsenbak met devotielichtjes voor een klein Mariabeeld. Maria kan door bewoners gezien worden als de moeder van Jezus; in hun vaak katholieke opvoeding fungeerde zij als moeder voor alle mensen. Helemaal vooraan staat de altaartafel met bloemen, die de tafel van het laatste avondmaal symboliseert en de paaskaars die de aanwezigheid van Christus symboliseert als licht dat straalt in de duisternis. Aan de muur is een tabernakel bevestigd, de plaats waar het gezegende brood wordt bewaard. De huidige generatie verpleeghuisbewoners heeft nog in haar jeugd geleerd dat Christus zelf aanwezig is in de gestalte van het brood dat de gelovige mag ontvangen als de kostbaarste gave ter wereld. Het kruisbeeld aan de muur symboliseert het lijden van Christus. Via de zijramen komt gekleurd licht door de glas-in-lood ramen naar binnen. De bewoners zijn zo niet alleen op elkaar gericht, maar ook op iets groters buiten hen.

Op verschillende manieren werd gebruik gemaakt van beelden en religieuze voorwerpen tijdens de viering. Te noemen valt het Mariabeeld, de kerstster, de kerststal en de beelden in de kerststal. Met het luiden van de kerkklokken beogen we een afbakening in tijd en ruimte. Aan de bewoners wordt zo duidelijk gemaakt dat de viering gaat beginnen. Het normale samenzijn wordt – toegegeven: dit is theologische taal – opgetild tot een sacraal samenzijn: God komt in hun midden. Met het liturgische gewaad wordt aangeven dat de voorganger er niet namens zichzelf is, maar ook namens God en de geloofsgemeenschap van bewoners. Door het dragen van het liturgische gewaad krijgt het noemen van de naam van de bewoner ook een transcendente invulling. De bewoner wordt niet alleen door mij als geestelijk verzorger gekend, maar ook door God. Dit om uit te drukken tegenover de bewoner dat hij of zij niet zal worden vergeten.

Ritualisatie via symbooltaal
Religieuze verbeelding kan via liturgische symbooltaal (gebedstaal, rituele taal, bijbelse taal) worden uitgedrukt. De gebedstaal komt ter sprake in de viering waar wordt gebeden, met eenvoudige troostrijke en bemoedigende woorden. De woorden van het Onzevader en het Weesgegroet worden vaak herkend en meegebeden. Vaak sluiten andere gebeden aan bij de ervaring van bewoners. Soms vragen bewoners zelf om in de voorbeden direct of indirect genoemd te worden. Tijdens deze voorbeden worden bewoners dan speciaal voor God gebracht, in Zijn licht geplaatst. Vaak ontstaat er dan openheid naar God toe en ruimte om de eigen ervaring te verwoorden en naar God te brengen. Zo ontstaan gebeden die ‘vrijgebeden’ worden genoemd. Het zijn gebeden die uit het hart komen. Daarnaast werden er ook formuliergebeden opgezegd: gebeden met een vaststaande formulering, die kunnen worden gememoriseerd en opgezegd. In de viering werd onder andere de geloofsbelijdenis, de schuldbelijdenis, het Onzevader en het Wees gegroet gebeden.

Rituele taal wordt gebruikt in de vorm van taal bij een symboolhandeling, zoals bij het kruisteken, bij het geven van de zegen en het uitdelen van de ziekencommunie in vieringen. Bij het kruisteken aan het begin van de vieringen en bij de zegen op het einde van de viering werd de formule: ‘In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ gesproken. Bij het uitdelen van de ziekencommunie werd de formule: ‘Lichaam van Christus’ uitgesproken.

Bijbelse taal in de sfeerviering werd gebruikt in het verhaal van Driekoningen (Mat 2,1-13). Het duidt de weg aan die mensen moeten afleggen naar God. Veel oudere dementerenden zijn opgegroeid met een geloof in een persoonlijke God die zich het lot van de mensen aantrekt en met hen op weg gaat tot aan het einde van het leven toe en zelfs erna. Het feest van Driekoningen herinnert ook aan hun jeugd waarin dit verhaal een belangrijke plaats innam tijdens de kersttijd. Dit ophalen van herinneringen middels een verhaal wordt in de zorg ‘reminisceren’ genoemd en helpt bij het opmaken van de balans van het leven (Bohlmeijer, e.a., 2007). Op school werd vroeger het verhaal van Driekoningen verteld, of zelfs nagespeeld. Het is ook een verhaal over de hulde die gebracht wordt aan een koning. Een koning die als een verlosser van alle lijden geboren is om voor alle mensen op de wereld hulp te bieden. Veel bewoners hebben in hun leven de geboorte van Jezus ervaren als een licht dat in de wereld komt. Net als de drie koningen kunnen zij bij het kerstkind terecht, niet om cadeaus te brengen, maar voor steun en om hun zorgen eens te kunnen uiten.

Ritualisatie via symbolische handelingen
Religieuze verbeelding kan ook via symboolhandelingen plaatsvinden. Bij rituelen vinden symboolhandelingen plaats die met min of meer vaste gebaren, woorden en voorwerpen worden verricht. Symboolhandelingen die in de viering plaatsvonden waren o.a. het aansteken van de paaskaars en devotielichtjes, het noemen van de naam van de bewoners, het uitdelen van het geconsacreerde brood, het maken van het kruisteken en het geven van de zegen. Het aansteken van de paaskaars en de devotielichtjes, als symbool van het licht, verwijst enerzijds naar het licht dat God voor ons wil zijn in de duisternis en anderzijds verwijst het naar het present stellen van de bewoner bij God. Bij de binnenkomst van de bewoners in de kapel worden ze begroet en bij hun naam genoemd. Het nodigt de bewoner nadrukkelijk uit om aanwezig te zijn bij de viering. De bewoner wordt zo even het middelpunt van de aandacht: ‘Het is goed dat u er bent. U wordt met naam genoemd en gekend.’ De bijeenkomst van de bewoners in de sfeerviering is geen bijeenkomst zoals zovele andere. Het is een geloofsbijeenkomst van christenen rond het altaar van de Heer. Het religieuze fundament van de samenkomst wordt gesymboliseerd door het kruisteken. Men komt niet samen in eigen naam, maar in de naam van de drie-ene God.

Resultaten van stimulatie van religieuze verbeelding
In onderstaande tabel wordt weergegeven dat het apathische of juist heel onrustige van somatische en psychogeriatrische bewoners die deelnamen aan gemeenschappelijke vieringen doorbroken kan worden, door hen als groep nabij te zijn in sfeervieringen. De resultaten zijn afkomstig van een onderzoek naar een specifieke groep dementerende ouderen in een verpleeghuis (periode 2005-2006), allen deelnemer aan sfeervieringen en opgegroeid in een christelijke, met name katholieke, traditie (Savelkoul, 2007). Er werd alleen waargenomen dát de deelnemers reageren op aangeboden stimuli. Daarbij werd een onderscheid gemaakt tussen de volgende types van reacties: geëngageerd (geïnteresseerd en belangstellend), bewust (doet actief mee), automatisch (verricht een automatische handeling op een stimulus) en geen reactie.

Aangeboden voorbeelden voor het stimuleren van religieuze verbeelding tijdens 15 sfeervieringen en reacties van deelnemende dementerende bewoners: ++ reageert geëngageerd, + reageert bewust, +/- reageert automatisch, - reageert niet

 

 

Voorbeeld stimulatie religieuze verbeelding

 

Dagbehandeling

 

Somatiek

 

Psychogeriatrie

 

Symbool

 

(paas)kaars

 

++

 

+

 

+/-

 

Ziekencommunie

 

++

 

+

 

+/-

 

Beeldende kunst

 

++

 

+

 

+/-

 

Liturgisch gewaad

 

++

 

+

 

+/-

 

Symbooltaal

 

Gebedstaal

 

++

 

+

 

+/-

 

Rituele taal

 

++

 

+

 

+/-

 

Bijbelse taal

 

++

 

-

 

-

 

Symbolische handeling

 

Aansteken (paas)kaars

 

++

 

+

 

-

 

Noemen naam bewoner

 

++

 

+

 

-

 

Ontvangen ziekencommunie

 

++

 

+

 

+/-

 

Kruisteken

 

++

 

+/-

 

+/-

Reacties van herkenning bij dementerende bewoners in sfeervieringen zouden verklaard kunnen worden door het nabij zijn van de geestelijk verzorger. In een grote reguliere viering met veel andere deelnemende bewoners is dat veel minder mogelijk. Het gebruiken van symbolen uit de reguliere viering lijkt positief te werken voor de bewoners, gezien hun reacties. Individuele aandacht bij symbolische handelingen werkt positief op het reageren van bewoners. Symbolische voorwerpen zoals een (paas)kaars en een Mariabeeld, maar ook een liturgisch gewaad wekken positieve reacties op bij dementerende bewoners. Ook aangeleerde symbooltaal zoals de gebedstaal bij het opzeggen van de schuldbelijdenis, het Onzevader en het Weesgegroet en rituele taal bij het maken van het kruisteken, het geven van de zegen en het ontvangen van de ziekencommunie, doet dementerenden reageren. Symbolische handelingen bij het ontvangen van de ziekencommunie en het maken van het kruisteken werden automatisch beantwoord. Het vermoeden bestaat dat onder andere delen van het limbisch systeem in de hersenen nog werkzaam zijn waardoor bewoners kunnen reageren op de aangeboden prikkels. Herhaling van teksten, liederen en symbolische gebaren uit het (religieuze) verleden kunnen derhalve in een nieuwe context via ritualisatie stimulerend werken op de religieuze verbeelding van dementerenden (Quartier, 2008). Naar aanleiding van bovenstaande resultaten zal vervolgonderzoek zich gaan richten op emoties en ervaringen van geriatrische patiënten, zoals die bijvoorbeeld in een levensverhaal ter sprake kunnen komen.

Literatuur

Bohlmeijer, E., Mies, L., Westerhof, G. (2007). De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Hekking R. (2006). Rituelen helpen – over rituelen in het verpleeghuis. In J.J.A. Doolaard (Red.), Handboek geestelijke verzorging in zorginstellingen (pp. 428-435). Kampen: Kok.
Mes R. (2001). Het ogenblik bewonen. Over geestelijke verzorging in een psychogeriatrisch verpleeghuis. Kampen: Kok.
Nauta, R. (1995). Ik geloof het wel. Godsdienstpsychologische studies over mens en religie. Assen: Van Gorcum.
Pieper, J., & van Uden, M. (2005). Religion and coping in mental health care. Amsterdam: Rodopi.
Pruyser, P.W. (1992). Geloof en verbeelding. Baarn: Ambo.
Quartier, T. (2008). Voorganger of begeleider? Rituelen rond sterven en dood in de moderne geestelijke verzorging. Tijdschrift Geestelijke Verzorging 11, nr. 47, 15-25.
Savelkoul, F.H.M.G. (2007). Religieuze verbeelding en dementie. Doctoraalscriptie: Faculteit Katholieke Theologie Utrecht.
Timmers-Huigens, D. (1997). Interactieve geloofscommunicatie. Kampen: Kok.
Vandenhoeck, A., De Clercq, H., Fivez, B. (2008). Verborgen diepte. Zorgen voor de spiritualiteit van ouderen met dementie. Leuven: Davidsfonds.
Winnicott, D.W. (1958) Transitional objects and transitional phenomena. In: D.W. Winnicott, Collected papers (pp. 229-242). London: Tavistock Publications.

naar boven

Jongeren slaan brug tussen jong en oud

Bron: Kerk & Leven, Hans Medart, 4 mei 2011, p. 18. (vind hier de pdf-versie)

Verschillende generaties werken samen aan theaterproject

Joka, de jongerenwerking van Present vzw (Caritas Vrijwilligerwerk), stelt De Koffieteuten voor. Dat is de eerste theatergroep bestaande uit verschillende generaties. Drie ouderen: Rosa (86), Mathilde (95) en Maurits (75 jaar), en drie jongeren: Trees (19), Dorien (21) en Félix (21) spelen samen een theaterstuk.

Onder leiding van theatercoach Pol Pauwels werd het theaterstuk 'Het Verjaardagsfeest' op poten gezet. Daartoe kon Joka rekenen op de samenwerking met Jonna vzw, een toneelschool en crea-atelier in Wilsele. Bovendien kon men rekenen op steun van de provincie Vlaams-Brabant.

De repetities vonden plaats in het woon- en zorgcentrum Heilig Hart in Grimbergen. Daar wonen de twee oudste acteurs van het gezelschap. Na drie maanden intensieve samenwerking zijn de drie jongeren en de drie ouderen trots op hun prestaties. Minstens even belangrijk als het eindresultaat is het proces dat hier doorlopen werd: jong en oud leren elkaars leefwereld beter kennen. Met dit intergenerationele project wil Joka vooroordelen uit de weg helpen. Het theaterstuk wordt tweemaal uitgevoerd in het woon- en zorgcentrum Heilig Hart, Veldkantstraat 30 in Grimbergen: op vrijdag 6 mei om 19 uur en op zaterdag 7 mei om 15 uur. De toegang is telkens gratis.
 

naar boven

Het echte afscheid is pas bij de dood. Artikel over Rieke Mes en zielzorg voor dementerenden (Het Uitvaartwezen, november 2010)

Artikel van Marjon Weijzen in Het Uitvaartwezen, november 2010.

Het is een schrikbeeld voor velen: dement worden. De kans erop is twintig procent. Nog veel meer mensen verliezen een ouder of partner aan dementie. En dat aantal zal alleen maar groeien. Volgens prognoses van Alzheimer Nederland lijdt in 2050 meer dan een half miljoen Nederlanders aan deze ziekte. Rieke Mes specialiseerde zich in de zielzorg voor dementerenden.

Rieke Mes is 'kwikzilverig': klein, tenger en spontaan. Ze praat met rollende ogen en grote gebaren. "Poeh, moeilijk hoor", zegt ze, als het gaat over haar proefschrift. In haar ruime flat in Vught werkt ze aan de laatste versie. Daarnaast heeft ze haar eigen praktijk, 't Pastorieke, gespecialiseerd in geestelijke zorg voor dementerenden, en is ze als geestelijk verzorger verbonden aan Stichting BerneZorg in Heeswijk.

Mes deed het conservatorium en studeerde theologie. Ze werkte in het muziekonderwijs en later als studentenpastor in Heerlen. Toen aan die baan in 1991 een einde kwam, solliciteerde ze als geestelijk verzorger bij verpleeghuis De Herven in Den Bosch. Ze had totaal geen ervaring met dementerenden en twijfelde eraan of ze met deze doelgroep uit de voeten zou kunnen. Ja, dus. Nu zegt ze: "Ik vind het heerlijk om met demente mensen te werken. Ze benaderen je zonder enige façade. De communicatie is altijd oprecht. Ze mogen je, of ze mogen je niet. Heel ongecompliceerd." Haar ervaring in de muziek en de muziekeducatie helpt in het contact. "Muziek raakt demente mensen. Andersom versta ik hun 'muziek': niet de inhoud, maar de toon van hun verhaal, geneurie of gebrabbel."

Lees hier het volledige artikel.

Klik hier voor de website van Rieke Mes.

Vind hier meer uitleg over een boek van Rieke Mes (Hoe kom ik thuis? Geestelijke verzorging voor mensen met dementie: een zielzorgconcept)

naar boven