TERTIO: Duitse theologe en arts Doris Nauer over multidimensionale zielzorg

Vind hier de pdf-versie van het artikel (uit: Tertio, 2 februari 2011)

Vind hier  info over het Leuvense cahier voor praktische theologie over profetisch pastoraat, met ook een bijdrage van Doris Nauer  

Normaal werkt ze nooit op haar verjaardag, maar voor de studiedag ‘Ontsluitende zorg. De toekomst van het pastorale beroep’ (zie onderaan) maakt Doris Nauer een uitzondering. De Duitse theologe en arts komt op 17 februari naar Antwerpen, want het pastorale beroep gaat haar ter harte. “Zielzorg is geen bijzaak en we mogen de zielzorgers niet in het hoekje laten duwen”, zegt de kleurrijke en goedlachse dame wanneer we haar in Koblenz opzoeken.

Emmanuel Van Lierde | Even buiten Koblenz – de stad aan de samenvloeiing van Moezel en Rijn – en net naast het mariale bedevaartsoord Schönstatt ligt de ‘Universität im Grünen’. Te midden van de natuur volgen studenten er les aan die katholieke universiteit met maar twee faculteiten: verpleegkunde en theologie. Een merkwaardige, maar uiterst zinvolle combinatie, legt onze gastvrouw uit. Doris Nauer (1962) doceert daar in Vallendar pastoraaltheologie en diaconale theologie. Ze bundelde haar inzichten in het boek Seelsorge. Sorge um die Seele (W. Kohlhammer, Stuttgart, 320 blz., € 24,80).

Hoe ontstond deze ‘universiteit in het groen’?
“Aanvankelijk was het een opleidingscentrum van de pallottijnen, een gemeenschap van apostolisch leven opgericht in 1835 door de Italiaanse heilige Vincenzo Pallotti (1795-1850). Die religieuzen werken in de wereld en bekommeren zich om gevangenen, daklozen, asielzoekers, zieken en armen. Dat centrum lag aan de basis van de Philosophisch-Theologische Hochschule Vallendar (PTHV). Er kwamen ook steeds meer leken studeren en die hogeschool groeide uit tot een moderne theologiefaculteit. Door onze verbondenheid met congregaties besteden we bijzondere aandacht aan de geschiedenis van het religieuze leven, maar niet onbelangrijk is ook het sinds 2005 opgerichte instituut kardinaal Walter Kasper die de theologie en het oecumenische engagement van Kasper wil doorgeven aan de komende generaties. Dat instituut verzorgt ook de uitgave van zijn oeuvre en de kardinaal komt hier jaarlijks doceren.”

Naast theologie is er ondertussen een tweede faculteit.
“Om als universiteit geloofwaardig te zijn in de maatschappij was die tweede faculteit nodig. Wij zijn de eerste in Duitsland die verpleegkunde aanbieden op universitair niveau. Het waren de franciscanessen – een congregatie die ook werkzaam is in ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen – die enkele jaren geleden de wens uitdrukten om in Vallendar een verpleegkundefaculteit op te richten die zou samenwerken met de theologiefaculteit. Theologen en verpleegkundigen worden hier nu samen opgeleid en dat samengaan van lichamelijke en geestelijke zorg is uniek. Die combinatie is uiterst zinvol. De toekomstige pastores volgen medische vakken waardoor ze kunnen meepraten met de verpleegkundigen en omgekeerd krijgen de verpleegkundigen een theologische scholing. Dat maakt dat ze later in christelijke instellingen de identiteit helpen garanderen. Daarnaast beseffen ze zo het belang van zielzorg.”

Lukt het om verpleegkundigen warm te maken voor theologie?
“Ze waren aanvankelijk sceptisch omdat verpleegkundigen en dokters het niet gewoon zijn te spreken over de christelijke identiteit, maar we trachten hen te winnen voor de christelijke visie. Geregeld zijn er in ziekenhuizen conflicten tussen artsen en het management. Wanneer beide partijen een christelijke visie op zorg delen, wordt het al makkelijker om die conflicten over geldzaken te beslechten. Je moet hen solidariteit aanleren. Ik vind trouwens dat instellingen selectiever mogen zijn bij de aanwerving. Hoofdverpleegkundigen moeten niet alleen managerscapaciteiten hebben. Dat moeten ook mensen zijn met aandacht voor allochtonen en armen. Daarom is het belangrijk dat ze al in hun studies oog leren hebben voor christelijke waarden en het christelijke mens- en godsbeeld.”

In uw persoon komen de twee faculteiten samen.
“Ik ben pastoraaltheoloog en in mijn onderzoek ga ik na wat een geloofwaardige zielzorg in de 21ste eeuw kan zijn. Daarnaast ben ik huisarts en werkte ik in de psychiatrie. Dat maakt dat ik ook door de verplegers en artsen word aanvaard. Ik ga heel praktisch te werk en geef veel bijscholingen. Niet het kruis aan de wand maakt een instelling christelijk, noch het ‘mission statement’. Wat betekent het nu Christus na te volgen? Hoe biedt het christendom een zichtbare meerwaarde? We moeten ons de vragen van Jezus stellen. Wat deed Hij en wat zou Hij nu doen? Het gevaar bestaat dat de moderne zielzorg de kleinste gemene deler wordt van alle levensbeschouwingen. Dan blijft er weinig over. Daarom is identiteitsvorming noodzakelijk. Dat is geen bijkomstigheid, want die identiteit bepaalt de keuzes die we maken in de zorg. Wie in een christelijke instelling werkt – van schoonmaakster tot manager –, moet daarom het christelijke gods- en mensbeeld kennen.”

U beklemtoont sterk het typisch christelijke gods- en mensbeeld. Maakt dat zo’n verschil uit?
“Allereerst is het belangrijk dat zulke vragen worden gesteld. Welk gods- en mensbeeld heb ik? Waarom zijn sommige godsbeelden christelijk en andere niet? Hoe beïnvloedt mijn levensbeschouwing mijn handelen? Christelijke zielzorg staat in de traditie van Jezus Christus, dat kan niet anders. De islam heeft een ander gods- en mensbeeld en dat levert een andere zielzorg op. Christenen doen samen aan zinvinding, ze zoeken hoe ze God op het spoor kunnen komen. Bij moslims gaat het niet over het vinden van zin, want God schrijft die zin voor.”

“Van Hans Küng leerde ik die verschillen zien en als we willen samenwerken met andere godsdiensten moeten we eerst weten wie we zelf zijn. Pas als we duidelijkheid hebben over wie iedereen is, kunnen we in gesprek treden. Daarbij moet je niet zoeken wat we gemeen hebben, want we zijn zo verschillend dat je uiteindelijk niets overhoudt. De verschillen mogen naast elkaar blijven bestaan. Die verschillen spelen zich trouwens niet alleen af tussen godsdiensten. Ze bestaan ook binnen elke confessie. Bij katholieken en protestanten bestaan er vele strekkingen. De een legt meer de klemtoon op de zonde, de ander meer op de bevrijding, maar dat heeft consequenties. De eerste groep zal mensen klein houden omdat ze maar stof en as zijn. De tweede groep wenst mensen op te tillen opdat ze godgelijk worden.”

U doceert diaconale theologie. Wat houdt dat in?
“Diaconie staat voor het dienstbare handelen. Niemand kan in de christelijke God geloven, als christenen niet naar mensen in nood stappen. Onze God wordt zichtbaar in concrete hulpverlening. De diaconie is Gods advocaat: ze verdedigt zijn bestaan. Tegelijk steekt daarin de sociaalkritische dimensie van het christendom. Het Rijk Gods brengen gebeurt door de voorkeursoptie voor mensen in nood. Als velen een steentje verleggen, bouwen ze samen dat Rijk Gods.”

“Dat gebeurt niet in grootse dingen, maar in het kleine en alledaagse, in de momenten dat we elkaar barmhartigheid, rechtvaardigheid en solidariteit betonen. Diaconie is meer dan schone gesprekken voeren, je moet ook iets doen. Barmhartigheid gebeurt in de daad die je doet voor de ander. Gerechtigheid speelt zich af in het veranderen van onmenselijke structuren. Daarop kritiek uitoefenen, de trias zien-oordelen-handelen toepassen, netwerken smeden om veranderingen te bewerken; al dat emancipatorische werk behoort tot het diaconale en profetische handelen in navolging van Christus.”

U verdedigt een multidimensionale zielzorg. Waarvoor staat dat?
“Voor mij is de pastor een kunstenaar, een jongleur met drie ballen (zie foto). Hij zoekt voortdurend een evenwicht tussen het spirituele-sacramentele, het pastorale-psychologische en het diaconale-profetische. Een geloofwaardige zielzorg behartigt al die dimensies en net die multidimensionale aanpak garandeert de meerwaarde. Omdat niemand goed is in alles, kun je beter met een team werken zodat er een samenspel ontstaat tussen de charisma’s.”

“Het is belangrijk dat zielzorgers vanuit hun profiel grenzen trekken en soms neen durven te zeggen omdat een opdracht niet tot hun competentie behoort. Zielzorgers zijn geen vakbondsmannen, geen psychologen, geen sociale werkers. Grenzen trekken en keuzes maken betekent ook dat je een afdeling die goed werkt even loslaat om een andere afdeling in nood bij te staan. De palliatieve zorg beschikt misschien over voldoende mensen met aandacht voor de zielzorg, terwijl de andere afdelingen in het ziekenhuis niet beschikken over pastoraal begaafd personeel. Dan moet je als zielzorger niet ook nog eens op de palliatieve afdeling zijn. Je hulp is elders meer nodig. Het is belangrijk dat pastores pionierswerk verrichten dat door anderen wordt voortgezet. Zelf kunnen ze dan elders heen waar nieuwe noden zijn.”

Spreekt u daarom van een profetische pastoraal?
“Ja, we moeten niet alleen doen wat we graag doen. De status-quo handhaven en het comfortabele werk verrichten, stemt niet overeen met de navolging van Christus. Hij riskeerde zijn leven voor mensen in nood. De verenging van zielzorg tot één dimensie is gevaarlijk. Als religie zich alleen mag bezighouden met het geestelijke, ontstaat een functionele kijk op religie die het profetische en kritische gehalte monddood maakt. Daarom pleit ik voor het multidimensionale, want pas dan kunnen christenen het gist in het deeg zijn en ontstaat een Bijbelse zielzorg met oog voor de hele mens.”

“Pastores moeten zoals profeten nagaan hoe ze onrechtvaardige structuren kunnen veranderen, hoe ze de wereld kunnen humaniseren op de plaats waar ze staan. Zo brengen ze God in onze wereld. Maar de meeste instellingen willen geen profeten. Die zijn een gevaar, want ze brengen onrust in het systeem. Een geloofwaardige zielzorg in het spoor van Jezus Christus verzet zich tegen het onbarmhartige, het onrechtvaardige en het onmenselijke.”

Overal overheerst het managementsdenken. Wat zijn daarvan de consequenties in de pastoraal?
“Om te besparen gaan instellingen na wie er niet nodig is. Met enkele psychologen minder gaat het ook en de pastores hebben zichzelf overbodig gemaakt. Iedereen kan dat, een beetje gesprekken voeren en wat liturgie verkopen. Als je de pastoraal verengt tot het eendimensionale, wordt ze overbodig. En als pastores verdwijnen uit de instellingen, verwatert de christelijke identiteit. Daarom is een bredere kijk op zielzorg nodig, waarbij we kunnen duidelijk maken dat de pastoraal een onontbeerlijke meerwaarde te bieden heeft. Ook de kerk zelf blijft niet gespaard van het managementsdenken. In Duitsland dalen de inkomsten uit de kerkbelasting, bij jullie staat de financiering van de erediensten ter discussie. De kerk heeft steeds minder middelen en personeel. Daardoor plooit de kerk terug op haar kerntaken, maar wat zie je dan? De eucharistie en het sacramentele zijn wezenlijk, waardoor er geen tijd overblijft voor de diaconie en het profetische handelen. Parochies krijgen de voorrang op instellingen en leken zullen het onderspit delven als het aantal betaalde ambten daalt. De kerk laat de ziekenhuizen, rust- en verzorgingsinstellingen, scholen en universiteiten los, terwijl net in die instellingen het meest professionele pastoraat bestaat. Dertig jaar lang is er geïnvesteerd in het vormingswerk om de kwaliteit van het pastorale beroep te versterken. Gaan we dat alles laten verloren gaan? Als diaconaal theoloog zeg ik: dat klopt niet. Het is een verraad aan het evangelie terug te plooien op de parochies en de liturgie. Het is onze zending naar de wereld en de mensen toe te gaan.”

U windt er zich over op…
“Wat zijn de parochies nog waard? Hoe levendig zijn ze nog? Moeten we daarin het meeste investeren? Ik vind het gevaarlijk alleen te investeren in liturgie en parochies. Op termijn bouw je daar geen kerk mee op. Ook hier geldt mijn stelling dat het pastoraat niet eendimensionaal maar meerdimensionaal moet zijn. De kerk mag zich niet terugtrekken uit de wereld. De kerk verwijt de instellingen dat ze hun traditie en hun wortels loslaten, maar de kerk laat zelf haar instellingen in de steek. De prijs die we dan betalen is dat inderdaad alleen nog de economische logica overheerst. Net om dat tegen te gaan, is het zo belangrijk te investeren in de christelijke identiteit en in de vorming van leken die in de wereld hun geloof vormgeven.”

Zielzorg is een belastende opdracht. Hoe vermijden pastores een burn-out?
“Een pastor heeft een sterke overtuiging en is zeer geëngageerd. Zijn hele levensproject wordt bedreigd als de problemen zich opstapelen en hij of zij de indruk heeft niets te bereiken. Als pastor heb je nooit genoeg gewerkt en de kans op frustratie is groot. Dan dreigt burn-out, maar ook suïcide. Hoe meer iemand geëngageerd is, hoe groter het gevaar op burn-out. Tot nu toe wordt dat gevaar te weinig ernstig genomen. Een overbelaste en uitgebluste pastor heeft therapie nodig of moet van job veranderen. Er bestaan strategieën om overbelasting te voorkomen. Allereerst een gezonde kijk op zielzorg en de nodige voeding vanuit je spiritualiteit. Je moet je grenzen kennen en weten wanneer je neen moet zeggen. Zielzorg moet ook zelfzorg zijn. Je moet goed in je vel zitten. Veel pastores doen zichzelf tekort en zeggen te weinig neen. Je ziet ook veel workaholics. Ze zijn gehuwd met hun beroep en verwachten dat anderen even hard werken. Workaholics lijden niet zoals wie een burn-out heeft. Ze krijgen een hartaanval van de stress en vallen dood omdat ze zichzelf verwaarloosden, maar ze genieten van het harde werken. Veeleer zijn ze een probleem voor de mensen rond hen en daarom moeten ze worden behandeld.”

Zelf hebt u duidelijk geen last van burn-out. U bent opvallend goedgezind.
“Het christendom heeft een aantrekkelijke en bevrijdende boodschap. Waarom komt de kerk dan zo bedreigend over? Ik ben graag christen omdat ik er niets voor moet doen om verlost te zijn, al is dat geen vrijbrief om te zondigen. Je moet de liefde niet verdienen, ze is er. Die boodschap blijft relevant en die moeten we brengen, maar we zien dat bevrijdende zo weinig in de kerk. Dat is een catastrofe. Het zou aan ons te zien moeten zijn dat we verloste mensen zijn. Dat begint al bij onze kledij. Waarom loopt iedereen erbij in die donkere, grijze kleren. Ik kies altijd voor kleurige outfits. Die kleuren wekken vreugde en blijheid op.”


Pastoraal beroep verandert snel

De gezondheids- en welzijnssector evolueert snel en van de pastoraal binnen die voorzieningen wordt verwacht dat die beantwoordt aan die nieuwste ontwikkelingen. Waar de pastor vroeger patiënten, bewoners en familie nabij was, moet die nu ook de structuren en het beleid bevragen, interdisciplinair samenwerken en deelnemen aan het ethische overleg. Economische wetmatigheden en de groeiende vraag naar professionaliteit en meetbaarheid zetten de oude zekerheden van het beroep op de helling. De taak van de pastor beperkt zich niet langer tot gesprekken aan het ziekbed, een luisterende zielzorg en de liturgie. Vandaag kan de pastor een deskundige, een coach, een procesbegeleider, een inspirator, een liturg, een visionair en zoveel meer zijn. Zijn job is breder en dieper geworden, complexer en pragmatischer. Ucsia, de pastorale dienst van de Universiteit Antwerpen, de dienst navorming voor gezondheids- en welzijnsvoorzieningen (DNGW) van Caritas Antwerpen en Kerk onder stroom sloegen de handen in elkaar om een studiedag te wijden aan de toekomst van het pastorale beroep. De hoofdreferaten en de workshops gaan in op de verbreding, de verdieping en de pragmatisering van het pastorale werk. (EVL)

De studiedag Ontsluitende zorg. De toekomst van het pastorale beroep vindt plaats op donderdag 17 februari in Hof van Liere, Prinsstraat 13, Antwerpen. Inschrijven kan tot 10 februari via tel.: 03/265.49.60 en marijke.celis@ua.ac.be. Info via www.ucsia.org en www.inspiratiezorg.be. U kan ook meer uitleg vinden in onze agenda