Inzichten uit het doctoraat van Karlijn Demasure

Met dank aan Machteld Reynaert

‘Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen’

1. Wat is seksueel misbruik?

Seksueel misbruik[1]  is
• Seksueel contact of de dreiging ertoe in woorden, gebaren of handelingen van een volwassen persoon met een minderjarige
      - De minderjarige ondergaat of voert de seksuele activiteiten uit
      - Zonder (bewuste) toestemming van de minderjarige
• Een vorm van seksueel geweld door het lichamelijke en relationele overwicht van de volwassene.

2. Waarom pleegt iemand seksueel misbruik?

Een samenspel van verschillende factoren en het doorbreken van een aantal remmingen kan aanleiding geven tot het plegen van seksueel misbruik .[2]

Biologische factoren:
      - deviante seksuele opwinding 
      - het niet scheiden van seks en agressie

ontwikkelingsfactoren (psychoanalytische visies en psychopathologische oorzaken):
  - een niet goed verwerkt oedipuscomplex: doordat men te veel gefixeerd was op het zelf, is de instinctieve erotische binding aan de ouder van het andere geslacht niet goed verwerkt, waardoor niet alleen het verbod op incest, maar ook het verbod op seks met een partner van een andere generatie problematisch wordt
  - een onverwerkte castratieangst: wanneer een jongen voor het eerst geconfronteerd wordt met de geslachtsdelen van een meisje, veronderstelt hij dat de penis en teelballen zijn verwijderd en wordt hij bang dat hem hetzelfde zal overkomen 
  - een tekort aan ouderlijke sensitiviteit: een gebrek in de tegemoetkoming aan de hechtingsbehoefte van het kind, aan de behoefte van troost en bescherming en aan de nood aan exploratie en autonomie 
  - seksueel misbruik als kind: misbruik tijdens de jeugd geeft meer aanleiding tot later pervers gedrag, dit is echter niet noodzakelijk 
  - conditionering: gedrag dat onder bepaalde omstandigheden tot stand komt en een gewoonte wordt. Bijvoorbeeld: fantasieën tijdens de masturbatie kunnen conditionerend werken en zo aanleiding geven tot deviant seksueel gedrag
  - een gebrekkige opvoeding: pedagogische inconsistentie in straffen en belonen, verlating, verwerping of verwaarlozing van het kind leiden tot intimiteitproblemen waardoor men relaties gaat aangaan waar men zelf de baas is
  - een zwakke socialisatie: wanneer men weinig sociale relaties heeft, wordt het moeilijker om interpersoonlijke relaties aan te gaan en gaat men sneller over tot seksuele agressie 

socio-culturele aspecten:
 - patriarchale structuur: mannelijke dominantie en negatieve houding tegenover vrouwen 
 - veranderende gezinsstructuren: de afwezige vader, kind dat gezien wordt/zich moet gedragen als volwassene, …

3. Wie zijn de slachtoffers?

Zowel jongere als oudere meisjes en jongens kunnen op een fysieke of niet-fysieke wijze misbruikt worden.[3] Het misbruik gebeurt meestal op een vertrouwde plaats door een bekende (mannelijke) persoon, al dan niet behorend tot de familie. Misbruik door een familielid weegt doorgaans zwaarder voor het slachtoffer. Kinderen met een bepaald profiel hebben meer risico om misbruikt te worden dan andere kinderen. Het betekent echter niet dat wanneer een kind aan deze beschrijving voldoet, het een onvermijdelijk slachtoffer zal worden van seksueel misbruik. Wanneer het kind voldoende omringd wordt door beschermende factoren, die in een zekere zin weerstand bieden tegen de negatieve invloed van de risicofactor, zal het minder risico lopen om slachtoffer te worden .

Mogelijk profiel van slachtoffers:[4]

• Kinderen die geïsoleerd zijn en behoefte hebben aan aandacht
• Kinderen die in een gescheiden of een tweede huwelijk leven
• Kinderen die reeds misbruikt werden

4. Wie zijn de daders?

Er is heel wat verscheidenheid in de groep van de daders. Er zijn verschillende typologieën mogelijk:[5]

• Gefixeerde daders:
  - Exclusieve gerichtheid op jongens, zowel op sociaal als seksueel vlak
  - Gebruiken weinig geweld
  - Maken een expliciete planning
  - Onderhouden langdurige relaties met hun slachtoffers (tot leeftijdsgrens waarop het kind voor de dader niet meer aantrekkelijk is)

• Niet gefixeerde daders:
  - Transitionele daders: 

  • Laag zelfbeeld
  • Kunnen moeilijk relatie met leeftijdsgenoten aanknopen wegens gebrek aan sociale vaardigheden
  • Richten zich op kinderen vanuit een emotionele onrijpheid
  • Overschrijden normen bewust
  • Voelen zich schuldig over het gepleegde misbruik

- Geregresseerde en situationele daders:

  • Seksueel misbruik van kinderen door acute crisis op professioneel, financieel of relationeel vlak
  • Vaak incestplegers
  • Onderhouden vaak tegelijkertijd een seksuele relatie met een volwassene
  • Misbruiken vaker meisjes dan jongens 

 - Sociopaten:

  • Hebben vaak al meerdere criminele feiten gepleegd
  • Gebruiken vaak geweld
  • Geen exclusieve gerichtheid op kinderen
  • Gebrekkig schuldgevoel

5. Wat zijn de gevolgen van seksueel misbruik voor het slachtoffer?

Aan seksueel misbruik zijn tal van gevolgen verbonden voor het slachtoffer. De omvang van de gevolgen zijn afhankelijk van de leeftijd van het slachtoffer, de duur en de vorm van het misbruik.

Mogelijke gevolgen voor het slachtoffer:[6]

op lichamelijk vlak:

  • slaap- en eetstoornissen
  • psychosomatische klachten
  • lichamelijke letsels
  • seksueel overdraagbare aandoeningen
  • zwangerschap en eventuele abortus

 

• op relationeel vlak:

  • marginalisatie 
  • wantrouwen
  • onvermogen tot trouw
  • seksualisering van relaties
  • rolverwarring
  • onvermogen om grenzen te stellen
  • afhankelijkheid 
  • moeilijk kunnen omgaan met macht

• op psychisch vlak: 
  - In het gedachteleven:

  • dissociatie (het kind slaagt er niet langer in om het positieve en negatieve beeld dat het van zichzelf heeft tot een eenheid te integreren)
  • minimalisering of legitimering van het misbruik

 - In het gevoelsleven:

  • angst 
  • woede 
  • vijandigheid 
  • gevoel van verantwoordelijkheid 
  • schuldgevoel 
  • verlies van integriteit en jeugd

 - In het gedrag: 

  • depressie
  • agressief of slaafs gedrag
  • verslaving
  • prestatiedrang
  • perfectionisme
  • zich ontzeggen van plezier en genot

• op spiritueel vlak: 
  -  verlies aan verbondenheid 
  - negatieve schuldrelatie met het zelf, met de ander en met God 
  - scherpe vraag naar de machtsverhoudingen tussen mensen onderling en tussen de mens en God.

6. Pastorale begeleiding bij kinderen van seksueel misbruik

Voor de eigenlijke pastorale begeleiding van start kan gaan, is het belangrijk dat de pastor een veilige ruimte aanbiedt. Het is belangrijk dat het kind ervaart dat het een omgeving is waar misbruik niet opnieuw mogelijk is. Anders zal er geen mogelijkheid zijn tot herstel. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat het seksueel misbruik moet worden stopgezet wanneer dit nog niet gebeurd is. Ook de thuisomgeving moet het kind als een veilige plaats kunnen ervaren. Tevens is het de taak van de pastor om bij eventuele lichamelijk letsels of psychische symptomen de pastorant door te verwijzen naar een arts. Ook op juridisch vlak mag en kan een pastor stappen ondernemen. Dit ligt echter niet zo gemakkelijk omwille van het beroepsgeheim van de pastor en zijn/haar vertrouwensfunctie. Daarom kan de pastor best eerst vragen aan het kind om het misbruik zelf bekend te maken of vragen dat hij/zij als pastor het misbruik mag aangeven. Wanneer het kind dit niet wil, kan de pastor hem/haar proberen te motiveren om het toch aan te geven. Indien echter het gevaar bestaat dat het misbruik zich opnieuw zou voordoen, is de pastor verplicht – zelfs zonder toestemming van het kind – het misbruik aan te geven bij justitie. Maar ook dan is het aangeraden dat de pastor het kind inlicht over de stappen die hij/zij zal ondernemen.[7]

Enkele aandachtpunten voor de pastor[8] 

• Laat de kinderen zelf het misbruik onder woorden brengen. Ze moeten zelf woorden vinden voor wat er gebeurd is, zelf hun verhaal vertellen. Op deze wijze kan de geheimhouding die door de spreker is opgelegd, doorbroken worden.
• Taal is zeer belangrijk in de pastorale begeleiding. Het is niet altijd makkelijk voor kinderen om de juiste woorden te vinden die hun ervaring uitdrukken. Bestaande verhalen van misbruik kunnen in dit opzicht een hulp zijn. Uit bestaande verhalen kan het kind het verhaal kiezen dat het meest aansluit bij ‘zijn/haar verhaal’.Via het verhaal van iemand anders kan de eigen ervaring aan bod komen.
• Het is belangrijk om het slachtoffer te geloven. Wanneer je het slachtoffer niet (volledig) gelooft, is een pastorale begeleiding onmogelijk.
• Je moet als pastor het misbruik/kwaad erkennen. Enkel zo kan de pastorant inzien dat het misbruik niet zijn/haar schuld is.
• Als pastor moet je bewust zijn van wat seksueel misbruik is, de gevolgen ervan en van je eigen visie op seksueel misbruik. Je eigen mening mag je tonen aan de pastorant. Dit draagt bij tot het helingsproces van de pastorant en vraagt van de pastor een basishouding van echtheid. Echtheid betekent dat de pastor eerlijk is ten opzichte van het slachtoffer en congruent met zichzelf.
• Als pastor zal je steeds een outsider zijn. Je zal nooit volledig het misbruik kunnen begrijpen, ook al probeer je dit wel te doen. In de optiek van de echtheid van de pastor, is het belangrijk dat de pastorant dit zegt tegen het slachtoffer.
• Door te luisteren naar het verhaal van de pastorant en de pastorant steeds opnieuw het verhaal te laten vertellen en erover te laten nadenken, kan de pastorant fragmenten van zijn/haar verhaal plaatsen en betekenis geven.

7. Pastorale begeleiding van de dader

Ook voor de dader moet er pastorale aandacht zijn.[9] Er zijn weinig organisaties die de begeleiding van de dader opnemen. In de begeleiding is het belangrijk dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de dader en de daad. De daad op zich moet veroordeeld worden, maar de dader zelf moet geholpen worden. Om de dader pastoraal te kunnen helpen, is het aangeraden om te weten wat voor soort dader je als pastor voor je hebt. Er is een verschil in de pastorale begeleiding van daders met een sociaal of met een moreel conflict.  In de pastorale begeleiding is het vooral belangrijk dat het systeem van rechtvaardiging van het misbruik, dat de dader meestal hanteert, wordt doorbroken. Misbruikplegers hebben immers vaak de neiging om hun eigen daden goed te praten. Ze hanteren verschillende mechanismen om zichzelf te overtuigen van hun onschuld. Daarnaast is het ook belangrijk dat de dader zich niet alleen voelt en in een isolement verzeilt geraakt. Enkel wanneer er een verbondenheid met de omgeving is, is het mogelijk dat de dader zijn misdaden gaat inzien en niet meer zal overgaan tot seksueel misbruik. De aandachtspunten die hierboven beschreven zijn, kunnen ook nuttig zijn voor de pastorale begeleiding van de dader.  


 [1] Deze omschrijving is gebaseerd op: N. Draijer, De omvang van seksueel misbruik van kinderen in het gezin, in Maandblad voor geestelijke volksgezondheid 40 (1985) 587-608, p. 587-588; N. Draijer, Seksueel misbruik van meisjes door verwanten. Een landelijk onderzoek naar de omvang, de aard, de gezinsachtergronden, de emotionele betekenis en de psychische en psychosomatische gevolgen, Den Haag, 1988, p. 1296; D.N. Oudshoorn, Twee seksueel misbruikte jongens, in O. van der Hart (ed.), Trauma, dissociatie en hypnose, Lisse, 1995, 351-371, p. 351; P. Adriaenssens, L. Smeyers, C. Ivens, B. Vanbeckevoort, In vertrouwen genomen, Tielt, 1998, p. 79; R.R. Ganzevoort & A.L. Veerman, Geschonden lichaam. Pastorale gids voor gemeenten die geconfronteerd worden met seksueel geweld, Zoetermeer, 2000, p. 8; K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 236-237.

[2] Deze factoren zijn overgenomen uit K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 321.
[3] A. Dillen, Veerkracht als concept voor het theologische denken over gezinnen, in Collationes 37 (2007) nr. 4, 357-384, p. 362.
[4] Dit profiel is overgenomen uit K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 322-323, p. 336-337.
[5] De daderprofielen zijn overgenomen uit K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 257-259.
[6] De gevolgen zijn overgenomen uit K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 330-337, p. 411. 
[8] Deze aandachtspunten zijn gebaseerd op K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 330-337, p. 401-455; Elisabeth, basishoudingen in het pastorale gesprek; http://www.pastoralezorg.be/617/tools/themas/seksueel-misbruik/seksueel-misbruik-pastoraal-gesprek.
[9] K. Demasure, Verdwaald tussen liefde, macht en schuld. Pastorale begeleiding bij seksueel misbruik van kinderen, Leuven, Peeters, 2004, p. 412-414, p. 444; Elisabeth, basishoudingen in het pastorale gesprek; http://www.pastoralezorg.be/617/tools/themas/seksueel-misbruik/seksueel-misbruik-pastoraal-gesprek