Het veelluik van Arcabas rond de geboorte en kindertijd van Jezus werd door kardinaal Godfried Danneels aangekocht in 2001 voor de raadszaal van de Belgische bisschoppenconferentie. De kardinaal schrijft over het veelluik: ‘Van de boodschap aan Maria tot het tempelbezoek van de twaalfjarige, gaat de toeschouwer van ‘statie tot statie’, langs soms heel tedere en intieme, dan weer gewelddadige scènes die de eerste levensdagen van Christus hebben getekend.’[1] Arcabas schilderde de polyptiek tussen 1995 en 1997 in zijn atelier. Het veelluik werd op verschillende plaatsen in Europa tentoongesteld vooraleer het zijn definitieve bestemming vond in Mechelen. Het veelluik bestaat uit 11 schilderijen die samen 11,77m lang zijn. Het hoogste schilderij (heilige Maagd met kind) is het middelpunt, met aan weerskanten 5 werken. Een opmerkelijk feit is dat Arcabas zelf de donker houten kaders maakte voor de doeken en ze beschilderde met bladmotieven. Zo wordt de indruk versterkt dat de schilderijen met elkaar verbonden zijn. Arcabas heeft zich voor de polyptiek gebaseerd op de kindheidsevangelies van Lucas en Mattheüs. De schilderijen bewijzen dat Arcabas een schitterend verteller is van de bijbelse verhalen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
‘De verwarring die heerst in het hart van Maria – dat is wellicht het moment van deze dialoog dat de schilder wilde uitbeelden. Dit blijkt met name uit het gebaar waarmee Maria de handen over de borst kruist en tegelijk zichzelf aanwijst. De engel heeft haar net gestoord in haar gebed, ze is hevig geschrokken en zo laat ze van schrik haar getijdenboek uit de handen glijden. Ze durft de boodschapper haast niet aankijken. Gabriël is een jonge man met een woelige haardos (zoals gewoonlijk bij deze schilder); zijn oogverblindende schoonheid herinnert ons meteen aan die van de engelen uit de vroege Italiaanse Renaissance. Gabriël begroet het meisje met een hoofse kniebuiging, waarmee hij te kennen geeft dat hij eer betuigt aan haar die genade gevonden heeft bij de Heer en door Hem uitverkoren is om moeder te worden van de Zoon Gods. Daarna legt de engel haar uit dat de levens- en liefdeskracht van de Allerhoogste over haar zal komen. Het kind dat ze ter wereld brengt, zal van God zijn. Want voor God is niets onmogelijk. Een abstract motief in bladgoud verbindt levendig beide personages en lijkt op Maria’s lichaam te stralen, een aanduiding dat Arcabas hier alludeert op de Ontvangenis.'
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
‘Maria heeft van de engel Gabriël vernomen dat haar nicht Elisabet, die niet meer van de jongste is en in elk geval voor onvruchtbaar wordt gehouden (Lc 1,36), al in de zesde maand van haar zwangerschap is. Ze haast zich naar haar verwante om haar bij de bevalling bij te staan. Het schilderij beeldt uit hoe ze elkaar in de armen vallen, terwijl Zacharias, de man van Elisabet, in de deuropening staat. Hij is nog steeds ‘sprakeloos’ – hij zal immers pas weer kunnen spreken wanneer zijn zoon de voorbestemde naam (Johannes) heeft gekregen, en daarom laat de schilder hem op de achtergrond. Lucas vertelt hoe precies op het ogenblik van de begroeting, het kind van Elisabet en Zacharias van vreugde opspringt. De ongeboren Johannes blijkt daarmee zijn vreugde te manifesteren bij de komst van Maria, die zelf in blijde verwachting is van Jezus.'
|
|
|
|
|
|
‘De boreling slaapt knus tegen zijn moeder aan onder een ruime mantel op het stro van de stal. Drie eerder kleine engeltjes kijken beschermend toe vanuit een glorieuze gouden nis. Het onderste engeltje dat met het hoofdje in de hand het tafereeltje in ogenschouw neemt, herinnert duidelijk aan een engeltje dat Raphaël voor zijn Sixtijnse Madonna laat optreden. Uit de verlichte neusgaten van de os en de ezel (Jes 1,3) komt een warme adem moeder en kind verwarmen. Jozef, die Maria goed heeft ondergestopt en dan een kaars gehaald heeft, moet nu de vlam beschutten voor de tocht. ... Jozefs hoofd is vierkant, een motief dat vaak voorkomt in het oeuvre van Arcabas en zijn benen zijn houterig. Zijn silhouet is door de kaarsvlam met een warme gloed verlicht, ...’
![]() |
![]() |
![]() |
|
‘Men ziet ze hier zoals ze voor Herodes verschijnen, met stalknechten die de drie paarden bij de teugel houden. Het middenste paard trappelt van ongeduld en lijkt te zullen steigeren. ... De Herodesfiguur met zijn sinistere kop, die een allegorie is op de dood, heeft Arcabas eerder al gebruikt in de predella van Saint – Hugues. Hij zetelt hier onder een gebouwtje met renaissance-achtige zuiltjes. Links staat een zwarte koning (uit Ethiopië?), getooid met een diadeem – wat overeenstemt met de gewone klassieke voorstelling, maar de kunstenaar heeft de zwarte koning ook een baard gegeven en dat is dan weer een uiterst zeldzaam detail. De koning met de tulband wijst met de vinger naar een ster. Wellicht vertelt hij Herodes dat hij samen met zijn metgezellen een ster gevolgd heeft die de pelgrims naar Jeruzalem heeft geleid: ‘Wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen’ (Mt 2,2). Paarden verschijnen in het werk van Arcabas meestal met een negatieve connotatie, in een context waar hun dier-zijn van pas komt om dwaasheid of geweld aan de kaak te stellen, of wanneer het oordeel of de dood in het geding zijn.'

‘Zou dit een hymne kunnen zijn aan het adres van de grootmoedige belangeloosheid? We zien een grote kruik met hals en dikke buik, gespleten van boven tot onder, overhellend naar een kant, bijna op het punt zijn inhoud prijs te geven – een streepje leven borrelt al uit zijn heldere binnenkant. En daaroverheen: volle vormen en een verdicht kruis. Aan de voet heeft een zwerm vogels het buitenkansje in de gaten gekregen en smult naar hartelust. De toeschouwer wordt hier eveneens vergast op een zalig festijn vol warme kleuren, en ook hij tast als het ware onmiddellijk toe, al valt de gretigheid die de vogeltjes aan de dag leggen wellicht niet te overtreffen. Zoals bij een vigilie voor een groot kerkelijk feest, neemt ook het geschilderd verhaal even een pauze in acht: de vervulling der tijden is nabij, breekt zelfs al aan, maar dat neemt niet weg dat het leven niet doorgaat en belet geenszins dat vogeltjes fluiten, rondfladderen of graantjes pikken. Arcabas houdt ervan zulke visuele ontspanningsmomenten in te lassen. ... Het schilderij omkranst samen met zijn tegenhanger, het zevende werk in de serie, het volgende schilderij en maakt ons daarvoor ontvankelijk. Het is tegelijk ook een beeld van leven in vrijheid. Het motief van de pikkende vogeltjes is een klassieker in het werk van de schilder uit Chartreuse.'
![]() |
![]() |
![]() |
‘Hier staan we voor het centrale deel van de polyptiek. Dit wordt links en rechts telkens door vijf taferelen geëscorteerd. Onmiddellijk ernaast zien we twee niet-verhalende schilderijtjes, waarmee het samen een triptiek vormt. Maria toont haar Kind aan de Drie Wijzen die erin geslaagd zijn het met zijn ouders te vinden in Betlehem (Mt 2, 11a). Ze presenteert het Kind tegelijk ook aan alle mensen van alle tijden. In zekere zin is Maria ten diepste ‘presentatie van de Heer’, en dat in de meest actieve betekenis van het woord: zij is diegene die zorgt dat Jezus ‘present’ wordt. Dit schilderij biedt daarom ook een visueel resumé van het evangelie: Jezus, God-die-kind wordt, Zoon van God en zoon van Maria, is de redder van de wereld. Hij zal de wereld redden door zijn kruisdood te aanvaarden.
Dit werk behoort beslist tot de sterkste en de meest originele composities die Arcabas ooit heeft voortgebracht. ... Het verhalende ruimt hier baan voor het symbolische. Een soort monnikspij laat alleen het gelaat en de handen van de heilige Maagd vrij. In dezelfde donkere kleur, als was het een tweede paar mouwen, zijn de armen geschilderd van een voor het overige onzichtbare kruis. En toch is het kruis ontegensprekelijk aanwezig: de Kruisiging wordt nog eens extra opgeroepen doordat de arma Christi, de ‘Passiewerktuigen’ aanwezig zijn: vier vlijmscherpe spijkers, een hamer en een nijptang volstaan om ondubbelzinnig de kruisiging en de kruisafneming aan te kondigen. De Menswording, zo vertelt ons dit schilderij, heeft het heil van de mensheid op het oog via Christus’ kruis. De bedachtzame gravitas van de Moeder Gods reflecteert haar voorkennis van wat haar Zoon te wachten staat. Enkele toetsen violet zijn toegevoegd: een kleur die bij Arcabas meestal geassocieerd wordt met de dood.’

‘De drie koningen zijn er niet meer: zonder bij Herodes langs te gaan, zijn ze teruggekeerd naar hun land. Wat overblijft is de lichtende herinnering aan hun verblijf en de geschenken die zij voor het Kind (Mt 2,11b) meebrachten. Die geschenken worden hier bijeengeplaatst: er zijn kruiken gevuld met kostbaar parfum en in een wijde open koffer met een roodborstje op het deksel schittert een goudstaaf. Een visioen van vrede. Maar het zal slechts kortstondig zijn. Nog even klatert in de linkerbovenhoek een regen van veelkleurige ruitjes als een blij applaus – een abstract motief ... . Groepen objecten (beker, kruik, vaas, pepervaatje, fiool) – in het Frans gewoonlijk ‘nature morte’ hoewel het Nerderlands’ stilleven juister is, komen in het werk van Arcabas vaak voor.’
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
‘De slachtoffertjes van de sinistere kindermoord, hier voorgesteld als een moordpartij met de dolk door gehelmde mannen van wie de toeschouwer de blik nooit te zien krijgt – geweld is immers blind – beschouwt de christelijke traditie als echte martelaars. Hun band met Christus is immers heel nauw: om zijnentwil vinden ze voortijdig de dood. De kinderen dragen daarom al een gouden nimbus. Misschien komt het hun moeders wel evenzeer toe ... Het gezicht met wijdopen mond waarmee ze hun afgrijzen uitkrijsen, staat in schril contrast met de tronies van de soldaten waarop alleen een ijzige beslistheid te lezen valt. Links stopt een soldaat zijn wapen weg: zijn werk zit er op. Naast hem staat een jonge wapenknecht die een weinig, maar ook niet meer dan dat, door de wanhoop van de moeders geraakt lijkt. De overigen gaan helemaal op in het sinistere uitmoorden, keer op keer staan beul en slachtoffer tegenover elkaar en gaat de moeder tot het uiterste om het onherstelbare af te wenden.'
![]() |
![]() |
‘Kort voor deze afschuwelijke gebeurtenissen heeft Jozef van Godswege een waarschuwingsdroom gekregen. Onmiddellijk moet hij omwille van Herodes met Maria en Jezus op de vlucht naar Egypte (Mt 2, 13-15). Zo kan hij uit de greep van de moordenaars blijven tot de dood van koning Herodes een feit is. ... De weg slingert tussen rotsblokken door in het verlaten landschap. Met zijn sparren en zijn abrupte bergwanden lijkt dit Egypte als twee druppels water op de bergen van de Chartreuse, rood vlammend in de avondzon. De maan komt op en dit stemt de reizigers angstig: zal ook de nacht in de bergen doorgebracht moeten worden? De schilder heeft de ‘gewijde geschiedenis’ dus overgebracht naar zijn eigen streek. Maar zo hebben schilders het altijd gezien: dit heilig verhaal is steeds actueel en is iets voor alle mensen, voor alle tijden en alle landen.'
![]() |
![]() |
‘Na Herodes’ dood zou Jozef naar huis kunnen terugkeren, maar hij zou er misschien toch niet geheel veilig zijn. Hij oordeelt daarom dat het voorzichtiger is om zijn familie naar een andere stad, Nazaret, te brengen, waar hij als timmerman werk vindt. In zijn werkplaats zien we hoe hij een blok hout doorzaagt dat op een schraag is vastgepind. Het zaagsel valt wervelend naar beneden, Jezus is gegroeid: als een lieve jongen houdt hij een plank vast en een nijptang. Onder de plank liggen de schaafkrullen opgehoopt ... Dit schilderij roept het ‘verborgen leven’ op: de stille jaren van de leertijd.'
![]() |
![]() |
‘Drie wetsgeleerden met een kepeltje op het hoofd luisteren zittend naar Jezus. Het zijn gerimpelde grijsaards met weelderige baarden. Zijn ze verrast? Zijn ze van hun stuk gebracht? Ze lijken eerder onwrikbaar. Het geheel vormt een compacte massa. Misschien mogen we er wel de berg wijsheid en wetenschap van de joodse wet vermoeden en de zee aan voorschriften die deze torah bevat. ... De rabbi die links heeft plaatsgevat kruist zich de enigszins stijve ingers, een voor zijn leeftijd niet ongewoon gebaar. De rabbi rechts bladert in een boek
‘Men ziet ze hier zoals ze voor Herodes verschijnen, met stalknechten die de drie paarden bij de teugel houden. Het middenste paard trappelt van ongeduld en lijkt te zullen steigeren. ... De Herodesfiguur met zijn sinistere kop, die een allegorie is op de dood, heeft Arcabas eerder al gebruikt in de predella van Saint – Hugues. Hij zetelt hier onder een gebouwtje met renaissance-achtige zuiltjes. Links staat een zwarte koning (uit Ethiopië?), getooid met een diadeem – wat overeenstemt met de gewone klassieke voorstelling, maar de kunstenaar heeft de zwarte koning ook een baard gegeven en dat is dan weer een uiterst zeldzaam detail. De koning met de tulband wijst met de vinger naar een ster. Wellicht vertelt hij Herodes dat hij samen met zijn metgezellen een ster gevolgd heeft die de pelgrims naar Jeruzalem heeft geleid: ‘Wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen’ (Mt 2,2). Paarden verschijnen in het werk van Arcabas meestal met een negatieve connotatie, in een context waar hun dier-zijn van pas komt om dwaasheid of geweld aan de kaak te stellen, of wanneer het oordeel of de dood in het geding zijn.'
Over de kunstenaar
Arcabas is het pseudoniem van de Franse religieuze kunstenaar Jean-Marie Pirot (Trémery, °1926). Hij studeerde aan de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts in Parijs en gaf les aan de École des Beaux-Arts in Grenoble. Arcabas heeft met diverse technieken gewerkt (gravure, beeldhouwkunst, mozaïek, tapijtkunst) maar is doorgebroken met schilderkunst. Hij brak door met zijn werken voor de kerk van Saint-Hugues-de-Chartreuse. Van 1969 tot 1972 werd hij als gastartiest uitgenodigd door de Canadese regering en was hij professor aan de universiteit van Ottawa. Terug in Frankrijk stichtte hij het atelier Éloge de la Main. Hij kreeg internationaal tal van opdrachten. Zijn thematiek is overwegend religieus. Hij leeft momenteel in Saint-Pierre-de-Chartreuse (Isère).
Meer info rond deze kunstenaar: http://www.arcabas.com/
Verwijzingen
Bron tekst: François BŒSPFLUG, Et Incarnatus est. Polyptiek van Jezus’ geboorte en kindertijd en andere werken, Halewijn, Antwerpen, 2002. Met dank aan uitgeverij Halewijn voor de toestemming om citaten uit het boek over te nemen.
Bron foto’s: Anne Vandenhoeck. Foto’s genomen in de raadzaal van de Belgische bisschoppenconferentie te Mechelen. Met dank aan archivaris Gerrit Vanden Bosch.
Kijk ook naar het veelluik van Arcabas over de passie van Jezus. Klik hier.
[1] Bron tekst: François BŒSPFLUG, Et Incarnatus est. Polyptiek van Jezus’ geboorte en kindertijd en andere werken, Halewijn, Antwerpen, 2002, p.6.