Je bent hier: Startpagina › Pastor zijn › Algemeen › Zelfzorg pastores

De pastor moet niet alleen voor anderen zorgen, ook voor zichzelf!

Gebaseerd op: Eddy van Waelderen, Wie herdert de herders?, In: Topic, jaargang 8, nr. 1, augustus-september, 2010, p 5-11.


Pastores moeten heel wat werk verzetten en vaak heel wat ver-dragen. In deze tekst blijven we stilstaan bij wat de pastores zelf draagt, wie er voor hen zorgt…
“Pastoraal werk is zonder meer veeleisend en delicaat. Het is geen simpele opdracht in de huidige context met zijn vele verwachtingen en complexe taken. Daarbij heeft een fundamentele omslag plaatsgevonden die je kernachtig zo zou kunnen formuleren: ‘Waar vroeger het ambt de persoon droeg, moet tegenwoordig de persoon het ambt dragen’. Dat vraag veel draagkracht en flexibiliteit, integriteit en diepgang van de pastor. Hoe doe je dat met steeds minder mensen en met toenemende eisen vanuit het werkveld? Als er dan nog een aswolk van schandalen en misbruik over de kerk neerdaalt, is de vraag hoe overeind en nog vruchtbaar werkzaam te blijven. Want pastores en pastorale vrijwilligers, nemen een grote verantwoordelijkheid op, maar zijn geen supermannen en -vrouwen. Wie draagt en ondersteunt hen? Eigenlijk is er nood aan een ‘pastoraat voor pastores’, bestaande uit vele facetten.Vreugde en ongenoegen van de pastor hebben niet alleen te maken met de concrete pastorale setting en werkomgeving. Het heeft ook alles te maken met het al of niet aanwezig zijn van een dragende gemeenschap, een goede collegiale samenwerking, een algemeen pastoraal beleid met visie en nuchter realisme.”

Verschillende facetten

Op beleidsniveau: “Opvang en ondersteuning bij moeilijkheden en conflicten, regelmatige evaluaties en functioneringsgesprekken, goed overleg met het beleid bij de wissels van het leven enz., zijn geen overbodige luxe.”
Op collegiaal niveau: “Tijdig signalen opvangen, elkaar niet overbevragen en er over waken dat de werksfeer niet verzuurt. We kunnen er met z’n allen over waken dat we efficiënt werken, de taak en de opdracht niet uit het oog verliezen, maar ook dat we elkaar blijven meenemen en zorg dragen voor elkaar. Het zal vast en zeker het werk ten goede komen als er even tijd gemaakt wordt om lief en leed te delen, als er aandacht is voor hoe ieder erbij zit, als we ook eens stoom kunnen aflaten, vreugde en ontgoocheling uitwisselen, samen kunnen zingen en feesten, als er positieve en eerlijke feedback gegeven wordt, bemoediging en waardering uitgesproken wordt, etc.” Het gaat erom dat collega’s “kwetsbaar-vruchtbaar’ met elkaar het gesprek aangaan.
Op professioneel/ambtelijk niveau: “Functie, ambt of rol kunnen een heel positieve betekenis hebben. Ze geven een duidelijke setting, kaderen verwachtingen, geven werkmogelijkheden, bekleden met een aan die functie verbonden gezag. Even in je rol kruipen, ook al staat de thuissituatie op stelten, kan de pastor de mogelijkheid bieden om toch nog goed te functioneren, ondanks die persoonlijke zorgen. Kunnen terugvallen op een professioneel kader met zijn knowhow en beproefde methodieken maakt dat de pastor ook niet alles hoogstpersoonlijk moet uitvinden.” Maar we kunnen beroep en ambt ook niet los denken van de persoon van de pastor (volgende puntje).
Op persoonlijk niveau: “Het eerste instrument in het pastoraat is de persoon van de pastor zelf. En daarom is een gezonde zelfkennis onmisbaar. En we mogen daarbij vertrouwen dat Gods Geest ook werkt in gekwetst en gedeukt materiaal. Ken jezelf, en werk aan jezelf. Hoe steek ik in elkaar? Waar liggen mijn kracht en mijn kwaliteiten en waar mijn valkuilen en uitdagingen? Daarop zicht krijgen vraag een levend leren levenslang." Een pastor moet niet alleen gedragen worden door zijn omgeving, maar hij moet daarnaast ook zichzelf dragen. Zichzelf dermate kennen dat hij of zij weet wat hij lichamelijk en spiritueel aan kan. Proberen gezond door het leven te gaan: voldoende bewegen, gezonde voeding, genoeg slaap, sociale contacten buiten het werk, spirituele en intellectuele voeding etc. Wat de laatste twee elementen betreft, zijn er de laatste jaren heel wat initiatieven gerezen wat praktijkbegeleiding en – ondersteuning betreft – denken we bijvoorbeeld aan het boek van Jef Stevens, Anne Vandenhoeck en Erik Herrebosch: Praktijk van pastores. Met het oog op kwaliteit van werk en leven, 2006, Halewijn. “Het gaat om het systematisch bevorderen van de deskundigheid, het gaat om werkoverleg, werkbegleiding, collegiale consultatie, coaching, supervisie en intervisie.” Praktijkbegeleiding hoort bij elk kerkelijk ambt en maakt de kans op vormen van misbruik kleiner.

 Plekken om thuis te komen...

“Altijd maar zorgen voor anderen…zonder voldoende zelfzorg als tegengewicht, hou je dat niet vol. Vaak heeft de pastor zelf nood aan opvang, een luisterend oor, vrienden of terugvalgroepen waar je kunt thuiskomen. Maar dat veronderstelt juist een goede dienstregeling met klare afspraken over werktijd, tijd voor vorming, vrije dagen, enz. In de Nederlandse bisdommen bestaat er zelfs een soort sabatregeling voor pastores. Plekken om thuis te komen… Voor gehuwden is het zaak waakzaam te blijven dat de pastorale inzet het gezin niet nodeloos onder druk zet, maar anderzijds kan deze thuissituatie een kostbare in- en uitvalsbasis zijn voor het pastorale werk. De voorbije jaren werd er veel geschreven over het recht van een gemeenschap op een voorganger, maar moeten we het ook niet omdraaien? Waar vindt een pastor nog een levende gemeenschap? Wie draagt en bemoedigt hem of haar? Wie durft eerlijke feedback te geven? De pastor moet er vandaag, evenzeer als vele christenen naar opzoekgaan."
 

Spirituele voeding

We schreven het al eerder: zelfzorg gaat ook gepaard met spirituele voeding. Met een spiritualiteit die een “geïncarneerde spiritualiteit” is, komen we al een heel eind weg. “Een bezieling voor mensen van vlees en bloed, zoals Jurjen Beumer spiritualiteit zo mooi omschreef. Er is zoveel moeten, maar wie schenkt ons het vermogen om ook met al onze blutsen en deuken toch vruchtbaar te werken? Dat kan alleen als we diep doordrongen zijn van het besef dat Gods mededogen heel de wereld doortrekt en dat we ons daarop kunnen afstemmen en dat we daarin mogen mee bewegen. We zijn slechts Gods werklieden zei Oscar Romero: ‘We kunnen niet alles doen, en dit te beseffen, geeft ons een gevoel van bevrijding’. Het staat ons toe een bepaalde taak aan te pakken en ze zo goed mogelijk uit te voeren. Misschien slagen we er niet in ze te voltooien, maar het is alvast een begin, een stap verder op onze weg’. Veel burnouts bij pastores hebben niet alleen te maken met een te hoge werkdruk, isolement en te weinig erkenning, maar ook met de innerlijke mechanismen van overtrokken verantwoordelijkheidsgevoel, laag zelfbeeld, mateloos willen beantwoorden aan… "(Een goed boek is hier: Verterend vuur. Over burnout in het basispastoraat, 2007, Meinema) "Daarom is telkens weer opengeademd worden door Gods Geest zo belangrijk. Kostbaar is daarbij je eigen beperkingen te kennen, zonder valse bescheidenheid, maar ook zonder overmoed of krampachtigheid. We zijn immers geen bezitters van de wijngaard, maar mederwerkers, particpanten in Gods grote werk met mensen. Dan kan vertrouwen en fierheid in je opborrelen ook al weet je dat je vaak tekortschiet. Dan kan je ook de druk van de agenda, de complexiteit etc. heilzaam relativeren."