De redactie van Koppen ging op bezoek in een joods rusthuis.
Wim Devilder leidt de reportage als volgt in: "Ons land telt twee joodse rusthuizen, rusthuizen die speciaal voor joden zijn ingericht. Het ene staat in Brussel en het andere in Antwerpen. Die tehuizen zijn nogal bijzonder. Er worden alleen kosjere maaltijden geserveerd, er is een lift speciaal voor de sabbat en de ingang is bom en kogelvrij gemaakt. Het rusthuis Apfelbaum-Laub in Antwerpen heeft een jaar geleden zijn deuren ook geopend voor niet-joden, want als een van de enige rusthuizen in het land, had het kamers te veel. Hoe dat gaat, het samenleven van joodse en niet-joodse bewoners, mocht Koppen filmen. Een unieke reportage van Ilse Van Lysebeth, Veerle Deblauwe en Gonda De Beule.
Gebaseerd op de thesis van Michiel Van Aerschot: Ontmoeting in verschil. De uitdaging van interculturaliteit en interreligiositeit in de pastorale zorg in algemene ziekenhuizen in Vlaanderen (juni 2010, promotor: prof. dr. Annemie Dillen). Voor meer info: michiel.vanaerschot@hotmail.com.
Traditioneel kunnen we een onderscheid maken tussen intraculturele pastorale zorg, pastoraalzorg binnen eenzelfde cultuur, bijvoorbeeld wanneer pastor en patiënt beiden Vlaming zijn, en interculturele pastorale zorg. Bij dit laatste gaat het om pastorale zorg tussen twee personen met een verschillende culturele achtergrond. Het mag duidelijk zijn dat een zuivere intraculturele pastorale zorg niet bestaat. "Twee mensen zullen op bepaalde vlakken altijd verschillen in hun culturele achtergrond." In dat opzicht is de reflectie over interculturele pastorale zorg niet zozeer een nieuw domein binnen de pastoraaltheologie, maar wel "een doordenken van het gegeven dat pastor en patiënt verschillende visies en interpretaties kunnen hebben, die niet noodzakelijk met elkaar compatibel zijn". Voordelen aan de interculturele pastorale zorg:
• Het is zowel voor pastor als pastorant een uitdaging en "opportuniteit om te leren van de cultureel andere".
• Het is een "uitgelezen kans om zich bewust te worden van de eigen culturele vooronderstellingen en deze als nodig in vraag te stellen".
• De interculturele pastorale zorg kan aan de andere de ruimte bieden om zich goed te voelen binnen de eigen cultuur en niet gedomineerd te worden door de heersende cultuur.
"Veel misverstanden in de interculturele pastorale zorg zijn het gevolg van stereotypen, vooroordelen en etnocentrisme bij de gesprekspartners. Het is dan ook noodzakelijk om na te denken over manieren om de blik van de pastor te verruimen, zodat deze niet meer in stereotypen denkt, maar de ander in zijn eigenheid naar voor laat komen." Hierbij kan aan de ene kant theoretische kennis over een cultuur en aan de andere kant ervaringskennis een grote hulp zijn. "Kennis hebben over de gewoonten binnen andere culturen of religies biedt als duidelijk voordeel dat de pastor zich niet zo snel zal laten betrappen op flagrante fouten tegen het culturele verwachtingspatroon van de patiënt of diens familie. Wanneer een bepaalde vraag of handeling in een cultuur geheel ongepast is, zoals bijvoorbeeld het aanraken van een joodse vrouw of moslima door een mannelijke pastor in bepaalde strekkingen van deze religies, kan de pastor door kennisverwerving zich hoeden voor dergelijke handelingen." Wel "moet een pastor er steeds waakzaam voor zijn dat hij of zij niet uit het oog verliest dat theoretische kennis slechts een kader schept van mogelijke reacties of ideeën die mensen kunnen hebben. Een individu komt nooit volledig overeen met zijn of haar culturele achtergrond, maar heeft ook nog altijd een persoonlijke dimensie die niet reduceerbaar is tot de cultuur waaruit hij of zij komt." Leren de complexiteit denken, is dus de boodschap, want sowieso is een persoon een mix van allerlei factoren en daarom is het als pastor belangrijk om een persoon altijd in zijn volledige unieke context te benaderen en niet te gaan veralgemenen op basis van voorkennis of vooroordelen. Zo is bijvoorbeeld een moslim, altijd een man, binnen een bepaalde moslimcultuur, binnen een bepaald land, binnen een bepaalde familie, met een eigen persoonlijkheid etc. "Bovendien helpt deze visie ook, wanneer de pastor ze op zichzelf toepast en opmerkt dat hij zelf niet zomaar een ‘neutrale’ positie heeft, maar ook gesitueerd is op verschillende assen van betekenisgeving. Culturen krijgen alleen maar uitdrukking doorheen de mensen die erdoor gevormd worden en deze mensen kunnen op hun beurt evenwel de culturen ook weer vormgeven."
Een gevolg van deze brede visie op cultuur, maakt dus dat intercultureel pastoraat niet zozeer iets is tussen een persoon van een ‘vreemde’ cultuur en een pastor, maar dat alle pastorale contacten op een bepaalde manier intercultureel zijn. De basishouding van de pastor, namelijk een authenthieke empatische benadering, blijft dan ook in deze interculturele pastorale zorg van toepassing. Belangrijker nog dan de theoretische kennis van de cultuur is dan ook of de pastor gemotiveerd is om intercultureel contact aan te gaan, hiervoor moet hij een zekere openheid hebben voor andere denkwijzen en denkwerelden. Hij moet zich weren tegen vooroordelen en iedere mens kunnen benaderen op een ontvankelijke manier, zodanig dat het pastorale gesprek een vrijplaats kan zijn voor de noden en de wensen van de pastorant, ongeacht afkomst, plaats op de sociale ladder, geloof of overtuigingen.
Pastor zijn met oog voor interculturaliteit kan ook een vorm van profetisch pastoraat zijn, wanneer hierbij hulp geboden wordt aan de ‘zwakkeren’ in het systeem. Zwakker in de zin van, minder kennis over de heersende cultuur, de instelling etc., wat kwetsbaarheid met zich meebrengt in de vaak onpersoonlijke zorgsector. Wanneer het pastoraat hier een vrijplaats kan zijn voor vragen, problemen met het beleid en zo meer, biedt dit een grote meerwaarde voor de pastorant en wordt er "zorggedragen voor het christelijke karakter van de instelling". "De pastor kan dan bijvoorbeeld een soort profetische advocatenfunctie spelen bij het beleid voor diegenen die niet in de mogelijkheid zijn om voor hun waardigheid op te komen. Het kan hier evenwel ook gaan om kleine dingen, zoals het ijveren voor brochures in een taal die de patiënt verstaat of rekening houden met de voedingsregels van een patiënt." Een pastor in de interculturele pastorale zorg zou, indien daar ruimte voor is, ook "een profetische taak van maatschappelijke bewustwording" kunnen hebben. Wanneer hij of zij op dagelijkse basis in contact komt met mensen uit verschillende culturen, kan daardoor "een meer genuanceerd, op de praktijk gebaseerd, beeld van hen geven". Bijgevolg kan zijn of haar getuigenis een meerwaarde bieden in het "maatschappelijke debat omtrent multiculturaliteit".
Fragmenten uit een artikel van Hendrik Hoet in Pastorale Perspectieven, maart 2010
Geen twee mensen zijn gelijk. Ze verschillen van geslacht, leeftijd, begaafdheden, karakter enzovoort. Zo hebben ook geen twee mensen dezelfde levensbeschouwing en geloven ze niet op dezelfde manier, zelfs al behoren ze tot dezelfde religieuze traditie of geloofsgemeenschap. Iedere mens dient God op zijn manier en leert – of kan leren – van de manier waarop anderen God of de wereld dienen.
Het verhaal van Kaïn en Abel is het verhaal van iedere mens die moeilijk aanvaardt dat een ander meer geluk heeft in het leven. Abel lijkt meer geluk te hebben dan Kaïn, maar in plaats van met zijn broer te spreken en hem bijvoorbeeld om hulp te vragen, vermoordt Kaïn hem. Maar de moord maakt hem niet gelukkiger. Het boek Genesis is onder meer het verhaal van hoe broers stilaan met vallen en opstaan leren om gelukkig te zijn. En het vervolg van de bijbel vertelt hoe de broederlijke solidariteit die binnen één familie geldt, best uitgebreid wordt tot een nationale solidariteit, waarbij de leden van de andere stammen ook behandeld worden als broers en zussen van één en hetzelfde volk. In en na de ballingschap groeit dan langzaam het besef dat alle volkeren kinderen zijn van één internationale familie.
In hoofdstuk 12 van zijn eerste brief aan de christenen van Korinte vergelijkt Paulus een samenleving met een lichaam: ieder lid is anders en heeft een eigen rol en draagt op zijn eigen manier bij tot het leven van het geheel. Niet ondanks, maar dankzij hun onderlinge verschillen kunnen mensen gelukkig samenleven. Wanneer Paulus daarna in het bekende hoofdstuk 13 van dezelfde brief de liefde bezingt en aanprijst als de hoogste weg, dan beschrijft hij de houdingen van geduld, eerbied, openheid, luisterbereid etc., die nodig zijn voor elke ontmoeting en iedere samenwerking, zowel van individuele personen als van groepen, gemeenschappen en volkeren.
Om de mens te helpen in vrede en goede verstandhouding samen te leven met de andere kinderen van God en met heel Gods schepping, is de Messias gekomen. Volgens de bijbel is de Messias de koning die in Gods naam vrede en gerechtigheid onder de volkeren brengt. “Geen tranen en geen dood meer”, zoals de profeten het formuleren (Js. 25,8; Opb. 1,4). Voor de christenen is die Messias gekomen in Jezus van Nazaret, die werd gekruisigd, maar die door zijn liefde op het kruis de dood overwon. Met Jezus is het Rijk Gods van vrede en gerechtigheid begonnen. Dat wil zeggen: waar men leeft in Jezus’ Geest is dat Rijk van leven en geluk aangebroken: niet morgen, maar nu al.
De interlevensbeschouwelijke samenwerking heeft vanuit christelijk standpunt geen andere bedoeling en bestaansreden dan het Rijk Gods te kunnen beleven. Christen zijn, Jezus navolgen, leven in Jezus’ Geest is niets anders dan getuigen van Gods liefde, werktuigen zijn van Gods liefde voor iedereen. Voor iedereen, dus voor de zwaksten en de meest bedreigden eerst. En ook voor de vijand (Mt. 5,44; Lc.6,27-35). De vijand is diegene waarmee geen samenwerking mogelijk is. Mijn vijand beminnen is alles doen wat in mijn mogelijkheden ligt opdat hij of zij zou gelukkig zijn. We zijn geroepen om zelf steeds meer werktuigen te zijn van God die liefde is (1Joh 4,8), want God heeft geen andere handen dan de onze. De samenwerking die van mensen gevraagd wordt, is een samenwerking om de door de Messias aangeboden vrede te aanvaarden. De samenwerking begint met het werken aan zichzelf. De interlevensbeschouwelijke samenwerking vraagt niet van de ander dat hij vertrekt met dezelfde ideeën en voorwaarden als ik, maar ze bestaat erin samen de vrede te vinden waar ze te vinden is: in de menselijkheid zoals ze geïncarneerd is in Jezus. De christelijke gemeenschap leert uit Handelingen van Apostelen dat het geluk en het Rijk Gods niet afhangen van besnijdenis en andere Mozaïsche overleveringen, maar van een leven in vertrouwen op Gods liefde, zoals die in Jezus transparant is geworden (Rom. 1, 16-17).
Het verhaal van het apostelberaad in Handelingen toont ook hoe een overleg te werk kan gaan voor een goede samenwerking. Er wordt bij een conflict een oplossing gezocht door te gaan samen zitten, te getuigen van wat men heeft meegemaakt en te luisteren naar elkaars levensverhalen, maar ook naar de Schrift. Met woorden en niet met wapens wordt een oplossing gezocht voor het conflict. Paulus verwoordt misschien nog het best wat de implicaties zijn van de bijbelse openbaring dat God de Vader van alle mensen is, wanneer hij schrijft dat: “er geen Jood of Griek meer is, geen slaaf of vrije, geen man noch vrouw”, of “er is geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens”, want onze diepste identiteit ligt niet in onze nationaliteit of cultuur, niet in onze afkomst of religieuze praktijken, niet in ons geslacht, onze sociale of economische status, niet in onze graad van geleerdheid of wat ook, maar alleen in het feit dat we geliefde kinderen zijn van God.