23 september 2010 - Onze eigenste dr. Anne Vandenhoeck, wetenschappelijk medewerker en supervisor aan het Academisch Centrum voor Praktische Theologie K.U.Leuven en stafmedewerker van het vicariaat Caritas te Brugge, is verkozen tot coördinator van het European Network for HealthCare Chaplaincy (ENHCC), een Europees netwerk van meer dan dertig landen dat de koppen bij elkaar steekt rond pastoraat in de gezondheidszorg. Elisabeth zocht haar op met een aantal vragen rond haar kersverse aanstelling.
Een tevreden Anne Vandenhoeck in Londen
ELISABETH: Had je dit coördinatorschap zien aankomen?
VANDENHOECK: Ik had hier en daar wel al horen waaien dat mensen mij gingen voorstellen als kandidaat, wat dan ook gebeurd is. De vorige coördinator is eveneens komen toetsen of ik dit zou willen. En uiteindelijk ben ik er wel blij mee! Ik voel dan ook heel veel dankbaarheid omdat dit coördinatorschap een bevestiging is van mijn werk en inbrengen van de afgelopen jaren in het ENHCC. Aan de andere kant overweldigt het me ook wel en denk ik van ‘oei’ ga ik dat wel kunnen, ga ik de groep wel bij elkaar kunnen houden in al zijn pluraliteit.
ELISABETH: Wat houdt de aanstelling voor jou concreet in? Wat ga je moeten doen?
VANDENHOECK: Mijn hoofdtaak zal zijn om mogelijkheidsvoorwaarden te creëren zodat verschillende chaplaincy’s zich aan elkaar kunnen verrijken, van elkaar kunnen leren. Gelukkig moet ik dit niet alleen doen, ik heb ook een team van zes mensen (committee) die verkozen zijn om mij te helpen. Zoals bijvoorbeeld de organisator van het volgende congres en die van het vorige congres. Ook professor Axel Liégeois is verkozen als ‘committee member’ voor de volgende twee jaar. Samen met hen ga ik nadenken over het verder uitbouwen van het netwerk. En ook administratief en technisch is er veel hulp via een webmaster en een schatbewaarder. Qua nieuwe dingen denken we er bijvoorbeeld aan om een Europese onderzoeksbank, gespecialiseerd in het onderzoeken van spirituele zorg, op te zetten zodat elk land kan gebruikmaken van reeds bestaand onderzoek rond pastoraat. Dat lijkt mij enorm waardevol omdat landen op die manier van elkaars expertise kunnen gebruikmaken en op bepaalde vlakken niet van nul moeten beginnen. Ik denk spontaan aan het voorbeeld van Schotland, waar men beschikt over een uitgewerkte vorm van casestudies binnen het pastoraat, die ook heel nuttig zouden kunnen zijn in andere landen.
ELISABETH: De vorige coördinator was een Grieks orthodoxe priester, nu word jij het als katholieke leek. Weerspiegelt dit goed de geest van deze organisatie?
VANDENHOECK: Ja, toch wel. Ik denk dat father Stavros Kofinas een heel bezielend en profetisch man is geweest in zijn tien jaar van coördinator zijn, maar er was een zeker verlangen om ook eens een vrouw en een leek in deze positie te zien. Verder denk ik ook dat het niet slecht is dat elk van de religies eens aan bod kan komen in het leiderschap. Dat geeft een grote rijkdom.
ELISABETH : Het congres wordt tweejaarlijks georganiseerd, is dat genoeg?
VANDENHOECK: Ja, want we proberen meer te doen dan een tweejaarlijks congres organiseren. Er is de website, er zijn de informele contacten en tussentijdse congressen die elk land zelf organiseert. Ook gaan mensen vanuit het netwerk lezingen geven in andere landen. Er wordt met andere woorden niet stilgezeten.
ELISABETH: Het Europees netwerk bestaat nu al tien jaar. Zijn ze goed bezig geweest vind je?
VANDENHOECK: Ze komen al zeker twintig jaar samen, maar pas sinds tien jaar kan je spreken van een officiële vereniging met eigen statuten. Qua realisaties ben ik zeer blij dat zij een ruimte gecreëerd hebben waar spirituele zorgverleners en vormingsverantwoordelijken uit verschillende Europese landen van elkaar kunnen leren. Op die manier zijn ook sterke vriendschapsbanden ontstaan die constructief werken. Ten tweede heeft het netwerk zeker een functie gehad voor landen waar het pastoraat nog moest beginnen, zoals in heel wat Oost-Europese landen na de val van de muur. Dankzij het netwerk waren er bijvoorbeeld standaarden voor spirituele zorg voorhanden voor die landen. Het ENHCC heeft er ten derde ook voor gezorgd dat er goede relaties werden opgebouwd met de zendende religieuze gemeenschappen zoals met het oecumenisch patriarchaat, recent met de pontificale raad voor de gezondheidszorg of met de leiders van de CEC (Conference of European Churches). Ten vierde heeft het netwerk ook een belangrijke rol gespeeld in het promoten van het beroep op Europees vlak of op lokaal staatsvlak. Zo heeft de commissaris van gezondheidszorg van de Europese Commissie door toedoen van ons netwerk een initiatief opgestart rond palliatieve en spirituele zorg. Maar ik denk dat we nog veel meer kunnen doen, dat er nog veel meer potentieel zit in de verschillende landen en dat het dan ook de uitdaging blijft om dat eruit te halen.
ELISABETH: Je aanstelling is voor een periode van 4 jaar. Wat zou je graag verwezenlijkt zien?
VANDENHOECK: Ja, die onderzoeksbank waar ik hierboven al over sprak en we denken ook aan een periodiek tijdschrift en een facebookpagina. Daarnaast wil ik ook zeker de tussentijdse contacten blijven verzorgen en er tegelijkertijd voor zorgen dat de culturele eigenheid van elke uitbouw van spirituele zorg bewaard blijft en gewaardeerd wordt, want soms zijn de lokale situaties gewoon totaal anders en kan je niet simpelweg gaan kopiëren. Bijvoorbeeld in Zweden wordt het pastoraat georganiseerd vanuit de lokale gemeente, daar is het dus de gemeente die een pastor aanneemt voor een ziekenhuis en hem of haar naar dat ziekenhuis zendt. Dat is heel goed systeem voor de situatie in Zweden, maar dat kan niet zomaar geëxporteerd worden en dat hoeft ook niet. Ik wil zoveel mogelijk uit mijn bevoorrechte positie halen om het pastoraat van de gezondheidszorg in Vlaanderen te verrijken. Het is ook fijn voor de oprichting van de beroepsvereniging dat ik nu gemakkelijk toegang heb tot beroepsverenigingen in andere landen.
ELISABETH: Heb je er zin in?
VANDENHOECK: Ja, het kriebelt heel erg. Ik kan niet wachten tot de webmaster terug thuis is uit verlof om te zeggen van ‘let’s go’. Ik wil ook iedereen zo snel mogelijk een bedankbrief sturen. Het zal heel leuk zijn om van start te kunnen gaan!
ELISABETH: Alvast heel veel succes gewenst en nog eens proficiat!