Binnen het pastorale werkveld wordt er onderscheid gemaakt tussen territoriaal en categoriaaal pastoraat. Met territoriaal pastoraat wordt pastoraal werk bedoeld dat gebonden is aan een bepaald territorium - grondgebied. Dit kan een parochie zijn, maar ook een federatie, een bisdom of een stad. Categoriaal pastoraat is pastoraal werk voor een specifieke doelgroep, zoals bijvoorbeeld patiënten in een ziekenhuis, bewoners van een woon- en zorgcentrum of gedetineerden in een gevangenis. Gezins- en jeugdpastoraal richten zich tot specifieke doelgroepen, maar zijn tegelijk vaak enigszins ingebed binnen territoriale structuren zoals een parochie, decenaat of bisdom. Omdat het takenpakket verschilt tussen het territoriale en categoriale pastoraat worden in sommige bisdommen verschillende opleidingspakketten uitgewerkt.
Deze vraag krijgt een ander antwoord in de context van christelijke voorzieningen dan in de context van pluralistische voorzieningen. In christelijke voorzieningen dient een pastor zich niet enkel op de expliciete vraag toe te spitsen. Meer zelfs, het is zijn of haar taak om ook zelf naar de mensen toe te stappen. Niet alleen om het pastoraat meer zichtbaar te maken in de zorgsector, maar ook omwille van het feit dat vele mensen niet weten dat er een pastor is en wat het beroep inhoudt. Ze zullen dus niet uit zichzelf een pastor laten komen, maar zijn mogelijk wel heel tevreden met zijn of haar bijdrage. Bovendien is er vaak een drempel om naar een pastor toe te stappen vanwege interne (bv. angst), maar ook externe (bv. sociale druk) vooroordelen. Daarom is het van belang dat een pastor op eigen initiatief naar de mensen durft te stappen. Op deze manier weten de mensen ook dat er steeds iemand aanwezig is die met hen begaan is en waar men geheel vrijblijvend op kan terugvallen.
Een eerste risico hangt samen met de empathische opstelling van de pastor. Hij of zij slaagt er niet altijd in om de grenzen te bewaken. De pastor kan zich quasi vereenzelvigen met de gesprekspartner en als het ware ‘meelijden’. Hiermee is de gesprekspartner niet altijd gebaat en de pastor wordt daarbij kwetsbaarder voor een burn-out. Soms is een pastor ook te weinig empathisch en stelt hij of zij zich te afstandelijk op.
Een ander risico heeft te maken met het respect voor het verhaal van de gesprekspartner. Een pastor hoort steeds recht te doen aan de gevoelens en ervaringen van de gesprekspartner, maar in sommige gevallen bagatelliseert een pastor deze gevoelens of geeft de pastor de indruk aan de gesprekspartner dat zijn of haar verhaal het zoveelste in de rij is en alles wel gewoon terug goed komt.
Ook is het niet gemakkelijk voor een pastor om een evenwicht te vinden tussen het bewaren van de eigen identiteit en in te spelen op de noden van de gesprekspartner. Wanneer een pastor een individueel gesprek aangaat met de pastorant, moet die ervoor behoedzaam zijn niet te vervallen in een louter therapeutisch gesprek. Pastores zouden bijzondere aandacht moeten hebben voor het spirituele aspect in het verhaal van mensen. kerugmatische (verkondigende) gesprekken zijn gevaarlijk omdat dit mogelijk een enorm grote drempel vormt in een gedetraditionaliseerde en pluralistische samenleving en niet altijd recht doet aan de ervaringen en noden van de gesprekspartner.
Belangrijk is de aandacht voor de gehele mens. Het is eveneens belangrijk dat een gesprek een goed begin en einde kent en enigszins opgebouwd wordt.
De katholieke pastor heeft in het zorgpastoraat aandacht voor de spirituele dimensie, als een onderdeel van de aangeboden totaalzorg, van de ander. Hierbij wordt vanuit een open christelijk referentiekader vertrokken, waarbij er ruimte voor dialoog met niet expliciet christelijke interpretaties is. Bovendien kadert het pastorale gesprek ideaal gezien in een groeiperspectief. Het gaat daarbij om persoonlijke groei, waar het spirituele en meer specifiek nog het religieuze ook deel van kan uitmaken.
We kunnen stellen dat het woord ‘God’ niet telkens moet, maar wel mag vallen. Als ‘God’ dan ter sprake gebracht wordt door de pastor, dient dit op gepaste wijze te gebeuren. Dit betekent met respect voor de geloofsovertuiging van de gesprekspartner en vanuit een authentieke beleving van de eigen spiritualiteit van de pastor. Soms is er een groot verschil tussen de religieuze beleving van de pastor en de gesprekspartner. In dat geval krijgt de beleving van de gesprekspartner voorrang.
Eerst en vooral is het belangrijk te luisteren naar het uitgesproken godsbeeld van de patiënt zonder dat te willen veranderen. Het kan nooit de bedoeling zijn om de bewoner, patiënt of cliënt te kwetsen, respect voor diens eigenheid staat centraal. Toch hoef je als pastor niet zonder meer mee te gaan in deze voorstelling als die niet overeenstemt met je eigen beeld. Waar het past, kan je wat delen van jouw Gods- of kerk- en geloofsbeeld. Het staat je gesprekspartner vrij om hier al dan niet iets mee te doen.
Het is een reëel gegeven dat heel wat mensen vorm willen geven aan rituelen zonder een expliciete duiding of verwijzing naar God. Op het eerste zicht lijkt dit problematisch vanuit het standpunt van katholieke pastores, maar anderzijds biedt het voor de pastor ook kansen om te getuigen van zijn of haar geloof, en uit te leggen aan de (veelal onwetende en/of vooroordeelhebbende) pastorant. Belangrijk is dat de pastor respect opbrengtt voor de visies van pastoranten. Het geloof is immers een vrije keuze en mag geenszins gedwongen worden. Soms zal het mogelijk zijn om de twee posities (van pastor en pastorant) in gesprek dichter bij elkaar te brengen. Een ritueel vorm geven met mensen die verlies lijden en graag hun persoonlijke levensovertuiging uitgedrukt zien, kan bijgevolg een evenwichtsoefening zijn. De pastor verloochent de eigen traditie niet, maar schept zoveel mogelijk ruimte voor de expressie van de levensvisie van de betrokkenen. In vele gevallen begrijpen mensen dat de pastor zichzelf niet kan verloochenen vanuit zijn of haar authentieke betrokkenheid bij hun lijden en het wederzijds respect dat daaruit groeit.
De (oneindige) verantwoordelijkheid die van het gelaat van de pastorant uitgaat (Levinas), wordt begrensd door de verantwoordelijkheid die de pastor ten aanzien van zichzelf heeft. Er zijn diverse manieren om jezelf te begrenzen en de eigen draagkracht te ‘verhogen’. Meer nog, het is de verantwoordelijkheid van de pastor om te zoeken naar wat in dit perspectief bij de eigen inspiratie en context aansluit. Enkele voorbeelden zijn: gemeenschappelijk of individueel gebed, persoonlijke reflectie, intervisie en supervisie, zich verder bekwamen (literatuur, studiedagen…), tijd nemen voor zichzelf en de eigen omgeving, gezonde eigenliefde, zingen, bewustzijn van de eigen kwetsbaarheid en onmacht, taken aan collega’s durven geven, registratie als vorm van verwerken,... Ook het (h)erkennen van een zekere wederkerigheid in de relatie kan de draagkracht versterken.
Wanneer het afdelingspersoneel niet openstaat voor de aanwezigheid van een pastor zijn hier meestal redenen voor. Het is mogelijk dat het personeel een moeilijke relatie had met een vorige pastor. Het kan ook zijn dat het personeel reageert tegen de pastor als vertegenwoordiger van de kerk als instituut. Een andere mogelijke reden is een gebrek aan kennis van wat pastoraal werk is. Voor buitenstaanders is het niet altijd evident wie een pastor is en wat hij of zij doet. Hierdoor kan de aanwezigheid van een pastor overbodig of bedreigend aanvoelen. Daarom is het belangrijk dat pastores in dialoog te treden met het andere personeel op een afdeling. Transparantie over de functie, de taken, de inspiratie en beweegredenen zorgt ervoor dat personeelsleden minder gereserveerd zijn en meer openstaan. Bovendien is het goed om als pastor een open, geduldige en luisterbereide houding aan te nemen. Ook humor en een dosis zelfrelativeringsvermogen kunnen hierbij helpen.
Aanwezig zijn op een teamvergadering kan vele voordelen hebben. Voor een pastor kan een teamvergadering het moment zijn waarop patiënten naar hem of haar worden doorverwezen. Zelf kan hij of zij op basis van de bespreking signalen dedecteren die erop wijzen dat een patiënt het bezoek van de pastor zou kunnen waarderen. Interdisciplinaire teamvergaderingen bijwonen is voor een pastor een tijdsrovende zaak. Hij of zij heeft immers meer dan één afdeling. Vele pastores kunnen daarom niet elke teamvergadering bijwonen. Interdisciplinaire teamvergaderingen kunnen zinvol zijn omdat een totaalbeeld van de patiënt naar voren komt. In functie van integratie is het bijwonen van teamvergaderingen eveneens belangrijk. De andere zorgverleners leren de pastor beter kennen.
Pastor zijn vraagt om professionaliteit en vakbekwaamheid. Dit houdt in dat je als pastor moet beschikken over een aantal basisattitudes en communicatieve grondhoudingen die eigen zijn aan het pastor-zijn. Een van deze basisattitudes is het meertalig-zijn. Dit betekent dat je als pastor over verschillende jargons moet beschikken (spirituele taal, sociale taal, wetenschappelijke taal, …) opdat je zowel met de patiënten alsook met de zorgverleners zinvol zou kunnen communiceren . Als pastor wordt dan ook van je verwacht dat je in staat bent de vertaling te maken van de medische wereld naar de wereld van de pastorale zorg en omgekeerd. Wat medische achtergrond van de pastorant vergemakkelijkt de gesprekken. Elementaire basiskennis van medische termen, gebruiken en gewoonten van artsen, verpleegkundigen en paramedici stellen je als pastor in staat je meer te integreren binnen de zorginstelling en zorgverlening .
Wanneer er conflicten heersen tussen pastores onderling of binnen een pastoraal team, is het aangewezen dat deze conflicten en spanningen geëxpliciteerd worden, zij het met grote voorzichtigheid, zodat onderhuidse misverstanden en verwarring vermeden kunnen worden. Het inschakelen van een neutrale derde partij kan hierbij behulpzaam zijn. Vaak zijn er in de voorziening mensen werkzaam die hiervoor kunnen aangesproken worden. Soms is externe bemiddeling aangewezen.
Daarenboven is het goed om het conflict te benaderen vanuit een positieve ingesteldheid. Naast de negatieve factoren die samenhangen met conflicten en spanningen zijn er ook positieve aspecten. Zo zien we bijvoorbeeld dat verschillende opvattingen over de aangewezen houding van handelen vaak voortkomen vanuit een oprechte betrokkenheid op de goede afloop van de handeling. Men brengt de actie graag tot een goed einde, en in de bezorgdheid hierover hangt men vast aan de methode die men juist acht. Dit kan conflictueus zijn, maar leert ons ook dat de betreffende pastores het oprecht goed menen. Een positieve benadering van het conflict doet ons ook kijken naar de verschillende perspectieven die je kan innemen binnen het conflict, en in het algemeen: de verschillende perspectieven die je kan innemen in het pastoraal handelen (denk hierbij maar aan het concept van meerzijdige partijdigheid van Nagy).
Voor meer informatie over dit thema, kan u binnenkort het volgende boek aankopen: D. POLLEFEYT & A. DILLEN (ed.), Ga nu allen in vrede! Omgaan met macht en conflicten in pastorale contexten, Leuven, Davidsfonds, 2010.
Het is de taak van pastores om diegenen die euthanasie ter sprake brengen “een professionele en specifiek pastorale begeleiding aan te bieden. Pastores doen dit niet alleen, maar in samenwerking met andere zorgverleners.” “Het begeleidingsproces van patiënten, cliënten of bewoners die om euthanasie vragen, bestaat uit drie aandachtspunten” : 1) het voorop stellen van de beschermwaardigheid van het leven, 2) het ernstig nemen van het verzoek van de patiënt (autonomie) en 3) het uitbouwen van een zorgrelatie. We verklaren nader:
1) “Het christelijk standpunt heeft belangrijke consequenties voor christelijk geïnspireerde zorgvoorzieningen. Het is belangrijk dat pastores dit standpunt tijdig en expliciet meedelen aan de patiënten.” Een pastor dient immers te streven naar de grootst mogelijke transparantie.
2) Het tweede aandachtspunt is het verzoek van de patiënt ernstig nemen. Luisteren, zich inleven en trachten de vraag te begrijpen, zijn tekenen van respect voor de patiënt. “Het is ook een eerste vorm van zorg omdat het de patiënt helpt zijn of haar vraag te verwoorden en te plaatsen in een bredere context.” Het is belangrijk dat familie en vrienden van de patiënt betrokken worden bij het begeleidingsproces rond euthanasie. Dit gebeurt in overleg met de patiënt.
3) Het uitbouwen van een zorgrelatie met de patiënt is een derde aandachtspunt in de begeleiding. Het proberen te onderscheiden (samen met de patiënt en eventueel andere naastbetrokkenen), van eigenlijke en oneigenlijke vragen om euthanasie is heel belangrijk. “Het beluisteren en ernstig nemen van de vraag om euthanasie en het helpen verhelderen van de onderliggende betekenissen en vragen is een heel belangrijke vorm van zorg en ondersteuning. In vele gevallen krijgt de vraag om euthanasie daarmee een plaats in de leefwereld van de patiënt. De vraag om euthanasie wordt minder dringend en verdwijnt soms.”
Pastorale zorg kan begrepen worden als een vorm van diaconie, een dienst aan alle mensen en dus ook aan niet-gelovigen. Concreet kan deze dienst erin bestaan om er te zijn voor mensen in moeilijke situaties, te luisteren, maar ook door het stellen van vragen of andere interventies de mens te helpen om zijn of haar persoonlijke leefwereld als zinvol te ervaren, of net om hem of haar te leren omgaan met de schijnbare zinloosheid van het bestaan op dat moment. Belangrijk is hierbij dat geen opdringerige houding aanwezig is, maar dat de visie van de andere als uitgangspunt wordt genomen. Kortom, het is niet de bedoeling om als pastor mensen te bekeren tot jouw persoonlijke geloofsvisie, maar om in naam van de kerkgemeenschap aanwezig te zijn bij mensen en met hen op weg te gaan.
Eerst en vooral veronderstelt een pastorale houding van presentie, ‘er zijn voor mensen’, niet dat de gesprekspartner dezelfde levensbeschouwing heeft. Pastoraal kan begrepen worden als het helpen uitklaren van de persoonlijke spiritualiteit van mensen in het zicht van de concrete (moeilijke) situatie waarin zij zich bevinden. De pastor werkt vanuit een christelijke inspiratie, maar dit staat niet in de weg dat het concrete gesprek als onderwerp een andere spirituele beleving kan hebben. Net zoals bij christelijk gelovigen kan een pastoraal gesprek hier ondersteunen, uitklaren, versterken of aanzetten tot actie. Hiervoor hoeft een levensbeschouwelijke overeenkomst tussen de patiënt en pastor niet aanwezig te zijn. Bovendien kan het in zo’n situatie ook gebeuren dat door de (mogelijke) confrontatie van de twee geloofsovertuigingen er van elkaar geleerd wordt en op die manier kan een verrijking van het eigen geloof ontstaan.