Basishoudingen in het pastorale gesprek

Slachtoffer

naar boven

Valkuilen voor de pastor bij een te sterke identificatie met het slachtoffer

Pastores zijn veelvuldig getuige van geweld door schokkende verhalen. Hoewel er nog niet veel onderzoek naar gedaan is, zijn er twee valkuilen die pastores moeten vermijden binnen de pastorale begeleiding:

  • Pastores kunnen te empathisch zijn. Hierbij bestaat het risico dat de pastor zich het leed van het slachtoffer eigen maakt, wat leidt tot compassion fatigue.
  • De tweede valkuil omvat de burn-out waarbij energy-depletion ontstaat. Dit laatste ontstaat doordat de pastor zoveel steun geeft totdat hij of zij zelf niet meer kan.

Bronvermelding: Vrij naar E. DE HOUWER, Pastoraat en huiselijk geweld tegen kinderen. Studie van het werk van Ruard Ganzevoort, bachelorpaper, Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, K.U.Leuven, 2008.

naar boven

Kwaad erkennen

Het is zeer belangrijk om het kwaad te erkennen: het slachtoffer wil dat zijn of haar gekwetstheid erkend wordt. Wanneer je dit als pastor erkent, kan de pastorant ook inzien dat de gebeurtenissen niet zijn of haar schuld zijn, maar dat er sprake is van een context waarin het kwaad zich situeert. Enkel wanneer de pastor dit kwaad benoemt, kan de pastorant zich verzetten tegen de machten van het kwaad.

Bronvermelding: Vrij naar E. DE HOUWER, Pastoraat en huiselijk geweld tegen kinderen. Studie van het werk van Ruard Ganzevoort, bachelorpaper, Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, K.U.Leuven, 2008.

naar boven

Veiligheid en autonomie

Het slachtoffer heeft nood aan veiligheid en autonomie. Daarom is het van fundamenteel belang dat de pastor een veilige ruimte biedt aan de gesprekspartner. Deze veiligheid kan enkel bereikt worden wanneer de pastor eerlijk en open met de eigen macht omgaat. De pastor moet zich ook bewust zijn van zijn of haar machtsverhouding ten opzichte van de pastorant en ervoor zorgen dat hij of zij deze macht niet misbruikt. Hierbij speelt ‘empowerment’ een belangrijke rol. Binnen deze benadering bekijkt de pastor het slachtoffer als een volwaardig mens, die in staat is de verantwoordelijkheid voor het eigen leven te dragen. Daardoor krijgt het slachtoffer meer autonomie en zal hij of zij zich meer serieus genomen voelen. Binnen die autonomie heeft het slachtoffer ook nood aan verbondenheid. Dit heeft vooral te maken met het feit dat er weinig of geen warmte binnen het gezin aanwezig is.

Bronvermelding: Vrij naar E. DE HOUWER, Pastoraat en huiselijk geweld tegen kinderen. Studie van het werk van Ruard Ganzevoort, bachelorpaper, Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, K.U.Leuven, 2008.

naar boven

Pastor als outsider

De pastor probeert het slachtoffer zo goed mogelijkte begrijpen, maar dit wil niet zeggen dat de pastor het slachtoffer volledig kan begrijpen. Er is altijd een grens tussen mensen die iets meegemaakt hebben en mensen die dat niet hebben meegemaakt. Het gevaar is echter dat er een insidercultuur ontstaat: mensen die iets hebben meegemaakt krijgen het gevoel dat buitenstaanders dit niet begrijpen. In die zin kan het helpen om door te verwijzen naar zelfhulpgroepen, omdat het delen met lotgenoten als verrijkend ervaren wordt.

Een insidercultuur helpt echter niet altijd, omdat het moeilijk wordt om afstand te nemen van het verhaal en van de beleving. Enerzijds moet het verhaal erkend worden, omdat het slachtoffer dan het gevoel krijgt dat hij of zij gehoord wordt. Anderzijds heeft pastorale zorg tot doel om een aantal basisassumpties met betrekking tot de wereld te herstellen (bv. de buitenwereld is betrouwbaar, God is goed, ...). Hierbij kan een outsider-blik behulpzaam zijn, omdat de outsider emotioneel minder verbonden is met het verhaal. Als men enkel bij de beleving blijft stilstaan, wordt het moeilijk om stappen te zetten naar heling en herstel.

In dit verband kunnen we ook spreken van het gevaar van victimisme. Het slachtoffer kan zich zo gaan vereenzelvigen met het slachtoffer-zijn, dat het een essentieel onderdeel gaat uitmaken van zijn of haar identiteit. Hier blijft het slachtoffer passief en ondergaat hij of zij alles wat hem of haar overkomt. Pastores zien het echter als hun taak om het slachtoffer te bekrachtigen om opnieuw verantwoordelijkheid voor het eigen leven op te nemen (we spreken in dit verband over empowerment). Dit betekent dat pastores het slachtoffer gaan ondersteunen om actief een eigen leven uit te bouwen. Dit wil niet zeggen dat pastores het slachtofferschap niet moeten erkennen, maar er moet wel een evenwicht gevonden worden.

Misbruik is een litteken voor het hele leven, maar mensen vertonen vaak opvallende resilience of veerkracht. Dit concept verwijst naar het vermogen van een persoon om te groeien na moeilijke levenssituaties. Een veelgebruikte metafoor in dit opzicht is dat het litteken blijft bestaan, maar dat het vlees rond het litteken wel kan genezen. Hiervoor is veel steun van de omgeving nodig. Voor meer informatie, zie http://www.dekrachtvanhethuis.org/

Het is belangrijk om te wijzen op het feit dat vooraleer mensen kunnen groeien of autonoom hun leven in handen kunnen nemen, er naar manieren moeten gezocht worden om om te gaan met het misbruik. Er zijn verschillende niveau’s van verzet tegen seksueel misbruik:

  • Het slachtoffer houdt het misbruik uit
  • Het slachtoffer ondergaat een innerlijke verandering om met het misbruik te kunnen omgaan
  • Het slachtoffer gaat zich bewust verzetten.

(RUARD GANZEVOORT & JAN VISSER, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer, Meinema, 2007.)

naar boven

Basishouding van echtheid

Echtheid betekent dat de pastor in de relatie met de pastorant) erlijk, congruent met zichzelf en voor de ander transparant is. Congruentie houdt in dat de therapeut reageert als ‘echte persoon’ die hij in de relatie op dat moment is. Hij verbergt of heeft geen angst voor zijn echte reacties.

De pastor moet ook zichzelf zijn en bewust zijn van zijn eigen gevoelens. De eigen gevoelens mogen niet genegeerd worden.

Hoe kan de pastor reageren als ‘echte persoon’? Het antwoord moet een eerlijke uitdrukking zijn van wat in de therapeut omgaat tijdens het luisteren en kijken naar deze cliënt, rekening houdend met zijn beroepsrol. Het is niet de bedoeling dat de therapeut ongezouten en gevoelloos zijn mening geeft.

Die eerlijkheid vraagt veel moed. De therapeut gaat zichzelf inbrengen en daarmee loopt hij het risico misverstaan of afgewezen te worden. De therapeut gaat zich kwetsbaar opstellen en verschuilt zich niet achter een of andere techniek.

De therapeut is ook echt aanwezig. Hij luistert aandacht naar wat de patiënt vertelt en reageert hier op.

Waarom?

  • De ander voelt zich ernstig genomen
  • Er is een echte relatie tussen pastorant en pastor

Valkuil

  • Overal eigen gedacht over geven of eigen gevoelens tot uitdrukking brengen kan
  • Kwetsend zijn
  • Het eigen ik van de pastor kan centraal komen te staan i.p.v. de ander
  • Weinig helpend zijn

naar boven

Tips van het vertrouwenscentrum

Observeer

"Het is niet altijd gemakkelijk om te detecteren of kinderen in de problemen zitten. Kinderen en jongeren die slachtoffer zijn van verwaarlozing of mishandeling worden soms onder druk gezet om te zwijgen. Er wordt bijvoorbeeld gedreigd dat een knuffel of een huisdier wordt afgenomen of dat het kind iets zal meemaken als het durft spreken. Kinderen leren om te zwijgen of te verbergen. Daarom is het belangrijk om naar kinderen te kijken, te observeren. Zie je bijvoorbeeld veranderingen in gedrag of houding, merk je dat kinderen meer teruggetrokken of juist agressiever zijn dan wat je gewoon bent? Het kunnen mogelijke signalen zijn van verwaarlozing of mishandeling. "

Doe iets met je vermoeden

"Als je ongerust bent over een kind, blijf dan niet zitten met je vermoeden. Vertel je partner, buur, collega of dienstverantwoordelijke dat je dingen hebt opgemerkt bij een kind en vraag of zij dat ook hebben gezien. Jij hebt iets opgemerkt bij een kind. Je bent bezorgd en dat is voldoende om actie te ondernemen. Een vermoeden is de eerste stap. Het kan zijn dat je mogelijk verkeerde conclusies hebt getrokken rond een signaal, maar dat zal dan na verloop van tijd duidelijk worden. Als je vermoeden correct blijkt, heb je het slachtoffer enorm geholpen."

Praat met kinderen/jongeren

"Laat horen dat je bezorgd bent over hem of haar. Kinderen wachten soms tot iemand hen aanspreekt. Het kan zijn dat zij niet dadelijk in staat zijn om signalen te geven omwille van de bedreigingen die ze kregen of omdat ze volwassenen niet meer durven vertrouwen. Je bezorgdheid uiten is een eerste stap. Een kind leert daaruit dat er iemand iets heeft opgemerkt en bezorgd is. Dat kan de aanzet zijn voor een kind/jongere om te laten horen dat er problemen zijn."

Respecteer het tempo van kinderen

"Laat horen dat je bezorgd bent, maar zet een kind niet onder druk om te praten. Dwing geen verklaringen af. Een kind dat al een lange tijd slachtoffer is van mishandeling, heeft bepaalde manieren ontwikkeld om het voor zichzelf vol te houden. Als je te snel wil gaan, haal je de verdediging van een kind onderuit en kan je hem/haar in een crisis brengen. Het is dus van belang om het tempo van een kind te respecteren en het de ruimte te geven om voor zichzelf te beslissen om te praten over zijn/haar problemen."

Doe geen beloftes die je niet kan nakomen

"Als je met een kind/jongere praat over je ongerustheid, hou dan rekening met je eigen mogelijkheden. Jij kan een kind laten horen dat je iets wil doen voor haar/hem, maar blijf realistisch in wat je aanbiedt. Zeg bijvoorbeeld niet dat jij er voor zal zorgen dat het nooit meer zal worden geslagen of misbruikt."

Beloof geen geheimhouding

"Wanneer een kind jou in vertrouwen neemt over wat er misloopt, heb je soms de neiging om dit vertrouwen te belonen door geheimhouding te beloven aan het kind. Probeer dat niet te doen.
Het is van belang dat je overlegt met anderen (een collega, je diensthoofd, een hulpverlener, ...) om samen in te schatten wat er nodig is. Je moet daardoor de geheimhouding doorbreken met als gevolg dat een kind leert dat niemand te vertrouwen is. Maak het kind duidelijk dat je bepaalde stappen gaat ondernemen (met iemand overleggen bijvoorbeeld). Hierdoor komt het kind niet voor verrassingen te staan en kan het gehoord worden in wat voor hem/haar belangrijk is.”

Overgenomen van http://www.kindermishandeling.be/website/7-www/45-www.html

naar boven

Dader

Bovenstaande aspecten zijn ook belangrijk in de begeleiding van de dader. Specifiek voor de omgang met de dader is dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de dader en de daad. De daad moet veroordeeld worden, maar dit wil niet zeggen dat we de dader moeten laten vallen. Hiermee willen we de dader niet goedpraten, maar doen we recht aan de waardigheid van iedere persoon, die ondanks zijn fouten toch geschapen is naar beeld en gelijkenis van God. Gods beeld verwijst naar de waardigheid van de persoon, terwijl gelijkenis verwijst naar de begrendheid van elke mens en de noodzaak om meer te groeien om zoals God te worden.

naar boven