Pastorale zorg als vrijplaats versus plicht tot aangeven van misdrijven

Slachtoffers van seksueel misbruik zijn gekwetst in hun vertrouwen. Ze hebben te kampen met een verlies van verbondenheid en beschouwen andere mensen soms als onbetrouwbaar. Het is belangrijk dat de pastor een vertrouwensband kan opbouwen met slachtoffers van seksueel misbruik om hen te kunnen helpen. Het beroepsgeheim van de pastor kan het slachtoffer helpen om vertrouwen te schenken, omdat het slachtoffer weet dat de pastor zijn of haar verhaal voor zich houdt. Op die manier heeft het slachtoffer de touwtjes in eigen handen heeft: iedereen is eigenaar van zijn of haar verhaal. Pastores moeten erover waken dat iedereen zijn of haar eigen weg daarin kan vinden.

In situaties van acuut misbruik zit de pastor hier dikwijls mee gewrongen: hoeveel tijd moet je iemand geven die gevangen zit in een spiraal van acuut misbruik? En schend je het vertrouwen van het slachtoffer niet als je stappen onderneemt naar andere instanties? Een goede spelregel hierbij is dat je als pastor transparant bent over wat je met het verhaal gaat doen.

Hoe kan je als pastor omgaan met de spanning tussen pastorale zorg als vrijplaats en de burgerlijke aangifteplicht? Zowel ethici als juristen houden zich met de vraag naar het beroepsgeheim van pastores bezig. We zetten de belangrijkste principes op een rijtje: