Pastores zoeken vaak naar beelden om werkinhoud te vertalen. Deze beelden zeggen iets over de manier waarop ze te werk gaan. In het boek ‘De zorg om het verhaal. Achtergrond, methode en inhoud van pastorale begeleiding’ (Meinema, Zoetermeer, 2007) werken Ruard Ganzevoort en Jan Visser enkele van deze beelden uit: de pastor als tolk, getuige, helper, metgezel en gids. Jovita Van Haver probeert, in een paper voor het vak ‘pastorale zorg’, vanuit het beeld van de GPS te reflecteren over het pastoraat in psychiatrie. Dit navigatiesysteem kan enkele kenmerken van het pastoraat in de psychiatrie oproepen of verbeelden. Tegelijk biedt het de kans om dieper te reflecteren over de identiteit van de pastor in die sector.
Een GPS vertrekt steeds vanuit de eigen beginsituatie. Het instrument berekent de afstand en wegen van de persoonlijke startpositie naar de bestemming. Het is net dat op weg gaan en meestappen met mensen vanuit de beginsituatie dat in de literatuur vaak als de belangrijkste rol wordt omschreven van de pastor. Patiënten in de psychiatrie zijn vaak ontredderd en weten zich geen weg te banen in wat hen is overkomen. De pastor als tochtgenoot is dan diegene die ‘de geduldige meestapper wil zijn op soms vreemde wegen’. (1)
Je vertrouwt er bovendien op dat de GPS je naar je eindbestemming zal brengen. Bij een pastorale begeleiding ontstaat er ook een vertrouwensrelatie tussen de cliënt en de pastor. ‘Daarom veronderstelt de vertrouwensrelatie een vrijplaats. Er is een open en vrije ruimte nodig waarin cliënt en pastor elkaar kunnen ontmoeten en waarin de cliënt zijn of haar zin- en geloofsbeleving ter sprake kan brengen.’ (2) De pastorale begeleiding wil de patiënt dan ook zo veel mogelijk naar de eigen krachtbronnen brengen.
Bovendien is het belangrijk dat de GPS een antenne heeft om de omgeving in kaart te brengen. Het gezin en de sociale omgeving van de patiënt spelen een cruciale rol. Hun betrokkenheid laat toe om contextgebonden te leren, wat functioneel herstel bevordert. (3) In de praktijk blijkt echter dat de familie vaak te weinig betrokken wordt in het hele begeleidingsproces van de patiënt. Zo ook is het belangrijk dat de pastor in het belang van de totaalzorg voor een patiënt geïntegreerd is in een psychiatrische instelling. Die integratie gaat er voor een stuk van uit dat in sommige situaties de waarden van integriteit en gezondheid prioriteit dienen te krijgen boven op de waarde van vertrouwelijkheid. (4) De eigen positie van de pastor omschrijft professor Liègeois in de lijn van J. Corveleyn als de ‘excentrische gesprekspartner’. (5) Hij of zij hoort niet in het centrum van het team, maar bevindt zich in de grenspositie tussen het zorgverlenende team en de cliënt. (6) In de praktijk stellen we vast dat deze omschrijving ook duidelijk gestalte krijgt. Mensen (zowel patiënten en personeel) aarzelen soms om naar de pastor te gaan maar wanneer men met bepaalde zinvragen wordt geconfronteerd lijkt de stap iets gemakkelijker gezet. Een geïnterviewde pastor spreekt in dat opzicht over ‘de écoute poubelle’: personeel ventileert vaak bij haar omdat mensen weten dat ze luistert maar ook dat wat ze zeggen bij haar blijft. Bovendien ervaren mensen een gesprek met haar soms als een uitlaatklep na bijvoorbeeld een suïcide van een van de patiënten.
De antenne verwijst mogelijk ook naar de verticale dimensie in de pastoraal en meer specifiek in het pastorale gesprek. Als pastor ga je je samen met de patiënt afstemmen op de stem van God. Een geïnterviewde pastor drukte dit uit door te stellen dat pastores zich laten leiden ‘door samen met de patiënt scherp te luisteren en te zoeken naar Gods werkzame aanwezigheid in het leven van de patiënt.’
De pastor is getuige van zijn of haar levensverhaal. Privé en werk zijn op dat vlak voor een deel moeilijk te scheiden. Het christelijke geloof dat de pastor doorleeft, heeft ontegensprekelijk zijn impact op de kijk waarmee de pastor naar de pastorant toe gaat en hem of haar benadert. Hiermee willen we niet stellen dat de pastor het eigen referentiekader of de eigen ‘wonden’ (7) dient centraal stellen. (8) De eigen ervaringen met God tekenen het kader van waaruit de pastor de andere benadert. In dat opzicht is men als pastor ook getuige van het feit dat God niet altijd de orkestmeester is die beloont. Hij is ook de vragende en de zoekende. ‘God werkt duidelijk met een andere logica’ om het met de woorden van een pastor te zeggen. Daar blijft het niet bij, ook de pastorant is een getuige van zijn of haar eigen persoonlijke levensverhaal en dat maakt in zekere zin ontmoeting mogelijk: ‘Pastorale zorg is de ontmoeting tussen de verstaanshorizon van de patiënt en de verstaanshorizon van de pastor.’ (9) Patiënt en pastor zijn als het ware samen onderweg en delen dezelfde zoektocht naar een weg ten leven.
De pastor is een persoon die eigenlijk op de eerste plaats een herder is. Mensen kunnen bij de pastor terecht maar de pastor gaat ook naar de mensen toe. De pastor is daar waar mensen zijn, waar ze wachten bij de psycholoog, ergotherapeut of psychiater. Hij of zij is daar waar mensen zijn in goede en slechte tijden. Dit concept van ‘gangpastoraat’ zou mogelijk ook verder theologisch uitgedacht kunnen worden. In de ontmoeting kan een wonder geschieden: de christelijke existentialistische denker Gabriel Marcel zei terecht: ‘Je ’t aime, donc tu ne mourras pas’. – ‘Ik heb mij zozeer ingesteld op jou, met hart en ziel, dat ik weet dat je nooit zal sterven; het tegendeel kan ik mij immers niet voorstellen!’. (10)
Een pastor vindt niet alleen de zorg voor de ander, maar ook de zelfzorg belangrijk. Het is belangrijk om niet alleen te praten over God maar ook te (blijven) praten met God. Bovendien is het belangrijk om tijd te nemen om te slapen, jezelf te verzorgen, tijd om te leven, ‘mensen graag zien en jezelf graag laten zien’, …
Een geïnterviewde pastor probeert dagelijks te noteren wanneer ze het gevoel heeft dat God haar duwt, wanneer ze het gevoel heeft dat God met haar en met mensen bezig was. Als ze een dag heeft waarop ze eerder het gevoel heeft dat Hij de grote afwezige is, durft ze ook het vakje leeg te laten. Hiermee stoten we op een ander belangrijk element dat aansluit bij de zelfzorg namelijk registratie. Op dat gebied is er weinig in de literatuur terug te vinden. Anne Vandenhoeck onderstreepte in een artikel vorig jaar het belang van registratie voor zowel de pastor zelf, de collega pastores, voor het beleid van de voorziening en voor andere zorgverleners. (11)
De pastor is een specialist op verschillende vlakken. In eerste instantie zouden we kunnen stellen dat hij of zij een specialist is in het voelen: een pastor voelt behoeften van mensen aan en kan het delicaat evenwicht vinden tussen het respectvol beluisteren van deze intenties en de patiënt anderzijds op bepaalde zaken wijzen. Ook inhoudelijk wordt er van de pastor verwacht dat hij of zij een specialist is met ‘psychologisch doorzicht en het nodige inlevingsvermogen’. Het is dan ook de kunst van de pastor om het verhaal van de patiënt en het verhaal van God op elkaar te betrekken. Hierin ligt net de eigenheid van de taak van de pastores te midden van de andere specialisten. De pastor luistert naar en werkt met het zin zoeken, zin geven en zin beleven van de patiënt.
Ook aangaande pastoraat als vrijplaats en de integratie van pastoraat wordt er van de pastor verwacht dat hij of zij een specialist is. ‘Tegelijk een pleidooi houden voor de vrijplaats van de vertrouwensrelatie in het belang van de cliënt, als ook voor een organisatorische, beleidsmatige en samenwerkingsintegratie van het pastoraat in de zorginstelling’. Overleg vormt hiervoor volgens professor Liègeois de hoeksteen. (12) Wij voegen er ook nog graag het concept van meertaligheid aan toe. Want uit de praktijk blijkt duidelijk dat de pastor tegelijk met een dokter maar ook met een patiënt moet kunnen praten. Het is ook die meertaligheid die de geïnterviewde pastores benadrukken.
Het is tevens cruciaal dat de pastor een degelijke opleiding heeft genoten maar zich ook nadien blijft bijscholen. In de psychiatrie is het belangrijk dat hij of zij op de hoogte is van de pathologie van de verschillende mogelijke psychiatrische ziektes. Een geïnterviewde pastor zei daarover: ‘Alcoholverslaafden kennen vaak geen grenzen. Het is dan ook belangrijk om als pastor te durven zeggen: we houden hier op voor vandaag en gaan morgen gaan verder. Anders blijven ze gewoon door gaan. Drugsdealers zijn dan weer eerder manipulatief.’
Na literatuurstudie en de afname van de twee interviews leek het ons interessant om de vele informatie te structureren vanuit een specifieke benadering. Het perspectief van de GPS kent ongetwijfeld een aantal gebreken: zo legt het model vooral de nadruk op het actieve, het vooruitgaan en lijkt het model ook niet echt ruimte te laten voor diepgang. Bovendien kan dit model niet de gehele bijzondere rijkdom van het profiel van de pastor in de psychiatrie reconstrueren. Desondanks leverde deze benadering ons enkele belangrijke inzichten op en zorgde het ervoor dat de gedachten meer gestructureerd konden worden. Het concept laat ook mogelijk het spanningveld zien tussen het geleid worden, overgave, je laten leiden en zelf stap voor stap je weg gaan en zoeken .... Veel patiënten verblijven lange tijd in de psychiatrie. Hun verblijf wordt dan ook vaak getekend door ups en downs. Opnieuw een evenwicht vinden is niet evident. De GPS functie van de pastor kan dan het vinden van een andere weg zijn, aansluitend bij de krachtbronnen van de patiënt, of het samen staan in de file, de wachttijd voor het opnieuw in beweging komen.
De pastor is niet alleen een GPS maar is ook bovenal getuige van het christelijke geloof en haar optimistische mensbeeld. ‘Ik ben dankbaar voor de draagkracht die ik heb gekregen en sta stil bij waar heb ik dat verdiend? Ik had ook aan de andere kant kunnen zitten.’ Daarnaast is de pastor een tochtgenoot die met mensen op stap gaat niet kijkende naar wat er niet (meer) is maar naar datgene wat er wel (nog) is. Zonder hierom de breuklijnen te ontkennen of te verwerpen. Een geïnterviewde pastor zegt treffend: ‘Ik ben er van overtuigd dat het meest helende binnen een pastorale relatie het feit is dat mensen zich au serieux genomen voelen als mens, verder dan hun ziekte. Dit vraagt binnen de asymmetrie en de afstand die bewaakt moet worden, een grote mate van medemenselijkheid en nabijheid.’ In dit laatste lijkt de pastor ver te durven gaan. Tot slot is de pastor ook specialist in het aanvoelen en beluisteren van het verhaal van de pastorant. De pastor durft het verhaal van de patiënt te leggen op het verhaal van het geloof opdat voor de patiënt moge duidelijk worden dat zijn verhaal geen stipje in het oeverloze heelal is, maar een plaats heeft in het scheppingsgebeuren. (13)
(1) K. BLIJLEVENS & M. VANACKER, Pastoraat in de psychiatrie, in K. DEMASURE & K. DEPOORTERE (ed.), Meestappen. Pastoraal begeleiden in moeilijke levenssituaties, Antwerpen, 2001, 53. Terug naar tekst
(2) A. LIÈGEOIS, Pastoraat tussen vrijplaats en integratie, in A. LIÈGEOIS, K. DEMASURE & K. DE FRUYT (ed.), Geestkracht. Pastoraat en geestelijke gezondheidszorg (Cahiers voor Praktische Theologie, 3), Antwerpen, Halewijn, 2004, 74.Terug naar tekst
(3) P. ADRIAENSSENS, Mens zijn in de psychiatrie, in A. LIÈGEOIS, K. DEMASURE & K. DE FRUYT (ed.), Geestkracht. Pastoraat en geestelijke gezondheidszorg, 17.Terug naar tekst
(4) A. LIÈGEOIS, Pastoraat tussen vrijplaats en integratie, 78.Terug naar tekst
(5) A. LIÈGEOIS, Pastoraat tussen vrijplaats en integratie, 76.Terug naar tekst
(6) J. CORVELEYN, Gedachten van een psychotherapeut over geestelijke verzorging van ernstig psychiatrisch gestoorde mensen, in J. CORVELEYN, De psycholoog kijkt niet in de ziel. Thema’s uit de klinische godsdienstpsychologie (Tweede serie Geestelijke Volksgezondheid, 2-63), Tilburg, KSGV, 2003, 37-55.Terug naar tekst
(7) H. J. M. NOUWEN, The Wounded Healer, in R. DIJKSTRA, Images of pastoral care: classic readings, Sint-Louis, Chalice Press, 2005, 76-84.Terug naar tekst
(8) SCHERER-RATH, M., Ontoereikendheid van het menselijk handelen. Een praktisch-theologische reflectie op suicidaliteit, in Praktische Theologie. Nederlands tijdschrift voor pastorale wetenschappen, 32 (2005) nr. 1, 43-56. Terug naar tekst
(9) “Elke mens bouwt een centraal levensverhaal op door voortdurend betekenis te geven aan de feiten die hem overkomen en de ervaringen die hij opdoet. Dit centraal levensverhaal maakt deel uit van zijn verstaanshorizon. De horizon van de pastor wordt mede gevormd door het christelijke verhaal. Zij beluistert de levensvragen van de patiënt in het licht van het evangelie en kan, indien gewenst, de band met het christelijk verhaal maken. In de dialoog tussen pastor en patiënt kan een versmelting van horizonten gebeuren.” A. VANDENHOECK, De meertaligheid van de pastor in de gezondheidszorg, resultaatgerichte pastoraat in dialoog met het narratief-hermeneutisch model van C.V. Gerkin (onuitgegeven doctoraatsproefschrift Godgeleerdheid, K.U.Leuven), Leuven,2007, 311.Terug naar tekst
(10) S. HUBLOU, Pastoraaltheologe Katrien Cornette over werken in psychiatrie: “Ik voel me een zitbank in de storm”, in Tertio, 13 september 2006.Terug naar tekst
(11) A. VANDENHOECK, Op de kaart! Registratie vanuit pastoraal perspectief, in Pastorale Perspectieven 3(2009) nr. 143, 6-16. Terug naar tekst
(12) A. LIÈGEOIS, Pastoraat tussen vrijplaats en integratie, 84.Terug naar tekst
(13) K. BLIJLEVENS & M. VANACKER, Pastoraat in de psychiatrie, 55.Terug naar tekst