Op Pinksteren spreken de leerlingen, vervuld van de Heilige Geest vreemde talen, zodat aan iedereen de Blijde Boodschap verkondigd werd in zijn of haar eigen taal. In Handelingen wordt het als volgt beschreven:
3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ (Hand 2, 3-11)
Ook in de zorgverlening worden verschillende ‘talen’ gesproken. Dokters en verpleegkundigen maken eerder gebruik van de medische taal, managers gebruiken een economische taal, ... Soms kost het inspanningen om elkaars taal te verstaan.
De eerste taal van pastores is een theologische taal. Van hieruit luisteren pastores naar het verhaal van patiënt/cliënt/bewoner en ze duiden deze ervaringen ook vanuit hun theologisch denkkader. Maar pastores kunnen hun moedertaal zelden gebruiken in communicatie met pastoranten en zorgverleners. Pastores worden daarom uitgedaagd om hun eerste taal te vertalen. Vaak zal het gaan om een spirituele taal die in verstaanbare termen verwijst naar de existentiële, spirituele of religieuze inhoud van hun werk. Een bijkomend voordeel is dat door het gebruik van een spirituele taal, integratie van pastores binnen het geheel van de zorgverlening bevorderd wordt.
We kunnen voor pastores met andere woorden onderscheid maken tussen drie talen. De eerste taal is de theologische of geloofstaal, die de pastor enkel gebruikt voor haar eigen verstaan en bij collega’s. Soms is dit ook aangewezen bij de pastorant, maar dit veronderstelt dat hij of zij iets van deze taal begrijpt omwille van zijn betrokkenheid bij de geloofstraditie. De tweede taal is er één die woorden heeft overgenomen uit de context waarin de pastor werkt. Men gaat op zoek naar begrippen die verwijzen naar een existentiële, spirituele of religieuze inhoud. Deze spirituele taal laat de pastor toe om te communiceren in het seculiere milieu van de gezondheidszorg. De derde taal is een verzameling van talen die de pastor moet verstaan in de context van een voorziening: een economische taal, een medische taal...
Voor meer informatie, zie A. Vandenhoeck, De meertaligheid van pastor in de gezondheidszorg. Resultaatgericht pastoraat in dialoog met het hermeneutisch-narratief model van C.V. Gerkin, onuitgegeven doctoraatsproefschrift, faculteit Godgeleerdheid K.U.Leuven, 2007.