Het feest van Hemelvaart komt slechts weinig voor in de volksgebruiken. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat dit feest niet verbonden kan worden met voorchristelijke feesten, zoals wel het geval is bij Pasen of Kerstmis. In sommige streken beeldde men de Hemelvaart van Christus op letterlijke wijze uit door een beeld tot in het kerkgewelf naar omhoog te hangen of door een beeld op een draagbaar onder het zingen van ‘Ascendo at patrem’ en onder bewieroking drie maal op te heffen.
Bron: J. LAMBERTS, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 138.
Ook in de periode rond Pinksteren zijn niet zoveel volksgebruiken te vinden die rechtstreeks met het religieuze feest kunnen verbonden worden. Ze staan eerder in verband met meifeesten, feesten waarop de zomer verwelkomd wordt.
In de middeleeuwen liet men tijdens het zingen van ‘Veni Sancte Spiritus’ een houten duif van het gewelf neerdalen. Op sommige plaatsen dwarrelden tegelijkertijd brandende vlaspluisjes of roze rozenblaadjes naar beneden en maakten de misdienaars lawaai om het gedruis van het pinksterverhaal ervaarbaar te maken.
Een ander gebruik is het aansteken van een pinkstervuur, om de gloed en de kracht van de Geest te ervaren. De rondspringende vonken steken nieuwe kleine branden aan, waardoor de woorden van Jezus worden verbeeld. Dit gebruik komt amper nog voor.
Aanvankelijk was dit een gebruik dat symbool stond voor het verwelkomen van de zomer, maar later werd het verbonden met het Pinksterfeest. Een in bloemen getooid meisje werd door haar gezellinnen rondgeleid en beloond met allerlei gaven
Een aantal bloemen bloeien omstreeks pinksteren en worden daarom pinksterbloemen genoemd. We zetten de belangrijkste even op een rijtje



Bron: J. LAMBERTS, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 148-151.