Aswoensdag ontstond uit de praktijk van de openbare boete: wie een zware zonde begaan had, meldde zich aan bij de bisschop en bij het begin van de veertigdagentijd werd hen een boetekleed aangetrokken en werden ze met as bestrooid. In een ritueel werden de boetelingen uit de vierende gemeenschap gebannen. Deze gebruiken waren reeds gekend in het Oude Testament en zelfs in het heidendom. As werd gezien als uitdrukking van droefheid, vergankelijkheid, boete, bekering en vernieuwing.
Tegen het einde van het eerste millenium begonnen steeds meer gelovigen, die zich bewust waren van hun eigen zondigheid, zich met as te bestrooien. Toen dan ook het gebruik van de openbare boete verloren ging, werd de praktijk van de asoplegging voor alle gelovigen algemeen. In tegenstelling tot de boetelingen werden de gelovigen niet uitgestoten uit de geloofsgemeenschap, maar ze werden wel afgezonderd van het priesterkoor door middel van een hongerdoek. Aanvankelijk werden bij de mannen de as op het hoofd gestrooid en bij de vrouwen een kruis op het voorhoofd getekend. In de twaalfde eeuw werd vanuit Rome voorgeschreven dat de as afkomstig moest zijn van de verbrande gewijde palmtakjes van het vorige jaar.
Vandaag gebeurt de zegening en het strooien van de as na het evangelie en de homilie. In het zegengebed wordt verwezen naar de bedoeling van de veertigdagentijd: ‘Dat zij met een zuiver hart het paasmysterie kunnen vieren van uw Zoon’. Daarna wijdt de priester de as en bestrooit de gelovigen met de woorden ‘Gedenk mens dat gij van stof zijt en tot stof van de aarde wederkeert’ (Gn 3, 19) of ‘Bekeer u en geloof in de blijde boodschap’ (Mc 1,15). De twee lezingen (Joël 2, 12-18 & 2 Kor 5, 20 - 6, 2)zijn een oproep tot bekering en verzoening en het evangelie (Mt 6, 1 - 6.16-18) waarschuwt ervoor om het geven van aalmoezen, het bidden en het vasten niet te doen opvallen.
Bron: J.LAMBERTS, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 73-75.
Op Rorate (rknieuws.net) staat een mooie beschouwing over de formule die de priester uitspreekt bij het geven van het askruisje:
Morgen begint de kerkelijke vasten of de veertigdagentijd. Met Aswoensdag krijgen we een askruisje. Vroeger zei dan de priester: "Gedenk o mens dat je stof bent en tot stof zult terugkeren". Nu wordt meestal een nieuwe formule gebruikt: "Bekeer je en geloof in het evangelie".