Katrien Gijbels

Ziekenhuispastor, beeld van een meevoelende kerk

KatrienAls ziekenhuispastor bots je dagelijks op de grenzen van de menselijke eindigheid. Ziek-zijn, onzekerheid, verdriet, afscheid nemen,…het speelt zich op ons werkterrein allemaal af .

Men vraagt me daardoor vaak of mijn werk niet te belastend is, of triestig…

Ik denk dat ik kan spreken voor al mijn collega-ziekenhuispastores als ik vertel dat we onze job vooral ervaren als deugddoend, hoopvol, uitdagend, oproepend, kansen biedend…

Het lijkt mij een voorname taak van de kerk vandaag om te laten voelen dat zij mens- en levensbetrokken is. Dat zij – zoals Jezus ons dat voordeed – met elke mens op weg wil gaan om te zoeken naar de diepere zin van het leven en te streven naar een betere wereld voor alle mensen: het Rijk Gods. Op dit vlak biedt het ziekenhuispastoraat vandaag veel kansen.

Getuigenis

Ik krijg een oproep van de verpleging om de familie van een stervende patiënt bij te staan. Op de ziekenkamer stel ik me aan de kinderen (vader is niet meer bewust)v oor als de ziekenhuispastor. Wat volgt is een aangenaam gesprek over het leven van vader, zijn werk en zijn hobby’s, zijn band met zijn overleden vrouw en met de kinderen… waarbij ik op een gegeven moment vraag of de kinderen weten of vader in deze fase van zijn leven graag de ziekenzalving zou willen ontvangen. Het antwoord is eenduidig “nee”: vader is ongelovig, zou het sacrament zeker niet gewild hebben en zijzelf als kinderen zijn ook niet gelovig. Moeder aan de andere kant – zo vertellen ze verder – was wel gelovig. Blijkt dat vader moeder uit liefde en respect elke week naar de kerk bracht en zelfs met moeder mee naar Lourdes ging … en dat de kinderen – toen ze toch op vakantie waren in Frankrijk – ook in Lourdes stopten. Ik merk al lachend op dat ze misschien geloviger zijn dan ze zelf denken. Over ziekenzalving wordt niet meer gesproken maar tot aan het overlijden van pa breng ik de familie elke dag een bezoek, hetgeen we allen ervaren als deugddoend en opbouwend.

Gelegenheidschristenen

Een van de voornaamste uitdagingen op pastoraal vlak ligt in het feit dat wij als ziekenhuispastores niet enkel gelovigen ontmoeten maar in contact komen met een dwarsdoosnede van onze maatschappij die voor een groot deel uit randkerkelijken of ‘gelegenheidschristenen’ bestaat. Mensen die niet gewend zijn regelmatig de eucharistie bij te wonen en in wiens leven geloof of zingeving niet op het voorplan staat.

De grote uitdaging voor de ziekenhuispastor is om op basis van wederzijds respect een opening te creeëren naar een positieve benadering van kerk-zijn zodat mensen de waarde –opnieuw – zien van wat Jezus’ leven en boodschap hen kan bieden aan hoop, troost en levensmoed.

In een ziekenhuis, waar je van actieve mens opeens patiënt wordt en vanzelfsprekende dingen plots op losse schroeven staan (werk, zelfstandigheid, gezondheid…), ontstaat vaak een grotere openheid voor reflectie, mijmeren en gesprek . Als pastor probeer ik – in Gods naam – aanwezig te zijn en mee op weg te gaan. Op deze basis kunnen relaties en gesprekken zich verdiepen en proberen we als pastor mensen te verbinden, met hun eigen levensverhaal, met hun naasten, en met God.

Getuigenis

Een dochter vraagt een gesprek met me aan. Haar bejaarde vader is opgenomen en zal binnenkort van de dokter te horen krijgen dat hij een ongeneeslijke kanker heeft. Prognose: 6 maanden. Of ik met pa wil praten en eens “wil horen…” De dag daarna heb ik met de patiënt een deugddoend gesprek over zijn ziek-zijn (dat hij zelf wel voelt dat er iets ernstig aan de hand is), over zijn gezin (hoe fier hij is op zijn kinderen en kleinkinderen), over zijn geloof (hoe dat altijd een kracht voor hem geweest is), over het leven (hoe graag hij leeft, maar dat hij naar het einde toe niet wil afzien). Ik koppel dit gesprek terug naar de dochter die zich hierdoor gesterkt voelt: “Ik wist niet dat pa daar zo over dacht… doet goed om dat te horen”. Vader ontvangt in de dagen daarop de ziekenzalving en zal – veel vroeger dan verwacht – in ons ziekenhuis overlijden.

Deze verbinding met elkaar en met God kan ook ritueel gestalte krijgen. Voor veel diepe emoties schiet immers onze dagelijkse woordenschat tekort of houdt onze schroom ons tegen om iets woordelijk uit te spreken. Een ritueel of symbool kan een brug bouwen.

Dikwijls vraag ik als pastor: “Kan ik een kaarsje voor u aansteken?”, “Mag ik u een kruisje geven?” of zeg ik “Wij zullen aan u denken in de viering”.

Het kan ook explicieter door samen met een patiënt op de kamer te bidden of door als pastor voor te gaan in gebed in aanwezigheid van familie: voor een operatie, voor een bijzondere intentie, een ziekenzegen, een gebed na overlijden.

Een oproep van spoed: er is een man binnengebracht die stervende is. De echtgenote is op de hoogte en wenst iemand van de pastorale dienst te spreken.

Spreken… met de dood zo voor ogen valt er niet veel te spreken. Enkel schroomvol nabij-zijn. Ondersteunen (letterlijk soms), … voorzichtig een paar vragen stellen: “Was hij al lang ziek?” “Hebben jullie kinderen samen?” “Was u erbij toen de ambulance gebeld werd?”…. “Hebt u graag dat we samen bidden?”

Bidden… een gebed wordt in zulke omstandigheden een ver-dicht-ing: dichter tot elkaar brengen. Emoties samenbrengen en verwoorden. In de eerste plaats verdriet, maar ook dankbaarheid voor het geleefde en gedeelde leven. Als teken van nabijheid en zorg leggen we in een beschermend gebaar de zieke de handen op en vragen we Gods zegen. Ik laat ruimte voor een stiltemoment zodat datgene wat onderhuids leeft onuitgesproken gezegd kan worden (woorden van tekortkomen, van verzoening, een voornemen naar de toekomst toe, …). Dit alles brengen we voor God in die twee oeroude, gedragen gebeden: het Onze Vader en het Weesgegroet.

Het is mijn ervaring dat een ziekenzegen en het biddend samen-zijn rond een stervende echt iets betekent. Het betuigt respect en geeft waarde aan de persoon en het leven van de zieke. Het spreekt woorden uit die voor een familie soms moeilijk zelf te formuleren zijn (naderende dood, hoop op verder leven aan de overkant, gelegenheid tot verzoening…). Het biedt hoop en steun vanuit Jezus die ons is voorgegaan en geeft de familie concreet de gelegenheid om een tastbaar gebaar te stellen (door de handoplegging, de vraag of men de zieke een kruisje wil geven, of nog iets wil zeggen…). De kracht van gebed is voelbaar groot in zulke situaties.

Getuigenis

Ik krijg telefoon van een verpleegkundige: “Katrien, Mr. X is plots gestorven. Er is geen familie maar we kunnen dit toch niet zomaar laten…” Samen met de verpleegkundige bid ik op de ziekenkamer een rouwgebed en geven we Mr. X een afscheidskruisje. Na het gebed ontstaat er met de collega-verpleegkundigen een gesprek over de onmacht die zij soms voelen bij het overlijden van patiënten.

Een ziekenhuis is niet enkel een plaats waar patiënten verzorgd worden, het is ook een werkplek: dokters, verplegenden, poetspersoneel, koks, kinesisten, therapeuten, techniekers… In die zin zijn wij niet enkel pastor voor onze patiënten, maar ook voor hen die patiënten verzorgen! Naar personeel toe krijgt dit herderschap gestalte in een houding van Gods “Ik zal er zijn voor u”: de deur van de pastorale dienst staat – letterlijk – open. Liturgie en sterke tijden krijgen vorm door een vasten- en een adventsactie, eucharistie- en gebedsvieringen en een wekelijks bezinningsblaadje.

Tot besluit

Als ziekenhuispastor word je veel met verdriet en verlies geconfronteerd . Tegelijkertijd leert dit werk je dat verdriet de weerzijde van de liefde is: elke traan die vergoten wordt, valt omdat er diep van iets of van iemand gehouden is …

Wij zien in ons werk dus inderdaad veel verdriet maar als we dieper kijken: nog veel meer liefde… Bovendien mogen wij – vanuit onze functie als pastor – verdriet en liefde verbinden met Gods belofte: “Ik zal er zijn voor u.” Ons herderschap bestaat er dan in beeld te zijn van Gods meevoelende kerk.

Katrien Gijbels
Ziekenhuispastor Virga Jesseziekenhuis Hasselt

Overgenomen uit: K. Gijbels, "Ziekenhuispastor, beeld van een meevoelende kerk", in: Samen, 24(2009):9, p. 15-16.