Bidden rond het ziekbed/bij stervenden

Veel patiënten/cliënten/bewoners voelen zich gesterkt door gebed. In dit onderdeel bieden we u een aantal passende gebeden aan.

Bidden bij een stervende

Goede Vader

God, wij weten dat Gij als een goede Vader
meegaat in ons leven,
en wat er ook gebeurt,
Gij blijft ons altijd nabij.
Soms zijn er momenten in een mensenleven
dat wij denken alles aan te kunnen,
dat onze krachten onuitputtelijk lijken,
dat wij menen te denken
dat niets ons kan raken.
Maar wanneer ziekte ons leven kruist
wordt het heel anders
dan beseffen wij tenvolle
hoe machteloos wij soms staan,
niet opgewassen om
datgene wat aan ons gebeurt, te dragen.
Dat maakt ons vaak onzeker en bang
soms lijkt het dat elke hoop verdwenen is...
Dan is het goed dat wij geloven,
geloven in een liefdevolle God
die mensen nabij blijft.
Een God die ons kracht en steun geeft
om datgene wat ons overkomt

Psalm 23

Mijn herder is de Heer,
mij zal het nooit aan iets ontbreken.

Hij brengt mij in een oase van groen,
daar strek ik mij uit aan de rand van het water,
daar is het goed rusten.
Ik kom weer tot leven, dan trekken wij verder,
vertrouwde wegen, Hij voor mij uit.
Want God is zijn naam.

Al moet ik het duister in van de dood,
ik ben niet angstig. U bent toch bij me,
onder uw hoede durf ik het aan.

Gij nodigt mij aan uw eigen tafel,
en allen die tegen mij zijn
moeten het aanzien: dat Gij mij bedient,
dat Gij mij zalft, mijn huid en mijn haren,
dat Gij mijn beker vult tot de rand.
Overal komen geluk en genade
mij tegemoet, mijn leven lang.
En altijd kom ik terug in het huis
van de Heer, tot in lengte van dagen.

(Uit: Vijftig psalmen, Proeve van een nieuwe vertaling door Huub Oosterhuis en Michel van der Plas.)

Naar psalm 23

Mijn herder is de Heer,
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Hij brengt mij door de nacht heen,
Hij is het licht dat daagt.
Hij geeft rust aan mijn onrust,
Hij geeft leven aan mijn dood,
Hij is mij vertrouwd
op vreemde wegen,
een veilige gids.

Waar ik ook moet gaan,
al is het in het duister van de dood,
Hij is bij mij.
Hij is mijn licht.
Hij laat mij niet alleen.

Mijn herder is de Heer,
het zal mij nooit aan iets ontbreken.
Hij vervult mijn verlangen,
Hij stilt mijn honger
en lest mijn dorst.
Die tegen mij zijn
moeten het aanzien:
mijn herder is de Heer.

(uit: Omgaan met lijden en sterven)

Bij God zoek ik licht (Psalm 27)

God is mijn licht
als alles duister wordt.

Hij is mijn steun
als angst me overvalt.

Wie zou ik moeten vrezen?
De mensen? Eenzaamheid?

Is God niet zoveel groter
dan wat me ook bedreigt?

Heer, blijf bij mij
en wil mijn leidsman zijn.

Als Gij bij mij zijt
ben ik zoveel sterker.

Als Gij mijn licht zijt
deert het duister niet.

(uit: Waken op de grens van het ontwaken)

Gij houdt mij vast (Psalm 73)

Bij U, ik ben altijd bij U.
Gij houdt mij vast,
uw hand in mijn hand.

Alles zult Gij ten goede leiden,
Gij voert mij mee in uw raadsbesluit.

Wat is de hemel voor mij zonder U,
wat moet ik op aarde als Gij niet bestaat?

Al wordt mijn lichaam ook afgebroken,
al sterft mijn hart,

Gij zijt mijn Rots, mijn God,
de toekomst die op mij wacht.

Ver weg van U is geen leven,
U ontrouw zijn is niemand zijn.

Bij U, mijn hoogste goed,
mijn God, bij U ben ik geborgen.

(uit: Waken op de grens van het ontwaken)

Psalm 121

Mijn ogen kijken naar de bergen.
Vanwaar komt iemand die mij helpt?
De hulp voor mij komt van de Heer
die hemel en aarde heeft gemaakt.
Hij die niet toelaat dat je struikelt,
Hij die niet slaapt, die je beschermt.
Die waken blijft over zijn volk,
niet sluimert en niet rusten gaat.

Het is de Heer die je behoedt,
zijn milde schaduw rust op jou,
opdat de zon niet overdag,
noch ’s nachts de maan je schaden zou.

Hij houdt het onheil van je weg.
Zijn zegen is jouw zekerheid.
Waarheen je gaat of waar je staat,
Hij zorgt voor jou, nu en altijd.

(Piet Thomas)

 

Psalm 121

Ik kijk omhoog
naar de bergen.
Wie kan mij helpen?

God kan je helpen
die de hemel en de aarde
gemaakt heeft.
Hij laat je niet los.
Er blijft een weg
waarop je verder kan gaan.
God is niet een mens
die in slaap valt.
Je raakt bij Hem
niet uit het oog.

Hij gaat met je mee
en blijft bij je,
zo zeker als je schaduw
bij je blijft en je niet verlaat.
Hij bewaart je
als de zon schijnt overdag
en ’s nachts als de maan schijnt.
Je raakt niet verloren
zelfs niet in het duister
van het kwaad.

Hij zal bewaren
die je bent,
je diepste zelf.
God zal je bewaren
in leven en dood
tot in eeuwigheid.
Amen.

(Johanna Klink)

Is het jouw kracht, God?

Wat is het voor kracht
die mij staande houdt
in al mijn onmacht?

Wat is het voor kracht
die mij gaande houdt
in al mijn onmacht?

Wat is dat voor kracht
die mij horen doet
in al mijn onmacht?

Wat is dat voor kracht
die mij zien doet
in al mijn onmacht?

Wat is dat voor kracht
die mij laat spreken
in al mijn onmacht?

Wat is dat voor kracht
die mij zwijgen laat
in al mijn onmacht?
Is het jouw kracht, God?
God, ik geloof het wel.

(uit: Waken op de grens van het ontwaken)

Blijf bij ons, Heer

Blijf bij ons, Heer,
want de avond valt
en de dag verdwijnt.
Blijf bij ons
en bij heel uw kerk.
Blijf bij ons
in de avond van de dag,
in de avond van ons leven,
in de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw woord en sacrament,
met uw troost en zegen.
Blijf bij ons
als we overvallen worden
door de nacht van droefheid en angst,
door de nacht van twijfel en verzoeking,
door de nacht van armoede en vlucht,
door de nacht van eenzaamheid en verlatenheid,
door de nacht van ziekte en pijn,
door de nacht van de bittere dood.
Blijf bij ons
en bij al uw gelovigen
in tijd en eeuwigheid.
Amen.

(Kard. Newman)

Gij die de tijden omvat

God, Eeuwige,
Gij die de tijden omvat,
Gij die ons leven omvat,

ons rest nu niets anders
dan deze mens,
deze onvergetelijke mens
uit handen te geven

in het volste vertrouwen
dat hij veilig is bij U.

O Gij, Eeuwige,
eeuwig zijt Gij zijn God.

Geleefd heeft hij,
geloofd, gehoopt, bemind.

Zoals hij ten diepste was,
zo prachtig, zo duurzaam,
zo bestaat hij voorgoed.

Eenmaal uw mens,
voor eeuwig uw mens.

(Hans Bouma)

Heer, nu de dag nadert

Heer,
nu de dag nadert
dat de zon nog een laatste keer opgaat
om de dagen te tonen
die verstreken zijn,
nu die dag nadert, breng ons nader bij U.

Heer,
nu het uur nadert
dat de tijd voor de laatste keer stilstaat
om de uren te tonen
die verstreken zijn,
nu dat uur nadert, breng ons nader bij U.

Heer,
nu het moment nadert
dat een laatste adempauze zich aandient
en dat de verstreken tijd ons toont
dat de tijd gekomen is,
nu dat moment nadert, breng ons nader bij U.

Heer,
nu ons geen tijd meer rest
om uit te kijken
naar de dagen, uren en momenten,
laat ons dan uitzien
naar de eeuwigheid bij U.

God, ik kan niet meer bidden

God,
ik kan niet meer bidden,
niet meer vragen
om nog een dag,
noch vragen
of hij nu sterven mag.
God,
ik kan niet meer bidden,
niet meer zeggen
wat ik bedoel,
noch zeggen
wat ik ten diepste voel.
God,
ik kan niet meer bidden,
niet meer smeken
dat hij rust mag vinden,
noch smeken
om rust voor wie hem zo beminde.
God,
nu ik niet meer bidden kan,
wil ik vragen of Jij
wil bidden in mij.

God, mijn God,

God, mijn God,
waarom hebt Gij mij verlaten?
Antwoord op mijn verdriet
zodat ik zeker weet:
U verlaat mij niet.

God, leven duurt zo kort

God,
leven duurt zo kort,
sterven duurt zo lang,
mag ik vragen
naar de dag
dat zij niet langer sterven moet,
maar bij U
weer leven mag?

God, nu hij sterft

God,
nu hij sterft,
sterft er iets in mij.
God,
mag ik U vragen:
blijf allen die vandaag een beetje sterven
heel nabij.

God, ik wil wel bij hem waken

God,
ik wil wel bij hem waken
niet alleen heel even,
ik wil die laatste uren
graag met hem beleven.
God,
ik wil wel bij hem waken,
dat is wat ik verlang,
maar ik weet echt niet
of ik dat wel kan.
God,
ik wil wel bij hem waken
Bij hem zitten: zij aan zij.
Maar als ik bij hem waak,
waak Jij dan ook bij mij.

naar boven

Bidden bij een overledene

Heer, toen die jonge vrouw…

Heer,
toen die jonge vrouw
Jou zocht,
voor dag en dauw
en alleen je dode lichaam vond,
hoorde ze een stem die zei:
‘Wees niet bang.
Ik ben bij jou’.
Heer,
wat ik U bij het aanzien van de dood
graag vragen wou:
zeg ook tot mij:
‘Wees niet bang.
Ik ben bij jou’.

God, toen wij hier kwamen

God,
toen wij hier kwamen
troffen wij hem niet meer aan.
Zijn lichaam vertelt ons alleen
dat hij is heengegaan.
Hij is niet meer hier.
Hij kan ons niet meer welkom heten.
Hij is gewoon vertrokken
zonder het te laten weten.
God,
als Je me niet zeggen kan
waar hij nu heen is,
zeg Je hem dan zelf
dat ik hem heel erg mis?

God, ik denk steeds

God,
ik denk steeds:
wat deed ik
toen hij stierf.
God,
ik denk steeds:
waar was ik
toen hij stierf.
En God,
waar was Jij?
Was Jij bij hem
of juist bij mij?
Of was Jij misschien …
bij ons allebei?

God, ze zeggen

God,
ze zeggen
dat ik hem gevonden heb,
maar ik heb hem niet gevonden.
Ik heb niet gevonden
wie ik zocht.
God,
zeg mij
dat U hem gevonden heeft
en dat hij bij U
eindelijk vond
Wie hij zijn hele leven
heeft gezocht.

God, toen ik thuiskwam

God,
toen ik thuiskwam,
was zij heengegaan.
En de thuis,
die ik bij haar gevonden had,
was met haar meegegaan.
Ik weet niet
of ik ooit nog zo’n thuis zal vinden.
Misschien bij U,
tenminste …
als ook zij daar woont
die ik zo beminde.

Heer, als wij, net zoals de leerlingen van Emmaüs

Heer,
als wij ,
net zoals de leerlingen van Emmaüs
verloren lopen in het leven
en niet meer weten waarheen;
als ook wij niet verder kunnen
en teruggaan
naar wat verleden is,
ga dan met ons mee,
laat ons spreken
over de stilte
die de dood ons bracht.
Laat ons verhalen
over de liefde,
over de levenskracht.
Beluister wie hij / zij is geweest.
Kom aan de tafel,
die leeg is zonder hem / haar.
Eet met ons.
Vul de leegte.
Neem de smaak van bitterheid weg.
En schenk uw liefde in ons hart
zodat wij proeven
dat onze tocht
niet vergeefs is geweest.

God, weet je wat men zei?

God,
weet je wat men zei?
Dat hij nu gelukkig is.
Maar dat geldt niet voor mij.
God,
weet je wat men zei?
Dat hij nu geen pijn meer heeft.
Maar dat geldt niet voor mij.
God,
weet je wat men zei?
Dat hij nu eind’lijk rust heeft.
Maar dat geldt niet voor mij.
God,
weet je wat men zei?
Dat hij nu goed kan slapen.
Maar dat geldt niet voor mij.
God,
Weet je wat men ook nog zei?
Dat U nu bij hem bent.
En dát … geldt ook voor mij.

God, haar dood lijkt zo leeg

God,
haar dood lijkt zo leeg,
en ons leven
zo vol verdriet.
God,
alles lijkt zo stil
en niets
maakt zo onrustig
als de dood.
God,
wat lijkt de wereld donker
en wat lijkt het licht
onwerkelijk scherp.
God,
alles lijkt zo anders,
terwijl de wereld
toch dezelfde blijkt.
God,
wilt U mij beloven
dat niets is wat het lijkt,
dat het eind geen einde is,
en dat elke dood
naar nieuw leven reikt.

Met dank aan CCV Brugge (http://www.ccv.be/%5Bterm-ccv-path%5D/materiaal/waken+en+bidden+bij+stervenden+en+overledenen)

naar boven

Spaanse gebeden

 

Chris Adriaenssens

naar boven