Belangrijk om een onderscheid te maken:
Andere aandachtspunten: KWALITEIT
An Vastenavondt
Deze tekst is de neerslag van een voordracht in de cyclus ‘Voorgaan in gebed’ van caritas West-Vlaanderen op 26 juni 2009.
Vooreerst maken we enkele beschouwingen over de specificiteit van het overlijden in een algemeen ziekenhuis. We belichten enkele factoren die de pastorale zorg voor mensen in rouw sterk bepalen. Om concreter te kunnen ingaan op enkele aandachtspunten en ervaringselementen in de pastorale zorg voor rouwenden, is het vereist rekening te houden met de context waarin pastores zich ‘moeten’ bewegen.
In een ziekenhuis sterven uiteraard nogal wat mensen. Voor een ziekenhuis als AZ Damiaan, met 523 bedden, ligt dat aantal op jaarbasis om en bij de 540 (2009: 539). De vanzelfsprekendheid waarmee de pastor bij elk overlijden wordt geroepen, ligt al een tijdje achter ons. Een en ander hangt af van het moment waarop het overlijden zich voordoet, van de mensen die op dat ogenblik op de afdeling werkzaam zijn en van de spontane vraag van familieleden of nabestaanden. Volgens de gegevens die we als pastorale dienst in AZ Damiaan bijhouden, is er bij zo’n 46% van de overlijdens sprake van een of andere vorm van pastorale begeleiding (hetzij op het moment van overlijden, hetzij daaraan voorafgaand).
In een algemeen ziekenhuis is de kans dat de opvang en de rouwzorg vlug moeten gaan vrij groot. De noodzaak van snelle interventies wordt bepaald door een evoluerende omgang met het sterven in het ziekenhuis. Daardoor is er wel eens sprake van onwennigheid bij verpleegkundigen. Daarnaast is in een algemeen ziekenhuis ‘de druk op de bedden’ vrij groot. Zeker op kritische diensten kan iemand die overleden is niet lang blijven. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de pastorale zorg en voor de manier waarop de nabestaanden kunnen worden opgevangen.
Door de snelle verschuivingen in de patiëntenbezetting in een algemeen ziekenhuis, wordt de pastor vaak opgeroepen voor iemand die hij/zij niet kent en dat is toch wel bepalend voor de wijze waarop de pastor nabestaanden kan ondersteunen.
Soms gaat er aan een overlijden in een algemeen ziekenhuis een ‘technische’ prestatie vooraf; bijvoorbeeld een operatie of een reanimatie. Omdat nabestaanden vaak in eerste instantie geïnteresseerd zijn in meer informatie en/of details over het verloop daarvan, maar ook omdat het in die situaties meestal over een plots overlijden gaat, ervaar ik als pastor dat je meer tijd moet nemen vooraleer je tot gebed kan komen…
Persoonlijk vind ik het de gemakkelijkste manier van werken als verpleegkundigen aan nabestaanden vragen of ze wensen dat iemand van de pastorale dienst langskomt om met hen te praten, hen in hun verdriet op te vangen en eventueel ook met hen te bidden.
Ik stel mezelf altijd voor, verwijs naar het aanbod om langs te komen en laat de aanwezigen op verhaal komen. De bedoeling is niet een soort ondervraging, maar een context creëren waarin mensen hun gedachten en emoties kunnen ventileren. Als pastor is het overigens belangrijk om zich goed te informeren over wat er is gebeurd en om voeling te krijgen met de gevoelens en vragen van de aanwezigen.
Als pastor aanwezig komen bij rouwenden, roept bij mij altijd een opstelling op van voorzichtigheid, zorgvuldigheid en aandacht voor de delicate sfeer. In een ziekenhuis zijn er geen residerende bewoners, maar toch is het zo dat mensen zich de ruimte van de patiëntenkamer eigen maken voor de duur van hun verblijf. Aanwezig zijn bij het overlijden vind ik een heel persoonlijk gebeuren; een evenwichtsoefening van afstand en nabijheid. Een en ander hangt af van de mate waarin mensen jou als pastor toelaten in hun midden. Ik vind het heel belangrijk hen te laten aanvoelen dat ik daar rekening mee wil houden. Om mensen te laten ventileren, moet overigens niet altijd zoveel gesproken worden. Als je het goed wil doen, dien je je mijn inziens als pastor een hoge mate van stilte-tolerantie eigen te maken.
Mijn opstelling van voorzichtigheid en zorgvuldigheid houdt ook verband met de ervaring en het besef dat elke situatie van overlijden anders is. Hoeveel keer ik ook al bij mensen in rouw ben geweest; telkens is het weer verschillend. Ik vind het dan ook ontzettend belangrijk om elke vorm van veralgemening in mijn woordgebruik uit te sluiten.
Ik vind het ook van belang aandacht te hebben voor iedereen. Dat is niet altijd zo eenvoudig. Er zijn veel gebroken relaties en familiebanden met het risico dat er niet voor iedereen even veel aandacht is.
Ook de aandacht voor de beleving van medepatiënten probeer ik in de rouwzorg te integreren. Zij voelen of merken dat er iets aan de hand is. Een overlijden is voor veel mensen een rare ervaring en in zekere zin confronterend in termen van hun eigen eindigheidservaring. Als je van plan bent te bidden, kan het beter zijn dat je, in plaats van ostentatief het gordijntje toe te doen en te doen alsof de buur van niets weet of er niets mee te maken heeft, uitlegt wat er gebeurt en zal gebeuren. Het zou de eerste keer niet zijn dat een medepatiënt mee bad met de familie en de pastor. Ze had tenslotte een week samen op dezelfde kamer gelegen met de overleden persoon.
Een laatste aandachtspunt in de opvang van nabestaanden is het creëren van een rustige serene sfeer; proberen uit te stralen dat je als pastor niet méér overdonderd bent dan de nabestaanden en dat je tijd voor hen zal maken, in principe zo veel als nodig.
Een speciaal facet van de opvang van rouwende mensen in de context van de pastorale zorg is het gebed.
Wat ik persoonlijk cruciaal vind vanuit mijn pastorale ervaring is dat er van een gebed beleving uitgaat en dat dat ook voelbaar is. Het criterium is dat mensen het aanvoelen hebben, ‘wat hier gebeurt en gezegd wordt, gaat over ons’. Hiertoe zie ik een viertal mogelijkheidsvoorwaarden; 1. een gebed vindt best plaats in een opvangsituatie, 2. op het juiste moment, 3. met het juiste taalgebruik en 4. met handelingen die aanspreken en aansluiten bij de (religieuze) gevoeligheid van mensen.
1. Een onderdeel van de opvang voor mensen. Een gebed zie ik als een culminatiepunt in de opvang en zorg voor rouwenden. Ik probeer te vermijden dat ik in een situatie van overlijden erbij geroepen wordt, louter en alleen om te bidden. Daarom probeer ik me voor aanvang zo goed als mogelijk te informeren over de overledene en de omstandigheden. Vooral in de context van een ziekenhuis is dat zeer belangrijk. Om een doorleefd gebed te kunnen doen, heb je als pastor best wat gepraat met de nabestaanden. Zo kan zich ook een vertrouwensband ontwikkelen.
2. Belangrijk is ook dat een gebed gedaan wordt op het juiste moment. Een rouwgebed is een verdichtingsmoment waarin, geheel in de waarheid staande, woorden gegeven worden aan de emoties en hoop bij de nabestaanden en waarin om Gods aanwezigheid en bescherming gevraagd wordt voor die momenten waarop ze steun en troost nodig hebben. Om dat te kunnen onder woorden brengen, moet er een zekere mate van aanvaarding zijn opgetreden. Daarvoor moet je de mensen tijd geven. Dat neemt niet weg dat een gebed naast een manier om heling, steun, kracht en troost te vragen ook een ‘middel’ kan zijn om nu net die harde of naakte waarheid beter onder ogen te kunnen zien, of daartoe op zijn minst hulp te vragen. Het juiste moment heeft ook te maken met het nagaan of de best mogelijke omstandigheden gecreëerd zijn: is iedereen die er wil bij zijn aanwezig? Hebben mensen die best zitten een stoel? Heeft iedereen letterlijk en figuurlijk een goede plaats (bv. ook kinderen?)
3. Een derde vereiste voor een rouwgebed vind ik dat de woorden en formuleringen van het gebed zelf in sterke mate aansluiten bij de situatie en bij wat aanwezigen op dat moment voelen. Dat betekent daarom niet dat elk rouwgebed totaal anders is, maar wel dat het gebed elementen bevat waardoor de aanwezigen niet de indruk hebben dat het ‘een universeel gebedje’ uit een lade is, maar dat het over hen en hun situatie gaat. Hoewel het hierbij kan gaan over kleine en relatief eenvoudige tussenzinnetjes, kan je dat dus niet helemaal voorbereiden.
4. Symboolhandelingen zijn bij het rouwgebed zeer belangrijk. De pastor is de enige die (de taal van) symbolen en rituelen gebruikt. Het behoort tot de unieke benaderingswijze van de pastor en bovendien blijken mensen er bijzonder gevoelig voor te zijn. We moeten daar dus maximaal gebruik van maken. Nadenken over de manier waarop we een rouwgebed zullen aanpakken, veronderstelt dus nadenken over enkele centrale (symbool)handelingen. Er kan vaak veel meer mee gezegd worden dan met woorden en vooral op momenten waar woorden eigenlijk tekort schieten. Om het verdriet, het gemis, maar ook de hoop onder woorden te brengen, hebben dergelijke handelingen een kracht die mogelijk werkzaam blijft tot lang nadat het ritueel voorbij is.
Bert VERBEKE
Pastorale dienst
AZ Damiaan Oostende
bverbeke@azdamiaan.be