Een ritueel, uitgevoerd door een pastor, is méér dan louter een gebaar, een dagdagelijkse handeling of een technische uitvoering van een handeling. Het spreekt niet alleen het verstand aan, maar vooral het hart van mensen.
In het ritueel brengt de pastor –als tussenpersoon- Gods zegen en genade dicht bij de mensen, zelfs tastbaar nabij: de pastor raakt de dopeling aan door hem of haar de handen op te leggen en te zegenen, samen met de familie en meest dierbaren. In dit teken raakt God als het ware het kindje aan met Zijn liefde, die gedragen wordt door de pastor en alwie het kindje met zorg omringen.
Ik denk dat je als pastor zelf ook af en toe moet ervaren dat mensen vanuit een ontmoeting of een ritueel ‘open-gaan’, (nieuwe) zin, kracht en hoop vinden om verder te leven. Hoe genade zo ook aan jou –als pastor- gebeurt.
In die zin denk ik dat wij als ‘pastores’ ongelooflijk geprivilegieerd zijn om te mogen voorgaan in rituelen, als overgangs- of verdichtingsmomenten in het leven van mensen. Om datgene wat heel kostbaar en breekbaar is (bij doop: een kindje; maar ook bij ziekte: het kwetsbare leven) vóór God te brengen en Hem Zijn beschermende, helende zegen te vragen. Ook de symbolen die een plaats krijgen in het ritueel brengen iets in beweging in het leven van mensen: vb. door het verfrissende, reinigende water uit de levensbron die Christus is, wordt een kindje opgenomen in de gemeenschap van gelovigen, worden zieken gezegend, worden stervenden nieuw leven bij God toegezegd. (zoals prof. Burggraeve het uitdrukt: water dat in een ritueel wordt gebruikt, is méér dan H2O)
Vooral rond het levenseinde wordt duidelijk hoe belangrijk pastorale aanwezigheid is en wat rituelen voor mensen kunnen betekenen. Want juist daar –waar alle mensenhanden tekort schieten en geen lichamelijke verbetering meer mogelijk is- kan de pastor nog iets voor mensen betekenen; daar kan de pastor –doorheen Gods belofte en zegen- aan mensen vanuit de onmacht en het verdriet een perspectief van hoop geven, terwijl in het vakjargon van de artsen de toestand ‘hope-loos’ is. Zoals Jezus over het dochtertje van Jaïrus zei: “Ze is niet dood. Ze slaapt.” Het ritueel in deze context is ook heel belangrijk voor mensen, omdat het hen vaak helpt om dingen uit te spreken die anders moeilijk ter sprake worden gebracht. Het helpt hen stappen zetten naar verzoening. Het helpt hen stappen zetten in het lange proces van (lichamelijk) afscheid-nemen. (een man vroeg me ooit aan het ziekbed van zijn stervende vrouw om nooit het woord ‘afscheid nemen’ te gebruiken; hij zei: “ik neem geen afscheid van mijn vrouw. Zij blijft bij mij en met mij verbonden, al is het op een andere manier)
An Vastenavondt
“Voor mij is ziekenhuispastoraal in de eerste plaats tochtgenoot zijn van mensen. Het is meeleven met hen, klankbord zijn en met veel respect en inlevingsvermogen mee de weg gaan met mensen. Die wegen zijn heel verschillend, maar meestal hebben ze wel één ding gemeen: heel hun leven staat op zijn kop door een ziekte, ongeval of operatie. Vragen en twijfels komen dan naar boven: "Hoe moet het nu verder met mij? Wie ben ik nog, nu ik niet zoveel meer kan? Wat kan ik nog betekenen voor anderen? Waar is die God nu ik Hem zo nodig heb? Waaraan heb ik dit verdiend?" (…) “ Maar het is vaak door gevoelens uit te spreken dat je er meer greep op krijgt en ze zo een plaats kunt geven in je leven. Het kan zo'n verademing zijn om gewoon te zeggen wat er op je hart ligt en aanvaard te worden, met al je onmacht, verdriet en pijn. Het is... mogen proeven van die God die zegt: " Ik ben er voor jou".
“ Ziekenhuispastoraal is oog en oor hebben voor het hele levensverhaal van mensen. Vele patiënten maken in het ziekenhuis hun levensbalans op. Ze hebben zoveel tijd om na te denken en zich af te vragen ze er van terecht gebracht hebben. Zeker als ze weten dat hun dagen geteld zijn, willen ze graag alles op een rijtje hebben.” (…) “Het kan een hele steun zijn om iemand aan je bed te hebben die mee naar die chaos wil kijken en woorden geeft aan de dingen waar je zelf geen woorden voor vindt. Vaak zijn er ook geen woorden nodig. Dan is een blik, een glimlach, een knipoog , een schouderklopje genoeg.”
“Zo ook bij de ziekenzegeningen: het zijn innige momenten waarbij het gebaar van de handoplegging sterker is dan alle woorden en het moment van afscheid van de familie, ondanks alle verdriet, ook zo mooi en hartverwarmend kan zijn. Het is bijna een voorrecht om daarbij aanwezig te mogen zijn en in die intimiteit te mogen binnentreden - wonderlijk! Ik ben ook nog altijd verbaasd over het impact van de communie op de kamer brengen. Velen barsten in tranen uit en zijn zo dankbaar voor die concrete goddelijke aanwezigheid waar ze enorm veel kracht uit putten. Het is een kostbare schat waar we mee rondlopen door het ziekenhuis,...”
Overgenomen van Getuigenissen (werken als ziekenhuispastor – Greet Scheers), http://www.kerknet.be/bisdomantwerpen/content.php?ID=308 (toegang: 02/06/2009).