Met een ‘klap’ komt het lijden soms dichtbij. We worden geconfronteerd met allerlei soorten lijden en rusteloze vragen: Waarom overkomt ons het lijden? Hoe kunnen we omgaan met de grote onmacht? Kunnen we iets doen? Wie draagt er verantwoordelijkheid? Waar is God nu? Hoe kunnen we blijven hopen, als de realiteit zo pijnlijk is en er geen perspectief meer lijkt? Lijden dat vaag en ver kan lijken, wordt zichtbaar, tastbaar in een concreet gezicht, een schrijnend verhaal, gekend of verborgen verdriet, accidenteel of intentioneel kwaad.
“Ik zat op de trein. Die begon plots te toeteren en hard te remmen. Er volgde even een schok, iedereen vloog vooruit. Ik zag het onderstel van een andere trein naast mij passeren', vertelt een jongeman die op één van de treinen zat.”
(bron:http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20100215_051)
Een oudere doofstomme man vertelde me eens wat hem jaren geleden was overkomen, aan het andere einde van de wereld bij een zwaar treinongeval. “Het was een heen en weer gaan van mensen. Ik voelde dat er iets gebeurd was, maar niemand deed iets. Ik kon geen waarschuwing horen, ik kon niets zien. Meer dan 2 uur heb ik in die trein gezeten. Alleen en bang. Het was verschrikkelijk.”
“Het huis van Mamosa bestaat niet meer. Het is een hoop puin geworden. De aardbeving deze namiddag heeft van Port-au-Prince op minder dan 20 seconden tijd een puinhoop gemaakt . Het was even voor 5 uur in de namiddag. Ik zat aan de computer op mijn werkkamer in het appartement achterin toen plots de grond onder mijn voeten begon te trillen. Een aardbeving. Ik had in de drie en veertig jaar in Haïti al wel eens lichte aardschokken gevoeld, maar ditmaal was het duidelijk anders. Het appartement begon vervaarlijk te bewegen en ik probeerde buiten te geraken. Amper drie stappen verder viel ik over de door de kamer rondvliegende voorwerpen en brokken stenen die uit de muren van het dansende gebouw loskwamen. Terwijl ik neersloeg en me daarbij licht kwetste keek ik door de open deur naar buiten en zag met ontsteltenis het grote huis vooraan, waarin de meeste kinderen wonen in elkaar zakken als een kaartenhuisje. Het appartement waarin ikzelf op de grond lag was gedeeltelijk in elkaar gezakt en bleef gevaarlijk hellend vastzitten. De schok was voorbij en liet een hoop vernieling achter in een wolk van stof. (…) De mensen uit de buurt trokken naar een open terrein vlak in de buurt met de bedoeling er samen de nacht door te brengen onder de blote hemel. We voegden ons bij hen. Jasmin leed enorm met zijn gebroken en verscheurde voet en de machteloosheid er niets te kunnen aan doen voor morgenvroeg en de vrees Anne-Michelle niet meer levend terug te zien deed enorm pijn. Ondertussen begon het door te dringen dat gans Port-au-Prince zwaar door deze aardbeving was getroffen. Op de route de Delmas, de grote baan die op enkele stappen aan ons huis voorbij liep, was een ware volksverhuizing ontstaan in beide richtingen, mensen op zoek naar een verblijf voor de nacht. De paar honderd verzamelde mensen op het terrein begonnen te zingen en te bidden en deden dit de hele nacht door. Ik lag tussen mijn kostgangers van Mamosa op een stuk karton, met mijn kleren nog vuil en vol stof, maar kon de slaap niet vinden.”
“Los daarvan moet ik toegeven dat ik alsmaar meer moe wordt. De aftakeling is volop aan de gang. De goede dagen worden schaarser, de mindere dagen talrijker. Vandaar allicht dat mijn schrijffrequentie hier ook wat begint te tanen. Ik heb deze week twee dagen bijna uitsluitend in de zetel doorgebracht, dat is nog nooit gebeurd. En nog kon ik ’s nachts slapen. En ’s morgens kan ik er niet goed uit.
Ik begin er ook wat grauwer uit te zien in mijn gezicht. Toen ik het daar laatst met de kinesist over had, vertelde die mij over een dame die tijdens haar chemo alle kleuren van de regenboog kreeg : van groen tot gespikkeld (luipaardmotief). Zou dat bij mij ook zo zijn?”
(Kristien van den Bon)
(Bron: http://cancer-chicklit.skynetblogs.be/post/3565424/moe-moeder-moest-040806)
“Een droom ben je gebleven
We hadden je alles willen geven
Je zoveel willen leren
Laten zien, voelen en genieten
Je alle liefde willen geven
En ons geluk met je willen delen
Een droom ben je gebleven
En als een wondermooie droom
Zul je met ons verder leven”
Ingrid & William Ten Brink
(bron:http://www.gedachten-gedichten.nl/overlijden_kind.htm)
“Het menselijke huishouden op aarde verkeert in een globale ecologische crisis. De ecologische crisis betreft zowel de verhoudingen van het menselijke huishouden met de niet-menselijke natuur alsook de interne verhoudingen tussen de mensen en de menselijke collectiviteiten onderling. De ecologische crisis omvat een milieu-crisis, een sociaal-culturele crisis en een mentale crisis. De mensheid zit gevangen in een haast uitzichtloze spiraal van vernietiging, roofbouw en geweld. De natuur raakt uitgeput, ze bezwijkt onder de collectieve menselijke agressie. Ze kan al dat vergif, al die afval, al dat beton niet langer aan. De wereld-samenleving wordt geteisterd door schrijnende armoede, moordende kapitalistische concurrentie en racisme, politiek en religieus fanatisme, oorlog en georganiseerde misdaad. Overal slaat de brand uit van een helse barbarij.”
(bron: Ullriche Melle, De meervoudige ecologische crisis en de noodzaak van een drastische ommekeer, in Ethische perspectieven 3 (1993)2, p. 62)
“De vrouwen uit Congo en Rwanda zijn journalistes die zich in het Grote Merengebied in Afrika al jaren inzetten om de stilte rondom de systematische verkrachtingen te doorbreken. Ze streven ernaar dat deze vorm van geweld wordt gezien en vervolgd als een oorlogsmisdrijf, een misdaad tegen de menselijkheid en als onderdeel van genocide. Er moet volgens hen zo snel mogelijk een einde komen aan de straffeloosheid van de daders en de rechteloosheid van de slachtoffers. Tussen 1998 en 2003 zijn alleen al in het oosten van Congo (DRC) meer dan 40.000 vrouwen verkracht en verminkt. Ondanks een vredesakkoord uit 2002 gaan de praktijken tot op de dag van vandaag door. Sinds januari dit jaar zijn al meer dan 4500 vrouwen verkracht in het zuiden van de Congolese provincie Kivu.”
(bron: http://www.communicatieonline.nl/nieuws/bericht/mediacampagne-tegen-seksueel-geweld-in-afrika)
Witte ballonnen, ook nog vandaag, voor Ann, Eefje, Shana, Kevin, Joe, Annick, en zovele onbekende slachtoffers …
“16 jaar geleden verdwenen Kim en Ken Heyrman. Kim werd een maand later teruggevonden in het Asiadok, verkracht en vermoord. Ken is nog steeds vermist. Moeder Tinny Mast herdacht op gisteren [4/01/2010] haar kinderen, gesteund door lotgenoten en symphatisanten. Kinderen zouden moeten kunnen leven in een wereld waarin ze zich veilig en geborgen zouden moeten kunnen voelen. Helaas zijn er op deze wereld véél te veel ouders die hun kind vermoord weten hebben, die met de angst leven, de hel, van het “Waar is mijn kind?”
(bron: http://brandpunt23.wordpress.com/2010/01/05/04-januari-dag-van-de-vermoorde-en-vermiste-kinderen)
Volgens Barbara Stimler, een Pools-Joodse overlevende van de Holocaust, “kun je de Holocaust niet begrijpen, tenzij je hem hebt meegemaakt, ook Joden niet.” Het is vanuit een veilig huis in een democratisch en vrij land inderdaad ontzettend moeilijk om je voor te stellen hoe ongeveer zestig jaar geleden miljoenen onschuldige mensen op brute wijze vermoord werden, enkel vanwege hun Joodse identiteit. De wanhoop, de pijn en het verdriet van deze mensen zijn voor ons tegenwoordig onvoorstelbaar. Voor overlevenden van de Holocaust is het enorm moeilijk om deze gevoelens onder woorden te brengen, want “hoe kun je nou omschrijven hoe het is om te sterven aan honger en uitputting?”, zoals Holocaustoverlevende Halina Kahn zich afvraagt.
(bron: http://www.go2war2.nl/artikel/1476/Vergeten-stemmen-van-de-Holocaust.htm)
Met dank aan Jana Binon
Een ziekenhuis vormt een dorp, een leefgemeenschap met een restaurant, enkele winkels, een apotheek, een mortuarium, een kapel en een bibliotheek. Zo is het ook in de Universitaire Ziekenhuizen Leuven, die behoren tot de bekendste in ons land. Sommige mensen passeren er maar eventjes, andere verblijven er wekenlang, nog andere komen alleen iemand bezoeken. De één komt voor een zware operatie, de ander voor een bevalling.
Toen Jan Van Rompaey in de jaren tachtig voor de openbare omroep televisiereportages maakte in Gasthuisberg, geraakte hij gefascineerd door dit reusachtige ziekenhuiscomplex. Sindsdien zit hij regelmatig in de Leuvense ziekenhuiscafetaria, het plaatselijke dorpscafé, en heeft hij er al met honderden mensen gepraat. Jan Van Rompaey is namelijk niet geïnteresseerd in nieuwe operatiemethodes, diagnoses of apparatuur, hij wil de verhalen horen van hen die voor korte of lange tijd in de buik van het ziekenhuis vertoeven. Hij pakt niet alleen pintjes met patiënten en bezoekers, maar dwaalt ook vaak door de eindeloze gangen of stapt eens een praktijk binnen voor een praatje met een dokter.
Deze interviews zijn momentopnames, beelden van mensen op doortocht in een ziekenhuis. Zoveel mensen, evenveel verhalen en Jans nieuwsgierigheid is onbegrensd. Bovendien stelt hij de juiste ragen. Openhartig vertellen zijn gesprekspartners over hun ziekte, hun leven, hun eenzaamheid, hun hoop of wanhoop.
J. VAN ROMPAY, Tussen hoop en wanhoop: verhalen uit Gasthuisberg, Leuven, Van Halewyck NV, 2008.
Ilse Cornu
Johan Van der Vloet
Zoveel soorten van verdriet… Zo begint de dichter Vasalis het gedicht Sotto voce, met zachte stem. Ieder mensenleven kent de ervaring van lijden. In dat lijden worden we geconfronteerd met onze eindigheid en afhankelijkheid. Ziekte, aftakeling, psychische pijn, natuurrampen: ze overkomen ons zonder dat we er vat op hebben.
Wie kan zeggen wat het lijden draaglijk kan maken, wie kan er een betekenis aan geven? Misschien kunnen sommige woorden, zacht gesproken - sotto voce - helpen. Ze kunnen het lijden niet wegnemen, maar misschien wel van binnenuit veranderen. Heel voorzichtig, met strelende, troostende en omzichtige woorden willen we in dit magazine over lijden spreken. Het gaat over jouw lijden, het lijden van de mensen rondom je, over ons lijden.
In het christelijke geloof krijgt lijden een ongewone betekenis. Het wordt ervaren als zinloos. Tegelijk is lijden geen eindpunt, maar kan het opengebroken worden tot onverwachte nieuwheid. Hierin is de levensweg van Jezus uniek. Zijn verhaal kan lijdende mensen helpen.
Meer dan de vraag naar de oorzaak van het lijden, is de centrale vraag: hoe ga je om met je eigen lijden en dat van anderen? En hoe doen christenen dat vanuit hun geloof in Jezus?
Dit magazine wil geen receptenboek zijn, wel een stimulans en een uitdaging, om door het lijden heen de menselijke waardigheid te blijven zien.
21 x 30 cm; 68 blz. + extra katern 16 blz.
ISBN 978-90-8528-104-7
Prijs: 4 euro/ex
vanaf 10 ex: 3,50 euro/ex
vanaf 30 ex: 3 euro/ex
Dit magazine is ook verkrijgbaar in combinatie met de bijhorende dvd. Prijs dvd+magazine: 7 euro, code 299 DVD.
De dvd zal beschikbaar zijn vanaf 11 mei 2009.
Recensie:
BINON, J., ‘Waarom toch? Omgaan met kwetsbaarheid en lijden’, Een delicaat avontuur, in Rondom Gezin , 2009, p.41-47.
Voor de volledige tekst, zie: http://www.gezinspastoraal.be/320/#Publicaties