Aan de rand van de dood is het leven intenser. Dat heb ik dit jaar vaak gedacht toen mijn broer ziek was. Vooral op momenten dat we heel gewone dingen deden die plots, door de zandloper van de resterende tijd die onzichtbaar naast hem liep, buitengewoon werden. Een wandeling in zijn straat, een korte fietstocht in zijn wijk toen zijn lichaam zich heel eventjes herstelde van de verwoestende chemo, een koffietje-met-zon in de tuin van het ziekenhuis, de wind in zijn haardos die hij gelukkig niet kwijt was. Hoelang zou hij nog bij ons zijn? Niet lang dus. De ziekte raasde als een orkaan door zijn lijf en door ons aller leven, de aftakeling ging snel, genadeloos. Hij ademt nog. Hij ademt niet meer. De overgang die voor altijd kippenvel geeft.
Lees meer op redactie.be
Ik wil roepen
Ik wil schreeuwen
Ik wil gillen
Maar er komt geen geluid
Ik wil schoppen
Ik wil kapot trappen
Ik wil slopen
Maar ik zet geen stap vooruit
Mijn keel zit dicht
Mijn mond gesloten
Mijn tanden op elkaar
Ik kan geen klank uitstoten
Mijn ogen zijn droog
Mijn tranen vanbinnen
Mijn hart huilt
Ik zal nooit winnen
Ik kan geen kant op
Alles zit muurvast
De uitweg afgesloten
Mijn ziel bekrast
Doodsbang kijk ik toe...
Boos
Maar vooral machteloos
Die om mij smeekt,
die ik heb afgeweerd
zolang ik kon.
Die mij niet sleurde,
niet duwde, maar wenkte
over uw drempel.
Die de sluier van mijn angst
niet scheurde, maar optilde.
Die met enkel
uw stem mij zo vermurwde
dat ik wilde.
Ooit door geruchten
over U geknecht.
Nu zonder angsten
eindelijk
verwacht ik U.
Die om mij smeekt,
die ik heb afgeweerd
zolang ik kon.
Huub Oosterhuis
“We moeten weer leren elkaar tot last te zijn...”
“Niet alleen medische, psychosociale factoren zijn van belang om beslissingen te nemen, maar ook spirituele: ‘... Je moet kijken of je beslisssing rust en serenitei brengt. Dat geeft aan of het een goede of slechte beslissing was.’
“Van zodra we zeggen: ‘Ongeluk komt niet van hierboven, van God of het Toeval’ staat de volgende vraag op: ‘Waar komt het ongeluk dan wel vandaan?’ Kushner antwoordt met een tegenvraag: ‘Waarom kunnen wij mensen niet aanvaarden dat sommige dingen geen reden hebben, dat niemand of niets ze ons toezendt, dat ze gewoon een stuk toeval in de wereldgeschiedenis zijn?’ van veel ongelukken kunnen we bijvoorbeeld wel veerklaren ‘hoe’ ze ontstaan zijn (bv. Bij een bosbrand), maar welk is het antwoord op de vraag ‘waarom die en die bomen verbrand zijn en die anderen niet?’ God heeft niets te zien met die auto die op de autoweg door de vangrail gaat en net naast mijn wagen neerploft, maar wel op die van de buurman. Hoe zou je dat uileggen aan de vrouw van de buurman? Dat het zo moest zijn?”
K. VANDERVENNET, Brief aan een oud-leerlingen, in: K. JANSSEN, Warme woorden, Uitgeverij Averbode, Averbode, 2002, p. 170-173.
L. LOWEL, Jana, de goddelijke paradox van leven en dood..., in: ’t Vergeet-mij-nietje, ouders van een overleden kind, 22 (2005)1: p. 16-18.