Kerstpoëzie

Geboorte van Christus

Was er je eenvoud niet, hoe kon jou dan
gebeuren wat nu de nacht verlicht?
Zie, God hield volken toornend in zijn ban,
maar Hij wordt mild, nu jij Hem baart: een wicht.

Verscheen Hij groter in je droomgedicht?

Wat is dat, grootheid? Dwars en uitermate
recht is deze weg die 't lot Hem bood.
Zelfs voor een ster is zo geen baan gelaten,
want, zie je, deze koningen zijn groot

en slepen schatten aan tot voor je schoot,

de schatten waar ze 't meest van houden;
dat die bestonden had je nooit gedacht –
maar zie toch hoe Hij in je doek met vouwen
ligt en nu al alles overtreft in kracht.

Van ver al d'amber over zee gebracht

en al het goud, de strelende en pure
kruiden, bedwelmend in hun wazigheid:
maar dit zijn alles dingen die niet duren,
en aan het einde wacht je rouw en spijt.

Maar Hij (dat merk je nog wel), Hij verblijdt.

Rainer Maria Rilke

(vertaald door Piet Thomas)

naar boven

Kerstmis met Lucas

Alleen in mijn kamer en kerstmis op til.
Ik lees Lucas de evangelist
en plotseling hoor ik de avond zo stil
als een landschap onder de mist.

Rondom mij staan boeken in het gelid
met hun bladzijden angst en verdriet,
maar Lucas bezweert mij: Luister naar dit
bevel van de engel: vrees niet.

Ik lees: Zacharias ontstelde zeer
en Maria verschrok in haar huis,
de herders lagen bevende neer
maar de hemel werd luid van geruis.

Zacharias, Maria, herders, vrees niet
zei de engel van Lucas tot u.
Ik weet dat zijn vrede over u is geschied,
maar geldt dat voor hier en nu?

Want twijfelzucht, onrust en overmoed
namen beurtelings van mij bezit
en hoe wordt de wereld van morgen,
hoe wordt de donkere wereld nog wit?

Een kamer verstilt in een kleine stad
en een hart in die kamer verkilt,
de sneeuw van papier en van lamplicht dat
op mijn schrijvende handrug trilt.

De donkere wereld wordt buiten wit
tot een schielijke heldere bres
van de wassende maan die verborgen zit
in de nok van een dunne cipres,

het dreigende teken van angst aan een wand
vol boeken wordt uitgewist
door de hand van de enge[ en door de hand
van sint Lucas de evangelist.

Anton van Wilderode

naar boven

Driekoningen

Als de koningen binnentreden
in 't vereenzaamd huis
met vlammende mantelkleden
en fluwelen geruis

neemt Maria 't Kind op de armen
en kust het met gretige zoen,
ze wil het voor eeuwig beschermen
zoals iedere moeder zou doen.

Dan worden rijke offeranden
aan 't voeteind gespreid,
Maria vouwt de handen
en God zij gebenedijd!

Zij ziet trezoren en juwelen,
de zon kleurt een vreemd blazoen,
maar haar schat zal ze ruilen noch delen,
wat immers geen moeder zou doen.

Goud glanst op kristallen schalen
wat men de koning biedt,
wierook stijgt in spiralen
uit de hand van de acoliet.

De dunne neusvleugelen trillen.
Maria ruikt mirre uit bitter groen.
Hoe hoog zal ze 't Kind kunnen tillen?
Ook dat moet een moeder eens doen.

Zij laat de greep zich ontspannen,
zij troont de Zoon op de schoot,
zij groet de gemantelde mannen
en het satijnen avondrood.

Maar wanneer na dertig jaren
zij herdenkt haar wilde zoen
huilt ze: Vaarwel en dat God je beware!
Zoals iedere moeder zou doen.

Gery van Helderenberg

Voor meer informatie over deze drie gedichten, zie: http://www.kerknet.be/admin/files/assets/triptiekkerstmis.pdf

naar boven

Kerstmis

Kom, zei hij, het is tijd
we moeten gaan -
en hij nam haar hand
en zij legde haar ogen in de zijne
en samen gingen ze op weg
hij torste de verwondering
Zij droeg een wereld in haar buik.

De tocht was lang en zwaar
en toen de tijd gekomen was
dat zij prijs moest geven
wat haar van elders was toevertrouwd
vonden ze nergens plaats
en zij werd bang
vouwde haar handen om haar buik
en keek naar hem
en woordeloos zei hij:
het zal wel goed worden -
ik zal voor je zorgen.

En zo vonden zij een stal
en gedragen door de winden der tijden
omringd door alles wat was en wat is
brachten zij een zoon ter wereld
en de man keek naar de vrouw
de vrouw keek naar de man
en samen keken ze naar het kind
en wiegden het in hun liefde
en in haar pijn
ze had hem aan de wereld uitgeleverd.

Ze wiegden het kind in haar pijn
en hebben het Jezus genoemd.

In liefde ontvangen
met liefde gedragen
uit liefde gebaard.
Jezus Messias.

Marjo Dohmen

naar boven

Dat we onze dagen openhouden

Dat we onze dagen openhouden
voor wat ons
onverwacht kan overkomen:
een ontmoeting, een vaarwel,
ontroering om de schoonheid
van de mensen of de wereld,
een mens die troost komt vragen
of ons een ogenblik vrede schenkt.
Dat we onze dagen openhouden
voor wat nutteloos is:
gastvrijheid en welkom,
dankzeggen, stilte,
zomaar een woord
of een gebaar van goedheid.
Dat we onze dagen openhouden
voor God, ook als Hij uitblijft,
voor zijn spreken en voor zijn zwijgen,
voor de God over wie wij niet beschikken.
God,
als we ons opsluiten in zelfvoldaanheid,
kom dan en verricht aan ons,
nog voor we het vragen
het wonder van een nieuwe geboorte.

Frans Cromphout

naar boven

Kijken met de ogen van een kind

Kijken met de ogen van een kind
bevrijdt de wereld van zijn zorgen.
Licht dat wenkt, een dag die nieuw begint
verkondigen de taal van morgen.

Woorden met gevoel voor tederheid
die zachtheid, onschuld doen vermoeden,
blijken sterker dan de bitterheid
waarmee geweld en oorlog woeden.

Vieren dat de aarde toekomst heeft
begint met uitgestoken handen.
God die aan zijn Zoon vertrouwen geeft
behoedt de hoop van alle landen.

Jos Vanachter

naar boven

Mensen van goede wil

Mensen van goede wil geloven,
ondanks de feiten,
dat vrede kan in deze wereld.
En dat menswording
geen zeldzaam mooi verhaal
van lang geleden is,
maar iets dat moet gebeuren,
nu en altijd weer opnieuw.

En het gebeurt.
Waar men het niet verwacht.
Onhoorbaar als het licht
dat wolken openscheurt.
Iemand doorbreekt
de enge kring van zijn bestaan
om bondgenoot te worden.
Biedt onberekend woord en brood.
Geeft onderdak en warmte,
mededogen of een handvol hoop.

Mensen van goede wil
volgen de ster die naar de ander leidt.
En met de ogen van hun ziel
zullen zij overal het kind herkennen.

Kris Gelaude

naar boven

Als je naar de kerststal gaat

Je hoeft niet veel te spreken
wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat je vrede vindt
als je dit Kind naar binnen laat.

Je hoeft geen schatten mee te dragen
wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat voor dit Kind
een klein gebaar volstaat.

Je hoeft niet lang te blijven
wanneer je naar de kerststal gaat,
als je maar begrepen hebt
wat dit Kind te wachten staat.

Je hoeft niet bang te zijn
wanneer je naar de kerststal gaat,
dit Kind legt weer de rust
op jouw vermoeid gelaat.

Je hoeft niet veel te wensen
wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat in 't nieuwe jaar
dit Kind je niet verlaat.

Frans Weerts

naar boven

Net als de herders

Ik wens dat je
net als de herders
voor niets hoeft te vrezen,
dat je van onrust mag genezen
en dat je in kinderogen
Gods vrede mag lezen.

Ik wens dat je
net als de wijzen
je moedig op weg durft begeven,
dat je iets van je gaven zal geven
en dat je verbonden met velen
hoopvol zal mogen leven.

Ik wens dat je
net als Jezus’leerlingen
met moed en inzet mag werken,
mensen in nood mag bemerken
en dat je bij velen
’t vertrouwen kan helpen versterken.

Ik wens dat in je eigen hart
in het komende jaar
een redder mag wonen
om zo van binnenuit
aan ieder mens
Gods liefde te tonen.

Frans Weerts

naar boven

Als je ooit

Als je ooit
op zoek naar leven
een plek vindt waar mensen
- godvergeten ongeweten –
elkaar dragen,
weet dan:
dit is Bethlehem vandaag.

Als je ooit een samenleven mag
ervaren
waar de stomgemaakte stem krijgt
en de blinde uitzicht,
waar de kleingehouden mens wordt grootgemaakt
en de verslaafde vrij,
weet dan:
hier staat de ster stil.

Als je ooit een mens ontmoet
die zich oefent in rechtvaardigheid
en die vrede maakt tot tweede natuur,
zeg dan maar:
hier komst iets van God tot leven.

En wordt dan even stil
bij dit gebeuren.

Zo stil als de ster.

Carlos Desoete

naar boven

Het is eigen aan de geboorte

Het is eigen aan de geboorte
dat zij onophoudelijk gebeurt
met elke keer nieuw licht
want het ligt in de aard
van de goedheid
dat ze niet anders kan
dan zich uitstorten
waar ze ook is
in het zijn
in de grond van ons wezen
werkelijk waar
wat er aan volmaaktheid
moet komen
zij het goddelijk licht
genade
of zaligheid
dat alles kan alleen maar
door middel van de geboorte
in onszelf komen
op geen enkele andere manier
sta helemaal open
voor deze geboorte in jezelf
dan vind je al het goede
en alle troost
en al het zijn
alle waarheid
alle gelukzaligheid

Meester Eckhart (+ ca 1326)

naar boven