Spiritualiteit: in het spoor van de Heilige Damiaan

Spiritualiteit: deze term roept waarschijnlijk allerlei gevoelens op. Bij de ene roept het misschien afwerende gevoelens op omdat het doet denken aan ‘zweverigheid’, ‘niet met beide voeten op de grond staan’, aan het paranormale. Of het klinkt zo vaag. Bij anderen roept het misschien juist een warm gevoel op omdat het iets zegt over wat jou raakt, wat jou bezielt, over je verbondenheid met een werkelijkheid die niet in woorden te vatten is.

Spiritualiteit heeft te maken met “geraakt worden door iets en er geen woorden voor vinden”. Spiritualiteit wil niet zweven, maar juist met beide voeten in de werkelijkheid staan en juist in die werkelijkheid zoeken naar sporen van hoop, kracht, bemoediging, levensvreugde…

Jezus van Nazareth was zo iemand die sporen van hoop rondstrooide, een mens van vlees en bloed die het hart van mensen wist aan te spreken, die mensen hoop gaf temidden van de uitzichtloosheid, en die hen terug zin en smaak deed krijgen in het leven.

Eén van zijn volgelingen was pater Damiaan, die ook een diepe indruk bij mensen achterliet en tot op vandaag heel wat mensen blijft inspireren. Vanuit het concrete leven van deze eenvoudige ‘pastor’ kunnen we nadenken over onze eigen inspiratie van waaruit wij als pastor naar mensen toegaan en ervaringen uitwisselen over hoe wij in ons leven en onze pastorale praktijk zelf ‘zin’ vinden en aan anderen ‘zin’ geven.

Van Jozef De Veuster tot pater Damiaan: van eenvoudige jongeman, zoekend naar zin, naar overtuigde missionaris

Ervaringen als jongen: als jongste zoon in een gezin van acht groeit hij op in een heel gelovige familie; zijn jongste zusje sterft, zijn broers en zijn oudste zus treden in het klooster (hij kijkt erg naar hen op door de goede werken die ze doen); wanneer zijn oudste zus in het klooster sterft, treedt zijn andere zus meteen in om haar zorg voor zieken over te nemen.
Geloof was aanwezig, meegegeven van ouders, maar werd versterkt door een aantal ervaringen, en mensen voorwie hij bewondering had.

Twee keuzes die zijn leven radicaal bepaalden: de keuze voor het priesterschap en zijn keuze om pastorale zorg te verlenen aan de zieke, gekwetste en verbannen mens.

Toen hij 18 jaar was, besloot hij priester te worden, net als zijn broer Pamphil met wie hij een heel sterke band had. Zijn nieuwe naam wordt ‘Damiaan’, naar één van de twee geneesheer-broers en heiligen Kosmas en Damiaan. Zijn nieuwe naam zegt iets over wie hij is en wie hij wil zijn. Over zijn inspiratiebron.

Op zijn 23e geeft Damiaan zich vrijwillig op om missionaris te worden op Hawaï. Hij is erg gedreven om zijn zending te volbrengen en tegemoet te komen aan de missionaire noden waarover zoveel gesproken werd. (zoals de profeet Jeremia: God stelt hem de vraag: “wie zal gaan in mijn naam?” en Jeremia antwoordt: “Hier ben ik, Heer, zend mij!”) Tien jaar later worden melaatsen verbannen naar het melaatseneiland Molokai. Opnieuw kiest Damiaan niet voor de gemakkelijkste weg: hij geeft zichzelf als vrijwilliger op om de pastorale zorg voor de melaatsen op zich te nemen, niet wetend wat hem te wachten stond en hoe lang hij er zou blijven.

VRAAG 1

  • Welke ervaringen of ontmoetingen hebben mij ertoe gebracht pastor te worden? Wat is mijn motivatie? Wie of wat heeft mijn keuze beïnvloed? Wat is mijn inspiratiebron? Van waaruit word ik gedreven?
  • Jozef de Veuster kreeg bij zijn nieuwe opdracht een nieuwe naam. Ook jij wordt aangesproken met een andere naam: ‘pastor’. Deze naam wil eigenlijk voor een stuk zeggen wie ik ben en waarvoor ik sta. Wat betekent deze naam voor mij? Welke betekenissen roept het woord ‘pastor’ bij mij op?  

naar boven

Pater Damiaan: hij bracht leven temidden van de dood

Bij zijn aankomst zag hij hoe de melaatsen leefde (in schrijnende omstandigheden): doden werden niet begraven of niet diep genoeg, alles stonk naar de dood, promiscuïteit (geen regels, want je ging toch dood; je kon er nu nog beter van profiteren), mensen zonder familie kwijnden weg en stierven alleen in hun schamel hutje, mensen vluchtten in drank en drugs; agressie, geweld…

Nieuwe initiatieven:

  • Hij leerde de melaatsen hun doden met eerbied te begraven (uitbouw kerkhof, maken van kisten, uitvaartdienst met processie…)
  • Hij verzorgde en verbond hun fysieke wonden, maar heelde ook hun geestelijke kwetsures (de verbanning naar Molokai, het definitief gescheiden worden van familie en vrienden)
  • Hij leerde de melaatsen naar de toekomst kijken (wat vooral in de eerste jaren heel moeilijk was, maar geleidelijk aan kregen ze terug een gevoel van eigenwaarde, vonden ze terug zin in hun leven door mee te werken aan projecten, een taak op zich te nemen, terug een relatie op te bouwen, hobby’s uit te oefenen…)
  • Hij leerde de melaatsen vreugde beleven aan het leven, plezier maken, lachen, muziek maken, VIEREN in alle betekenissen van het woord (elke gelegenheid was voor pater Damiaan genoeg om een feest te organiseren met muziek en dans; maar ook liturgisch vieren: het geloof –bidden, vieren, lezen in de bijbel- was voor pater Damiaan een grote bron van vreugde)

VRAAG 2

  • Herken ik hierin iets van mijn eigen inspiratie of bewogenheid? Heb ik de vreugde van het pastor zijn al mogen ervaren en op welke manier? Of merk ik alleen de minder leuke dingen/de ellende/… op?
  • Herken ik Damiaans vreugde die deels voortkomt uit zijn geloof? Is het (persoonlijk) gebed mij vertrouwd of eerder onwennig, vreemd? Ben ik tijdens mijn stage al eens mogen voorgaan in gebed? Hoe heb ik dit ervaren? Vind ik het zelf belangrijk dat er tijdens mijn werk ruimte/aandacht/tijd is voor gebed/vieren/lezen in de bijbel, bezinnen of mediteren? Zo ja, hoe kan ik dit realiseren?  

naar boven

Pater Damiaan: één van “hen”, een vriend, een broer, een vader.

Nieuws dat hij definitief op het eiland mag blijven: “Wij, melaatsen…” Hij rookt dezelfde pijp, eet uit dezelfde kom… (cfr. Jezus die de melaatse aanraakt en geneest…; cfr. God die aanwezig is in zorgende handen van medemensen: kindje dat door ouders letterlijk op handen wordt gedragen, zieke die –zelfs letterlijk- met zorgende handen wordt aangeraakt)

Damiaan heeft veel gedaan met zijn handen.
Met zijn handen herstelde hij zijn kerkjes.
Met zijn handen verzorgde hij melaatsen.
Met zijn handen droeg hij de mis op.
Zijn sterke stevige handen zijn verminkt
geraakt door lepra. Zijn handen waren getekend door het leven.
Hij heeft zijn handen gebruikt om zorg te delen. Hij heeft zijn handen laten spreken.
Zijn handen waren een instrument van liefde.
Damiaan heeft veel nagedacht met zijn hoofd,
veel gevoeld met zijn hart, maar vooral veel
gedaan met zijn handen.

VRAAG 3

  • Waar ligt voor mij de grens tussen afstand en nabijheid in de zorg voor de pastorant (jonge leerkracht, jongere, vluchteling, oudere, zieke?) Naar welke kant helt de balans over? Hoe ‘dichtbij’ mag de pastorant komen in onze pastorale ontmoeting? Mag hij of zij mij persoonlijk aanspreken; mag hij of zij mij iets vragen over mijn leven? Mag hij me aanraken? Vind ik dat ik als pastor mensen kan/mag aanraken of ga ik dan over de grens?  

naar boven

Damiaans overgave, zelfgave en trouw

Net als Jezus geeft pater Damiaan zijn leven letterlijk voor zijn mensen, van wie hij ongelooflijk hield. Vanaf het moment dat hij voet aan wal zette op Molokai, wist Damiaan dat hij een groot risico liep om dezelfde ziekte te krijgen. En toch raakt hij hen aan. En toch blijft hij bij hen. Hierin lag de grootste kracht van pater Damiaan, die tot op vandaag mensen blijft inspireren en hoop geven: in de belangeloze en liefdevolle overgave aan zijn medemensen in het voetspoor van Jezus.

Damiaan is naar Molokaï gegaan
om veel te doen ‘voor’ de arme mensen.
Maar al doende is hij zelf arme medemens geworden.
Voor hem was dat een ommekeer in zijn leven.
Damiaan heeft niemand op zijn of haar verleden vastgespijkerd.
Hij heeft dat op Molokaï gaandeweg geleerd.
Voor hem was dat een verrijking.
Damiaan werd door zijn bisschop en oversten tegengewerkt.
Hij zette zich niet af tegen hen, maar bleef zich inzetten
voor – en samen met – de uitgestoten mensen.
Damiaan heeft op Molokaï leren geloven in de kracht
van het kleine begin: het zaad in de grond, de gist in het deeg.
Damiaan putte de kracht om het vol te houden
uit een intens gebedsleven.
Hij kon de gebeurtenissen in zijn leven
en de ziekte die hem overkwam,
beleven vanuit een diep geloof en en sterke hoop.

Uit: Mensen onderweg (2008-6)

VRAAG 4

Welk beeld of foto van pater Damiaan spreekt mij het meest aan? Welk beeld geeft voor mij het best Damiaans inspiratie weer voor mij als pastor?

naar boven

Auteur: An Vastenavondt