Allerzielen is geen hoogfeest, maar toch staat het feest op hetzelfde niveau als de hoogfeesten van de Heer, van Maria en van de heiligen die op de algmene kalender vermeld staan. Als Allerzielen op een zondag valt, dan wordt voorgeschreven dat de zondagsliturgie vervangen moet worden. De liturgische kleur is paars. In de liturgie wordt zeer sterk het paaskarakter van het christelijk sterven beklemtoond. Dit komt duidelijk naar voor in de verschillende lezingen.
De eerste lezing is een oudtestamentische getuigenis van het geloof in de verrijzenis.
| [43] Daarna hield hij onder zijn soldaten een inzameling die tweeduizend drachmen zilver opbracht. Hij stuurde dat geld naar Jeruzalem voor een zondeoffer. Dat was een mooie en edele daad, ingegeven door de gedachte aan de verrijzenis. [44] Want als hij niet gehoopt had, dat de gevallenen zouden verrijzen, dan was het nutteloos en dwaas geweest om voor de overledenen te bidden. [45] Bovendien bedacht hij dat voor degenen die godvruchtig sterven een prachtige beloning is weggelegd; inderdaad een heilige en vrome gedachte! Daarom liet hij voor de overledenen een zoenoffer opdragen, opdat ze van hun zonde zouden worden vrijgesproken. (Willibrordvertaling) |
In deze lezing gaat het over de voorspraak van de verrezen Heer, die aan de rechterhand van zijn Vader zit.
|
[31b] Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? [32] Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken? [33] Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? [34] Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit? [35] Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, of vervolging, of honger, of naaktheid, of levensgevaar, of het zwaard? (...) [37] Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die ons heeft liefgehad. [38] Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch machten, noch wat is noch wat komt, geen macht [39] in den hoge of in de diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer is. (Willibrordvertaling) |
In het evangelie horen we een troostende boodschap voor mensen met verdriet:
|
[1] Jullie moeten je niet zo laten verontrusten. Jullie geloven in God; geloof zo ook in Mij! [2] In het huis van mijn Vader kunnen velen hun verblijf houden. Zou Ik anders gezegd hebben dat Ik wegga om voor jullie een plaats gereed te maken? [3] Ja, Ik moet weggaan en voor jullie een plaats gereedmaken, maar Ik kom terug, en dan neem Ik jullie bij Me op, zodat daar waar Ik ben, ook jullie zullen zijn. [4] En waar Ik heen ga – de weg daarheen is jullie bekend.’ [5] ‘Maar Heer,’ zei Tomas, ‘we weten niet eens waar U heen gaat; hoe zou de weg ons dan bekend kunnen zijn?’ [6] Jezus antwoordde: ‘Ik ben de weg, en de waarheid en het leven. Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader. (Willibrordvertaling) |
Bron: J.LAMBERTS, Volksgebruiken in de loop van het liturgisch jaar, Averbode, Altiora, 2001, p. 170.