Op de dag na Allerheiligen worden in de Westerse Kerk alle overleden gelovigen herdacht. Dit feest ontstond uit de gewoonte van de heidenen om hun doden op een bepaalde dag te herdenken. Allerzielen heeft oudere wortels dan Allerheiligen. Reeds voor de tweede eeuw bestonden er gedenkdagen met eucharistieviering voor overledenen. We vermoeden dat dit voortkwam uit de oude gewoonte om offers te brengen aan een overledene en uit de gedachtenismaaltijd die men hield op het graf van een overledene.
Het feest werd in het begin van de elfde eeuw door paus Johannes XIX ingesteld om het lot van de arme zielen te gedenken en voor hun zielenheil te bidden. Men hoopte de zielen tijdelijk uit het vagevuur te halen.
In 1938 bepaalde Pius XI dat gelovigen op Allerzielen of op de zondag erna een Toties Quoties-aflaat konden verdienen. Dat betekent dat men bij iedere keer dat men een kerk betrad steeds opnieuw een aflaat voor een overledene kon verwerven, echter wel op voorwaarde dat men eerst had gebiecht, de communie had ontvangen en bepaalde gebeden had verricht.
Hieruit ontstond het gebruik van 'Pesjoenkelen'. Wanneer men in het kerkgebouw vijf Onze Vaders, vijf Wees Gegroetjes en vijf Eer aan de Vaders bad ter intententie van de paus, verkreeg men een Toties Quoties-aflaat. Iedere aflaat redde een ziel uit het vagevuur. Als men de aflaat verkregen had, ging men de kerk uit, waarna men weer binnenkwam om opnieuw de bovengenoemde gebeden te zeggen en een aflaat te verkrijgen.
Het woord 'pesjoenkelen' is afgeleid van het Lantijnse portiuncula, maar dit betekent niet 'deurtje' , zoals lang werd aangenomen, maar 'klein stukje', een verkleiningsvorm van portio, dat staat voor 'deel' of 'portie'. Het woord portiuncula gaat terug op het stukje grond dat Franciscus van Assisi kreeg en waarop het kerkje van Santa Maria degli Angeli stond. Daaroverheen is later een grote basiliek gebouwd. Het woord 'pesjonkele' - volgens Piron beter dan 'pesjoenkelen' - is een verbastering van 'portiunculen', een aflaat die kon worden verdiend op 2 augustus, het feest van de kerkwijding van de basiliek van Portiuncula te Assisi, in kerken van de franciscanen en in kerken waar een afdeling van de 'Derde Orde van Sint-Franciscus' was gevestigd.
Omdat de aflaat van Allerzielen zo dikwijls kon worden verdiend als een kerk werd bezocht, is dit - ten onrechte dus - 'portiunculen' genoemd. De praktijk van het 'kerk-in, kerk-uit' met de intentie daarmee zielen uit het vagevuur te redden 'was een misbruik dat voortkwam uit onkunde', aldus Van Voorst van Beest, die benadrukt dat het beslist niet waar is dat de kerk dit leerde.
Bronnen: