Bezinningsteksten

Damiaan als voorbeeld voor ons en voor onze kerk

Damiaan is naar Molokaï gegaan
om veel te doen ‘voor’ de arme mensen.
Maar al doende is hij zelf arme medemens geworden.
Voor hem was dat een ommekeer in zijn leven.
Moge dat voor onszelf en voor onze kerk ook een ommekeer zijn.

Damiaan heeft niemand op zijn of haar verleden vastgespijkerd.
Hij heeft dat op Molokaï gaandeweg geleerd.
Voor hem was dat een verrijking.
Moge dat voor onszelf en voor onze kerk ook een verrijking zijn.

Damiaan werd door zijn bisschop en oversten tegengewerkt.
Hij zette zich niet af tegen hen, maar bleef zich inzetten
voor – en samen met – de uitgestoten mensen.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die houding verwerven.

Damiaan heeft op Molokaï leren geloven in de kracht
van het kleine begin: het zaad in de grond, de gist in het deeg.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die geest van geloof verwerven.

Damiaan putte de kracht om het vol te houden
uit een intens gebedsleven.
Hij kon de gebeurtenissen in zijn leven
en de ziekte die hem overkwam,
beleven vanuit een diep geloof en en sterke hoop.
Mogen wijzelf en onze kerk ook die levenshouding verwerven.

Uit: Mensen onderweg (2008-6)

naar boven

Melaatsheid vandaag

Heb je ze al gezien:
de melaatsen van onze tijd?
Hun allereerste besmetting begint al heel vroeg:
wanneer ze zich voor de eerste keer afzonderen
om geen rekening te moeten houden met hun medemens.
Och, het was heel onschuldig begonnen,
haast onopvallend.
Geen mens had het trouwens gemerkt.
En dan komen de eerste vlekken:
vlekken van eigenzinnigheid en onwil,
van overschilligheid en lusteloosheid.
Ze vinden geen vreugde meer in hun leven
en zoeken naar vervangmiddelen
die ze heel gemakkelijk vinden
in onze consumptiemaatschappij.
‘Ik moet toch ook leven’, zeggen ze dan.
Na een tijdje beginnen hun ellebogen te verslijten,
want die hebben ze het meest gebruikt.
Hun voeten om naar de mensen te gaan
zijn al lang afgestompt.
Ze hoeden zich er wel voor hun handen
vuil te maken voor anderen.
Dat wordt hun trouwens duidelijk voorgeschreven
door de moderne wereld die je zegt:
‘Ieder voor zich.’
Dan komt de laatste fase:
hun hart begint te verkoelen,
hun ogen worden zo zwak
dat ze hun eigen ziekte niet meer zien.
Dat is het begin van het einde.
Geen enkel woord van echte bevrijding
dringt tot hen door.
Heb je ze al gezien:
de melaatsen van onze tijd?
Ze wonen niet voorbij de horizonten,
niet ver over zee.
Ze wonen heel dichtbij.
Waarom zoek je ze dan zo ver?

Uit: Mensen onderweg (2008-6)

naar boven

Missionaris zijn

Missionaris zijn is vervuld zijn van vurig verlangen
om Gods Rijk gestalte te geven in gerechtigheid en vrede voor alle mensen
in aandacht en hartelijkheid voor eenzamen en verlatenen
in sterke steun en inzet, bijzonder voor kleine arme mensen.

Het betekent ook bescheidenheid om anderen te benaderen
met oprechte eerbied en begrip
ook al volgen zij een andere weg naar God
en bereid zijn tot samenwerken om een nieuwe wereld op te bouwen
waar mensen broers en zusters zijn van elkaar, kinderen van eenzelfde vader,
waar vrede heerst en de wil om problemen te benaderen langs open gesprek
bekrachtigd door belangeloze dienstbaarheid.

Missionaris zijn is de sterkte van God Geest ervaren
die je stuwt door alle moeilijkheden heen om van mensen te blijven houden
ondanks tegenwerking en onbegrip.
Het is jezus blijven volgen door heen onmacht, lijden en dood
naar de vreugde van nieuw leven dat onverwoestbaar stand houdt.

Uit: Suara 36

naar boven

Damiaan heeft veel gedaan met zijn handen

Damiaan heeft veel
gedaan met zijn handen.
Met zijn handen
herstelde hij zijn
kerkjes.
Met zijn handen
verzorgde hij melaatsen.
Met zijn handen droeg hij de mis op.
Zijn sterke stevige handen zijn verminkt
geraakt door lepra. Zijn handen waren
getekend door het leven.
Hij heeft zijn handen gebruikt om zorg te
delen. Hij heeft zijn handen laten spreken.
Zijn handen waren een instrument van liefde.
Damiaan heeft veel nagedacht met zijn hoofd,
veel gevoeld met zijn hart, maar vooral veel
gedaan met zijn handen.
Laten wij proberen datzelfde te doen voor
mensen dichtbij en veraf

Bron: Damiaanactie 2008 (http://www.damiaanactie.be/extra/campagne_actualiteit/volgblaadje.pdf
 

naar boven