In dit deel bieden we jou werkmateriaal aan en suggesties ter verwerking. Hiermee willen we jou op weg te zetten om zelf een vorming te maken.
Ziekte: “1 het ziek-zijn: storing in de werking van een of meer van de organen 2 vorm van ziekte; ziekelijke neiging of gewoonte: beroepsziekte, geestesziekte, kinderziekte, welvaartsziekte”
Gezond: bn, bw 1 lichamelijk in orde, niet ziek: ~ en wel; ~e ideeën van inzicht getuigend; een ~ bedrijf winstgevend 2 heilzaam: een ~ klimaat
1Lijden: 1 verdragen, dulden: het kan daar wat ~ er is daar blijkbaar genoeg 2 ondervinden: honger ~; aan hoofdpijn ~ steeds last hebben van 3 (met mogen) kunnen verdragen; houden van: iemand niet mogen ~ 4 (met mogen) hopen: ik mag ~ dat we daar nog aan toekomen 5 verdriet hebben, zich ongelukkig voelen 6 schade hebben; nadeel ondervinden: door de kou hebben de bloesems veel geleden
2Lijden het; o het ondergaan van verdriet, ellende enz.: iemand uit zijn ~ verlossenahem doden; b) hem van een moeilijke taak ontheffen
Deze definities kunnen gebruikt worden om het thema te verkennen.
De cursisten zeggen wat ze zelf onder ziek-zijn verstaan. Welke ziekten kunnen we onder de categorie ziekte plaatsen? Homoseksualiteit, Aids, kanker, depressie,…?
Daarnaast is het de bedoeling dat de cursisten op het spoor komen wat ziekte voor hen betekent en welke emoties het mogelijk losmaakt. De cursusbegeleider kan vragen in welke mate de cursisten een verband zien tussen ziekte, gezond zijn en lijden:
Een mogelijke vraag die een aanleiding kan zijn voor een groepsgesprek:
|
Oude Testament Hij zei: ‘Als jullie de woorden van de HEER, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in Hoe zelden dooft de lamp van wie kwaad doet? Treft hem ooit de rampspoed die God de mensen in zijn woede toebedeelt?
Kom terug, afvallige kinderen,
|
Nieuwe Testament
Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed Joh 2,23
|
“De kenmerken van het Oudtestamentische ziekteverstaan zijn vooreerst de religieuze isolatie (ondanks het feit dat het ziekenbezoek tot de plichten van de naastenliefde behoorde, werden de gewone noden van een zieke verscherpt door sociale afzondering), ten tweede het genezingsmonopolie van Jahwe. Aangezien ziekte direct in God verankerd is, dient ook de genezing op God zelf teruggevoerd te worden. Een derde kenmerk is dat er grenzen zijn van het oudtestamentisch ziekteverstaan. De wanverhouding tussen het leven van een rechtvaardige mens (zoals Job) en zijn beklagenswaardig aardse lot brengt Israël ertoe te stellen dat juist vanuit een gelovig inzicht niet elke ziekte als een door God gezonden beproeving en loutering of als een straf van Jahwe kan worden verstaan. Zo blijft het ziekteverstaan op grond van het oude testament open. Het aan stukken breken van religieuze antwoorden verscherpt de vraag naar de zin en de diepte van menselijk lijden, dat in de uitwendige symptomen van lichamelijke en psychische ziekten bijzonder sterk tot uiting komt.”
“In het Nieuwe Testament neemt men duidelijk afstand van een onverschillige houding tegenover het individuele lot van zieken. In de synoptische evangeliën is regelmatig sprake van Jezus’ voorliefde voor zieken. Het is duidelijk: de bevoorrechte houding van Jezus ten aanzien van de zieken, maakt het mogelijk om de situatie van het ziek-zijn in een positief daglicht te stellen. Een tweede grondtrek van de nieuwtestamentische visie op ziekte bestaat in het geloof van de genezenden als menselijk antwoord op het wonder. Het geloof dat in de wonderverhalen voortkomt uit een situatie van lichamelijke nood benadrukt het vertrouwen op een bovenmenselijke macht als een grondhouding van het menselijk bestaan . Een derde en tevens laatste kentrek is de scherpe kritiek van Jezus op het joodse vergeldingsdenken en de uitwerking ervan op de situatie van ziekten.”
De kenmerken van ziekte en gezondheid in het Oude een Nieuwe Testament zijn overgenomen van: K.DIERICKX, biomedische ethiek. Onuitgegeven cursusnota’s, Leuven, 2008, p. 27-30.
Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun Gods boodschap. Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.
Door een inlevingsspel leren de cursisten de betekenis van ziek zijn – in dit fragment het lijden van de lamme – op een andere manier ontdekken.
De cursusbegeleider zou bijvoorbeeld de verschillende papieren in een cirkel op de grond kunnen leggen. Op elke blad staat telkens een fase uit het verhaal van de lamme. De cursusbegeleider kan vervolgens alle cursisten in hun rol van lamme interviewen, beginnende bij het begin van het verhaal. Enkele mogelijke vragen van de cursusbegeleider zouden kunnen zijn:
Op die manier maken cursisten kennis met de kwetsbaarheid in het bestaan, maar ook met het ‘anders’ zijn van iemand. Kunnen wonderen ook echt? Is ook vraag die bij de inleving een mogelijke vraag kan zijn. Hiermee wordt niet gevraagd naar de historiciteit van het verhaal, maar kunnen we vandaag de dag nog geloven in wonderen? Geneest de Heer mensen louter psychisch en/of fysisch?
Voor meer informatie over bibliodrama zie: www.bibliodrama.be
ge wil mijn leven ni beleven want kè al veel meegemaakt
gasten die mijn kloten mo geenéén e mij gekraakt
'k waar ni zeker van mijn eigen
't was niemand te betrouwen
ka geen moaten
en familde kostek euk ni echt vertouwen
mo de wetten zijn gesteld alleen de sterkste overleven
stoere gasten van toen bereiken niets in under leven
k geleerd uit verleden
mij gesmeten op mijn wirk
k geleden mo vergeven en daarom wor kik zo strik
kwoore strikker mee de jaren
tis gemakkelijk te verklaren
vroeger waark nen dits
mo ben al jaren aant verzwaren
zoveel gasten die bassen mo geenéén wil ambras
want ben ni meer dezelfde dits vanuit de kleutergroep
vijanden worden moaten en ui moaten worden de vijand
niets gaje leren aje staart van de zijkant
in ui leven moeje staan op dn top van dn eup
iedereen paseren die die boane euk beleupt
Wees gerust 't komt altijd goed met de tijd
Ik ben er altijd
Ook al duwen ze me diep in de grond
Ik vind mijn weg, het gaat me goed
wa mij zo speciaal moak is mijn wirk attitude
en daarom op mijn alum ek geen enkel interlude
zelf geen eene skit
'k zal ui zeggen oedat zit
'k wirk ard aan mijn muziek mo nog zwoarder aan de spits
geleuven
'k wille mensen laten zien dat er meer is televisie
ui eugen opentrekken yep daar veur kunde kiezen
ni alles wa ze zeggen moeje euk altijd mo pijs keer dieper na en kijkt wa verder uit ui eugen
ni geleuven in vertrouwen want gasten willen meer
dust keer meer dan wa gij et
en die lesse ek al geleerd
jalosie is een vreeje beeste meugt gerust weten
dak mij late gaan
mo dak ni benne lijk de meeste
weinigen kunnen zeggen da ze wirken lijk te kik
kvinnent erg veur te zeggen mo tis zo dat ier nui zit
dag in en dag uit gaak presteren vollenbak
'k ondervonden dak moe wirken veur wa geld in mijne zak
want later willek zeggen dak op plekken e gestaan
waar mensen nui van zeggen da ze der ooit nog willen staan
mijn doel heiligt de middelen mo 'k bemiddel mee gevoel
gemiddeld ben ik ni probeer te snappen wa dak bedoel
Wees gerust 't komt altijd goed met de tijd
Ik ben er altijd
Ook al duwen ze me diep in de grond
Ik vind mijn weg, het gaat me goed (2x)
Ter inleiding zou de cursusbegeleider kunnen vragen of de aanwezigen het lied kennen, of ze misschien weten wie de auteur en zanger en zangeres is van het lied en of iemand er iets meer kan over vertellen. Het is namelijk zo dat in het vtm-programma “Hart voor elkaar” de wens van Andy Sierens werkelijkheid werd. Andy was volop aan het vechten tegen kanker maar hij wou dolgraag een single en cd opnemen. VTM zorgde ervoor dat zijn droom werkelijkheid werd. Andy overleed enige tijd voor de uitzending op tv kwam maar de uitzending maakte duidelijk heel wat los in Vlaanderen. Op tv zagen we Andy samen met Geike Arnaert van Hooverphonic zijn favoriete nummer ‘Mijn Leven’ opnemen in de studio en dat liedje is “zijn” single geworden.
Vervolgens kunnen de cursisten en cursusbegeleideren het lied samen beluisteren. Enkele begeleidende vragen zouden kunnen zijn:
Men kan ook dieper ingaan op de vraag hoe jij zou willen dat andere mensen en vrienden reageren als jij ziek zou zijn.
| DEAR GOD
Dear God,
Did you make disease and the diamond blue? Dear God
I won’t believe in heaven and hell. |
Beste God, Hopelijk heb je de brief ontvangen en ... Ik bid dat je het hier beneden wat beter zou willen maken. Ik bedoel hiermee niet dat een pintje minder moet kosten. Maar al de mensen die je naar je evenbeeld schiep, Zie ze sterven omdat ze niet genoeg te eten krijgen van jou, God, Ik kan niet in je geloven. Beste God, Het spijt me dat ik je stoor, maar … Ik heb het gevoel dat ik luid en duidelijk gehoord moet worden. We wensen allen een grote vermindering van het verdriet in de wereld. En alle mensen die je geschapen hebt naar jouw beeld, kijk eens hoe ze vechten op straat omdat ze het niet eens geraken over jou, God, Ik kan niet in je geloven. Maakte jij de ziekte en maakte jij de diamant blauw? Heb jij de mensheid gemaakt nadat wij jou gemaakt hebben? En de duivel ook! Beste God, ‘k weet niet of je het al gemerkt hebt maar … je naam staat dikwijls in dit boek, en wij gekke mensen hebben het geschreven, je zou er eens in moeten lezen, en alle mensen die je gemaakt hebt naar je evenbeeld geloven nog steeds dat die oude rommel waar is. Wel, ik weet dat het niet zo is, en jij weet dat ook, beste God, ik kan er niet in geloven en geloof er ook niet in. Ik weiger te geloven in hemel en hel, Ook niet in heiligen, zondaars, of zelfs de duivel. Geen hemelpoorten, geen doornenkroon. Je laat ons mensen altijd in de steek. De oorlogen die je laat begaan, de kinderen die je laat sterven. Zij die omkwamen op zee en nooit meer werden teruggevonden en het is over de hele wereld hetzelfde. De pijn die ik zie helpt me begrijpen dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest niets meer is dan iemands heidense grap, en als je daarboven in de hemel bent zul je wel merken dat ik mijn hart op de tong draag. Als er één ding bestaat waar ik niet in geloof Dan ben jij het wel … beste God. |
Wanneer mensen lijden, is niets nog vanzelfsprekend. Doorheen het lijden dat ziekte met zich meebrengt wordt ook de relatie van mensen tot de wereld veranderd. Zo ontstaat er een andere verhouding tot:
Het lichaam: Wanneer mensen lijden, worden ze – vooral bij fysiek lijden – sterk geconfronteerd met hun lichaam. Waar de gezonde mens in harmonie leeft volgens het principe ‘ik ben mijn lichaam’, wordt de lijdende mens geconfronteerd met ‘ik heb mijn lichaam’, een lichaam dat mij sterke beperkingen oplegt. Bij sommige mensen bijvoorbeeld willen bepaalde delen van het lichaam gewoon niet meer mee. Dit kan als heel pijnlijk worden ervaren en kan ook de harmonie met het eigen lichaam sterk verstoren.
De materiële werkelijkheid: wanneer mensen lijden, gaan zij plots op een heel andere wijze naar de werkelijkheid kijken. Zo kunnen dingen een heel nieuwe betekenis krijgen in het licht van het lijden dat mensen dragen. Voor sommige mensen, die bijvoorbeeld bedlegerig zijn, wordt hun wereld ineens veel kleiner en speelt alles af in bed. Anderen die met lijden geconfronteerd worden, gaan dan weer veel meer waarde beginnen hechten aan de kleine dingen, zoals een bloem, een grassprietje, het gezang van vogels.
De relatie met mensen: lijden kan tot gedragsveranderingen leiden. Opgewekte mensen worden teruggetrokken, in zichzelf gekeerde personen die liever geen contact hebben met mensen. Anderen die voordien eerder gesloten waren, willen nu juist wel veel mensen om zich heen (om het lijden te helpen dragen, of om niet geconfronteerd te worden met de eigen duistere gedachten). Mensen die in hun lijden gesteund worden door anderen, ontdekken hierdoor wie hun echte vrienden zijn en hierdoor kunnen persoonlijke relaties grondig gewijzigd worden.
De eigen eindigheid: het lijden doet mensen stilstaan bij hun eigen sterfelijkheid. Voor zieken is de dood plots niet meer zo veraf. Voor mensen die een geliefde verloren hebben of die met bruut geweld geconfronteerd zijn, geldt dit ook. Sommige anderen die lijden, en niet met dat lijden om kunnen gaan, denken aan zelfmoord of doen zelfs een zelfmoordpoging. Ook hier worden zij met de realiteit van de dood geconfronteerd.
Bron: K. DEPOORTERE, God anders. Een christelijke visie op het lijden, Leuven, 2000, p. 14-16.
Hoe reageerde u toen u van de ene dag op de andere en totaal onverwacht zwaar ziek werd?
Als je zo van de ene dag op de andere overschakelt van gezond-zijn naar ziek-zijn, kun je dat moeilijk geloven. Zo plots overvalt het je. Je bent er niet goed van. De eerste keer verbleef ik vijfenzestig dagen in het Universitair Ziekenhuis. Nu ben ik thuis bij mijn moeder, maar ik moet nog twee keer per week naar het ziekenhuis. Ik vind het erg jammer dat ik maar zo’n korte tijd medepastoor kon zijn in Erembodegem. Dat valt vooral tegen, omdat je als jonge priester nog zoveel wil verwezenlijken. Soms word ik opstandig en heel verdrietig.
Zou een beenmergtransplantatie u kunnen genezen?
Beenmergtransplantatie zit er voor mij niet meer in. Daarvoor heb ik te veel bloedtransfusies met vreemd bloed gehad. Ik had bloedplaatjes nodig. Deze dienen om het bloed te doen stollen. Of de geneeskunde me nog ooit zal kunnen redden, weet ik niet; hoewel ik het hoop. In feite hoop ik spontaan te genezen. Zo op een mooie dag als genezen te mogen opstaan. Ben ik ook niet zo plots ziek geworden? Het is een droom. Nog regelmatig krijg ik inspuitingen die de aanmaak van witte bloedcellen bevorderen. Laat ons hopen dat het toch ooit mag lukken dat ik weer gezond zal zijn. Het is erg om niets meer te kunnen doen. Ik droomde zoveel te kunnen doen in dit leven. Voorlopig kan ik het niet meer. Zal dat voor altijd zijn? Komt daar nooit verandering in? Ik weet het niet. Ik weet ondertussen wel dat nog veel andere jongeren hun droom zien instorten als gevolg van een ziekte. Als je ziek bent, verlies je ook een groot deel van het sociale leven. Je kunt er nauwelijks nog aan deelnemen. Vroeger had ik veel vrienden. Och nee, ze vergeten me niet, want ze sturen me nog af en toe een kaartje. Toch zou het natuurlijk veel beter kunnen. Het is niet meer hetzelfde als vroeger. Toen telefoneerden mijn vrienden me heel vaak, nu bijna nooit meer. Zo gaat dat nu eenmaal, als je al lang ziek bent. In het begin van mijn ziekte stond de telefoon nooit stil. Nu staat hij veel te lang stil om goed te zijn.
Hoe reageren de mensen op uw ziekte?
Het doet pijn als mensen je zeggen: je ziet er goed uit. Het is een dooddoener. Het wordt zo gemakkelijk gezegd. Het duidt op de onmacht van mensen om over de ziekte te praten. Velen hebben over mijn ziekte reeds hun conclusie gemaakt. Weten ze niet allemaal wat kanker betekent? En loopt dat vaak niet verkeerd af? Als ik in het ziekenhuis kom, ontmoet ik allerhande zieke mensen. Daar denk ik vaak diep na. De gedachte aan de dood speelt soms door mijn hoofd. Geen dokter zet er een termijn op. Als ze nu maar konden zeggen: over een paar jaar zal je genezen zijn! Dan zou ik tenminste weten waar me aan te houden. Nu leef ik in de grootste onzekerheid. Regelmatig wordt mijn bloed onderzocht. Als de uitslag slecht is, ben ik te neer geslagen. Af en toe is het beter en dan krikt me dat op.
Bent u als priester niet beter gewapend tegen ziekte? Kunt u niet gemakkelijker de ziekte aanvaarden?
Helemaal niet. Priesters zijn toch ook maar mensen zoals alle mensen. Ook al ben ik priester, toch stel ik me ook de vraag: waarom zo lijden als je nog jong bent? Ik vraag me ook af waarom zoveel mensen jong moeten sterven. In het ziekenhuis kom ik regelmatig in contact met een jongere van zeventien jaar en een kind van vier, die aan dezelfde ziekte lijden als mij. Met hen kan ik praten. We zitten op dezelfde golflengte. Je trekt je ogen wijd open als je zo’n jonge mensen ziet met dezelfde ziekte. Voor mij is het erg zinvol om met hen te praten. Als je ziek bent, krijgen de woorden een andere betekenis, omdat je als zieke de wereld anders bekijkt. Voor een zieke hebben zelfs de kleinste en de eenvoudigste dingen een grote waarde.
Hoe verlopen uw dagen?
De dagen kunnen inderdaad heel lang duren. Ik sta op, rust dan veel op het bed in de living. De hele dag luister ik naar de radio. Die is mijn gezel tijdens mijn ziekte. Zo gaat de tijd vlugger voorbij. De televisie is er ook nog, maar alleen in de avond. Ik heb het reeds gezegd, ik ben vaak heel verdrietig en voel me eenzaam. Gelukkig zijn er nog een aantal mensen, die heel dicht bij me staan en me bemoedigen. Vooral mijn moeder is daar sterk in. Aan zo’n mensen kan ik me optrekken.
Als jong priester moet u toch een ander godsbeeld hebben dan veel oudere mensen. Is God voor u een medelijdende God?
(Nu is het even wachten. Blijkbaar brengt mijn vraag hem wat in de war. Dan komt het langzaam en peinzend.) Als je zo ziek bent, stel je veel vragen over God. Voor mij is God géén straffende God. Mijn ziekte is geen straf vanwege God. In zo een God kan ik trouwens niet geloven. Of God met me meevoelt? (Weer volgt wat stilte.) Voor mij gaat het om een God die met mij meegaat in mijn ziekte. Het is echter in zo’n omstandigheden vaak moeilijk om met God bezig te zijn, zozeer neemt de ziekte je in beslag. Je stelt soms veel vragen. Bidden is voor mij ver van gemakkelijk. Toch bid ik regelmatig, maar zelden of nooit voor mijzelf. Ik vraag God niet dat Hij me zou genezen. Dat kan niet, want het kadert niet in mijn godsbeeld. Bidden om kracht om het vol te houden, ja dat wel. God bepaalt niet wanneer ik ziek moest worden en dus bepaalt Hij ook niet wanneer ik gezond zal worden of zelfs zou sterven. Ik heb het ook moeilijk, net als mijn moeder, met het aanroepen van bepaalde heiligen voor mijn genezing. Als ik toch nog eens in een eucharistie kan voorgaan, dan voel ik me meer dan ooit verbonden met alle zieke en eenzame mensen.
(Jos Beel, Het doet pijn als iemand me zegt dat ik er goed uitzie, Kerk en Leven, nr.48, 17 december 1992, blz. 3)
Dit interview belicht op een duidelijke manier wat ziekte met mensen doet en in welke mate dit het leven verandert. Word je uitgesloten? Tel je als zieke niet meer mee? Op het einde van het interview komt ook de vraag naar de relatie tussen ziekte en lijden en God aan bod. Het is duidelijk dat ook gelovige mensen, zoals hier de priester, met deze vraag worstelen. Toch is het duidelijk dat hij een ander antwoord geeft dan in het lied hierboven van ‘Dear God’.
Het is belangrijk dat de cursusbegeleider duidelijk maakt dat dit een interview is met een priester. Zo wordt ook de gedachte doorbroken dat priesters of religieuzen anders met deze vragen zouden omgaan. Aldus wordt een sfeer van ‘religiositeit’ doorbroken maar tegelijkertijd ook een stuk van afstand.
De cursisten zouden een soort van vragenlijst kunnen beantwoorden
Het kan ook interessant om deze tekst te gebruiken naast het liedje "Dear God" als twee mogelijke benaderingen over relatie tussen God en lijden.
Enkele begeleidende vragen:
Voor verdere informatie omtrent de complexiteit van het lijden: J. HAERS, Zijn de klassieke christelijke modellen nog relevant om met het lijden om te gaan?, in D. POLLEFEYT & J. BULCKENS (ed.), Niet lijdzaam toezien. Godsdienstige verwerking van lijden in de huidige (jongeren)cultuur, Leuven, 1995, p. 59-110 en p. 80-82.
Lief kind
Dit wordt mijn laatste brief aan jou. Nu pas kan ik echt afscheid van je nemen. Nu pas kan ik je zeggen hoe dankbaar ik je ben voor 18 jaar geluk en vreugde.
Jij bent als verliezer geboren: een voortijdig geboren kindje van amper een paar kilo's. Maar je bent als winnaar van ons weggegaan: stralend, volmaakt in alle pracht en glorie.
Ik ben je heel nabij geweest. Vooral de laatste jaren. We zijn samen door zoveel ellende en verdriet gekropen. Door zoveel lijden en pijn. Maar jij was altijd de sterkste. Jij kon aanvaarden. Jij durfde jezelf over te geven en de sprong te wagen naar de armen van God.
Je bent door alle mogelijke menselijke emoties gegaan. Dat, waar anderen zelfs niet aan toe zijn op het einde van een lang leven, heb jij aangekund en waargemaakt in slechts enkele jaren tijd. Gouden kind!
Ik heb altijd het gevoel gehad dat jij, heel vroeg al, door God 'aangeraakt' was. Vreemd genoeg heb ik ook altijd geweten dat we je jong zouden verliezen, ondanks al onze hoop en menselijke verwachtingen.
Was het omdat wij jou niet waard waren? Ik weet het niet. Er zijn nog duizend vragen waar ik geen antwoord op vind.
Maar jij weet alles nu. Jij BENT alles. Dat te weten maakt me vredevol en rustig. Jarenlang heb ik intens gebeden opdat jij, hoe dan ook en ondanks alles, toch gelukkig zou mogen zijn. En in ben verhoord: je bent gelukkig geworden, zowel in je kindertijd als tijdens je ziekte. En nu... nu ben je volmaakt gelukkig in alle eeuwigheid.
(...)
Jouw ziekte en dood zijn niet tevergeefs geweest. Je hebt een stroom van menselijkheid op gang gebracht. Over alle leeftijden en grenzen heen. Wellicht was dat de boodschap, die in het begin, in jouw bestaan verborgen zat.
(...) Vaarwel mijn schat. Jij hebt ons getoond wat LEVEN is!
Voor altijd,
Je mama.
Suggesties ter verwerking
Miriam is een meisje bij wie op 14-jarige leeftijd een hersentumor wordt vastgesteld. Na heel wat behandelingen en een betere periode, wordt uiteindelijk terug een tumor vastgesteld. Uiteindelijk overlijdt Myriam enkele weken na haar achttiende verjaardag. Na een strijd van vier jaar schrijft haar moeder haar een afscheidsbrief.
Deze tekst is een voorbeeld waar mensen - ondanks alles - toch 'betekenis' zien naar aanleiding van of na het ziek zijn/lijden. Het is een contrast-tekst die iets kan openbreken waar cursisten misschien niet mee vertrouwd zijn. Belangrijk om te vermelden aan de cursisten is het feit dat lijden nooit zomaar een 'zin' heeft. Aldus gaat het doorgaans ook niet om een betekenis 'in' of 'tijdens' het lijden maar eerder 'naar aanleiding van' of 'na' het ziek-zijn of lijden.
Enkele vragen zouden kunnen zijn:

Algemeen gezegd zijn deze gedichten een weergave van de gebrokenheid die in ieders leven opkomt wanneer zij met ziekte en lijden worden geconfronteerd. Diepe vragen die bij zo’n situaties worden geaccentueerd.
Voor jou wil ik zorgen;
voor jou wil ik er zijn.
Samen zijn we niet bang voor morgen;
samen voel je minder pijn.
Ik blijf bij je in de buurt;
hoe lang dat ook duurt.
Ingrid Bruggeling (12-09-2004)
Overgenomen van: http://www.gedichtenbundel.be/ziekte2.html (toegang: 15/11/2008).



De verschillende gedichten kunnen samen in de groep gelezen vinden en men kan zich af vragen in welke van de gedichten de cursisten zich het meeste zouden kunnen vinden en waarom.
Vaak zie je dat diegene die ziek-is anders omgaat met ziekte dan diegene bij wie een dierbare ziek is. Je kan aan de cursisten vragen of zij dit ook zo ervaren? Indien ja, wat zijn die verschillen dan?

Op deze foto zie je twee priesters die mensen genezen. In verschillende religies geloven mensen dat God hen, wanneer zij bidden en geloven, kan genezen.
De cursusbegeleider kan allereerst aan de cursisten vragen wat ze op de afbeelding zien.
De cursisten kunnen als opdracht bijvoorbeeld op zoek gaan naar getuigenissen van mensen die genezen zijn of op zoek gaan naar het genezende effect van een ontmoeting met bijvoorbeeld een heilige zoals Pater Damiaan. In de lijn met dit laatste element kan er bijvoorbeeld een groepswerk gemaakt worden rond wat talrijke heiligen voor zieke mensen betekenden. Naast Pater Damiaan speelde bijvoorbeeld Moeder Teresa ook een belangrijke rol.
Er zijn vier criteria voor het "zekere, onherroepelijke en medisch onverklaarbare" karakter van een genezing:
het feit van de ziekte was vastgesteld en correct gediagnosticeerd;
de prognose moet erop wijzen dat de ziekte chronisch of op korte termijn terminaal was;
de genezing heeft onmiddellijk plaatsgevonden, dus zonder herstelperiode, en is volledig en blijvend;
de voorgeschreven behandeling kon onmogelijk de oorzaak van of een bijdrage tot de genezing zijn.
Voor verdere informatie zie: http://www.katholieknederland.nl/actualiteit/2004/detail_object-ID266808_FJaar2004.html.

De tekening kan jongeren langs een heel specifieke hoek confronteren met ziek-zijn. Toch is de uitspraak niet evident. 'Vechten' als zieke veronderstelt heel wat: een hoop of geloof doet hen vechten. Toch zit het ergens in de mens dat hij wil vechten. En toch is het vaak niet makkelijk.
Het gesprek bij deze tekening kan begeleid worden met deze concrete vragen.
Traditionele verklaringsmodellen voor het lijden
De tragische visie: het kwaad is er gewoon.
Deze visie op het lijden gaat uit van de gedachte dat het lijden en het kwaad gewoon tot het bestaan behoren en dat dit ook niet anders kon zijn.
Het meest inzichtelijke voorbeeld van deze visie vinden we bij de Duitse filosoof Leibniz. Volgens Leibnis kon God bij de schepping van de wereld niet anders dan een wereld te scheppen met lijden en kwaad. God stond immers voor het cruciale probleem op welke manier hij de mensen het beste zou kunnen doen samenleven. En dat probleem was immers niet op te lossen zonder dat er lijden zou zijn. God stootte hier zelf op grenzen van het bestaan zelf. De huidige wereld is dan ook de beste van het mogelijke.
Volgens Origines is een wereld met lijden onontbeerlijk om de gevallen en zwakke mens weer te doen teruggroeien naar God. De mens is immers klein en verdorven is. Een wereld met lijden is de enige mogelijkheid om de mens terug tot God te brengen.
Positief: is dat deze visie recht doet aan het feit dat kwaad vaak onterecht en zonder reden goede mensen treft. Deze visie heeft oog voor de tragiek die tot het bestaan behoort.
Negatief: is dat het onvoldoende de verantwoordelijkheid en de rol van de mens om zich in te zetten voor een goede wereld, in kaart brengt.
De zonde van de mens is oorzaak van het lijden.
Wanneer we het kwaad zien als iets dat 'zomaar' tot de schepping hoort, dan is toch de vraag naar God onvermijdelijk. Ofwel heeft God het lijden specifiek gewild om de mens her op te voeden (cfr Origines) ofwel heeft God het lijden dan toch ergens toegelaten (cfr Leibniz). Steeds draagt God een verantwoordelijkheid voor het lijden.
Als een reactie hierop wijst men de mens aan als oorzaak van het kwaad. Op de eerste plaats is er heel wat kwaad dat de mens rechtstreeks of minstens onrechtstreeks veroorzaakt. Getuige hiervan al het leed dat mensen elkaar aan doen in de vorm van pesterij, list, diefstal, oorlog… Maar religieus gezien staat de mens bij God in de schuld. Het is een oergedachte dat de mensen de goden gunstig moet stemmen en moet paaien. Ook in het christelijk denken heeft dit denken een niet te onderschatten invloed gehad. Ontegensprekelijk speelde hierbij vanaf de 4e eeuw na Christus wantrouwen en angst tegenover God ook in het christendom hierbij een enorme rol. Vooral het tweede scheppingsverhaal (het verhaal over de verdrijving van Adam en Eva uit de tuin van Eden) werd gebruikt als grondslag om dit denken te rechtvaardigen.
Positief: aan deze visie is dat ze oog heeft voor de effectieve rol die de mens speelt bij het ontstaan van lijden in de wereld. Mensen doen elkaar inderdaad heel wat lijden aan. Daarnaast is het belangrijk dat wijzelf anderen geen lijden aandoen en dat wij ons in deze wereld inzetten om te bouwen aan een meer rechtvaardige en betere wereld.
Negatief: is dat het de mens een te grote schuld toeschuift. Er zijn heel wat vormen van lijden waar de mens niet kan aan doen. Aldus heeft men ook geen oog voor meer structurele oorzaken van lijden. Ook is er ontegensprekelijk heel wat onschuldig lijden. Ook is de oorzaak van het lijden iets zeer individueel. In een extreme vorm zou in deze visie één mens kunnen volstaan om als oorzaak te dienen voor het gehele lijden.
Het lijden openbaart ons een meelijdende en weerloze God.
Het lijden valt niet te verklaren. Toch doortrekt het lijden zo diepgaand het leven van de mens. We kunnen er niet om heen dat lijden tot het leven hoort. God lijkt echter het lijden niet op te lossen.
Volgens deze visie leidt het lijden ons echter binnen in het mysterie van God. Doorheen het lijden, openbaart God zich als een weerloze maar meelijdende en diepbetrokken God. Zelf heeft hij het lijden ten einde toe ondergaan. In dezelfde zin wordt de mens aangezet om net als God mee te lijden met de zwakke en lijdende mens en – waar hij kan – hem te hulp te komen.
Een dergelijke visie kan leiden tot een diepe onrust. Immers, als God zo weerloos en machteloos is hoe worden wij dan ooit gered? Zijn we immers niet even weerloos als God overgeleverd aan dit lijden. Is ons verzet dan niet zinloos? Het christelijke antwoord is er één van vertrouwen dat God ons toch zal redden.
Positief: aan deze visie is dat – evenals bij de eerste visie – recht wordt gedaan aan de tragiek die het leven tekent. Daarnaast worden mensen niet verantwoordelijk gesteld voor het lijden maar tegelijk wordt op hen appel gedaan. Het godsbeeld is bemoedigend, authentiek en eerlijk.
Negatief: het beeld van een machteloze, weerloze God geeft weinig hoop aan mensen die werken aan bevrijding. Ook blijft de wijze waarop God bevrijdt in het duister.
Lijden voor en door anderen – plaatsvervangend lijden:
Het lijden wordt in deze visie geplaatst binnen een relatie: in de mate immers dat mensen op elkaar en op God betrokken zijn, is dat lijden geen individueel maar gedeeld lijden. Anderen lijden mee en wij lijden met en door anderen.
Op een bijzondere wijze speelt deze wisselwerking in de relatie tussen God en mens. Door zijn verbond met zijn volk, heeft God zijn eigen lot verbonden aan dat van zijn volk. Het is het risico dat Hij is aangegaan met mensen waarvan Hij niet weet hoe ze reageren. In dezelfde mate is God met ons verbonden wanneer we lijden en aan de andere kant weten we dat, zelfs mensen in hun donker lijden, op weg zijn naar God die afwezig lijkt. Dit alles vanuit de onwrikbare relatie die er is tussen God en mensen.
Zo gaat het ook tussen mensen. Het lijden van een vrouw of man weegt tegelijk op haar of zijn huisgenoten en omgeving. Het toont echter hoezeer mensen met elkaar verbonden zijn. Het schept een band.
Positief: aan deze visie is dat het lijden – in zich onaanvaardbaar en absurd – door de nadruk op de relatie, toch iets nieuws brengt. Het brengt met name op een bijzondere wijze de band naar boven die er tussen mensen is en verdiept deze. Het toont iets utopisch van een wereld waar ieder met elkaar verbonden is en ook met God.
Negatief: is dat ten gronde niets gebeurt met de (on)zin van het lijden. Het lijden brengt enkel een bijzondere vorm van verbondenheid naar boven die het lijden zachter maakt maar niet verandert. Dit vooruitzicht is tegelijk ook steeds heel lokaal en tijdelijk.
Overgenomen van: J. HAERS, Zijn de klassieke modellen nog relevant om met het lijen om te gaan?, in D. POLLEFEYT, Niet lijdzaam toezien! Godsdienstige verwerking van lijden in de huidge (jongeren)cultuur, Leuven, Acco, 1995, 59-110.
.bmp)
De cursisten kunnen eerst vertellen wat er op de afbeelding afgebeeld is. Vervolgens kan de cursusbegeleider aan de cursisten vragen wat ziekenzalving is.
Het is belangrijk dat de cursusbegeleider voldoende achtergrondinformatie meegeeft over dit sacrament en de betekenis ervan. Hierbij aansluitend kan het filmfragment van ziekenzalving gezien worden. (zie hieronder)
Ziekenzalving: Ziekte en pijn roepen de grootste levensvragen op. Een mens heeft niet enkel een ziekte; hij is ziek. De ziekte treft het lichaam, maar ook het gemoed: de mens verliest de moed, wordt neerslachtig, is angstig of vertwijfeld. Soms worden ook de relaties met medemensen ’ziek’: men voelt zich werkelijk ‘ten laste’ van anderen, of er is nog weinig bezoek als de ziekte aansleept, of men voelt zich uitgesloten uit het sociale leven.
Overgenomen van http://www.kerknet.be/parochie/3818/content.php?ID=3962 (toegang: 7/12/2008).
De bijzondere genade van dit sacrament heeft als vruchten:
Overgenomen van: http://www.ziekenzalving.nl/ toegang 3/05/2009).

Vragen bij deze afbeeldingen zouden kunnen zijn:

De drie gekruisigden zijn alleen en opgesloten in hun lijden. Rondom hen zijn er enkel bergen en onherbergzaam gebied. Toch schijnt er op de achtergrond een duidelijk en helder licht.
Hierbij aansluitend: 1 Tess 4,13-18
In de kern van het christelijk geloof staat de hoop op de verrijzenis. Daar Christus is verrezen en ons de liefde en barmhartigheid van God heeft geopenbaard, weten wij dat ook wij eens met Hem zullen verrijzen. Dit is geen hard bewijs maar steunt op de zekerheid die voortkomt uit de liefde.
Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. Troost elkaar met deze woorden.
De cursisten moeten op zoek gaan naar hoe christenen het lijden binnen het licht van de kruisdood van Christus zien.
Hierbij aansluitend kan er een individueel werk of groepswerk zijn waarbij de cursisten op zoek gaan naar de wijze waarop verschillende religies met ziekte en het ziek- zijn omgaan. Een begeleidende vraag zou bijvoorbeeld kunnen zijn of de desbetreffende religie of levensbeschouwing ziekte aan God linkt. Is ziekte bijvoorbeeld een gevolg van slechte levenswandel,…?

Op deze afbeelding zie je een man die een andere persoon troost.
De cursusbegeleider kan vragen wat het kan betekenen om getroost te worden.
Een andere mogelijke werkvorm is dat de cursusbegeleider in het midden van het bord het woord ‘troosten’ noteert. De cursisten worden hierna uitgenodigd om even in stilte te reflecteren over dat begrip en krijgen daarna de kans om associaties en gedachten die dat woord bij hen oproept op het bord te noteren. Vervolgens kan de cursusbegeleider vragen of er cursisten zijn die een verduidelijking wil geven of willen reageren op één van de associaties.
Troost
Mensen troosten die lijden en/of ziek zijn, kan voor en deugd doen. Wat iemand meemaakt is uniek. Verdriet mag aanwezig zijn daarom is het beter om niet te troosten met de woorden zoals bijvoorbeeld “iedereen maakt dat mee…” of “je ben niet de enige…”
Je troost iemand omdat je getroffen bent door wat hem of haar overkomt. Je staat machteloos, maar je wilt toch iets voor deze persoon betekenen. Echte troost neemt het verdriet niet weg, maar geeft er ruimte aan: een plek waar verdriet veilig is.
Medelijden
“Medelijden betekent het beleven van leed, pijn en nood van andere levende wezens, dat gevoelsmatig als een eigen lijden wordt waargenomen. Medelijden motiveert tot consideratie, mededogen en mogelijk daadwerkelijke hulp ten opzichte van de lijdende.”
“De functies van het medelijden, namelijk waarneming, inleving, motivatie en contrastervaring, mogen evenwel in ethisch opzicht niet worden onderschat: medelijden duidt op de mogelijkheid zich op adequate en intuïtief begrijpende wijze tot anderen te verhouden.”
Overgenomen van: M. BECKER et al (eds.), Lexicon van de ethiek, Assen, Van Gorcum, 2007.
Didier Wijnants vindt de Eénserie 'Doodgraag Leven' te eenzijdig. Didier Wijnants is journalist, onder meer voor De Morgen. Hij verloor zijn vrouw aan kanker.
Voor de spraakmakende Eénserie Doodgraag leven, waarvan u vanavond de tweede aflevering kunt zien, volgde Kobe Ilsen een jaar lang vijf terminale kankerpatiënten. De vijf, zo meldt de VRT-website proberen het beste te halen uit de tijd die hen nog rest. Het leven zoals het is? Didier Wijnants vindt van niet: 'Naast die werkelijkheid van vijf concrete patiënten is er een wereld buiten beeld die daar vaak nauwelijks op lijkt. Met mensen die net zo goed ons respect verdienen, zelfs al toonden ze misschien minder moed en meer verbittering.'
Het regent positieve reacties op de nieuwe Eénserie Doodgraag Leven. Het tv-relaas van een jaar in het leven van vijf terminale kankerpatiënten laat niemand onberoerd en de meeste reacties benadrukken de sereniteit waarmee de makers hun onderwerp te lijf gingen. Die makers hebben zichtbaar hun best gedaan. Maar zijn ze ook echt geslaagd in hun opzet? In de omgeving van de camera en van de vijf kankerpatiënten lijkt alles peis en vree. Maar wat gebeurt er in de marge? Het zal je maar overkomen dat je zelf in zo'n situatie zit en dat je minder 'moedig' in je schoenen staat dan deze vijf kranige mensen. De goedmenende makers richten in de hoek van kankerpatiënten, naasten én nabestaanden wellicht meer schade aan dan ze zelf beseffen. En dat had de VRT kunnen vermijden door meer te wedden op levenservaring en minder op het succes van een tv-format.
Het programma wil duidelijk een positieve boodschap brengen: ook in de meest penibele omstandigheden slagen mensen erin om het beste uit hun leven te halen. Op de website staat het zo: "Doodgraag leven is een documentaire reeks waar vooral het 'leven' centraal staat. En van dat leven willen de mensen zo lang mogelijk ten volle genieten. Zo bezoekt Maria (28) regelmatig haar broer die in Schotland woont. Martine (40) wil absoluut Parijs laten zien aan haar vierjarig zoontje. Natacha (39) wil nog zoveel mogelijk tijd met haar gezin doorbrengen. Levensgenieter Patrick (46) wil koste wat het kost nog een optreden zien van zijn lievelingsgroep dEUS. En Kim (23) wil met zijn Anneke nog zoveel mogelijk uit het leven halen." Ze worden allemaal met een heel hard lot geconfronteerd, maar er zit één rode draad in de vijf verhalen: ze dragen hun lot heel moedig. Ze hebben de nodige ups en downs, maar van enige verbittering is geen sprake.
Laat u echter niets wijsmaken. Wie zoiets van nabij heeft meegemaakt - en helaas steeds meer mensen kunnen dat zeggen - weet dat het niet altijd zo loopt. Zelfs de meest positief ingestelde mensen kunnen in het aanschijn van de dood erg verbitterd zijn. En het zal je maar overkomen dat je van nature al niet erg optimistisch in het leven staat. Je wil niet weten wat je dan meemaakt, als patiënt, naaste of hulpverlener.
Voor mensen die dergelijke situatie hebben meegemaakt of moeten doorstaan, is kijken naar Doodgraag Leven een slag in het gelaat. Ik ken nabestaanden die zeggen: "Ik wil daar niet naar kijken, want ik ga boos zijn op mijn overleden vriend." Beseffen de makers wel dat ze een verwachtingspatroon kweken dat in heel veel gevallen onhaalbaar is? En beseffen ze wel dat dat buiten beeld voor veel bijkomende pijn zorgt?
Van zodra de diagnose kanker valt, krijgen patiënten trouwens die goede raad mee: wees positief, vecht voor het leven, laat u niet gaan. "De helft is geneeskunde, de andere helft doe je zelf", zo kreeg mijn vrouw te horen nadat ze wist dat ze uitzaaiingen had. Hoe interpreteer je dat als je van nature een pessimist bent? Dan denk je: kijk, nu zal het nog wel mijn eigen fout zijn. Ontreddering is er altijd bij kanker en iedereen reageert op zijn eigen manier. Doodgaag Leven doet een verdienstelijke poging om die reacties sereen in beeld te brengen, maar schetst uiteindelijk een heel vertekend beeld.
Dat komt omdat de makers teveel bezig zijn met tv-maken en te weinig met het onderwerp. Voor de eerste uitzending werd Kobe Ilsen op Radio 1 gevraagd of het niet moeilijk was om die kankerpatiënten te interviewen. Zijn antwoord luidde letterlijk: "Ze zijn een goudmijn." Begrijp goed: het levert prachtige tv op. Hij sprak ook over het voorbereidingsproces, over de screenings van patiënten om er uiteindelijk vijf over te houden voor de televisie. Opnieuw letterlijk: "We hebben de besten gekozen." Het zal je maar overkomen dat je een van die anderen was. Goed genoeg om te sterven, maar niet op tv.
Ilsen verdedigde ook dat de VRT de morele plicht heeft om dat soort programma's te maken. Het hoort bij de opdracht van de openbare omroep. Dat kan zijn, maar dan heeft de VRT fouten gemaakt door te kiezen voor een docusoap en door er veel te onervaren mensen op los te laten. Een docusoap suggereert dat je inzage krijgt in een stuk ongefilterde werkelijkheid. Het suggereert dat je kijkt naar het leven zoals het is. Maar naast die werkelijkheid van vijf concrete patiënten is er een wereld buiten beeld die daar vaak nauwelijks op lijkt. Met mensen die net zo goed ons respect verdienen, zelfs al hebben ze misschien minder moed en meer verbittering getoond. Maar het vraagt veel ervaring van een tv-maker om dergelijke nuances evenwichtig in een programma te slijpen.
Overgenomen van: Alleen de besten mogen sterven op tv; http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/467597/2008/10/28/Alleen-de-besten-mogen-sterven-op-tv.html (toegang: 12/05/3009).
De cursusbegeleider kan nagaan of er iemand het VRT programma Doodgraag Leven heeft gezien. Daarnaast kan hij/zij ook verduidelijken waar het programma juist over gaat. Op youtube zijn er ook verschillende filmfragmenten die kort zouden kunnen weergeven hoe het programma werkt en ineen zit.

Dit is een fragment overgenomen van: E.-E. SCHMITT, Oscar en oma Rozerood, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Atlas, 2002, p. 15-18.
Het boek dat slechts 92 blz. bevat, vertelt het verhaal van een jongen van tien jaar die niet meer kan genezen. In het ziekenhuis leert hij oma Rozerood kennen die Oscar begeleidt in zijn laatste weken van zijn leven.
De tekst kan in de groep voorgelezen worden waarna aan de cursisten kan gevraagd worden naar de wijze waarop zowel Oscar als oma Rozerood met ziekte omgaan.
Te bekijken op: http://www.eo.nl/programma/jong/page/-/archive.esp
Het filmfragment kan in de groep bekeken worden. In de vorm van een groepsbespreking kan ingegaan worden op de volgende vragen:
Enkele begeleidende vragen:
De oorspronkelijke versie van dit document is van de hand van Jovita van Haver