Onderbroken bestaan - vormingselementen in een ziekenhuiscontext

Achtergrondinformatie

ziek in bedIn de hedendaagse maatschappij vind je een aantal spanningsvelden rond het ziek zijn en de patiënt terug. In een eerste punt worden deze spanningen verder uitgeklaard. Daarna gaan we dieper in op de relatie tussen spiritualiteit en geneeskunde in de verschillende religies. In het voorlaatste punt gaan we na welke krachtbronnen mensen terugvinden in religies, waarbij er specifiek aandacht wordt besteed aan gebed en het ritueel van de ziekenzalving/ziekenzegening. Tot slot geven we nog de kerkelijke documenten rond ziek zijn mee.

Spanningsvelden rond ziek zijn

Zinloosheid of betekenis van ziek-zijn.

cartoon ziekteAan de ene kant kan je ziekte zien als volledig zinloos. Ziekte is volledig fout en verkeerd. Als je immers ziet wat ziekte aanricht en welk lijden daarmee gepaard gaat, moet dat ook niet verwonderen. Ziekte maakt mensen kapot en leidt ons tot de dood. Dit kan niet goed zijn. Ziekte is een volledig vernedering voor de mens en we moeten vooral alles op alles zetten om het volledig uit te roeien. Zegt dit echter wel alles over het ziek-zijn? En kunnen we dit wel volhouden als je denkt dat de mens wel nooit de ziekte zal uitroeien?

Aan de andere kant vinden we verhalen over mensen die van hun ziekte hebben geleerd of over een groep mensen die in de ziekte pas volledig naar elkaar zijn toe gegroeid. We kennen verhalen over mensen die getuigen van een enorme kracht die hen van het leven doet genieten. We horen ook over mensen wiens leven een geheel nieuwe zin heeft gekregen door voor een zieke medemens te zorgen. Is ziekte dan geheel zinloos?

Ziekte en volwaardig mens-zijn.

Omgaan met zieke mensen en zorgen voor zieke mensen is vaak niet evident. Het zijn mensen die ergens leven "aan de rand" en uit het courante leven zijn weggetrokken. Vaak "mankeren" ze zaken die horen tot het normale mens-zijn: ze zijn minder mobiel, horen niet zo goed, zien er misschien minder aangenaam uit of oefenen doorgaans geen beroep meer uit. Ook moet je hen nog speciaal gaan opzoeken. Bestaat de zin om voor zieke mensen te zorgen, er dan in hoofdzaak niet in om hen weer snel tot het volle leven te brengen?

Aan de andere kant moeten we blijven vasthouden aan de gedachte dat zieke mensen even waardevolle mensen zijn, en een gelijke waarde hebben als niet-zieke mensen. Heeft het zorgen voor zieke mensen dan ook geen waarde in zichzelf? Blijven zieke mensen niet evenveel voor ons betekenen als voor hun ziekte?

Ziekte en schuld

Als men ziek is – vooral als het ernstig is – stellen mensen vaak de vraag: "waarom moest mij dit overkomen? Waaraan heb ik dit verdiend?". Spontaan zoeken we naar oorzaken om te verklaren waarom wij in deze moeilijke situatie zijn terechtgekomen. Soms zadelt het mensen op met een schuldgevoel of met wroeging: "Had ik maar beter op mijn voeding gelet", "Was ik maar sneller naar de dokter gegaan". Mensen dragen immers ook zelf verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid. Ook in de gewone omgang leeft deze gedachte verder. Wanneer er verteld wordt over iemand met longkanker of aids, leggen we immers spontaan het verband met respectievelijk zijn of haar rookgedrag of seksuele omgang hoewel dit vaak niet terecht is. Vaak komt ook God in het vizier wanneer mensen met lijden of ziekte worden geconfronteerd. Voor vele mensen is de gedachte dat God de wereld schiep of zorg voor ons draagt, niet te verzoenen met het immense leed waar mensen mee worden geconfronteerd.

Anderzijds bestaan er ontelbaar veel mensen waarvan het vaststaat dat de ziekte hen zonder enige reden treft. Ook in het verhaal van de Blindgeborene (Joh 9) rekent Jezus af met de gedachte dat blindheid de schuld is van eigen zonden of die van de ouders. Maar is zo'n gedachte wel aanvaardbaar en maakt ze het ziek-zijn niet tot een onrechtvaardig en willekeurig lot?

Ziek-zijn en vertrouwen.

Vele mensen hebben spontaan angst om ziek te worden, zeker om ongeneeslijk ziek te worden. Er staat heel wat pijn en ongemakken te wachten, onaangename behandelingen, je bent minder mobiel en vereenzaamt ook. Je moet leren leven met heel wat beperkingen en vooral die onzekerheid knaagt.
Anderzijds vinden heel wat mensen punten van rust en vertrouwen om overeind te blijven. Sommige mensen zijn van nature sterk en optimistisch, andere mensen worden door naasten en vrienden gedragen of vinden kracht in hun geloof of in een troostende gedachte. Heb ik angst om ziek te worden? Wat zou ik doen als ik te horen krijg dat ik ongeneeslijk ziek ben? En wat betekent geloof dan? Kan het troost bieden (voor mij)?

De impact van een ziekte op mensen.

cartoon ziekteWat doet een ziekte met mensen? Is het louter een niet functioneren van je lichaam? Zijn dan mensen die klagen over ziekte zwakke en flauwe mensen en moet men het gewoon maar aanvaarden? Of knaagt ziekte aan het diepste van de mens en behoort het niet tot de grootste (ook psychologische) beproevingen van een mens? En zijn wij echter wel in staan om te weten wat het betekent om te horen dat men ongeneeslijk ziek is?

Geloven in genezing

Vandaag de dag zijn er tal van mensen die geloven dat God zieke mensen doet opstaan en geneest. Gebed kan hierbij een belangrijke rol spelen. Kan God mensen ‘zomaar’ genezen? Is genezing door God louter psychisch of ook fysisch? Of kijkt God enkel toe?

Wel of geen ziekte

Wanneer mensen andere kenmerken of eigenschappen bezitten dan wat in onze westerse samenleving als algemeen normaal wordt beschouwd, wordt dit vaak als abnormaal of nog drastischer als ziekte aanzien. Een voorbeeld hiervan is homoseksualiteit. Lange tijd was homoseksualiteit een marginaal fenomeen en werd het als taboe aanzien. Heteroseksualiteit was dé norm. Er groeide toen het beeld van homoseksualiteit als een ziekte, of meer bepaald als een psychische groeistoornis. Het is eigen aan een ziekte dat ze meestal genezen dan wel voorkomen kan worden, en dus gingen wetenschappers op zoek naar een gepaste remedie. Talrijke homo’s werden gecastreerd, ondergingen elektroshocks, etc. Al deze behandelingswijzen bleken zinloos: de eigenlijke seksuele oriëntatie ligt buiten het bereik van de medische wetenschap. In de lijn hiermee kunnen ons dan ook afvragen wat wel of niet als een ziekte beschouwd kan worden. Is het aanwezig zijn van fysiek en/of psychisch lijden noodzakelijk om als ziek beschouwd te worden? Daarenboven roept het ons ook op om de waarde te erkennen van iemand die ziek is ook al kan hij/zij niet optimaal in onze samenleving functioneren.

naar boven

Mogelijke relatie tussen spiritualiteit en geneeskunde

Zijn geneeskunde en spiritualiteit water en vuur?
Niet ziekte, maar zieke verdient aandacht

Waarschijnlijk leggen maar weinig mensen spontaan een link tussen geneeskunde en spiritualiteit. Vooronderstelt goede geneeskunst immers niet dat er abstractie wordt gemaakt van elk spiritueel gedachtegoed? “Neen”, vindt ziekenhuisaalmoezenier Bert Vanderhaegen, “moderne geneeskunde is ook een spirituele onderneming.”
Bert Vanderhaegen | Impliciet wordt ervan uitgegaan dat een onoverbrugbare kloof bestaat tussen wetenschap en geloof/spiritualiteit. De waarheid van de wetenschap is die van objectieve feiten die tot kennis leiden. Die waarheid behoort tot de publieke sfeer. Iedereen kan zich in principe vergewissen van de resultaten van de wetenschapsbeoefening en de mate waarin ze waarheid over de werkelijkheid blootleggen. De waarheid waar het geloof het over heeft, is subjectief. Geloof en de daaruit voortvloeiende spiritualiteit is een privé-zaak. Nochtans bepaalt het zeer sterk onze antwoorden op de vragen die iedere mens stelt: wat moet ik doen en wat mag ik hopen? Desalniettemin blijft het een privé-zaak die iedere burger naar eigen goeddunken mag beantwoorden, zolang zijn antwoorden die van een ander niet verstoren, kwetsen of in verdrukking brengen.

Zorg voor mensen

Velen stoppen de geneeskunde graag in het kamp van de wetenschap, maar zo eenvoudig ligt dat niet. Kwatongen durven wel eens beweren dat godsdienst en geneeskunde eigenlijk veel gemeen hebben. Beide zijn gericht op resultaten. We gaan naar de arts om genezen te worden en we bidden tot God om genezing. Maar beide zijn tegelijkertijd resultaatsonafhankelijk. Ook als we niet genezen, keren we de geneeskunde niet radicaal de rug toe en dat doen we ook niet met God. Beide stellen ons geloof misschien sterk op de proef, maar finaal blijven we erin geloven, in de arts en in God. Wat kwatongen ook mogen beweren: geneeskunde is geen wiskunde. Daarom heet het ook geneeskunst en niet geneeswetenschap. De moderne geneeskunde kan er niet onderuit dat ze eigenlijk ook een spirituele onderneming is. Geneeskunde en gezondheidszorg in het algemeen hebben een inherente spirituele dimensie. Het is zorg voor mensen.
Aangezien mensen meer zijn dan een verzameling van gezonde of zieke organen, is het evident dat de arts en de verpleegkundige niet alleen oog hebben voor dat zieke orgaan. De mens is een wezen dat in relatie staat tot zichzelf, de anderen, de omgeving, de geschiedenis, het Transcendente. Door ziekte treedt een verstoring op in al die relaties. Het helingsproces betekent dat die relaties weer moeten worden hersteld of een nieuw evenwicht moeten vinden. Daar is het de arts uiteindelijk om te doen. De arts bekommert zich dus ook om de zieke en niet louter om de ziekte. Daarom heeft de arts ook oog voor de spirituele noden van de patiënt. Doe je dat niet, dan versmal je de mens tot zijn ziek orgaan en doe je afbreuk aan zijn menswaardigheid. De morele plicht van de arts om de hele mens in ogenschouw te nemen, kwam door twee evoluties zwaar onder druk te staan. Het wetenschappelijke reductionisme – geneeskunde terugbrengen tot een puur wetenschappelijke aangelegenheid – verdringt de spirituele dimensie van de gezondheidszorg van binnenuit, en de industrialisering van de gezondheidszorg bedreigt de spirituele dimensie van de gezondheidszorg van buitenaf.

Herpersonalisering

Zorg voor mensenHet gevaar bestaat dat ziekenhuizen bedrijven worden waar de voornaamste deugden niet meer het medelijden, de empathie, de trouw, de zorg of de troost zijn, maar centra waar alleen de ‘deugd’ van de efficiëntie wordt beoefend. Als de contacttijd tussen de arts en de patiënt almaar verder inkrimpt, kan de technicus misschien wel een ziek orgaan onderzoeken, maar ontmoet de arts geen mens. Een herpersonalisering van de gezondheidszorg en van de geneeskunde in het bijzonder dringt zich op. Het is tijd dat het wetenschappelijke reductionisme en de industrialisering van de gezondheidszorg weerstand ontmoeten. We moeten de geneeskunde herontdekken als een spirituele onderneming waarbij de menselijke kant – van de patiënt én van de arts – aan bod kan komen.

De Belgische Geneesherenvereniging Sint-Lucas houdt op 24, 25 en 26 oktober 2008 een bezinningsweekend voor artsen en hun gezin in Gent met als thema De wetenschappelijke en spirituele aspecten van de geneeskunde. Sprekers zijn Gerard Bodifée, Lucette Verboven, Isabelle Dagneaux en Joris De Jonghe. (www.smslgv.be).

Bron: BERT VANDERHAEGEN, Zijn geneeskunde en spiritualiteit water en vuur?, Niet ziekte, maar zieke verdient aandacht, in: Tertio, 13 oktober 2008; http://www.tertio.be/sitepages/-index.php?page=archief&id=319 (toegang 14/03/3009)

naar boven

Ziekte en genezing

Genezende Jezus

“Naast een seksshop, hartje Antwerpse stationsbuurt, nodigt een kleurrijke Christus de voorbijgangers uit. Hier huist een van de tientallen pinksterkerken van Afrikaanse en Latijns - Amerikaanse origine die de voorbije jaren een stek vonden in garages en leegstaande winkelpanden. Genezingen, mirakels, tekenen en wonderen, staat er in grote letters te lezen op de muur. Verderop staat een vrolijk Afrikaans meisje flyers uit te delen voor de Universele Kerk van Gods Rijk. Woensdag kun je daar terecht voor relationele problemen, op donderdag als het niet lukt met papieren. Zondag blijkt de ‘sterkste dag’. Iedereen is dan welkom. Volgens het Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties (Iacsso) richten deze kerkjes als sekten de meeste schade aan. Sommige gelovigen zouden een medische behandeling, zoals in het geval van aids, stopzetten en louter soelaas zoeken in gebedsgenezing. Op uitnodiging van een van deze ‘Kerkjes’ zakte in mei laatst Benny Hinn, één van ’s werelds bekendste tv-predikanten, af naar het Antwerpse Sportpaleis voor twee ‘mirakelkruisvaarten’. Het (overwegend Afrikaanse) publiek bood hij wonderbaarlijke ‘gebedsgenezingen’ aan. De man schept er onmiskenbaar poen mee.

Opleving

Deze allochtone pinksterkerken zijn echter slechts één aspect van de wereldwijde en succesvolle pinksterbeweging. Dominee Guy Liagre, synodevoorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB), wijst er ons op dat de eerste afgevaardigden van het evangelische christendom en het pentecostalisme (naar het Engelse woord voor Pinksteren) in 1920 in ons land neerstreken. Hun zogeheten pinksterkerken behoren dus al generaties tot ons kerkelijke landschap en zijn verenigd in het Verbond van Vlaamse Pinkstergemeenten (VVP). Het zijn  gemeenschappen die wortelen in een ‘oplevingsbeweging’ van begin 1900 in het westen van de Verenigde Staten. Verscheidene deelorganisaties tellen inmiddels miljoenen gelovigen. Zendelingen van grote organisaties stichtten bijkerken in ons land, de meeste aangesloten bij de synode van evangelische en pinksterkerken. Allen onderschreven een deontologische code. In het pinkstergeloof staat de doop met de Geest centraal, maar ook de persoonlijke bekering – het beginpunt van een nieuw christelijk leven. Anders dan in de protestantse traditie speelt hier ook het bovennatuurlijke een rol. Jezus redt en geneest, ook vandaag. De pinksterkerken waar het Iacsso zich tegen kantte, behoren tot de nieuwste golf van het pentecostalisme, met wortels in het Zuiden. Het blijkt vooral getekend door een ondernemersmentaliteit. Liagre: „De meerderheid van bewuste allochtone kerkgemeenschappen ontstonden zelfstandig rond een charismatische predikant. Sommigen van deze leiders zijn behoorlijk geschoold, anderen zijn dat duidelijk veel minder. Kenmerkend is hun snelle groei. Zo telt Nouvelle Jérusalem in Brussel al meer dan drieduizend zondagse kerkgangers, maar slechts een procent van de leden is Belg.” Volgens religiewetenschappers heeft het succes van deze beweging te maken met een eloofsverkondiging die ontdaan is van elementen die in Europa als belangrijk gelden, maar elders als ballast worden ervaren. Te denken valt aan een koele liturgische traditie en een schriftelijke cultuur, die niet spoort met de zuiderse, mondelinge tradities. Of een theologie die gekenmerkt is door de rede, terwijl in het zuiden het spontane godsgeloof de toon aangeeft. Ook genezing en bescherming spelen in ‘heidense’ culturen een eersterangsrol, terwijl de klassieke Kerken daar veel minder de nadruk op leggen.

Wonderen

gebedsgenezingHeeft het ‘klassieke’ pinkstergeloof een duidelijke theologische grond, bij de nieuwste stroming spelen vooral wonderen een grote rol. Predikanten lezen in de evangeliën hoe mensen tot Jezus werden aangetrokken door de tekenen die Hij verrichtte. Zij trekken dus allereerst de mensen aan door hen genezing of mirakelen aan te bieden. Vooral arme en kwetsbare mensen durven dan op hen hun hoop te stellen (en dwaze dingen te doen, zoals een behandeling stopzetten). Dat is het probleem dat het Iacsso aankaart. De pinksterbeweging verspreidde zich overigens ook in katholieke middens. Ze kreeg vorm in de Katholieke Charismatische Vernieuwing (KCV). Ook hier neemt gebed om genezing een belangrijke plaats in. Toch is er een groot verschil met het bovenstaande. Nationaal verantwoordelijke Marc Meirsman: „Wij nemen duidelijk afstand van toestanden zoals in het Sportpaleis. Onze dienst van genezing staat binnen de Kerk en is altijd verbonden met de sacramenten van eucharistie en biecht.” Hoe dat dan gebeurt? Meirsman: „Genezingsdiensten worden plaatselijk door een groep georganiseerd, bijgestaan door een goed opgeleid team. Steeds is er eucharistie en gelegenheid tot biechten. Ieder kan ook zijn problemen tegenover iemand uitspraken en vragen om te bidden voor een oplossing. Met twee of drie mensen zullen we dan kort over deze intentie een gebed uitspreken. Ik spreek daarom liever van zegening.” Maar naast innerlijke genezing is er toch de medische? „Wij zijn geen medici”, luidt het antwoord. „Wat betreft lichamelijke genezing kunnen we niet anders dan mensen door te verwijzen. Onze droom is tot een samenwerking te komen met christelijke artsen en psychiaters. Maar dat waarvoor mensen komen bidden is niet noodzakelijk medisch van aard, veeleer relationeel of familiaal.” En Meirsman besluit: „De KCV huldigt een volstrekt andere visie dan de pinksterkerken. Het grote verschil is dat wij integraal deel uitmaken van de katholieke Kerk. Ikzelf ben er heel gelukkig mee. Je hoeft niet buiten de Kerk te zoeken, wat er binnen ook kan.”

Bron: ERIK DE SMET, Genezende Jezus, in Kerk & Leven, 16 juli 2008, p. 15.

naar boven

Moslims en ziek-zijn

koran“Voor een moslim komt alles van God: gezondheid, ziekte en de dood. De Koran zegt dat God geen ziekte op de aarde zal neerzenden zonder tegelijkertijd een remedie voor die ziekte te geven. Dus God stuurt zowel de ziekte als de genezing. De moslim gelooft dat Allah alles heeft voorbeschikt en dat alles wat de mens overkomt een bedoeling heeft.

‘En wanneer Allah u met tegenheid treft, kan Hij alleen dit weer wegnemen en u het goede schenken, Hij heeft macht over alle dingen’ (Soera 6:17).

De mens heeft wel de verantwoordelijkheid voor de manier waarop hij de mogelijkheden benut die Allah hem heeft gegeven.

De verschillende stromingen binnen de Islam leggen andere accenten in de visie op gezondheid, ziekte en dood. Vooral de strengere stromingen zien ziekte soms als een straf op begane zonden.”


Overgenomen van: GERDIENE VAN RINSUM, Kleur bekennen, verpleegkundige zorg aan moslims in de palliatieve fase van een ziekte, november 2007; http://www.vumc.nl/afdelingen/patientenfolders-brochures/zoeken-alfabet/K/Kleur_bekennen.pdf (toegang 23/02/2008).

naar boven

Een kennismaking met de boeddhistische omgang met het lijden

boedhisme

Lijden een centrale rol in het boeddhisme.

De ervaring van het lijden was cruciaal voor het ontstaan van het boeddhisme en vervult dan ook een sleutelrol in het boeddhisme (net zoals in het christendom: zie later). Het was de realiteit van het lijden die de stichter, Sidharta Gautama (°560 v Chr) of kortweg Boeddha (de verlichte) deed nadenken over het bestaan en aldus op zijn geestelijke weg zette. Het gaat meer bepaald om de onontkoombaarheid van het lijden: iedereen wordt immers vroeg of laat met lijden geconfronteerd, ieder gevoelig mens ervaart het leven als lastig en vindt nooit ten volle vervulling en uiteindelijk zullen we allen sterven. De vraag die Boeddha bezig hield was hoe we dan nog rust en geluk kunnen vinden in dit leven.

Aan deze realiteit valt op het eerste zicht weinig te doen. Noch de verstrooiing van het hofleven, noch de intimiteit van vrouw en kind, noch de troost van meditatie of ascese boden Boeddha immers blijvende troost en genoegdoening. De uitweg die Boeddha uiteindelijk vond, deed het boeddhisme ontstaan.

Het ontstaan van het boeddhisme.

boeddhaOmdat aan het lijden alomtegenwoordig is en onontkoombaar, stelde Boeddha – om troost in en verlossing uit dit probleem te vinden – dat het lijden zelf de sleutel vormt om het geluk in dit leven te ontdekken. We worden immers ongelukkig doordat wij ons vastklampen aan alle dingen in het leven en omdat wij ons afzetten tegen de zaken die tegen onze verlangens ingaan. Uit deze houding van gehechtheid en verlangen ontstaat frustratie en ongeluk.

Dit is niet alleen het geval in extreme gevallen zoals bij dood, ouderdom of ziekte maar dit geldt in het hele leven. De mens ervaart het hele leven als een strijd en is voortdurend op zoek naar vervulling maar vindt die niet. Dit komt allemaal omdat we ons hechten aan mensen en dingen en kost wat kost vasthouden aan de realisatie van onze verlangens.

Eerder past een houding van gelatenheid, een kalm 'registreren van de dingen zoals ze lopen', een loslaten en uiteindelijk een overgave aan de realiteit zoals ze is. En deze realiteit is er één van voortdurende verandering en beweging waarin we voortdurend gescheiden worden van wie en wat ons lief is en waarin onze verlangens nooit tot volle vervulling komen.

Het leven is een 'karmisch' proces.

De verlossing bestaat er dan in dat de mens zich neerlegt bij de gang van het leven en een houding aanneemt van onthouding en overgave en langs die weg zichzelf uiteindelijk tot rust brengt zichzelf tot rust brengt.

Dit is mogelijk vermits de mens volgens Boeddha geen 'kern' of ziel bezit. De mens zelf, met zijn gehechtheid en gefrustreerde verlangens, bestaat immers niet echt. Hij is enkel een geheel van tijdelijke fysieke en mentale processen zonder blijvende kern en verdwijnt uiteindelijk. Het enige wat blijft is de bewegende gang van het leven. Aldus is er niets buiten of boven de veranderende gang van het leven ofwel het karmisch proces. Het hele bestaan wordt aldus bepaald door de wetten van het karma.

In de mate echter dat oude verlangens verdwijnen maar ook weer nieuwe verlangens steeds weer worden opgewekt, blijft echter het lijden duren. Verlangens kunnen zelfs meegenomen worden naar een nieuw leven wanneer de mens – zoals het boeddhisme voorhoudt – na het sterven opnieuw gaat leven in een nieuwe toevallige samenstelling van fysieke en mentale bouwstenen. Zo is het karmisch proces niet alleen een proces van blijvende verandering maar ook van blijvend lijden. Aldus zit de mens eeuwig gevangen in de wet van het karma. De enige verlossing uit dit bestaan – en dit is ook de verlossing die het boeddhisme voorhoudt – is een houding van gelatenheid en overgave.

Bron: A. NUGHTEREN, Het Boedhisme als poging met het lijden om te gaan, in D. POLLEFEYT EN J. BULCKENS, Godsdienstige verwerking van lijden in de huidige (jongeren)cultuur, Leuven, Acco, 1995, p. 11-34.

Vergelijking met de christelijke omgang met het lijden.

Gelijkenis: een houding van onthechting als antwoord op het lijden.

boeddhaIn de omgang met het lijden bestaat er enerzijds een grote gelijkenis tussen het boeddhisme en het christendom. Zo vervult het lijden – waarschijnlijk omwille van dezelfde reden als bij het boeddhisme met name omdat het lijden onontkoombaar bij het leven hoort – ook in het christendom een centrale rol. We denken op de eerste plaats aan de centrale plaats die Christus' lijden in het christelijke denken inneemt. Dit lijden vormt op zijn beurt dan ook een wezenlijk onderdeel van de navolging van Christus. Dit bevestigt zich in talrijke bijbelfragmenten zoals: "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft...", "wie zijn kruis niet opneemt en mij volgt...", "wie zijn vader of moeder, broer of zus liever ziet dan mij, is niet waard mijn volging te zijn". De houding waar deze citaten op aansturen, vertoont direct een grote gelijkenis met de houding van onthechting en overgave die we zagen in de bespreking van het boeddhisme. Het gaat om een erkenning en aanvaarding van het lijden in het leven en het afzien van valse vormen troost. De houding die in het lijden past is dan één van onthechting, ascese, overgave en berusting.

Dit toont ons reeds twee dingen: ten eerste dat beide levensbeschouwingen het eens zijn over het feit dat het lijden op een beslissende wijze de zin van het leven bepaalt – en deze vaststelling is voor ieder mens de moeite waard om te overwegen – en ten tweede dat de enige uitweg bestaat in een houding van aanvaarding, onthechting, berusting en overgave.

Het verschil: de zin of betekenis die de onthechting heeft.

Het verschil in de benadering van het lijden in het boeddhisme en het christendom ligt echter in de zin die beide levensbeschouwingen toekennen aan de vereiste houding van overgave en onthechting in het lijden.

De leer van het boeddhisme laat zichzelf samenvatten in deze houding van onthechting. Boeddhisme zelf is onthechting en overgave. In deze onthechting of overgave ligt verder geen zin meer vervat dan enkel de vaststelling dat alleen deze houding troost en uitweg biedt in het leven. Als de mens zich niet onthecht, loopt hij zijn hele levens zijn verlangens na of wordt hij gefrustreerd. Dat is volgens het boeddhisme de enige zin van de onthechting. Het enige wat er is, is immers een eeuwig karmisch proces van verandering waaraan de mens onderworpen is.

Volgens het christendom heeft deze onthechting echter wel een zin. Deze ligt in een groeiende liefde tot God en mens. In de onthechting leert de mens zichzelf weg te schenken en lief te hebben, op de eerste plaats God maar ook de naaste. God van zijn kant toont zich aan de mens als de troost en vreugde in het leven en belooft de mens op te vangen wanneer het lijden hem uiteindelijk teveel wordt. Aldus heeft de onthechting waar onder andere het lijden ons toe brengt, een doel en een zin en deze is te vinden in een groeiende relatie tussen God en de mens.

Deze houding van onthechting is dan ook niet op de éérste plaats een antwoord op het onoplosbare vraagstuk van het lijden maar is in feite enkel de concrete vertaling van een houding die liefde heet. Liefde betekent immers zichzelf wegschenken. Het is leren zichzelf weg te schenken en enkel nog oog te hebben voor de ander. Wanneer de mens zich inzet voor de ander, schenkt hij zich weg. Hetzelfde doet hij in zekere zin wanneer hij arbeid verricht. Dat doet hij niet voor zijn plezier maar omdat dit nodig is om voor zichzelf en anderen in te staan. Onthechting als levenshouding is in het christendom dan ook niet in de eerste plaats gericht op het lijden. Maar wanneer het lijden zich aandient is deze onthechting ook dàn de gepaste houding. Op dat moment heeft de gelovige in het liefhebben reeds geleerd om zichzelf te vergeten en ondervonden dat God de mens redt en tot vreugde is en dit ook in het lijden.

naar boven

Gezondheids -en ziekteverstaan in het Oude -en Nieuwe testament

“De Bijbelse uitspraken over ziekte zich laten groepen rond twee polen, waartussen een theologisch legitiem ziekteverstaan zich moet bewegen. Enerzijds zijn lichamelijke en geestelijke machten die de komst van het Rijk Gods in de weg staan; ze staan in contrast met de door Jezus aangekondigde messiaanse heilstijd. Anderzijds is er, sinds Jezus’ lijden en kruisdood, geen lijden, geen pijn en geen eenzaamheid meer zonder dat God de mens bijstaat.”

“In de geest van het evangelie kan er enkel van een individuele zingeving van een ziekte sprake zijn, en niet van een immanente zinvolheid . In de bijbel is er weinig of geen sprake van gezondheid. Het Bijbelse beeld van gezondheid is dat van shalom (vrede). Het staat in scherp contrast met ziekte, afwijkingen en dood. Shalom gebeurt in de context van relaties en gemeenschap. Het slaat op de hele persoon, op elk aspect van zijn leven: geest, lichaam, ziel en verstand. Een dergelijke shalom wordt beloofd aan zij die in goede verstandhouding leven met God en met hun medemens. Het omvat vreugde, geluk, vrede en welzijn. Het staat voor harmonieus leven, in evenwicht met elk aspect van zijn leven en zijn relaties.”

Overgenomen van: K. DIERICKX, Biomedische ethiek. Onuitgegeven cursusnota’s, Leuven, 2008, p. 30.

naar boven

Helpt gebed?

„Genezing op gebed vaak ongrijpbaar”

AMSTERDAM - Bijna alle orthodoxe christenen (91 procent) geloven dat God ziekte kan genezen. Een kwart van de zieke christenen die genezing zoeken door middel van het gebed, wordt ook daadwerkelijk genezen.

Dr. Joke van Saane: „Een ontnuchterende uitkomst. Als er sprake is van genezingen, betreffen die vooral vage, psychische aandoeningen.”

biddenDr. Van Saane, godsdienstpsycholoog aan de Vrije Universiteit, verrichtte samen met godsdienstsocioloog prof. dr. Hijme Stoffels (VU) een onderzoek onder een dwarsdoorsnede van de achterban van de Evangelische Omroep. De onderzoeksgroep van de VU gaat de uitkomsten, die onlangs in het radioprogramma De Ochtenden werden gepresenteerd, nog verder analyseren.
Aan dit eerste grootschalige onderzoek naar gebedsgenezing in Nederland werkten 888 mensen mee. Van hen zegt 93 procent gelovig te zijn opgevoed. Kerkelijk zijn ze vooral afkomstig uit de breedte van de Protestantse Kerk (35 procent), de kleinere reformatorische kerken (19 procent) en evangelische gemeenten (33 procent).

Van de ondervraagden gelooft 91 procent dat mensen door de kracht van het geloof kunnen genezen; 66 procent gelooft dat sommige mensen een bijzondere gave hebben ontvangen; 59 procent heeft wel eens meegemaakt dat iemand door de kracht van het geloof genezen is; 49 procent gelooft dat alle ziekten door geloof genezen kunnen worden.

Van de mensen die naar genezing door gebed hebben gezocht -ongeveer de helft van de respondenten- heeft een kwart die genezing ook daadwerkelijk ontvangen. Meestal ging dat geleidelijk, slechts in een enkel geval vond de genezing van het ene op het andere moment plaats. De meeste christenen (65 procent) zeggen dat ze niet genezen zijn, maar wel kracht van God ontvingen om hun ziekte te dragen. Tien procent geeft aan dat er niets gebeurde na het gebed om genezing.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de respondenten wanneer zij ziek zijn vrijwel altijd om genezing bidden (97 procent) en in veel gevallen ook medeleven van andere christenen ondervinden: bij 94 procent baden ook ánderen om genezing. Voor Bijbelse gebruiken als ziekenzalving en/of handoplegging kozen minder mensen: 45 procent.

Vrijwel allen (95 procent) die aldus genezen zijn, schrijven hun genezing toe aan ingrijpen van God. 89 procent gelooft dat de ervaring van genezing hun leven heeft veranderd; 86 procent gelooft dat de ervaring hun geloof heeft veranderd.

Een grote minderheid (42 procent) is wel eens bij een gebedsgenezingsbijeenkomst geweest. 72 procent is nu gezond, 16 procent kwakkelt, 12 procent bleef ziek.

Genezing wordt vooral gemeld van ziektes als depressiviteit, burn-out, vermoeidheid, rug-, schouder-, nek- en hoofdpijnklachten; 78 procent van degenen die naar genezing door geloof hebben gezocht, onderging medische behandelingen.

Genezing zou er alleen zijn bij vage klachten. Hoe kijkt u aan tegen opzienbarende genezingswonderen die Jan Zijlstra en vele andere gebedsgenezers laten zien?

bidden„Het is maar net vanuit welke perspectief je hiernaar kijkt: vanuit het geloof of vanuit de wetenschap. We kunnen ons voorstellen dat zieken baat hebben bij hun geloof en kracht ontvangen om hun ziekte te dragen. Maar dat is wat anders dan van ziekten genezen worden. Onze conclusies vertellen een ander verhaal. Mensen die genezen worden, worden vooral van allerlei onbegrepen ziekten en psychische aandoeningen genezen. Veelzeggend is dat men dan vaak ook niet naar een arts gaat, omdat die „er toch niets van snapt.” We zijn geen verhalen tegengekomen van zieken die hun krukken weggooiden of genazen van kanker.”

Maar gebed helpt bij ziekten, ervaren veel christenen.

„Het helpt zeker, maar vooral psychisch, niet medisch. Het geloof is zeker een positieve factor in het ziekteproces. Dat zegt overigens Jan Zijlstra ook. Het gaat hem niet primair om genezing van het lichaam, maar van ziel én lichaam. Van gebedsgenezing gaat een helende kracht uit.”

Had u meer genezingen verwacht?

„We hadden meer duidelijke genezingen verwacht omdat er de laatste tijd veel gebedsgenezingsbijeenkomsten in Nederland zijn. Daarom hebben we juist als wetenschappers ernaar willen kijken. Wat gebeurt er nu daadwerkelijk en waarvan worden mensen genezen? Nogmaals, ik laat staan dat mensen baat bij hun geloof hebben als ze vastzitten in ziektebeelden, een flinke burn-out hebben of aan depressieve klachten lijden. Je moet ook niet de ”social support” onderschatten als mensen voor je bidden. Christenen zien hun genezing op het gebed als gevolg van ingrijpen van God, waardoor hun geloof wordt bevestigd.”

Deze week stelde Harmen de Vries in een promotie aan de VU dat de dienst der genezing in Nederlandse zorginstellingen een zinvolle aanvulling kan zijn op de reguliere geneeskunde.
„Dat is vooral een theologisch verhaal, gesteld vanuit het geloof. En dat blijft heel ver van de empirie. Geloof en wetenschap zijn twee verschillende velden. Van de dienst der genezing kan zeker een helende werking uitgaan. Maar daarom is het ook van belang om er vanuit de wetenschap naar te kijken. Als wetenschapper sta je argwanend tegenover het feit dat iemand zijn krukken weggooit en ineens kan lopen. We zijn zulke gevallen dan ook niet tegengekomen, althans niet in het onderzoek.”

K. van der Zwaag 14-06-2006
http://www.refdag.nl/artikel/1264250

naar boven

Spiritualiteit rond ziek-zijn en lijden

Dick Stap:

Dick StapOnze maatschappij en soms ook christelijke geloofsgemeenschappen zijn te zeer gemodelleerd op de gezonde mens. De idealen die zij koesteren en normen die zij impliciet naar voren schuiven zijn te zeer gemodelleerd op het model van de gezonde mens.

“Het begin van mijn zoektocht lag in de vondst van de ‘zonde van gezondheid’. Die gedachte leidde ertoe dat ik mijn ziekte op den duur leerde begrijpen als een fundamenteel onderdeel van wie ik ben, van mijn identiteit. Ik ben vader, zoon, partner, werknemer, gelovige, maar ook altijd lichamelijk ziek. Wanneer ik vanuit die identiteit op een reële manier wil leren omgaan met mijn beperkingen, dan gaat het niet om mijn verlangen naar gezondheid, waardoor niet alleen onze hele cultuur maar ook sommige christelijke geloofs-gemeenschappen diepgaand gestempeld zijn. Het gaat daarentegen om de erkenning dat ik ben zoals ik ben”.

Zie: D.STAP, Ziek zijn en God. De spiritualiteit van het niet meer beter worden, Tielt, Lannoo, 2005, 16.

Anoniem:

Het denken rond het lijden staat te zeer in het teken van de vraag wat God voor ons kan doen. Het lijden is de zaak van God: waarom doet Hij ons dit aan en wat zal Hij er aan doen? Maar waarom moet het bij God beginnen? Kunnen we immers niet gewoon vertrekken van de gedachte dat het lijden er gewoon is?

St-Jan van het Kruis:

mystieke werkenVolgens deze mysticus en kerkleraar uit de 16e eeuw kadert het lijden in een weg waar mensen zich in liefde meer en meer tot God keren. Op deze weg komt de mens los van zijn eigen verlangens en gaat hij meer en meer leven in en voor deze liefde. De mens komt los van zijn eigen wil. Zijn kracht en zijn enige toekomst is dan nog de genade van God die hij vooral in het gebed ervaart. Deze weg is een sterven aan zichzelf in de liefde voor God – tijd maken voor Hem – en voor de ander. De mens moet het lijden evenwel niet zelf zoeken. Maar wanneer het lijden op zijn weg komt, dan is er weinig verschil tussen het sterven aan zichzelf met het oog op de liefde en de beproevingen van het lijden.

Zie: JOANNES VAN HET KRUIS, Mystieke werken. Uit het Spaans vertaald door Dr. Jan Peters en J.A. Jacobs, Gent, 1992.

H.S. Kushner:

Boek Kushner"Kunt u het denkbeeld aanvaarden dat sommige dingen geen reden hebben, dat in het universum het toeval een rol speelt? Sommige mensen kunnen met dat [sic] idee niet uit de voeten. Ze zoeken naar verbanden en proberen wanhopig een zin te zien dat God wreed is, of dat zij zondaars zijn, dan dat ze het toeval accepteren. Soms, als ze erin geslaagd zijn negentig procent van alles wat ze weten te begrijpen, gaan ze er van uit dat de overige tien procent ook verklaarbaar is en alleen maar hun verstand te boven gaat. Maar waarom moeten we per se volhouden dat alles redelijk is. Waarom moet er voor alles wat er gebeurt een specifieke reden zijn. (...)

We zullen misschien nooit begrijpen waarom we lijden, of in staat zijn de machten die ons lijden veroorzaken in bedwang te krijgen, maar we kunnen een heleboel te zeggen hebben over wat de pijn ons doet, en wat voor soort mensen we erdoor worden. Pijn maakt sommige mensen verbitterd en afgunstig. Anderen maakt het gevoelig en medelevend. Het is het gevolg, niet de oorzaak van de pijn waardoor sommige ervaringen zinvol worden en andere inhoudsloos en destructief. (...)

Job stelde vragen over God, maar hij had geen theologiecolleges nodig. Wat hij nodig had was sympathie en medeleven, en de verzekering dat hij een goed mens en een gewaardeerde vriend was. Mijn buurman stelt me vragen over zijn ziekte, maar we hebben kennelijk niet begrepen wat hij nodig heeft als ons antwoord uit biologie- en geneticalessen bestaat. Net als Job zit hij erop te wachten dat we hem vertellen dat wat er met hem gebeurt vreselijk onrechtvaardig is. Hij heeft hulp nodig om mentaal en geestelijk sterk te blijven".

Zie: H.S. KUSHNER, Als 't kwaad goede mensen treft, Baarn, 1983, p. 48-49, 64 en 67-68.

De Wereld van Sofie:

"Heraclitus wees er op dat er in de wereld voortdurend tegenstellingen zijn, die hun stempel op onze opvattingen van de dingen drukken. Als we nooit ziek zouden zijn, zouden we niet weten wat het is om gezond te zijn. Als we nooit honger zouden hebben, zouden we niet het plezierige gevoel van een volle maag kennen. (...) Zowel het goede als het kwaad is een noodzakelijk deel van het geheel, dacht Heraclitus. Als er niet een voortdurend spel tussen tegenstellingen zou plaatsvinden, zou de wereld ophouden te bestaan".

Zie: J. GAARDER, De wereld van Sofie. Roman over de geschiedenis van de filosofie, Antwerpen, 1994, p. 44-45.

J.H. Newman:

Newman"Hoe bekijken wij de dingen? Dat is de vraag die alle niet-oppervlakkige personen zichzelf stellen, en ieder antwoordt op zijn eigen manier... Laat mij dan vragen: wat is nu de christelijke interpretatie van deze wereld? Wat werd ons door de openbaring gegeven om deze wereld naar haar juiste waarde te schatten? De kruisiging van de Zoon Gods. Het is de dood van het mensgeworden eeuwig Woord van God, die ons leert hoe wij over de wereld moeten denken en spreken. Zijn kruis heeft de juiste waarde verleend aan alles wat wij zien: aan rijkdom en voordeel, aan rang en waardigheid, aan plezier, aan de genoegens van het vlees en van de ogen, aan de trots van het leven. Het heeft een waarde gegeven aan de roes en de rivaliteit, aan de hoop en de vrees, aan de verlangens en het sterven, aan de overwinning van de sterfelijke mens.

Het kruis heeft een betekenis gegeven aan de verscheidene oriëntaties, aan de beproevingen, aan de bekoringen en het lijden van het aards bestaan. Het heeft eenheid en stevigheid gegeven aan wat zonder harmonie en zonder doel scheen. Het heeft ons geleerd hoe wij moeten leven, op welke manier wij van de wereld gebruik moeten maken, wat wij mogen verwachten en hopen. Het is de symfonie waarin alle melodieën van de muziek van onze wereld uiteindelijk zullen moeten tot harmonie komen..."

Zie: J.H. NEWMAN¸ Parochial and Plain Sermons, vol. 6, 7, 84-93.

De mama van Myriam:

"Je deed niet veel meer: slapen, een beetje lezen, met de poezen spelen. Je vroeg haast naar niemand meer. We gingen nergens meer heen. Dat kon niet meer. Je wilde enkel rusten (...)

Afscheid nemen... Het doet zo'n zeer. Maar we hadden ondertussen geleerd dat tranen vruchtbaar kunnen zijn. We hadden toen al niet veel meer nodig om rust en vrede te vinden in ons hart.

Onze kring werd enger en enger. We zagen en we hoorden nog nauwelijks enkele intieme vrienden. Mensen haakten hoe langer hoe meer af.

Maar wij twee samen, wij genoten, ondanks alles. Op onze manier. Heel gewoon".

Zie: LUTGARD VAN HEUCKELOM, Brieven aan Myriam. Een moeder neemt afscheid van haar kind, Kapellen – Haarlem, 1991, p. 97.

naar boven

Ziekenzalving/stervenswijding/stervenszegening

PyxusDe laatste halve eeuw vonden heel wat verschuivingen plaats in de pastorale zorg in de gezondheidszorg. In de jaren tachtig werden de eerste lekenpastores aangenomen in de Vlaamse ziekenhuizen. Sindsdien is hun aantal alleen maar gestegen en vandaag is de meerderheid van de pastores in de gezondheidszorg ‘leek’. Daarnaast werden sinds het tweede Vaticaans concilie een aantal liturgische veranderingen doorgevoerd. Zo werd het sacrament van de ziekenzalving weggehaald uit het stervensproces. De ziekenzalving werd nu toegediend aan een persoon, die geconfronteerd wordt met de mogelijkheid van het sterven, bij voorkeur in een viering. Als ritueel bij het levenseinde werd het Viaticum vooropgesteld. Het viaticum is de laatste toediening van de hostie, die hierbij wordt gezien als ‘voedsel voor onderweg’.

ziekenzalvingDeze vernieuwde interpretatie is maar deels geïntegreerd geraakt in de praktijk. De noden van het stervensproces (mensen hebben eerder nood aan een sterk ritueel bij het sterven dan bij het ziek-zijn en liefst in intieme kring), de dalende kerkbetrokkenheid (meerderheid van de mensen kennen de nieuwe interpretatie niet en vragen om het Heilig Oliesel), het liturgisch vacuüm tijdens het levenseinde (het viaticum voldoet niet aan de behoeften bij het levenseinde) en de afgrenzing van het gewijde ambt (lekenpastores mogen de ziekenzalving niet toedienen) maken dat de verschuiving van de ziekenzalving tijdens het ziekteproces en het herinvoeren van het viaticum bij het levenseinde niet ingeburgerd raakte.

Omwille van bovengenoemde factoren is men op zoek gegaan naar een nieuw ritueel. Men spreekt over stervenszegening of stervenswijding. Hoewel deze termen ongelukkig gekozen zijn, worden deze in de pastorale praktijk gebruikt voor rituelen bij het levenseinde.

De stervenszegening kent waarschijnlijk een theoretisch ontstaan, omdat het voor het eerst werd voorgesteld in de literatuur door beleidsmensen en gewijde pastors. Men wilde een ritueel ontwikkelen, waarin zowel de gewijde pastor als de lekenpastor kon voorgaan. Dit ritueel kan de volgende elementen bevatten: begroeting, zondebelijdenis, lezing, vernieuwing van de doopgeloften, voorbeden, onzevader, communie van de aanwezigen met speciale aanspraak voor de stervende, gemeenschappelijk smeekgebed, zegeninggebed, waarbij elke aanwezige de stervende zegent met een kruisje op het voorhoofd. Het gevaar bij dit ritueel is dat men vervalt in te veel tekst en te weinig symbool.

De ritus van de stervenswijding is eerder ontstaan in de praktijk van de lekenpastores. Het ritueel bevat meer symboliek dan de stervenszegening en lijkt op een ziekenzalving (zonder zondenvergeving en zalving). Pastores wilden het ritueel immers herkenbaar houden, maar men deed dit ook vanuit het aanvoelen dat het symbool van de handoplegging en de zegening voldeed aan de noden van de betrokkenen tijdens het stervensproces. Het ritueel kan er als volgt uitzien: inleiding en kruisteken, gebed om ontferming en handoplegging, lezing (meestal psalm), voorbeden en onzevader, zegening met kruisje.

Voor meer informatie, zie:

A. VANDENHOECK, “Het ligt voor de hand. Over een nieuw ritueel bij het levenseinde.” in: D. POLLEFEYT & E. DE BOECK (red.), Daad-werkelijk. Rituelen en zegeningen vandaag (Leuvense cahiers voor praktische theologie 8), Antwerpen, Halewijn, 2008, p. 151-168.

A. VANDENHOECK, “Het laatste wat we kunnen doen. Pastorale begeleiding bij het levenseinde.” in: L. LEIJSSEN, J. BLEYEN, K. DOBBELAERE EN L. VOYÉ (red.), Levensrituelen. Dood en begrafenis. (KADOC-studies 31), Leuven, Universitaire pers Leuven, 2007.

“In dat ritueel werd aan de stervende gevraagd zijn zonden te belijden, om vergiffenis van de zonden te verkrijgen vooraleer de reis te maken naar het leven na de dood. Als teken van die tocht werd de stervende gezalfd met chrisma, gewijde olie. Men diende de stervende ook voor het laatst de communie toe, die werd beschouwd als de ‘spijs voor onderweg’ en om die reden viaticum heette. In veel gevallen maakte de persoon in kwestie de toediening van het sacrament niet bewust mee. Meestal werd immers gewacht tot men vermoedde dat de dood spoedig zou intreden vooraleer men de priester liet komen.”

“In de dienst van de ziekenzalving zoals die nu bij voorkeur wordt uitgevoerd, wordt de zieke uitgenodigd stil te staan bij zijn leven. Als hij dit wenst kan hij zijn schulden belijden. Na een lezing uit de bijbel, gevolgd door enkele voorbeden, vindt de kern van de ritus plaats. Daarin legt men de zieke de handen op als teken van troost en geborgenheid. Hierop volgt de zalving op het voorhoofd en de handen. Hiermee wordt de Heilige Geest gevraagd de zieke bij te staan in zijn genezingsproces. Tot slot wordt de communie uitgereikt.”

Overgenomen van: B. BROECKAERT, S. VAN DEN BRANDEN et al. (ed.), Grote rituelen in de wereldgodsdiensten, Leuven, Davidsfonds, 2005, p. 129.

Uit de getuigenis van ziekenhuispastor Greet Scheers:

ziekenzalving“Voor mij is ziekenhuispastoraal in de eerste plaats tochtgenoot zijn van mensen. Het is meeleven met hen, klankbord zijn en met veel respect en inlevingsvermogen mee de weg gaan met mensen. Die wegen zijn heel verschillend, maar meestal hebben ze wel één ding gemeen: heel hun leven staat op zijn kop door een ziekte, ongeval of operatie. Vragen en twijfels komen dan naar boven: "Hoe moet het nu verder met mij? Wie ben ik nog, nu ik niet zoveel meer kan? Wat kan ik nog betekenen voor anderen? Waar is die God nu ik Hem zo nodig heb? Waaraan heb ik dit verdiend?" (…) “ Maar het is vaak door gevoelens uit te spreken dat je er meer greep op krijgt en ze zo een plaats kunt geven in je leven. Het kan zo'n verademing zijn om gewoon te zeggen wat er op je hart ligt en aanvaard te worden, met al je onmacht, verdriet en pijn. Het is... mogen proeven van die God die zegt: " Ik ben er voor jou".

“ Ziekenhuispastoraal is oog en oor hebben voor het hele levensverhaal van mensen. Vele patiënten maken in het ziekenhuis hun levensbalans op. Ze hebben zoveel tijd om na te denken en zich af te vragen ze er van terecht gebracht hebben. Zeker als ze weten dat hun dagen geteld zijn, willen ze graag alles op een rijtje hebben.” (…) “Het kan een hele steun zijn om iemand aan je bed te hebben die mee naar die chaos wil kijken en woorden geeft aan de dingen waar je zelf geen woorden voor vindt. Vaak zijn er ook geen woorden nodig. Dan is een blik, een glimlach, een knipoog , een schouderklopje genoeg.”

“Zo ook bij de ziekenzegeningen: het zijn innige momenten waarbij het gebaar van de handoplegging sterker is dan alle woorden en het moment van afscheid van de familie, ondanks alle verdriet, ook zo mooi en hartverwarmend kan zijn. Het is bijna een voorrecht om daarbij aanwezig te mogen zijn en in die intimiteit te mogen binnentreden - wonderlijk! Ik ben ook nog altijd verbaasd over het impact van de communie op de kamer brengen. Velen barsten in tranen uit en zijn zo dankbaar voor die concrete goddelijke aanwezigheid waar ze enorm veel kracht uit putten. Het is een kostbare schat waar we mee rondlopen door het ziekenhuis,...”

Overgenomen van Getuigenissen (werken als ziekenhuispastor – Greet Scheers), http://www.kerknet.be/bisdomantwerpen/content.php?ID=308 (toegang: 02/06/2009).

naar boven

Kerkelijke documenten over ‘ziekte of lijden

De Katechismus van de Katholieke Kerk

In de Katechismus van de Katholieke Kerk wordt er aandacht besteed aan ziekte, ziek-zijn en het ziektesacrament. In artikel 5 van nr. 1499 tot en met nr. 1532.

Nr. 1500: “Ziekte en lijden behoren van oudsher tot de ernstigste problemen waardoor het menselijk leven beproefd wordt. In de ziekte ervaart de mens zijn onmacht, beperktheid en eindigheid….”

Nr. 1503-1504: “Het medelijden van Christus voor de zieken en de talrijke genezingen van allerlei gebrekkigen. Vgl. Mt. 4,24 zijn een schitterend teken van het feit dat "God genadig heeft neergezien op zijn volk" (Lc. 7,16) (…) Christus heeft niet enkel de macht om te genezen, maar ook die om zonden te vergeven: Vgl. Mc. 2,5-12 Hij is gekomen om de gehele mens naar ziel en lichaam te genezen; Hij is de geneesheer die de zieken nodig hebben. Vgl. Mc. 5,34.36; 9,23 Om te genezen maakt Hij gebruik van tekens: speeksel en handoplegging, Vgl. Mc. 7,32-36; 8,22-25 slijk en afwassing. Vgl. Mc. 1,41; 3,10; 6,56 De zieken willen Hem aanraken, Vgl. Mc. 1,41; 3,10; 6,56 "want er ging van Hem een kracht uit die allen genas" (Lc. 6,19). In de sacramenten houdt Christus niet op ons "aan te raken" om ons te genezen.”

Nr. 1509: "Geneest zieken!" (Mt. 10,8). Dit is de taak die de kerk van de Heer heeft ontvangen en zij tracht die zowel door haar zorg voor de zieken als door haar voorbede, waarmee zij hen bijstaat, te verwezenlijken. Zij gelooft in de levenwekkende aanwezigheid van Christus, geneesheer van ziel en lichaam…”

Nr. 1532: “De bijzondere genade van het sacrament van de ziekenzalving heeft als vruchten:

Orde van dienst voor ziekenliturgie, ten geleide, nrs 1-4

“1. Lijden en ziekten behoren nog steeds tot de problemen die de mens het meest benauwen. Ook een christen ondergaat en ervaart het lijden. In het licht van het geloof wordt hij echter geholpen dieper door te dringen in dit mysterie en vanuit het geloof zal hij ook moediger standhouden in ziekte en verdriet. Uit de woorden van Christus heeft hij immers geleerd wat ziekte betekent voor zijn persoonlijk heil en voor het heil van de wereld. Ook weet hij zich in zijn ziekte bemind door de Heer, die zo vaak – toen Hij onder ons verbleef – zieken bezocht en genezen heeft.

2. Hoewel ziekte nauw verbonden is met de zondigheid van de mens, hoeft ze toch meestal niet beschouwd te worden als een straf voor eigen zonden (vgl Joh 9, 3). Bovendien heeft Christus zelf, die zonder zonde was, - de profetie van Jesaja tot vervulling brengend – in zijn lijden talloze wonden gedragen en alle menselijk leed gedeeld (vgl Jes 53, 4-5). Zelfs nu nog wordt Hij in zijn ledematen die met Hem verbonden zijn, gefolterd en gekweld, telkens als wij het zwaar te verduren hebben. Vergeten wij echter niet dat dit alles wat wij nu verdragen hebben, niet opweegt tegen de alles overtreffende, altijddurende volheid van glorie die in ons werkt (vgl II Kor 4, 17).

3. De goddelijke voorzienigheid heeft gewild dat de mens moedig de strijd zou aanbinden tegen iedere ziekte en dat hij het geschenk van zijn gezondheid met de meeste zorg zou omringen, zodat hij in de wereld en in de kerk zijn taak kan vervullen. Hij moet echter altijd bereid blijven aan te vullen wat nog ontbreekt aan de beproevingen van de Christus ten bate van het heil van de wereld, terwijl hij vurig verlangt naar de verlossing van de wereld in de glorie van de kinderen Gods (vgl 1, 24; Rom 8, 18-21).
Bovendien hebben de zieken in de kerk de taak door hun getuigenis enerzijds de anderen erop te wijzen dat ze het wezenlijke nl. "Wat boven is", niet uit het oog mogen verliezen, en anderzijds aan te tonen dat het sterfelijke leven van de mensen zijn verlossing moet vinden door het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus.

4. In zijn strijd tegen de ziekte mag de zieke niet alleen staan. Ook de geneesheren en allen die zich hoe dan ook aan ziekenzorg wijden, moeten alles doen, beproeven en onderzoeken wat de zieken naar ziel en lichaam kan helpen. Aldus vervullen zij de opdracht van de Heer de zieken te bezoeken: heel de mens heeft Hij aan de bezoekers toevertrouwd opdat zij hem naar lichaam en geest helpen en steunen.”

naar boven

Verdere informatie:

 naar boven

De oorspronkelijke versie van dit document is van de hand van Jovita van Haver