Ik ben Maaike Verbruggen en met de leeftijd van 26 jaar vermoed ik dat ik de jongste pastor ben binnen het werkveld van de psychiatrische voorzieningen van het bisdom Vlaams-Brabant.
Natuurlijk begint mijn hele ‘carrière’ met een interessante opleiding aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Daar ben ik begonnen met de 4-jarige opleiding Godsdienstwetenschappen om daarna nog een specialisatiejaar theologie te studeren. En daar sta je dan: na 5 jaar studeren moet je je eigen weg zoeken op de arbeidsmarkt.
Ik moet eerlijk bekennen dat het zo een beetje ‘in het wilde weg’ zoeken werd, want geef nu toe: wat weet je nu feitelijk op 24 jaar af van het solliciteren? Via allerlei kanalen begon de zoektocht naar werk. Ik had wel één duidelijk doel voor ogen: iets vinden binnen het pastorale werkveld. Natuurlijk is dit een vrij onzekere periode want wat zal de toekomst brengen? Zóveel kanalen om vacatures binnen het pastoraat te vinden, zijn er niet. Maar de weinige die er dan wel waren, hield ik nauwgezet in het oog. En daar was op een dag de vacature: ‘pastorale medewerker gezocht in de psychiatrische voorziening te Duffel’. Ik dacht: ‘Dit is het!’ Ik moet bekennen dat de grote interesse voor het psychische welzijn van de mens mij uiteindelijk overtuigde om te gaan solliciteren. En na de tweede ronde mocht ik beginnen! Mijn inloopstage werd geregeld en nu anderhalf jaar later ben ik nog steeds ter plekke!
Toen ik hier pas begon, was mij eigenlijk nog niet echt duidelijk wat ik hier als pastor zou kunnen betekenen voor de patiënten. Wat betekent dat immers: ‘het pastoraal werk’? Al snel werd mijn takenpakket duidelijk. Het werd een gezond en gevarieerd pakket: individuele gesprekken op vraag van de patiënten, vrije bezoeken aan de afdelingen, groepsgesprekken over levensbeschouwelijke thema’s leiden, organiseren van liturgische momenten en bezinningen, communie uitdelen op zondag, en daarbij natuurlijk ook wat administratief werk.
Wat ik persoonlijk boeiend vind aan mijn job is de verscheidenheid van de mensen waarmee ik in contact kom. Als pastor hebben wij geen inzage in de patiëntendossiers wat ook maakt dat wij zonder enige vooroordelen iemand ontmoeten. Steeds opnieuw is het een ontdekken van de persoon in zijn eigenheid, de persoon ‘zoals men is’, niet zoals men benoemd wordt vanuit een bepaald ziektebeeld/diagnose.
Daarom staat de pastor ook op een soort ‘vrijplaats’, los van het team op een afdeling. Als pastor heb je de kans om steeds opnieuw de gekwetste mens in zijn meest pure vorm te ontmoeten. En bij die mensen zijn wij als pastor nodig: nabijheid geven aan wie het vraagt, bij de ander in het verdriet/leed durven gaan staan en samen onderweg zijn...
Het gaat er als pastor niet om om mensen pasklare antwoorden en oplossingen aan te bieden, maar vanuit de nabijheid kunnen mensen troost en moed putten. Laten wij als pastor daarom die taak ook zeer ernstig nemen én vanuit de diepste naastenliefde uitvoeren, zoals Christus ons heeft voorgedaan.
Wat mij nog elke dag aangrijpt, is de omgang met jonge mensen die gekwetst werden in hun bestaan. Vaak vallen zij uit de boot wanneer het gaat om pastorale gesprekken, maar zij zijn voor mij een groot doelpubliek met een grote nood aan zingeving. Zij zitten met diepe vragen over het leven, het geloof, het nu... Waar kunnen zij heen? Wel, ik denk dat geborgenheid kan geboden worden door de pastores: een veilige haven waar ze zichzelf kunnen zijn, mét hun angsten en onzekerheden.
Het pastoraat kent vandaag de dag ook net daardoor problemen. Het is immers geen evidentie meer om met mensen te praten over het geloof. De meeste mensen willen zich niet meer identificeren met het geloof. Of gaat het om een ‘niet meer durven’? Het geloof lijkt een vorm van ‘zwakte’. Nochtans lijkt het mij net belangrijk om mensen duidelijk te maken dat geloof enorm veel kracht kan bieden aan mensen die het moeilijk hebben.
Ik denk dat hier de uitdaging ligt: mensen terug wakker schudden voor de uitdagingen van het geloof, mensen laten proeven van het geloof. Ik kom elke dag met mensen in contact die vol ongeloof zijn wanneer zij de pastor van hun afdeling ontmoeten: jong, enthousiast en gelovig. En toch merk ik steeds meer dat het net die mensen zijn die ik keer op keer terug zie voor een gesprek.
Mensen lijken bang om zichzelf als ‘gelovige’ te profileren. Dát taboe moet doorbroken worden. En hopelijk kan ik hier een beetje een baanbreker zijn. Daarom hoop ik ook dat de toekomst nog vele jonge en dynamische pastores zal binnen leiden in het vakgebied. Geloven hoeft niet ouderwets te zijn! Laat mensen proeven van de kracht die Jezus en God in het eigen leven binnenbrengen! Geef de mensen de uitdaging te komen tot nieuwe hoop en geloof! Ik geloof in de kracht van het pastorale werk!