Toen ik op zoek ging naar een hedendaagse naamgenoot van Elisabeth, kwam ik uit bij mijn collega Lieselot Coebergh, pastor UZ- Leuven. Ze heet voluit Anna Elizabeth Maria, en is dus niet naar Elizabeth van Hongarije vernoemd, maar naar haar Bijbelse naamgenote. Dat geeft ons de kans om ook deze Elizabeth van een beetje dichterbij te bekijken.
Je bent vernoemd naar drie grote vrouwen uit de Bijbel. Hoe voelt het om drie zo gewichtige namen te dragen?
Is er iets uit het leven of de persoonlijkheid van deze drie Bijbelfiguren dat je bijzonder aanspreekt?
Als kind was ik met helemaal niet bewust dat ik drie gewichtige Bijbelse namen droeg. Er was bij ons thuis wel een vanzelfsprekend geloof aanwezig, maar ik ben me pas als studente meer gaan bezighouden met religie. Toen besefte ik ook dat mijn drie namen gegroepeerd waren rond Maria: Maria zelf, haar moeder en haar nicht. Als dochter van een protestantse moeder had ik helemaal geen band met Maria, al woonden wij in Maastricht, de stad van Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee. Mijn moeder heet dan ook enkel Anna Elisabeth, terwijl mijn vader Petrus Marie heet. Maar ik ben wel vernoemd naar mijn moeder. Ik vind het altijd heel bijzonder als dochters naar hun moeder vernoemd zijn, en op mijn moeder ben ik bijzonder fier. Ze is een sterke vrouw met een sterke wil, altijd al geweest. Toen ze een jong meisje was, was het uiteraard uit den boze dat meisjes een lange broek zouden dragen. Maar mijn moeder had een zelfgemaakte lange broek in haar boekentas en deed die aan zodra ze de straat uit was. Zo fietste ze naar school. Aan de schoolpoort moest ze die broek uiteraard weer uittrekken, maar ze had toch haar zin gedaan. Dit typeert haar ten voeten uit. Later wilde ze dan geneeskunde studeren, maar dat mocht niet van haar ouders omdat ze een meisje was. Ze studeerde dan biologie maar na een jaar begon ze dan toch maar met geneeskunde, want ze had geconstateerd dat dit ook nog eens een gemakkelijkere studierichting was. In de oorlog werkte ze voor het Rode Kruis, vooral voor kindertransporten, die kinderen naar veiligere plaatsen brachten. Zo werd ze een soort selfmade- verpleegkundige. Ook nu, op de leeftijd van 89 jaar is haar levenskracht indrukwekkend. Jarenlang heeft ze voor mijn vader gezorgd, en nu redt ze zich dapper alleen. Werkelijk een eer om naar haar vernoemd te zijn.
Ik besef echter dat “vernoemd zijn naar” ook een last kan zijn. Er kunnen verwachtingen aan verbonden zijn die ons belemmeren en in een richting duwen die niet de onze is. En je zult maar de naam dragen van iemand met wie je een heel moeilijke relatie hebt. Maar ik ben nooit gebukt gegaan onder mijn drie gewichtige voornamen…
Toen ik als studentenpastor op UP werkte, begon ik me meer bezig te houden met Maria. Onder andere door invloed van de feministische theologie werd ze belangrijker voor mij, en vooral werd ze een vrouw van vlees en bloed.
Een moedige vrouw, die als heel jong meisje al voor een ongelooflijke uitdaging gesteld werd en die aannam. En ook later: Ze trok met haar zoon op, ze bleef loyaal, ook al begreep ze hem waarschijnlijk vaak niet en werd ze misschien door anderen op zijn “wandaden” aangesproken. Ze ging ook de pijn niet uit de weg maar bleef trouw, tot onder het kruis. Zelf moeder van vier kinderen kan ik me levendig voorstellen hoe dit geweest moet zijn.
Eigenlijk is dat het ook dat me in de drie vrouwen vooral aanspreekt: het moederschap. Alle drie hebben ze maar één kind, drie keer was er een aankondiging van een engel (vaak zelfs aan moeder en vader), de drie kinderen zijn heel bijzonder en behoren aan God toe, drie keer is de zwangerschap op een bijzondere manier tot stand gekomen.
Zowel Anna als Elisabeth waren al ouder, verlangden al lang naar een kind en geloofden waarschijnlijk niet meer dat ze er ooit nog één zouden krijgen. Hebben ze zich ooit met hun kinderloosheid verzoend of bleef het pijn doen, maakte het hen bitter?
Anna en Elisabeth inspireren me in mijn werk als pastor. Ik ontmoet zoveel ouders met een onvervulde kinderwens, die soms jarenlang alles proberen wat mogelijk en onmogelijk is om toch maar zwanger te worden. Soms gebeurt het wonder, maar vaak is het ook een lijdensweg die tot nog meer pijn en verdriet leidt. Maar ik zie mensen ook groeien en op een andere manier moeder- en vaderlijk leven, zonder verbitterd te worden.
De ontmoeting tussen Maria en Elisabeth spreekt me erg aan. Ik zie er ook twee soorten van moeders in: Elisabeth symboliseert de vrouw die op wat latere leeftijd moeder wordt. Misschien heeft ze eerst de tijd genomen uit te zoeken wat haar levensweg is, ze heeft haar carrière uitgebouwd, heeft misschien gereisd, … Moeder worden is dan een heel bewuste keuze. Ze staat wijzer en rijper in het leven, is misschien wat rustiger en minder angstig, maar misschien ook wat te ernstig.
Maria is de hele jonge mama: jong, fris, speels. Moeder worden gebeurt als vanzelf, het hoort op een heel natuurlijke manier bij het leven. Maar soms zijn deze jonge mama’s ook nog onzeker en moeten ze nog zelf op zo vele vragen antwoorden vinden.
Hebben Maria en Elisabeth elkaar kunnen steunen in hun zwangerschap, in alle vragen die daarbij horen? En later? Waren Johannes en Jezus echte neefjes die met elkaar speelden? De Bijbel vertelt er ons niets over.
De zin “en het kind sprong op in haar schoot” intrigeerde me ook altijd. Ik stelde mij dit heel letterlijk voor, tot ik zelf voor het eerst zwanger was en dacht: Ah, dat bedoelen ze met springen!
Ook later zijn er nog parallellen tussen Maria en Elisabeth. Ook Elisabeth verloor haar zoon op een verschrikkelijke manier, ze zag zijn hoofd letterlijk op een presenteerblad. Maria en Elisabeth inspireren me in mijn werk in het kinderziekenhuis: bij de begeleiding van ouders die bezorgd zijn om hun kinderen, die delen in de pijn en het verdriet van hun kinderen, die rouwen om hun kinderen.
Je heet Anna Elisabeth Maria, maar je wordt Lieselot genoemd. Dat is een hele verandering. Wil je er iets over vertellen?
Mijn eerste voornaam is wel Anna, maar mijn roepnaam was altijd Annelies. Tot Martijn in mijn leven kwam en hij zomaar op het idee kwam om mij Lieselot te noemen.
Het mooie was dat mijn vader ook vaak Lieselot als koosnaam gebruikte, geïnspireerd door de spreuk “Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan…” Maar ik weet niet meer hoe het verder gaat.
Zo kreeg ik door de twee belangrijke mannen in mijn leven een nieuwe naam. Ik kan mijn leven ook werkelijk in twee fases indelen: voor Martijn en met Martijn. Net als bij de indianen, waar mensen na belangrijke gebeurtenissen een andere naam kregen...
Mensen die me van vroeger kennen noemen me ook nog altijd Annelies. Dat leidde soms tot hilariteit als iemand naar het ziekenhuis belde een Annelies wilde spreken en de collega’s in eer en geweten antwoorden dat hier geen Annelies werkte… Maar ondertussen zijn ze op de hoogte.
Anne Gessler