Beste Elisabeth,
Omdat je dit jaar 802 zou worden en wij een website naar jou gaan vernoemen dacht ik: ik schrijf jou eens een brief. Eigenlijk ken ik jou al heel lang. Mijn moeilijke, strenge en conservatieve groottante Liesel was naar jou vernoemd en vertelde vaak over jou, en dat alleen was al reden genoeg om jou wat twijfelachtig te vinden. Anderzijds vond ik die verhalen over jouw leven wel heel boeiend. Zelf heb je ook een grote naamgenote: Elisabeth, de nicht van Maria, de moeder van Johannes de doper. De ontmoeting tussen deze twee grote vrouwen, allebei zwanger van zo’n bijzonder kind, heb ik altijd één van de mooiste en aangrijpendste passages uit de hele bijbel gevonden. Verder hebben we er het raden naar: er wordt niets meer over haar leven verteld.
Jouw eigen leven was kort, maar met veel legendes doorweven. Je werd in 1207 in Hongarije geboren, als dochter van de koning. (Beginnen niet ook veel sprookjes op die manier?) Je had als kind al een sterke persoonlijkheid. Volgens de overlevering was je vrolijk, had je een vurig temperament en een eigen wil, een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en was je heel spiritueel. Toen je vier was jaar oud was, werd je met Ludwig, de zoon van de landgraaf van Thüringen verloofd. Je werd naar de Wartburg in Eisenach gebracht om daar samen met je verloofde bij zijn familie op te groeien. (Ruim 300 jaar later had je er Luther kunnen ontmoeten. Wat zou je wel van deze man gevonden hebben? Alleszins waren jullie beiden even gedreven.) Wij kunnen ons zo’n gearrangeerde verloving tussen kinderen niet meer voorstellen, maar in jouw tijd was het natuurlijk heel gebruikelijk. Wat minder gebruikelijk was, is het feit dat er bij jullie een echte liefdesrelatie uit voortkwam. Het doet mij denken aan de lievelingsspreuk van een één van mijn patiënten: “Geluk is niet het leven hebben waarvan je houdt, maar houden van het leven dat je hebt.”
Toen je zes jaar oud was, stierf jouw moeder. Ze werd tijdens een jachtpartij in het bos vermoord. Dit greep jou erg aan, jij werd ernstiger, werd je meer bewust van sociale verschillen en toonde toen al veel sociaal engagement.
Toen je 13 was, trouwde je met Ludwig en kreeg je vier kinderen. Je sociaal engagement en je zorg voor mensen in armoede en ziekte zette je tijdens je huwelijk gewoon voort. Je doorbrak de gedragscode aan het hof, je durfde je geweten te volgen en de weg te gaan die volgens jou de juiste was. Dat zorgde voor heel wat conflicten en botsingen. Je kunt ons inspireren met jouw moed. Hebben we als pastor niet vaak de neiging om alles met de mantel van de christelijke naastenliefde te bedekken en vooral zacht en lief te zijn? Durven we ook consequent en tegendraads te zijn, de dingen bij hun naam te noemen en met mensen te botsen als dat nodig is?
Niet alleen jij, maar ook jouw echtgenoot werd hevig bekritiseerd omdat hij jou liet begaan. Maar hij liet zich niet beïnvloeden en ging pal achter jou staan. Dat noem ik nu eens ware liefde: zien wie de ander ten diepste is, hem of haar in dit anders- zijn laten bestaan, trouw en loyaal zijn zowel aan de ander alsook aan zichzelf. Maar helaas: mooie liedjes duren vaak niet lang. Ludwig was geweldig onder de indruk van de strenge prediker Konrad van Marburg. Uiteindelijk volgde hij diens oproep om deel te nemen aan de kruistocht onder keizer Friedrich II. Ludwig stierf al op weg naar Jeruzalem. Zo werd je op je twintigste al weduwe en stond je er helemaal alleen voor. De familie van je overleden man wilde jouw bezit niet aan jou geven. In armoede verliet je samen met je kinderen de burcht. Jij die zo velen geholpen had kreeg nu heel weinig hulp omdat de mensen bang waren voor de nieuwe landgraaf.
Maar je vond hulp bij Konrad van Marburg. Die hielp jou niet alleen praktisch-materieel, maar werd ook jouw geestelijke begeleider. Hierbij vervulde hij echter een heel dubbele rol. Enerzijds kwam hij voor jouw rechten op, bouwde samen met jou het St.-Franciscusziekenhuis, waar jij dan voor de patiënten zorgde. Anderzijds was hij onmenselijk streng, riep jou op tot strikte ascese en beperkte het contact met jouw kinderen. En jij, sterke vrouw met een eigen wil, ging hierin mee. Je geselde je lichaam, je vastte en waakte.
Je was extreem hard voor jezelf en tegelijkertijd gaf je anderen zoveel vreugde, begrip en liefde. Hoe deed je dit? Waarom deed je dit? Was dat misschien jouw enige weg naar innerlijke vrijheid, in de toenmalige tijd en met jouw maatschappelijke positie? Ik begrijp die extreme hardheid tegenover jezelf niet helemaal, maar het doet me wel denken aan een spreuk die me heel dierbaar is:
Life is mostly froth and bubble;
two things stand like Stone
Kindness in another’s trouble
Courage in our own.
Adam Lindsay Gordon
Ondanks alle moed en innerlijke kracht heeft jouw moeilijke, harde leven wel jouw lichamelijke krachten opgebruikt. Op 24-jarige leeftijd stierf je, op 17 november 1231.
Misschien voor ons een oproep om onze grenzen te bewaken en zelfzorg als blijvend aandachtspunt te behouden?
Ondertussen ben je reeds 778 jaren dood, maar je blijft ons inspireren. Je bent de patrones van weduwen en wezen, van bedelaars en van de caritas. Inrichtingen die zorg dragen voor mensen in armoede en ziekte zijn vaak naar jou vernoemd. Hopelijk handelen deze inrichtingen ook werkelijk altijd in jouw geest want je bent niet de heilige van de klassieke liefdadigheid. Volgens bronnen uit die tijd had jouw manier van hulpverlening niets neerbuigends. Je zorgde niet voor zieken en armen, maar voor medemensen in moeilijke levensomstandigheden. Ook al leefde je op het einde van je leven zelf in armoede, je bewaarde het voorname van je afkomst en je karakter en je ging met anderen om alsof ze je gelijken waren. Je roept ons ook blijvend in herinnering dat hulpverlening nooit neerbuigend mag zijn, dat ze mensen groter en sterker en niet kleiner, zwakker en afhankelijker mag maken.
Schriftelijk is er heel weinig van jou bewaard gebleven, maar één letterlijke uitspraak is er toch: “Ik heb jullie altijd gezegd dat we de mensen blij moeten maken.” Een mooie opdracht voor zowel ons professioneel als ons persoonlijk leven. Ik ben in elk geval blij en dankbaar dat ik jouw persoonlijke levensstijl een heel klein beetje heb leren kennen, beste Elisabeth. Hopelijk zou jij ook blij en fier zijn dat onze website jouw naam draagt.
Hartelijke groet,
Anne (Gessler)