Annemie Dillen - Over Maria en andere moeders

“Dat is je moeder”, zegt Jezus in Joh 19,27 tegen ‘de leerling van wie hij veel hield’. Hij wijst naar Maria, zijn moeder. Maria krijgt als het ware een nieuwe zoon, de leerling een nieuwe moeder – los van enige bloedverwantschap. Dat bloedverwantschap in de evangelies niet als het allerbelangrijkste voor familierelaties wordt voorgesteld, is duidelijk wanneer we denken aan uitspraken als “Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard,” (Mt 10,37) .

(...)

Ondanks dergelijke relativerende teksten, is Maria de moeder bij uitstek, de ‘Moeder Gods’ in de katholieke traditie, de moeder van de kerk en de moeder van de huiskerk, het gezin. We kunnen ons afvragen wat de betekenis van Maria als ‘moeder’ kan zijn, en in welke mate de Mariale teksten inspirerend kunnen zijn voor mensen vandaag.

(...)

In de eerste encycliek van paus Benedictus XVI, Deus Caritas Est, lezen we (nr. 41) “Maria is groot, juist omdat ze niet zichzelf maar God wil verheerlijken. Ze is nederig. Ze wil niets anders zijn dan de dienstmaagd des Heren (v Lc1, 38-48)”. Maria is het beeld van liefde voor anderen.

(...)

‘Maagdelijkheid’ en ‘gehoorzaamheid’ zijn twee kenmerken die vaak aan Maria worden toegeschreven, maar juist door feministische theologen als weinig ‘inspirerend’ voor het dagelijkse leven van ‘gewone’ vrouwen ervaren worden .

(...)

De Oostenrijkse feministische theologe Andrea Lehner-Hartmann schrijft “Zoals de Zoon van God gehoorzaam was tot in de dood aan het kruis, zo onderwierp Maria, als het voorbeeld voor de vrouw, zichzelf aan de wil van God. Welnu, voor vele vrouwen kan religieuze gehoorzaamheid de bron van vervreemding en onderdrukking zijn” .

(...)

Niet enkel de realiteit van huiselijk geweld, maar ook onevenwichtige rolpatronen in het huishouden of in de globale samenleving, de uitbuiting van dienstmeisjes over heel de wereld en ook in België, laten ons kritisch nadenken over de betekenis van het beeld van Maria als dienares. Maar het lezen van de tekst doet ons ook nieuwe aspecten zien en andere vragen stellen. Wat betekent het om ‘dienares van de Heer’ te zijn en om open te staan voor het ontvangen van het geschenk van de geboorte van een wonderlijke kind als Jezus?
Annemie Dillen reflecteert hierop verder aan de hand van het verhaal van de annunciatie (Lc 1, 26-38)

(...)

Als Maria zich ten dienste stelt van de Heer, en wil ingaan op de boodschap haar aangekondigd door de engel, gaat ze in op een heilsboodschap en gaat het om een inzet ‘voor het goede doel’. Deze heilsboodschap moet het idee van ‘dienstbaarheid’ altijd kwalificeren.

(…)

Het moederschap van Maria heeft meteen ook een sociale dimensie. Maria’s boodschap, in haar loflied, is er een van dank, van lof voor een God die het opneemt voor armen, voor zwakkeren. Dit kan een uitdaging betekenen voor gezinnen vandaag. Vaak zien we immers dat mensen gefocust zijn op het gezinsleven, op de gezondheid en het geluk van het eigen kind en van zichzelf. Het verhaal dat de Amerikaanse pastoraaltheologe Bonnie Miller-McLemore vertelde over een gebed van een Nicaraguaanse revolutionaire strijdster, biedt een ander perspectief. De strijdster bidt voor haar kinderen dat ze dapper mogen zijn, besef hebben van hun afhankelijkheid van God en hun kwetsbaarheid, dat ze vrijheid en zelfrespect zullen nastreven, maar niet ten koste van anderen. Deze vrouw bidt dat haar kinderen niet door materiële beslommeringen opgeslorpt zullen worden, maar wel een rechtvaardige samenleving nastreven . Een gebed dat in de lijn ligt van Maria’s houding…

(...)

‘Generativiteit’ – waaronder zwangerschap en moeder en/of vader zijn vallen – is een existentieel thema dat binnen de theologie meer aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Daartoe kan ook het denken over Maria nieuwe aanzetten bieden.

(...)

Net zoals Maria ervaren vrouwen dat ze geconfronteerd worden met ‘heteronomie’, met het niet alles in eigen handen hebben . Zwanger worden kan immers, zeker vandaag, wel in zekere mate gepland worden, maar hangt uiteindelijk niet enkel van vrouwen of mannen af. De ervaring dat het zwanger worden uiteindelijk een ‘wonder’ is wordt zowel door koppels die spontaan zwanger worden als door hen die een beroep moeten doen op medisch geassisteerde vormen van bevruchting ervaren.

(...)

Wanneer een vrouw vervolgens zwanger is, ervaart ze nog veel sterker dat ze niet alles in de hand heeft: een kind groeit in haar, en ze kan gezond leven en veel rusten, maar ze heeft het leven, de gezondheid, de geboorte en het karakter van het kind niet volledig in de hand. En ook wanneer kinderen opgroeien of zelfs volwassen zijn, betekent moederschap – en ouderschap in het algemeen – het ‘kunnen loslaten’ en het erkennen van de ‘heteronomie’: je hebt niet alles zelf in de hand . Ouders moeten telkens opnieuw ‘afscheid nemen’ van hun kind, wanneer het de eerste keer bij een oppas blijft, voor het eerst naar school of naar de universiteit gaat , of ook wanneer het kind ervoor kiest andere wegen uit te gaan dan diegene die de ouder gedroomd hadden.

(...)

De Amerikaanse theologe Bonnie Miller-McLemore wijst ons op een aspect van het moederschap van Maria, dat ook voor hedendaagse vrouwen van belang is. Ze verwijst naar de zinnen: “Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na.” (na het bezoek van de herders aan het jonge gezin) (Lc 2,19) en “Zijn moeder bewaarde alles in haar hart” (na het terugvinden van de twaalfjarige Jezus in de tempel) (Lc 2,51b). Het gaat hier over wijsheid, verbonden met het hart, over beschouwende reflectie en aandachtige liefde . Dit ‘in haar hart bewaren’ en ‘erover nadenken’ houdt ook de connotatie in van appreciëren, verbaasd zijn, een zekere angst hebben en de grenzen van het mens-zijn erkennen.

(...)

Zeer boeiend in dit verhaal is de passage over de Heilige Geest. Maria zegt geen seksuele omgang met een man te hebben. En toch wordt ze zwanger. Een gebeuren dat vragen oproept, en voor letterlijke denkers weinig te zeggen heeft – want zo kan het toch niet gebeurd zijn? En toch…is juist deze passage vol van betekenis. Ze verwijst naar het mysterie van God. Maar dat klinkt redelijk abstract en doet ons onmiddellijk vragen: ‘kunnen we, ook als we geloven dat God steeds groter is, dan niets van God begrijpen’, of ‘moeten we dan zonder meer hopen op wonderen’ of nog: is de mysterievolle God uit de bijbel dan niet ook vaak een willekeurige God – kunnen we wel rekenen op zo’n God?

(...)

Het alternatief is om het mysterie open te laten, om niet alles te willen ‘verklaren’. Dat wil echter niet zeggen dat de tekst geen betekenis kan hebben. In de lijn van Diltheys onderscheid tussen ‘verklaren’ (erklären) en ‘verstaan’ (verstehen) kunnen we zoeken naar mogelijkheden voor een ‘existentieel verstaan’ van dit moeilijke aspect van de tekst, het ‘zwanger worden van de heilige geest’.

(...)

Heteronomie is belangrijk als aanvulling bij het denken in termen over autonomie en relationaliteit. Het is goed om deze drie bijeen te houden en om zo de ambiguïteit van de werkelijkheid en van het moederschap ernstig te nemen. Aandacht hebben voor ambiguïteit, betekent positieve en negatieve elementen erkennen, oog hebben voor kracht van vrouwen, maar ook voor vormen van onderdrukking. Het betekent aandacht hebben voor wat men zelf in de hand heeft, maar ook voor datgene wat mensen overkomt, en in beide sporen van Gods liefde kunnen zien, maar tevens het gevaar voor de ontkenning hiervan.

(...)

Een te sterke focus op de kracht en de autonomie van vrouwen, en mensen in het algemeen, onder andere vanuit het modewoord ‘empowerment’, kan ertoe leiden dat de kwetsbaarheid, de zorg en het ervaren van hoop en genade ‘ondanks alles’ buiten beeld blijft.

(...)

Naast aandacht voor ‘heteronomie’ is ook het denken in termen van relationaliteit belangrijk voor concrete kwesties omtrent moederschap. Tussen het ‘kinderen wensen’ en het effectief ‘kinderen krijgen’ ligt immers een grote kloof, die vaak niet enkel met verminderde lichamelijke vruchtbaarheid te maken heeft. Ook allerlei sociale factoren spelen een rol, zoals de beschikbaarheid van kinderopvang, financiële kwesties en de houding van de omgeving en de werkgever tegenover kinderen. Ook bij de opvoeding van kinderen zelf speelt de samenleving op micro-, meso- en macroniveau een belangrijke rol.

(...)

Maria’s vraag: ‘hoe moet dat dan?’ en het antwoord van de engel kunnen verwijzen naar een idee die ook in hedendaagse theologische reflecties over gezinsleven en moederschap terug te vinden is, namelijk de visie dat een vrouw er uiteindelijk toch niet alleen voor staat. Ze krijgt de hulp van de Heilige Geest – en de boodschap dat het niet allemaal van haar alleen afhangt.

Bron: Dillen, A. (2009). God heeft je zijn gunst geschonken (Lc 1,30). Over Maria en andere moeders. In: Brabant C., Moyaert M. (Eds.), Worstelen met het Woord. Tegendraadse bijbellezingen (pp. 93-105). Kapellen - Kampen: . Pelckmans - Klement.