Door de grote aandacht voor Maria, ontstonden ook Marialiederen, die op de liturgische feesten en op bedevaarten werden gezongen. Hieronder vindt u slechts een selectie uit alle bestaande Marialiederen:
Aan u, koninginne, de groet voor de strijd
Aan u, onze schutsvrouw, de wapens gewijd
Aan u, onze Moeder, zo zacht en zo zoet
Ons streven, ons strijden, ons leven, ons bloed
Maria aan u! Maria aan u!
Ons streven, ons strijden, Maria aan u!
Nu voorwaarts, ten strijde met krachtige moed
De lucht is zo helder, de zon is zo goed
De trommen ze roepen, ze roepen ten slag
Aan ons de victorie, aan ons zij de dag
Maria voor u! Maria voor u!
Aan ons de victorie, Maria voor u!
Laat luide weerklinken de leuze te veld
De heilige strijdkreet maakt allen tot held
De leuz'is Maria, haar machtige naam
Maria! Maria! Trekt op dan te zaam
Maria door u! Maria door u!
Maria, Maria, Maria door u!
Aan u, O zuivere Maagd Die 't god'lijk Kindje draagt Aan u mijn groeten Wij knielen voor u neer O Moeder van de Heer Voor u, O zoete! Maria, zoet van naam Gij maagd en moeder saam Aan u mijn groeten U, aller maagden kroon En Moeder van Gods Zoon Aan u, O zoete! De spiegel aller deugd En onzer harten vreugd' Aan u mijn groete Lofwaardig, geest'lijk vat De godsvrucht eed'le schat Zijt gij, O zoete!
O Morgenster vol pracht Der zwakken hulp en kracht Aan u mijn groeten Des zondaars toeverlaat Der droeven troost en raad Zijt gij, O zoete!
Alma Redemptóris Mater
quae pérvia coeli porta manes
et stella maris
succúrre cadénti
súrgere qui curat, pópulo
tu quæ genuísti, natura miránte
tuum sanctum Genitórem
Virgo prius ac postérius
Gabriélis ab ore
Sumens illud Ave
peccatórum miserére
Als ik een klokje was
Blij zou ik luiden
Dan zou ik overal
uit willen duiden
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria
Als ik een vogel was
Luid zou ik zingen
Totdat het in ieders hart
Binnen zou dringen
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria
Als U mijn lied behaagt
God's uitverkoren
Moeder Maria Maagd
Laat ik weer horen
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria
Ave, Maria, gràtia plena
Dòminus tecum
Benedìcta tu in mulièribus
et benedìctus fructus ventris tui, Jesus
Sancta Maria, Mater Dei
ora pro nobis peccatòribus
nunc et in hora mortis nostrae
Amen.
Ave Regina caelórum,
ave, Dómina angelórum:
Salve, radix, salve, porta,
ex qua mundo lux est orta.
Gáude, Virgo gloriósa,
super omnes speciósa;
Vale, o valde decóra,
et pro nobis Christum exóra.
Ave verum Corpus natum de Maria Vírgine
Vere passum, immolatum in cruce pro hómine
Cuius latus perforátum fluxit aqua et sánguine
Esto nobis praegustátum mortis in exámine
O Jesu dulcis, o Jesu pie, O Jesu fili Maríae!
(Avé, Stella Maris)
Ave, Ster van ‘t mere,
Moeder van den Here,
Altijd Maagd gebleven,
Poort van ‘t eeuwig leven.
Refrein:
Wees onze voorspraak bij den Heer
Zie vol ontferming op ons neer.
Toon U onze Moeder;
Jezus, onze Broeder,
Ons uit U geboren,
Zal door U ons U horen..
Refrein
Help ons, rein van zeden
‘t veilig pad betreden
Om bij Jezus samen
God te loven, Amen.
Refrein.
(Melodie: Uit vuur en ijzer)
Te Kana was er bruiloftsfeest,
er heerste reeds een goede geest,
de gasten dronken vrolijk wijn
en lachten met elkander.
Het bruidspaar beloofde trouw
ze waren nu echt man en vrouw
En Jezus was ook te gast
en sprak met ieder ander.
Het feest was nog in volle gang
het duurde al drie dagen lang.
Toen bleek het wijnvat leeg te zijn.
Hoe moest het feest nu voortgaan?
Maria ging naar haar Zoon
en smeekte Hem op lieve toon
“Ach, help ons toch uit de nood”
dan kan het feest weer doorgaan.
Maria sprak de knechten toe:
“Vertrouw op Hem dan komt het goed.
Hij zal nu zeggen wat te doen
en dan gebeurt het wonder.”
En Jezus die zag haar geloof
en hield zich toen niet langer doof
Hij maakte van water wijn;
dat was zijn eerste wonder.
Ook ons beveelt Maria aan:.
Laat Jezus toe in jouw bestaan.
Vertrouw aan Hem je zorgen toe
dan krijg je ook genade
om trouw aan elkaar te zijn
gezond en rijk, maar ook bij pijn
in voor- en in tegenspoed
Hij geeft je steeds genade.
Maria vrouw van Goede raad
van liefde, trouw en goede daad
wees ook voor ons een middelaar
mocht ons iets overkomen.
Een voorbeeld van huwelijkstrouw,
een toonbeeld van de ware vrouw,
Een beeld van de echte mens,
vervulling van Gods dromen.
Daar bloeide ene lelie met zuiverlijke pracht
Voor eeuwen en tijden in 't diepst van Gods gedacht'
Zij was toch zo schone!
Zij bloeide toch zo blank!
Er looft haar naar waarde noch mens, noch eng'lenzang
Vandaag is de lelie zo menig' eeuw verbeid
Op aarde ontsproten in reine heerlijkheid
't Zijt gij, O Maria, O lelie, eeuwig schoon
Gods bruid en Gods dochter en Moeder van Gods Zoon!
Al de engelenkoren begroeten heden de aard'
Zij heeft hun, o wonder, een koningin gebaard
O hemelse lelie, gij zijt onz' eeuw'ge roem
Gij zijt van de wereld de vlekkeloze bloem!
Het wemelt in de Mei van blonde kleinen, nabij de veldkapel;
De takken van de grote linde deinen
rondom de veldkapel;
Maria hoort de zoete litanieën
Der boerenkind’ren en der honingbieën.
Ave Maria, Ave Maria!
Een paradijs van bloemen ziet men spruiten, nabij de veldkapel;
Terwijl de vogels in de takken fluiten, rondom de veldkapel.
Maria hoort in ’t heilig avondzwijgen
Een jubelpsalm van nachtegalen stijgen.
Ave Maria, Ave Maria!
Het koele dorpke ademt niets dan vrede, nabij de veldkapel;
Zijn sluimer is ’n enk’le reine bede,
rondom de veldkapel.
Maria hoort, terwijl de sterren glanzen,
de naklank van de laatste rozenkransen.
Ave Maria, Ave Maria!
Gebenedijd zijt gij!
En onder al de vrouwen
't zij wie of waar dat 't zij
eerbiedig aan te schouwen
gebenedijd zijt gij
O Moedermaagd, die Jezus draagt
Eerbiedig aan te schouwen, gebenedijd zijt gij
Gebenedijd zijt gij
Vóór eeuwen uitverkoren
gij moeder, ook van mij
daar God is uit geboren
Gebenedijd zijt gij
O Moedermaagd, die Jezus draagt
daar God is uit geboren, gebenedijd zijt gij
Gebenedijd zijt gij
Naast u en is er gene
van zond'en schulden vrij
O Onbevlekt'allene
Gebenedijd zijt gij
O Moedermaagd, die Jezus draagt
O Onbevlekt'allene, gebenedijd zijt gij
Gekomen is uw lieve Mei, Maria En op het veld de bloemensprei, Maria Bloemen, die wij plukken gaan Nu ze rijk te bloeien staan Ave, ave Maria Voor u, de vrouwe van de Mei, Maria Wij knielen 's avonds voor uw beeld, Maria U wijden wij ons onverdeeld, Maria Met de bloemen en de zang En wij bidden, zingen lang Ave, ave Maria Tot gij uw gunsten aan ons deelt, Maria
Zo helder schijnt het witte licht, Maria
Der kaarsen op uw lief gezicht, Maria
Goedig ziet gij op ons neer
Als een Moeder goed en teer
Ave, ave Maria
Uw ogen steeds op ons gericht, Maria
God getrouwe, lieve Vrouwe,
O Maria, sta ons bij;
Vraag in ‘t oordeel, ons ten voordeel,
Dat ons God genadig zij.
Hoog geprezen, wil dan wezen
Onze voorspraak bij uw Zoon,
Als de Rechter en Beslechter
Ons zal dagen voor zijn troon.
Voer, Lofwaarde, die op aarde
Aller liefde waardig zijt,
Ons ter kroning in Gods woning,
Als verwinnaars uit de strijd.
God groet u, zuiv're bloeme
Maria, Maged fijn
Gedoog dat ik u roeme
Lof moet u altijd zijn!
Als gij niet waart geboren
O reine Maged vrij
Wij waren al verloren
Aan u beveel ik mij!
Maria, lelie reine
Gij zijt mijn toeverlaat
Zoals een klaar fonteine
Die nimmer stille staat
Zo geeft gij ons genade
En staat uw dienaars bij
Och, sta mij toch te stade
Aan u beveel ik mij!
O roosken zonder doren
O violette zoet
O bloemken, blauw in 't koren
Weest, mij, uw kinde, goed!
Vol liefde en gestadig
Ootmoedig zo zijt gij
Och, weest mij toch genadig
Aan u beveel ik mij!
Refrein:
Ik ben een kind van Maria, mijn moeder is zij
En elke dag zegent zij mij, zegent zij mij
Ik ben een kind van Maria, 'k herhaal het blij gezind
Ik ben Maria's kind, ja, ik ben Maria's kind
Maria heeft mij aangenomen
Maria de hemelvorstin
Ja, ik zal in de hemel wel komen
Indien ik die moeder bemin
Refrein
Waar beter zal ik hulp kunnen vragen
Als ik hier gevaren ontmoet
Ja, uitkomst zal altijd mij dagen
Die moeder is immers zo goed
Refrein
Nog nooit heb gij iemand verstoten
Die hoopvol tot u was gevlucht
Dat blijft mijn vertrouwen vergroten
Zolang ik hier angstvol verzucht.
Refrein
(melodie: God groet u zuivre bloeme)
Ik groet u, lieve moeder,
U was een mens als wij,
vol twijfels en vol vragen,
zo bent u ons nabij.
God zal een antwoord geven
dat ons doet verder gaan.
Zo staan wij in het leven
en eren wij uw naam.
U heeft een weg gewezen
aan ieder hier op aard.
Gods wil was steeds uw leidraad
de weg uit alle kwaad.
Uw dienstbaarheid voor ieder
die hulp zo nodig had,
toont ons de ware liefde;
zo wint u ieders hart.
U was in alle eenvoud
Gods uitverkoren vrouw;
door U kwam Hij op aarde;
U bleef Hem altijd trouw.
U was dan ook vol vreugde
om zijn verheerlijking
en leefde vanaf Pinkst’ren
in Jezus’ vriendenkring.
Ten hemel opgenomen
bent u nu steeds bij God
om daar voor ons te bidden,
bekend met ieders lot
Dat wij in vrede leven
en steeds Gods wil verstaan,
om zo Gods Rijk te stichten
en eens ten hemel gaan.
Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te geven,
niets te vragen, deze dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde,
dat ik U bekijken mag (x2).
Lief Vrouwke, ik kom niet om te spreken,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te zeggen,
niets te vragen, deze dag.
Maar bewaar voor mij de grote vreugde,
dat ik U bekijken mag (x2).
Lief Vrouwke, ik kom niet om te zingen,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te bieden,
niets te vragen, deze dag.
Laat voor mij alleen de grote vreugde,
als ik Moeder zeggen mag (x2).
Liefde gaf u duizend namen
Groot en edel, schoon en zoet,
Maar geen een die 't hart der Vlamen
Even hoog verblijden doet
Als de naam, o moedermaagd,
Die gij in ons landje draagt,
Schoner klinkt hij dan al d'and'ren:
Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis).
Waar men ga langs Vlaamse wegen,
Oude hoeve, huis of tronk,
Komt men u, Maria, tegen,
Staat uw beeltenis te pronk,
Lacht ons toe uit lindegroen,
Bloemenkrans of blij festoen,
Moge 't nimmer dier verand'ren,
O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis).
Blijf in 't Vlaamse harte tronen
Als de hoogste koningin
Als de beste moeder wonen
In elk Vlaamse huisgezin
Sta ons bij in alle nood
Nu en in het uur der dood
Ons, uw kind'ren, en ook d'and'ren
Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis)
Hoge Vrouwe in de hemel,
's Heren Moeder, reine Maagd.
Hoor het volk der Lage Landen,
dat U ned'rig bijstand vraagt.
't Heeft al oude adelbrieven,
van zijn godsvrucht, deugd en eer.
Wil, zo smeken wij U, Vrouwe,
voor ons bidden bij de Heer.
Lieve Vrouwe in de hemel, die der Vlamen Moeder zijt,
Red Uw volk uit diepe noden, maak het tot de deugd bereid.
Lieve Vrouwe, zo was Vlaand'ren,
hoofs, eenvoudig en devoot.
Kersten van geloof en zeden,
bleef het in zijn hoogste nood.
't Bouwd' U tempels en kapellen,
van de zee tot in de hei;
't Schilderd' U in pracht van kleuren,
't zong U lied'ren in de mei !
Lieve Vrouwe van ons land,
Met uw kroon of sleep van kant,
En getorst door ruwe hand
Langs de vlakke wegen,
Lieve Vrouw langs beemd en gaard,
Lieve Vrouwke bij de haard,
Door geslachten vroom bewaard,
Schenk ons volk uw zegen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.
Moeder die op Vlaandren waakt;
Van zover onz'heugnis raakt,
Al wat Vlaandrens grootheid maakt
Hebt gij ons gegeven:
Eenvoud, adel van gemoed,
Moederweelde, minnegloed,
Reinheid en de stille moed
Voor uw zoon te leven.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.
Gij hebt ons de vreê gebracht
Na zo meen'ge bange nacht:
Bij u vond ons volk de kracht
't Eigen huis te bouwen,
Lieve Vrouwe t'allen tijd
Blijve Vlaandren u gewijd,
In de zege als in de strijd,
In al vreugd en rouwen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.
Moeder die ons Vlaandren mint,
Red uw dwaas en nukkig kind
Als 't op vreemde lusten zint:
Neem 't dan bij zijn handen,
Trek het weerom op uw schoot,
Breek het uwe liefd'als brood,
Dat het groeie sterk en groot,
Schoonst onder de landen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria
Magnificat anima mea Dominum
Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo
Quia respexit humilitatem ancillae suae
Ecce enim ex hoc beatam mei dicent omnes generationes
Quia fecit mihi magna qui potens est: Et sanctum nomen eius
Et misericordia eius a progenie in progenies timentibus eum
Fecit potentiam in brachio suo
Dispersit superbos mente cordis sui
Deposuit potentes de sede et exaltavit humiles
esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes
Suscepit Israel puerum suum
recordatus misericordiae suae
sicut locutus est ad patres nostros
Abraham et semini eius in saecula.
Nooit volprezen Hart Vorstinne
Heerlijk pralend op uw troon
Schoone Vrouwe, die we groeten
Reine Moeder van den Heer
Zie! Uw kinderen knielen neder
om U minnelijk en teeder
Toe te zingen blij te moed
Onbevlekte, wees gegroet
Onbevlekte, wees gegroet
Onbevlekte, wees gegroet!
Moeder! Met Gods Englenkoren
Stort in juublend maatgeluid
Voor U, Hemelkoninginne
Ons gemoed zich dankend uit.
Hun en onzen zangen ruischen;
Komen rond uw troon aandruisen,
U ter eere, die ons hoedt
Onbevlekte, wees gegroet!
Leid ons door de stormen henen
Naar het gouden zomerstrand,
Morgenster! die aan den Hemel
Toont het blijde Vaderland,
Daar, daar zullen wij herhalen
Bij een eeuwig zegepralen
’t lied vol dankbaren liefdegloed
Onbevlekte, wees gegroet!
Zoals gij heet, zo wilt gij wezen
Maria, bijstand voor altijd
Sta ons dan bij, wannneer wij vrezen
Sta ieder bij, wanneer hij lijdt
Wat ook de Heer, het al besturend
ons overzendt aan last en pijn
Laat als het leed zo altijddurend
Uw bijstand altijddurend zijn
Sta bij wie dreigen uit te glijden
Sta bij wie ziek zijn of ontdaan
Sta bij wie om het leven strijden
en laat ons eeuwig bij u staan
Melodie: O heiland open wijd de poort
Maria, vrouw van vlees en bloed,
U hoorde eens het “Wees gegroet.”
U bent gekozen, wat een eer,
tot moeder van de lieve Heer.
U was altijd God toegewijd
een toonbeeld van menslievendheid.
De eerste mens echt zonder kwaad
de eerste sinds de mens bestaat.
Ook zocht de Heer een vader uit.
Sint Joseph nam u tot zijn bruid.
In dat volmaakt en hecht gezin
kwam God nu zelf de wereld in.
U ging toen saam naar Betlehem
en weer klonk daar een eng’lenstem:
“Eer zij aan God en vreed’ op aard
dankzij het kind dat is gebaard.”
U bracht het kind met liefde groot
U was Hem trouw tot in de dood.
U bent de liefste moeder ooit
God heeft zijn schepping nu voltooid.
U bent nu moeder van de kerk
Wij zetten voort Zijn levenswerk.
Door uw gebed voor ieder kind
voelen wij ons door God bemind.
Maria, mild en machtig
vereerd bij God en mens
Weest moeder mij indachtig
die mij te bet'ren wens
Ik heb mijn schone dagen
verroek'loosd en verdaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan
Maria, mild en machtig
ik bid u: ach, weerziet
uw schone naam indachtig
mij arme zondaar niet
De straffen wil ik dragen
van 't geen ik heb misdaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan
Maria, mag 't geschieden
als dat gij, mild en goed
mij wilt genade bieden
eer dat ik sterven moet
Eilaas, ik dierf het wagen
de wereld na te gaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan
Maria, poort van Gods genade,
Gij hebt gedragen en gevoed,
die hemel en aarde niet omvatten.
Gij, dienstmaagd des Heren, wees gegroet.
Leer ons in deemoed met U waken,
in aandacht bij Gods heilig woord,
dat wij het aanhoren en bewaren,
O Zetel der Wijsheid, zoals Gij.
Gegroet, Gij Moeder van genade,
U prijzen alle volken groot.
Gezegend zijt Gij onder de vrouwen.
Gezegend die Gods woord hebt gelooft.
O Vrouw, in glorie opgenomen,
beeld en belofte van ons heil,
Gezegende, bid opdat wij groeien
in Christus de Heer tot volkomenheid.
Maria, schone Vrouwe,
Maria maged zoet,
in u is mijn vertrouwen.
Gij zijt zo eeuwig goed.
Gij zijt zo rein, zo schone,
Maria onbevlekt.
Gij waart toch Jezus' wone
en blevet ongerept.
Dies bidde ik om zegen
en hulpe in 't verschiet:
Toon gij dan onze wegen,
wij dwalen zeker niet.
Nu looft en prijst mijn ziel de Heer
Nu looft en prijst mijn ziel de Heer,
van vreugde jubelt heel mijn hart,
in God die mijn verlosser werd.
Refrein: Magnificat!
Jubelt allen in de Heer, jubelt om uw heil!
Want welgevallig zag Hij neer
op mij, die door mijn nietigheid
niets anders den zijn dienstmaagd ben.
Zie, aangebroken is de dag
dat elk geslacht aan 't jub'len gaat,
elk volk mij zalig prijzen zal.
Wat mij nu is geschied, is groot,
wat kan de Almacht niet bij God,
wiens naam alleen hoogheilig is.
O Maagd, zo rein en schoon
Eens zie ik u hierboven
Met d'Eng'len die u loven
Met Jezus uwe Zoon
Refrein:
O Maagd, zo rein en schoon
Eens kniel ik voor uw troon (2x)
O Maagd, zo rein en schoon
Eens zie 'k uw gloriestralen
Waarbij't geen glans kan halen
Van 's werelds dwaas vertoon
Refrein
O Maagd, zo rein en schoon
Eens zult gij mij verblijden
Vergoeden al mijn lijden
Al stierf ik duizend doden
Refrein
O Maagd, zo rein en schoon
Eens kom ik u begroeten
En leg ik aan uw voeten
Voor eeuwig mijne kroon
Refrein
O Maria die daar staat,
gij zijt goed en ik ben kwaad
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O Maria, gij die weet
dat mijn herte u is besteed
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O Maria, die mij ziet,
gij hebt alles, ik heb niets
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O Maria, in uw schoot
ligt mijn hert, van deugden bloot
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O Maria, overluid
spreek ik mijn beloften uit
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O Maria, in den strijd
toogt dat gij ons moeder zijt
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken
O, Madonna van de vrede
O reinste der scheps'len, O moeder Maagd,
Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt
Maria, aanhoor onze vurige bee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
Bedreigen ons noodweer of storm op onz' baan
Is 't scheepj' onzer ziel in gevaar te vergaan
Bedaar, o Maria, de storm op uw bee
Stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
Maria, als gij onze schreden geleidt
Schenkt gij ons uw licht en uw zegen altijd
Dan landen wij veilig ter hemelse ree
En danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
en danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Maagd zo rein zo schoon
Eens zie ik U hier boven
Met d'eng'len die U loven
Met Jezus uwe Zoon
O Maagd zo rein zo schoon.
Eens kniel ik voor uw troon.
O Maagd zo rein zo schoon.
Eens kniel ik voor uw troon.
O Maagd zo rein zo schoon eens zie ‘k Uw glorie stralen, waarbij geen glans kan halen van ’s werelds dwaas vertoon O Maagd zo rein zo schoon Eens zal ik mogen horen het lied der zaal’ge koren dat u wordt aangebo’on O Maagd zo rein zo schoon eens zal ook ik niet zwijgen maar ’t lied tot u doen stijgen mijn dankbaar hart ontvlo’on O Maagd zo rein zo schoon eens zal ‘k u eindloos prijzen met altijd nieuwe wijzen op telkens nieuwe toon.
Liefde gaf u duizend namen
Groot en edel, schoon en zoet
Maar geen eeen die 't hart der Vlamen
Even hoog verblijden doet
Als de naam, o moedermaagd
Die gij in ons landje draagt
Schoner klinkt hij dan al d'and'ren
Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren
Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren
Waar men ga langs Vlaamse wegen
Oude hoeve, huis of tronk
Komt men u, Maria, tegen
Staat uw beeltenis te pronk
Lacht ons toe uit lindegroen
Bloemenkrans of blij festoen
Moge 't nimmer dier verand'ren
O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren
O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren
Blijf in 't Vlaamse harte tronen
Als de hoogste koningin
Als de beste moeder wonen
In elk Vlaamse huisgezin
Sta ons bij in alle nood
Nu en in het uur der dood
Ons, uw kind'ren, en ook d'and'ren
Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren
Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren
Op Fatima's vlakte verscheen op een eik
de Moeder van Jezus, een zonne gelijk
Refrein:
Ave, ave, ave Maria!
Ave, ave, ave Maria!
Daar baden drie herderkens, ned'rig en vroom
Het weerlicht twee malen, ze vluchten vol schroom
Refrein
Maar d'oudste roept: ziet eens wat ginder hoog staat
Een glanzende dame met minzaam gelaat
Refrein
Een wonderzoet spreken uit hemelse mond
doet keren die kleinen, wier vreze verzwond
Refrein
De herderkens knielen en Lucia vraagt
Wie zijt gij, wat is uw verlangen, o maagd?
Refrein
Mijn naam zult gij later vernemen, mijn kind
Indien gij blijft komen, mij vurig bemint
Refrein
Wie zou u niet lieven, o schone mevrouw
Wij komen hier weder en blijven u trouw
Refrein
Vlecht dikwijls als rozen, een krans van gebeen
opdat God de zondaars genade verleen
Refrein
Bidt ook 't rozenhoedje en Jezus dra schenkt
Zijn licht aan de zieltjes die niemand gedenkt
Refrein
Tot zesmaal toe kwam ze in 't sneeuwwitte kleed
Toen sprak ze: wel kleinen, verneemt hoe ik heet
Refrein
Haar ogen ontloken in hemelse glans
Ik ben Koninginne van de Rozenkrans
Refrein
En duizenden kwamen naar 't nederige oord
Want al wie daar smeekte, werd zichtbaar verhoord
Refrein
Een kleine kapel had Maria verwacht
Men bouwd'haar ter ere een tempel vol pracht
Refrein
Wij danken u Moeder, zo schoon en zo zoet
Om al wat uw liefde voor mensenleed doet.
Refrein
Regina caeli, laetare, alleluja:
Quia quern meruisti portare, alleluja:
Resurrexit sicut dixit, alleluia:
Ora pro nobis Deum, alleluja
Rijck moeder Gods, Marie,
soeter dan honich-raet,
des hemels poorte blie,
die altijts open staet,
Ghy zijt onse zee-sterre
van dese wereldt wijt,
laet ons, van by en verre,
door u licht zijn bevrijt.
Haest u, comt, wilt toch helpen
u volck, dat helt tot val:
t'welck om zijn quaet te stelpen
tot opstaen sorght voor al.
Die moeder zijt gheworden,
van uwen Heer' en Godt;
natur', als overtorden,
verwondert haer van 't lot.
Die maghet zijt ghebleven,
soo ghy te vooren waert,
wy groet met d'inghel gheven;
ons door melijdt bewaert.
Amen.
Salve Regina, mater misericordiae
Vita, dulcedo, et spes nostra, salve
Ad te clamamus, exsules filii Hevae
Ad te suspiramus, gementes et flentes
in hac lacrimarum valle
Eia ergo, advocata nostra
illos tuos misericordes oculos ad nos converte
Et Jesum, benedictum fructum ventris tui
nobis post hoc exsilium ostende
O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria
Stabat Mater dolorosa
juxta Crucem lacrimosa.
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem,
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater Unigeniti!
Quae maerebat et dolebat,
pia Mater, dum videbat
Nati poenas inclyti.
Quis est homo, qui non fleret,
Matrem Christi si videret
in tanto supplicio?
Quis non posset contristari,
Christi Matrem contemplari
dolentem cum Filio?
Pro peccatis suae gentis
vidit Jesum in tormentis
et flagellis subditum.
Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum,
dum emisit spiritum.
Eja, Mater, fons amoris,
me sentire vim doloris
fac, ut tecum lugeam.
Fac, ut ardeat cor meum,
in amando Christum Deum
ut sibi complaceam.
Sancta Mater, istus agas,
Crucifixi fige plagas
cordi meo valide.
Tui Nati vulnerati,
tam dignati pro me pati,
poenas mecum divide.
Fac me tecum pie flere,
Crucifixo condolere,
donec ego vixero.
Juxta Crucem tecum stare
et me tibi sociare
in planctu desidero.
Virgo, virginum praeclara,
mihi jam non sis amara:
fac me tecum plangere.
Fac, ut portem Christi mortem,
passionis fac consortem
et plagas recolere.
Fac me plagis vulnerari
fac me Cruce inebriari
et cruore Filii.
Flammis ne urar succensus,
per te, Virgo, sim defensus
in die judicii.
Christe, cum sit hinc exire,
da per Matrem me venire
ad palmam victriae.
Quando corpus morietur,
fac, ut animae donetur
paradisi gloria.
Amen.
Te Lourdes op de bergen verscheen in een grot
vol glans en vol luister de Moeder van God
Ave, Ave, Ave Maria!
Ave, Ave, Ave Maria!
(ook na ieder volgend couplet)
Zij riep Bernadette, een nederig kind
"Wie zijt gij, vroeg 't meisje, die u daar bevindt?"
"Ik ben d'Onbevlekte en zuivere Maagd
gans vrij van de zonde heb ik God behaagd."
Zij deed er ontspringen een klare fontein
met helende waat'ren, als waar medicijn
"Ik wil hier een tempel, op Massabiëls rots
Ik zal hier doen schittren, de wonderen Gods!"
"Dat pelgrims hier komen, van wijd en van zijd
'k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt."
En sedert 't verschijnen der Moeder-Maagd daar
stijgt immer de bede der christene schaar
Wij brengen als d'engel U, Moeder zo zoet
met tedere liefde de dierbare groet
De talen der volk'ren verheffen uw naam
zij bidden door 't Ave, Maria te saam
Door dalen en wouden, langs bergen en vliet
klinkt de eer van Maria, in 't hemelse lied
Te Lourdes in Frankrijk, uw lievelingsoord
weerklinkt en weergalmt het in machtig akkoord
"Ik ben d'Onbevlekte" zo klonk daar uw woord
en de onschuld bevoorrecht herhaalde ongestoord
Nu prijkt daar uw beelt'nis met glorie omstraald
wier aanblik zo minzaam, uw moederhart maalt
Daar stromen de pelgrims met duizenden saam
hun harten begeesterd, aanroepen uw naam
Daar schenkt uwe liefde, aan zondaren vree
aan kranken genezing op 't smeken der bee
Die grot ons zo dierbaar uw beelt'nis zo rein
doen stromen uw zegen, bij 't klinkend refrein
Wij danken U, Moeder, voor 't heil ons geschied
O zegen ons allen, bij 't galmen van 't lied
Vertrouwend op 't Ave door d'Engel gebracht
herhalen wij immer, met vuriger kracht
Aanvaard dan de hulde, o Moeder zo goed
de hulde uwer kind'ren, aanhoor onze groet
Zo blijft, o Maria, in vreugd en in smart
in leven en sterven, de kreet van ons hart
Die groet zij de laatste, door 't hart nog geuit
wanneer in het sterven, de mond zich reeds sluit
Maar dan door Maria geleid tot haar Zoon
herhalen wij eeuwig, geschaard rond haar troon
O, Madonna van de vrede
Wij staan allen voor u klaar
Wij willen een gebed besteden
Wij willen bidden voor elkaar
Tot ziens, Maria. Tot ziens, Maria
Tot ziens Maria, tot morgen weer.
O Madonna, lieve Moeder
Gelukkig staan wij om u heen
Help ons in deze tijden
Maak ons sterk, maak ons één
Tot ziens, Maria. Tot ziens, Maria
Tot ziens Maria, tot morgen weer.
U rozenkrans bemin ik
Reeds van mijn vroegste jeugd
Ik zal u nooit verlaten
in droefheid of in vreugd'
Tot het ogenblik
van mijn laatste snik
Bij dag, bij nacht blijft gij
O rozenkrans bij mij
0 rozenkrans ik eer U
Verheven hemelspand
Dat we aan Maria danken
aan hare Moederhand
Moeder van de Heer
U zij dank en eer
Voor 't grote liefdeblijk
aan hemelgunsten rijk
Maria ene bede
O weiger mij die niet
Gij gaaft me 'n krans op aarde
die nimmer mij verliet
Schenk mij nog een krans
Schitterend en vol glans
Schenk mij dat liefdeblijk
Eens in het hemelrijk
Ik voel’ alsdat mijn tong herleeft, viva
omdat mijn hert weer blijdschap heeft, viva
het is Maria, zuivre Maagd,
die bovenal mij wel behaagt.
Ave Maria, Ave Maria!
Maria’s kindren altemaal, viva
Wij doen gelijk de nachtegaal, viva
Van s’morgens vroeg, al vóór de dag
Herhaalt hij voor die het horen mag
Viva Maria, Viva Maria!
Lofweerde Maged, onbevlekt, viva
Tot mij uw milde hand uitstrekt, viva
Bevrijd ons al, zo kleen als groot
Van hels gespuis en kwade dood!
Ave Maria, Ave Maria!
Wat spreiden die lichten 'n heerlijke glans
Wat vormen die bloemen 'n lieflijke krans
Wat wordt er een pracht en 'n luister ontplooid
ter ere der Vrouwe, met zonlicht getooid
Er klinkt over d'aarde 'n juichtoon, 'n lied
het stijgt door de wolken in sterrengebied
Het dringt tot de koren der hemelen door
de zaligen zingen, ons feestlied in koor
tot God stijgt die juichtoon van lof en van dank
Om Jezus, om Hem, is die lelie zo blank
Ons lied moge klinken Maria ter eer
Ons loflied verheerlijkt haar Zoon, onze Heer
(Melodie: Wees Gegroet o Sterre)
Wees gegroet Maria,
Wees gegroet, mijn moeder,
U bent steeds een steun voor mij,
naar uw voorbeeld leven wij
Wees gegroet, wees gegroet Maria.
Wees gegroet Maria,
Wees gegroet, mijn moeder,
U bent steeds God toegewijd
gaat ons voor in dienstbaarheid.
Wees gegroet…
Wees gegroet, Maria,
Wees gegroet mijn moeder,
Bij het kruis stond u op wacht,
wees in’t lijden onze kracht.
Wees gegroet….
Wees gegroet, O Sterre
Wees gegroet van verre
Aan de hemel blinkt uw licht
In het bange vergezicht
Wees gegroet, wees gegroet, Maria
Als de golven stijgen
Hoger, hoger dreigen
Schijn dan veilig voor ons uit
Gun de zee geen droeve buit
Wees gegroet, wees gegroet, Maria
Als in donk're luchten
Wij naar u verzuchten,
Laat de wolken heind' en ver,
Voor u vluchten, morgenster.
Wees gegroet, wees gegroet, Maria
Wees gegroet, O Sterre
Wees gegroet van verre
Op uw zacht en zalig licht
Houden wij het oog gericht
Wees gegroet, wees gegroet, Maria
Wij groeten U, Maria, Moeder mild en goed!
Wij prijzen U, Maria, Moeder mild en goed!
Keervers:
Bid, dat Jezus ons behoedt
Sancta Maria!
Maria vol genade, Moeder, mild en goed
Wij zijn met schuld beladen, Moeder, mild en goed
Keervers
Maria uitverkoren, Moeder, mild en goed
Wij willen U behoren, Moeder, mild en goed
Keervers
Die Jezus gaf het leven, Moeder, mild en goed
Wij loven U, verheven, Moeder, mild en goed
Keervers
0 mocht gij na dit leven, Moeder, mild en goed
Uw Jezus aan ons geven, Moeder, mild en goed
Keervers
Wij groeten u, O koningin, O Maria
U Moeder, vol van teed're min, O Maria
Groet haar, O cherubijn
Prijs haar, O serafijn
Prijst met ons uw koningin
Salve, salve, salve Regina
O Moeder van barmhartigheid, O Maria
En troost in alle bitterheid, O Maria
Groet haar, O cherubijn
Prijs haar, O serafijn
Prijst met ons uw koningin
Salve, salve, salve Regina
Ons leven, zoetheid, hoop en vreugd', O Maria
Leid gij ons op de weg der deugd, O Maria
Toon ons in 't uur van onze dood, O Maria
De zoete vrucht van uwe schoot, O Maria
Groet haar, O cherubijn
Prijs haar, O serafijn
Prijst met ons uw koningin
Salve, salve, salve Regina