Marialiederen

Artikels

naar boven

Partituren

naar boven

Teksten

Door de grote aandacht voor Maria, ontstonden ook Marialiederen, die op de liturgische feesten en op bedevaarten werden gezongen. Hieronder vindt u slechts een selectie uit alle bestaande Marialiederen:

Aan u, koninginne Maria, de liefste Moeder
Aan u, O zuivere Maagd Maria, mild en machtig
Alma Redemptoris Mater Maria, poort van Gods genade
Als ik een klokje was Maria, schone Vrouwe
Ave Maria Nu looft en prijst
Ave regina O Maagd, zo rein en schoon
Ave Verum (eucharistische hymne) O Maria die daar staat
Avé, Ster van ‘t Mere O Reinste der schepselen
Bruiloft te Kana Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen
Daar bloeide ene lelie Op Fatima's vlakte
De veldkapel, een Marialied Regina caeli
Gebenedijd zijt gij Rijck moeder Gods, Marie
Gekomen is uw lieve Mei Salve Regina
God getrouwe, lieve Vrouwe Stabat Mater
God groet u, zuivere bloeme Te Lourdes op de bergen
Ik ben een kind van Maria Tot ziens, Maria!
Ik groet U, lieve Moeder U rozenkrans bemin ik
Lief Vrouwke, ik kom niet Viva Maria
Liefde gaf u duizend namen Wat spreiden die lichten
Lieve Vrouw der lage landen Wees Gegroet, Maria
Lieve Vrouwe van ons land Wees gegroet, O Sterre
Magnificat Wij groeten U, Maria
Maria Immaculata / A. de Hovre Wij groeten u, O koningin
Maria, Altijddurende Bijstand  

Aan u, koninginne

Aan u, koninginne, de groet voor de strijd
Aan u, onze schutsvrouw, de wapens gewijd
Aan u, onze Moeder, zo zacht en zo zoet
Ons streven, ons strijden, ons leven, ons bloed
Maria aan u! Maria aan u!

Ons streven, ons strijden, Maria aan u!
Nu voorwaarts, ten strijde met krachtige moed
De lucht is zo helder, de zon is zo goed
De trommen ze roepen, ze roepen ten slag
Aan ons de victorie, aan ons zij de dag
Maria voor u! Maria voor u!

Aan ons de victorie, Maria voor u!
Laat luide weerklinken de leuze te veld
De heilige strijdkreet maakt allen tot held
De leuz'is Maria, haar machtige naam
Maria! Maria! Trekt op dan te zaam
Maria door u! Maria door u!
Maria, Maria, Maria door u!

naar boven

Aan u, O zuivere Maagd

Aan u, O zuivere Maagd
Die 't god'lijk Kindje draagt
Aan u mijn groeten
Wij knielen voor u neer
O Moeder van de Heer
Voor u, O zoete!

Maria, zoet van naam
Gij maagd en moeder saam
Aan u mijn groeten
U, aller maagden kroon
En Moeder van Gods Zoon
Aan u, O zoete!

De spiegel aller deugd
En onzer harten vreugd'
Aan u mijn groete
Lofwaardig, geest'lijk vat
De godsvrucht eed'le schat
Zijt gij, O zoete!
O Morgenster vol pracht
Der zwakken hulp en kracht
Aan u mijn groeten
Des zondaars toeverlaat
Der droeven troost en raad
Zijt gij, O zoete!

naar boven

Alma Redemptoris Mater (latijnse tekst)

Alma Redemptóris Mater quae pérvia coeli porta manes et stella maris succúrre cadénti súrgere qui curat, pópulo tu quæ genuísti, natura miránte tuum sanctum Genitórem Virgo prius ac postérius Gabriélis ab ore Sumens illud Ave peccatórum miserére

naar boven

Als ik een klokje was

Als ik een klokje was Blij zou ik luiden Dan zou ik overal uit willen duiden

Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria

Als ik een vogel was Luid zou ik zingen Totdat het in ieders hart Binnen zou dringen

Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria

Als U mijn lied behaagt God's uitverkoren Moeder Maria Maagd Laat ik weer horen

Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria

naar boven

Ave Maria

Ave, Maria, gràtia plena Dòminus tecum Benedìcta tu in mulièribus et benedìctus fructus ventris tui, Jesus Sancta Maria, Mater Dei ora pro nobis peccatòribus nunc et in hora mortis nostrae Amen.

naar boven

Ave Regina caelorum

Ave Regina caelórum, ave, Dómina angelórum: Salve, radix, salve, porta, ex qua mundo lux est orta.

Gáude, Virgo gloriósa, super omnes speciósa; Vale, o valde decóra, et pro nobis Christum exóra.

naar boven

Ave Verum

Ave verum Corpus natum de Maria Vírgine Vere passum, immolatum in cruce pro hómine Cuius latus perforátum fluxit aqua et sánguine Esto nobis praegustátum mortis in exámine O Jesu dulcis, o Jesu pie, O Jesu fili Maríae!

naar boven

Avé, Ster van ‘t Mere

(Avé, Stella Maris)

Ave, Ster van ‘t mere, Moeder van den Here, Altijd Maagd gebleven, Poort van ‘t eeuwig leven.

Refrein: Wees onze voorspraak bij den Heer Zie vol ontferming op ons neer.

Toon U onze Moeder; Jezus, onze Broeder, Ons uit U geboren, Zal door U ons U horen..

Refrein

Help ons, rein van zeden ‘t veilig pad betreden Om bij Jezus samen God te loven, Amen.

Refrein.

naar boven

Bruiloft te Kana

(Melodie: Uit vuur en ijzer)

Te Kana was er bruiloftsfeest, er heerste reeds een goede geest, de gasten dronken vrolijk wijn en lachten met elkander. Het bruidspaar beloofde trouw ze waren nu echt man en vrouw En Jezus was ook te gast en sprak met ieder ander. Het feest was nog in volle gang het duurde al drie dagen lang. Toen bleek het wijnvat leeg te zijn. Hoe moest het feest nu voortgaan? Maria ging naar haar Zoon en smeekte Hem op lieve toon “Ach, help ons toch uit de nood” dan kan het feest weer doorgaan. Maria sprak de knechten toe: “Vertrouw op Hem dan komt het goed. Hij zal nu zeggen wat te doen en dan gebeurt het wonder.” En Jezus die zag haar geloof en hield zich toen niet langer doof Hij maakte van water wijn; dat was zijn eerste wonder. Ook ons beveelt Maria aan:. Laat Jezus toe in jouw bestaan. Vertrouw aan Hem je zorgen toe dan krijg je ook genade om trouw aan elkaar te zijn gezond en rijk, maar ook bij pijn in voor- en in tegenspoed Hij geeft je steeds genade. Maria vrouw van Goede raad van liefde, trouw en goede daad wees ook voor ons een middelaar mocht ons iets overkomen. Een voorbeeld van huwelijkstrouw, een toonbeeld van de ware vrouw, Een beeld van de echte mens, vervulling van Gods dromen.

naar boven

Daar bloeide ene lelie

Daar bloeide ene lelie met zuiverlijke pracht Voor eeuwen en tijden in 't diepst van Gods gedacht' Zij was toch zo schone! Zij bloeide toch zo blank! Er looft haar naar waarde noch mens, noch eng'lenzang

Vandaag is de lelie zo menig' eeuw verbeid Op aarde ontsproten in reine heerlijkheid 't Zijt gij, O Maria, O lelie, eeuwig schoon Gods bruid en Gods dochter en Moeder van Gods Zoon!

Al de engelenkoren begroeten heden de aard' Zij heeft hun, o wonder, een koningin gebaard O hemelse lelie, gij zijt onz' eeuw'ge roem Gij zijt van de wereld de vlekkeloze bloem!

naar boven

De veldkapel, een Marialied

Het wemelt in de Mei van blonde kleinen, nabij de veldkapel; De takken van de grote linde deinen rondom de veldkapel; Maria hoort de zoete litanieën Der boerenkind’ren en der honingbieën. Ave Maria, Ave Maria!

Een paradijs van bloemen ziet men spruiten, nabij de veldkapel; Terwijl de vogels in de takken fluiten, rondom de veldkapel. Maria hoort in ’t heilig avondzwijgen Een jubelpsalm van nachtegalen stijgen. Ave Maria, Ave Maria!

Het koele dorpke ademt niets dan vrede, nabij de veldkapel; Zijn sluimer is ’n enk’le reine bede, rondom de veldkapel. Maria hoort, terwijl de sterren glanzen, de naklank van de laatste rozenkransen. Ave Maria, Ave Maria!

naar boven

Gebenedijd zijt gij

Gebenedijd zijt gij! En onder al de vrouwen 't zij wie of waar dat 't zij eerbiedig aan te schouwen gebenedijd zijt gij O Moedermaagd, die Jezus draagt Eerbiedig aan te schouwen, gebenedijd zijt gij

Gebenedijd zijt gij Vóór eeuwen uitverkoren gij moeder, ook van mij daar God is uit geboren Gebenedijd zijt gij O Moedermaagd, die Jezus draagt daar God is uit geboren, gebenedijd zijt gij

Gebenedijd zijt gij Naast u en is er gene van zond'en schulden vrij O Onbevlekt'allene Gebenedijd zijt gij O Moedermaagd, die Jezus draagt O Onbevlekt'allene, gebenedijd zijt gij

naar boven

Gekomen is uw lieve Mei

Gekomen is uw lieve Mei, Maria
En op het veld de bloemensprei, Maria
Bloemen, die wij plukken gaan
Nu ze rijk te bloeien staan
Ave, ave Maria
Voor u, de vrouwe van de Mei, Maria

Wij knielen 's avonds voor uw beeld, Maria
U wijden wij ons onverdeeld, Maria
Met de bloemen en de zang
En wij bidden, zingen lang
Ave, ave Maria
Tot gij uw gunsten aan ons deelt, Maria

Zo helder schijnt het witte licht, Maria
Der kaarsen op uw lief gezicht, Maria
Goedig ziet gij op ons neer
Als een Moeder goed en teer
Ave, ave Maria
Uw ogen steeds op ons gericht, Maria

naar boven

God getrouwe, lieve Vrouwe

God getrouwe, lieve Vrouwe,
O Maria, sta ons bij;
Vraag in ‘t oordeel, ons ten voordeel,
Dat ons God genadig zij.

Hoog geprezen, wil dan wezen
Onze voorspraak bij uw Zoon,
Als de Rechter en Beslechter
Ons zal dagen voor zijn troon.

Voer, Lofwaarde, die op aarde
Aller liefde waardig zijt,
Ons ter kroning in Gods woning,
Als verwinnaars uit de strijd.

naar boven

God groet u, zuivere bloeme

God groet u, zuiv're bloeme
Maria, Maged fijn
Gedoog dat ik u roeme
Lof moet u altijd zijn!
Als gij niet waart geboren
O reine Maged vrij
Wij waren al verloren
Aan u beveel ik mij!

Maria, lelie reine
Gij zijt mijn toeverlaat
Zoals een klaar fonteine
Die nimmer stille staat
Zo geeft gij ons genade
En staat uw dienaars bij
Och, sta mij toch te stade
Aan u beveel ik mij!

O roosken zonder doren
O violette zoet
O bloemken, blauw in 't koren
Weest, mij, uw kinde, goed!
Vol liefde en gestadig
Ootmoedig zo zijt gij
Och, weest mij toch genadig
Aan u beveel ik mij!

naar boven

Ik ben een kind van Maria

Refrein:
Ik ben een kind van Maria, mijn moeder is zij
En elke dag zegent zij mij, zegent zij mij
Ik ben een kind van Maria, 'k herhaal het blij gezind
Ik ben Maria's kind, ja, ik ben Maria's kind

Maria heeft mij aangenomen
Maria de hemelvorstin
Ja, ik zal in de hemel wel komen
Indien ik die moeder bemin

Refrein

Waar beter zal ik hulp kunnen vragen
Als ik hier gevaren ontmoet
Ja, uitkomst zal altijd mij dagen
Die moeder is immers zo goed

Refrein

Nog nooit heb gij iemand verstoten
Die hoopvol tot u was gevlucht
Dat blijft mijn vertrouwen vergroten
Zolang ik hier angstvol verzucht.

Refrein

naar boven

Ik groet U, lieve Moeder

(melodie: God groet u zuivre bloeme)

Ik groet u, lieve moeder,
U was een mens als wij,
vol twijfels en vol vragen,
zo bent u ons nabij.

God zal een antwoord geven
dat ons doet verder gaan.
Zo staan wij in het leven
en eren wij uw naam.

U heeft een weg gewezen
aan ieder hier op aard.
Gods wil was steeds uw leidraad
de weg uit alle kwaad.
Uw dienstbaarheid voor ieder
die hulp zo nodig had,
toont ons de ware liefde;
zo wint u ieders hart.

U was in alle eenvoud
Gods uitverkoren vrouw;
door U kwam Hij op aarde;
U bleef Hem altijd trouw.
U was dan ook vol vreugde
om zijn verheerlijking
en leefde vanaf Pinkst’ren
in Jezus’ vriendenkring.

Ten hemel opgenomen
bent u nu steeds bij God
om daar voor ons te bidden,
bekend met ieders lot
Dat wij in vrede leven
en steeds Gods wil verstaan,
om zo Gods Rijk te stichten
en eens ten hemel gaan.

naar boven

Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden

Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te geven,
niets te vragen, deze dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde,
dat ik U bekijken mag (x2).

Lief Vrouwke, ik kom niet om te spreken,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te zeggen,
niets te vragen, deze dag.
Maar bewaar voor mij de grote vreugde,
dat ik U bekijken mag (x2).

Lief Vrouwke, ik kom niet om te zingen,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te bieden,
niets te vragen, deze dag.
Laat voor mij alleen de grote vreugde,
als ik Moeder zeggen mag (x2).

naar boven

Liefde gaf u duizend namen

Liefde gaf u duizend namen
Groot en edel, schoon en zoet,
Maar geen een die 't hart der Vlamen
Even hoog verblijden doet
Als de naam, o moedermaagd,
Die gij in ons landje draagt,
Schoner klinkt hij dan al d'and'ren:
Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis).

Waar men ga langs Vlaamse wegen,
Oude hoeve, huis of tronk,
Komt men u, Maria, tegen,
Staat uw beeltenis te pronk,
Lacht ons toe uit lindegroen,
Bloemenkrans of blij festoen,
Moge 't nimmer dier verand'ren,
O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis).

Blijf in 't Vlaamse harte tronen
Als de hoogste koningin
Als de beste moeder wonen
In elk Vlaamse huisgezin
Sta ons bij in alle nood
Nu en in het uur der dood
Ons, uw kind'ren, en ook d'and'ren
Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren (bis)

naar boven

Lieve Vrouw der lage landen

Hoge Vrouwe in de hemel,
's Heren Moeder, reine Maagd.
Hoor het volk der Lage Landen,
dat U ned'rig bijstand vraagt.
't Heeft al oude adelbrieven,
van zijn godsvrucht, deugd en eer.
Wil, zo smeken wij U, Vrouwe,
voor ons bidden bij de Heer.

Lieve Vrouwe in de hemel, die der Vlamen Moeder zijt,
Red Uw volk uit diepe noden, maak het tot de deugd bereid.

Lieve Vrouwe, zo was Vlaand'ren,
hoofs, eenvoudig en devoot.
Kersten van geloof en zeden,
bleef het in zijn hoogste nood.
't Bouwd' U tempels en kapellen,
van de zee tot in de hei;
't Schilderd' U in pracht van kleuren,
't zong U lied'ren in de mei !

naar boven

Lieve Vrouwe van ons land

Lieve Vrouwe van ons land,
Met uw kroon of sleep van kant,
En getorst door ruwe hand
Langs de vlakke wegen,
Lieve Vrouw langs beemd en gaard,
Lieve Vrouwke bij de haard,
Door geslachten vroom bewaard,
Schenk ons volk uw zegen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.

Moeder die op Vlaandren waakt;
Van zover onz'heugnis raakt,
Al wat Vlaandrens grootheid maakt
Hebt gij ons gegeven:
Eenvoud, adel van gemoed,
Moederweelde, minnegloed,
Reinheid en de stille moed
Voor uw zoon te leven.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.

Gij hebt ons de vreê gebracht
Na zo meen'ge bange nacht:
Bij u vond ons volk de kracht
't Eigen huis te bouwen,
Lieve Vrouwe t'allen tijd
Blijve Vlaandren u gewijd,
In de zege als in de strijd,
In al vreugd en rouwen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria.

Moeder die ons Vlaandren mint,
Red uw dwaas en nukkig kind
Als 't op vreemde lusten zint:
Neem 't dan bij zijn handen,
Trek het weerom op uw schoot,
Breek het uwe liefd'als brood,
Dat het groeie sterk en groot,
Schoonst onder de landen.
Ave Maria, Ave Maria, Ave Maria

naar boven

Magnificat

Magnificat anima mea Dominum
Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo
Quia respexit humilitatem ancillae suae
Ecce enim ex hoc beatam mei dicent omnes generationes
Quia fecit mihi magna qui potens est: Et sanctum nomen eius
Et misericordia eius a progenie in progenies timentibus eum
Fecit potentiam in brachio suo
Dispersit superbos mente cordis sui
Deposuit potentes de sede et exaltavit humiles
esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes
Suscepit Israel puerum suum
recordatus misericordiae suae
sicut locutus est ad patres nostros
Abraham et semini eius in saecula.

naar boven

Maria Immaculata / A. de Hovre

Nooit volprezen Hart Vorstinne
Heerlijk pralend op uw troon
Schoone Vrouwe, die we groeten
Reine Moeder van den Heer
Zie! Uw kinderen knielen neder
om U minnelijk en teeder
Toe te zingen blij te moed
Onbevlekte, wees gegroet
Onbevlekte, wees gegroet
Onbevlekte, wees gegroet!

Moeder! Met Gods Englenkoren
Stort in juublend maatgeluid
Voor U, Hemelkoninginne
Ons gemoed zich dankend uit.
Hun en onzen zangen ruischen;
Komen rond uw troon aandruisen,
U ter eere, die ons hoedt
Onbevlekte, wees gegroet!

Leid ons door de stormen henen
Naar het gouden zomerstrand,
Morgenster! die aan den Hemel
Toont het blijde Vaderland,
Daar, daar zullen wij herhalen
Bij een eeuwig zegepralen
’t lied vol dankbaren liefdegloed
Onbevlekte, wees gegroet!

naar boven

Maria, Altijddurende Bijstand

Zoals gij heet, zo wilt gij wezen
Maria, bijstand voor altijd
Sta ons dan bij, wannneer wij vrezen
Sta ieder bij, wanneer hij lijdt

Wat ook de Heer, het al besturend
ons overzendt aan last en pijn
Laat als het leed zo altijddurend
Uw bijstand altijddurend zijn


Sta bij wie dreigen uit te glijden
Sta bij wie ziek zijn of ontdaan
Sta bij wie om het leven strijden
en laat ons eeuwig bij u staan

naar boven

Maria, de liefste Moeder

Melodie: O heiland open wijd de poort

Maria, vrouw van vlees en bloed,
U hoorde eens het “Wees gegroet.”
U bent gekozen, wat een eer,
tot moeder van de lieve Heer.

U was altijd God toegewijd
een toonbeeld van menslievendheid.
De eerste mens echt zonder kwaad
de eerste sinds de mens bestaat.

Ook zocht de Heer een vader uit.
Sint Joseph nam u tot zijn bruid.
In dat volmaakt en hecht gezin
kwam God nu zelf de wereld in.

U ging toen saam naar Betlehem
en weer klonk daar een eng’lenstem:
“Eer zij aan God en vreed’ op aard
dankzij het kind dat is gebaard.”

U bracht het kind met liefde groot
U was Hem trouw tot in de dood.
U bent de liefste moeder ooit
God heeft zijn schepping nu voltooid.

U bent nu moeder van de kerk
Wij zetten voort Zijn levenswerk.
Door uw gebed voor ieder kind
voelen wij ons door God bemind.

naar boven

Maria, mild en machtig

Maria, mild en machtig
vereerd bij God en mens
Weest moeder mij indachtig
die mij te bet'ren wens
Ik heb mijn schone dagen
verroek'loosd en verdaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan

Maria, mild en machtig
ik bid u: ach, weerziet
uw schone naam indachtig
mij arme zondaar niet
De straffen wil ik dragen
van 't geen ik heb misdaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan

Maria, mag 't geschieden
als dat gij, mild en goed
mij wilt genade bieden
eer dat ik sterven moet
Eilaas, ik dierf het wagen
de wereld na te gaan
En kom, O Moeder, klagen
bij u voortaan

naar boven

Maria, poort van Gods genade

Maria, poort van Gods genade,
Gij hebt gedragen en gevoed,
die hemel en aarde niet omvatten.
Gij, dienstmaagd des Heren, wees gegroet.

Leer ons in deemoed met U waken,
in aandacht bij Gods heilig woord,
dat wij het aanhoren en bewaren,
O Zetel der Wijsheid, zoals Gij.

Gegroet, Gij Moeder van genade,
U prijzen alle volken groot.
Gezegend zijt Gij onder de vrouwen.
Gezegend die Gods woord hebt gelooft.

O Vrouw, in glorie opgenomen,
beeld en belofte van ons heil,
Gezegende, bid opdat wij groeien
in Christus de Heer tot volkomenheid.

naar boven

Maria, schone Vrouwe

Maria, schone Vrouwe,
Maria maged zoet,
in u is mijn vertrouwen.
Gij zijt zo eeuwig goed.
Gij zijt zo rein, zo schone,
Maria onbevlekt.
Gij waart toch Jezus' wone
en blevet ongerept.
Dies bidde ik om zegen
en hulpe in 't verschiet:
Toon gij dan onze wegen,
wij dwalen zeker niet.

naar boven

Nu looft en prijst

Nu looft en prijst mijn ziel de Heer
Nu looft en prijst mijn ziel de Heer,
van vreugde jubelt heel mijn hart,
in God die mijn verlosser werd.

Refrein: Magnificat!
Jubelt allen in de Heer, jubelt om uw heil!

Want welgevallig zag Hij neer
op mij, die door mijn nietigheid
niets anders den zijn dienstmaagd ben.

Zie, aangebroken is de dag
dat elk geslacht aan 't jub'len gaat,
elk volk mij zalig prijzen zal.

Wat mij nu is geschied, is groot,
wat kan de Almacht niet bij God,
wiens naam alleen hoogheilig is.

naar boven

O Maagd, zo rein en schoon

O Maagd, zo rein en schoon
Eens zie ik u hierboven
Met d'Eng'len die u loven
Met Jezus uwe Zoon

Refrein:
O Maagd, zo rein en schoon
Eens kniel ik voor uw troon (2x)

O Maagd, zo rein en schoon
Eens zie 'k uw gloriestralen
Waarbij't geen glans kan halen
Van 's werelds dwaas vertoon

Refrein

O Maagd, zo rein en schoon
Eens zult gij mij verblijden
Vergoeden al mijn lijden
Al stierf ik duizend doden

Refrein

O Maagd, zo rein en schoon
Eens kom ik u begroeten
En leg ik aan uw voeten
Voor eeuwig mijne kroon

Refrein

naar boven

O Maria die daar staat (Guido Gezelle)

O Maria die daar staat,
gij zijt goed en ik ben kwaad
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

O Maria, gij die weet
dat mijn herte u is besteed
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

O Maria, die mij ziet,
gij hebt alles, ik heb niets
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

O Maria, in uw schoot
ligt mijn hert, van deugden bloot
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

O Maria, overluid
spreek ik mijn beloften uit
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

 O Maria, in den strijd
toogt dat gij ons moeder zijt
wilt gij mijne arme ziele gedinken
'k zal u een Ave Maria schinken

O, Madonna van de vrede

naar boven

O Reinste der schepselen

O reinste der scheps'len, O moeder Maagd,
Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt
Maria, aanhoor onze vurige bee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee

Bedreigen ons noodweer of storm op onz' baan
Is 't scheepj' onzer ziel in gevaar te vergaan
Bedaar, o Maria, de storm op uw bee
Stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee

Maria, als gij onze schreden geleidt
Schenkt gij ons uw licht en uw zegen altijd
Dan landen wij veilig ter hemelse ree
En danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
en danken u eeuwig, o Sterre der zee

naar boven

O, Maagd, zo rein, zo schoon

O Maagd zo rein zo schoon
Eens zie ik U hier boven
Met d'eng'len die U loven
Met Jezus uwe Zoon

O Maagd zo rein zo schoon.
Eens kniel ik voor uw troon.
O Maagd zo rein zo schoon.
Eens kniel ik voor uw troon.

O Maagd zo rein zo schoon
eens zie ‘k Uw glorie stralen,
waarbij geen glans kan halen 
van ’s werelds dwaas vertoon

O Maagd zo rein zo schoon
Eens zal ik mogen horen 
het lied der zaal’ge koren 
dat u wordt aangebo’on

O Maagd zo rein zo schoon
eens zal ook ik niet zwijgen 
maar ’t lied tot u doen stijgen 
mijn dankbaar hart ontvlo’on

O Maagd zo rein zo schoon
eens zal ‘k u eindloos prijzen 
met altijd nieuwe wijzen 
op telkens nieuwe toon.

naar boven

Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen (August Cuppens)

Liefde gaf u duizend namen Groot en edel, schoon en zoet Maar geen eeen die 't hart der Vlamen Even hoog verblijden doet Als de naam, o moedermaagd Die gij in ons landje draagt Schoner klinkt hij dan al d'and'ren Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren Onze Lieve Vrouw van Vlaand'ren

Waar men ga langs Vlaamse wegen Oude hoeve, huis of tronk Komt men u, Maria, tegen Staat uw beeltenis te pronk Lacht ons toe uit lindegroen Bloemenkrans of blij festoen Moge 't nimmer dier verand'ren O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren O gij Lieve Vrouw van Vlaand'ren

Blijf in 't Vlaamse harte tronen Als de hoogste koningin Als de beste moeder wonen In elk Vlaamse huisgezin Sta ons bij in alle nood Nu en in het uur der dood Ons, uw kind'ren, en ook d'and'ren Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren Liefste Lieve Vrouw van Vlaand'ren

naar boven

Op Fatima's vlakte

Op Fatima's vlakte verscheen op een eik de Moeder van Jezus, een zonne gelijk

Refrein: Ave, ave, ave Maria! Ave, ave, ave Maria!

Daar baden drie herderkens, ned'rig en vroom Het weerlicht twee malen, ze vluchten vol schroom

Refrein

Maar d'oudste roept: ziet eens wat ginder hoog staat Een glanzende dame met minzaam gelaat

Refrein

Een wonderzoet spreken uit hemelse mond doet keren die kleinen, wier vreze verzwond

 Refrein

De herderkens knielen en Lucia vraagt Wie zijt gij, wat is uw verlangen, o maagd?

Refrein

Mijn naam zult gij later vernemen, mijn kind Indien gij blijft komen, mij vurig bemint

Refrein

Wie zou u niet lieven, o schone mevrouw Wij komen hier weder en blijven u trouw

 Refrein

Vlecht dikwijls als rozen, een krans van gebeen opdat God de zondaars genade verleen

Refrein

Bidt ook 't rozenhoedje en Jezus dra schenkt Zijn licht aan de zieltjes die niemand gedenkt

Refrein

Tot zesmaal toe kwam ze in 't sneeuwwitte kleed Toen sprak ze: wel kleinen, verneemt hoe ik heet

Refrein

Haar ogen ontloken in hemelse glans Ik ben Koninginne van de Rozenkrans

Refrein

En duizenden kwamen naar 't nederige oord Want al wie daar smeekte, werd zichtbaar verhoord

Refrein

Een kleine kapel had Maria verwacht Men bouwd'haar ter ere een tempel vol pracht

Refrein

Wij danken u Moeder, zo schoon en zo zoet Om al wat uw liefde voor mensenleed doet.

Refrein

naar boven

Regina caeli

Regina caeli, laetare, alleluja: Quia quern meruisti portare, alleluja: Resurrexit sicut dixit, alleluia: Ora pro nobis Deum, alleluja

naar boven

Rijck moeder Gods, Marie

Rijck moeder Gods, Marie, soeter dan honich-raet, des hemels poorte blie, die altijts open staet, Ghy zijt onse zee-sterre van dese wereldt wijt, laet ons, van by en verre, door u licht zijn bevrijt. Haest u, comt, wilt toch helpen u volck, dat helt tot val: t'welck om zijn quaet te stelpen tot opstaen sorght voor al. Die moeder zijt gheworden, van uwen Heer' en Godt; natur', als overtorden, verwondert haer van 't lot. Die maghet zijt ghebleven, soo ghy te vooren waert, wy groet met d'inghel gheven; ons door melijdt bewaert. Amen.

naar boven

Salve Regina

Salve Regina, mater misericordiae Vita, dulcedo, et spes nostra, salve Ad te clamamus, exsules filii Hevae Ad te suspiramus, gementes et flentes in hac lacrimarum valle Eia ergo, advocata nostra illos tuos misericordes oculos ad nos converte Et Jesum, benedictum fructum ventris tui nobis post hoc exsilium ostende O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria

naar boven

Stabat Mater

Stabat Mater dolorosa juxta Crucem lacrimosa. dum pendebat Filius.

Cujus animam gementem, contristatam et dolentem, pertransivit gladius.

O quam tristis et afflicta fuit illa benedicta Mater Unigeniti!

Quae maerebat et dolebat, pia Mater, dum videbat Nati poenas inclyti.

Quis est homo, qui non fleret, Matrem Christi si videret in tanto supplicio?

Quis non posset contristari, Christi Matrem contemplari dolentem cum Filio?

Pro peccatis suae gentis vidit Jesum in tormentis et flagellis subditum.

Vidit suum dulcem Natum moriendo desolatum, dum emisit spiritum.

Eja, Mater, fons amoris, me sentire vim doloris fac, ut tecum lugeam.

Fac, ut ardeat cor meum, in amando Christum Deum ut sibi complaceam.

Sancta Mater, istus agas, Crucifixi fige plagas cordi meo valide.

Tui Nati vulnerati, tam dignati pro me pati, poenas mecum divide.

Fac me tecum pie flere, Crucifixo condolere, donec ego vixero.

Juxta Crucem tecum stare et me tibi sociare in planctu desidero.

Virgo, virginum praeclara, mihi jam non sis amara: fac me tecum plangere.

Fac, ut portem Christi mortem, passionis fac consortem et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari fac me Cruce inebriari et cruore Filii.

Flammis ne urar succensus, per te, Virgo, sim defensus in die judicii.

Christe, cum sit hinc exire, da per Matrem me venire ad palmam victriae.

Quando corpus morietur, fac, ut animae donetur paradisi gloria.

Amen.

naar boven

Te Lourdes op de bergen

Te Lourdes op de bergen verscheen in een grot vol glans en vol luister de Moeder van God

Ave, Ave, Ave Maria! Ave, Ave, Ave Maria!

(ook na ieder volgend couplet)

Zij riep Bernadette, een nederig kind "Wie zijt gij, vroeg 't meisje, die u daar bevindt?"

"Ik ben d'Onbevlekte en zuivere Maagd gans vrij van de zonde heb ik God behaagd."

Zij deed er ontspringen een klare fontein met helende waat'ren, als waar medicijn

"Ik wil hier een tempel, op Massabiëls rots Ik zal hier doen schittren, de wonderen Gods!"

"Dat pelgrims hier komen, van wijd en van zijd 'k zal zalving hier geven aan ieder die lijdt."

En sedert 't verschijnen der Moeder-Maagd daar stijgt immer de bede der christene schaar

Wij brengen als d'engel U, Moeder zo zoet met tedere liefde de dierbare groet

De talen der volk'ren verheffen uw naam zij bidden door 't Ave, Maria te saam

Door dalen en wouden, langs bergen en vliet klinkt de eer van Maria, in 't hemelse lied

Te Lourdes in Frankrijk, uw lievelingsoord weerklinkt en weergalmt het in machtig akkoord

"Ik ben d'Onbevlekte" zo klonk daar uw woord en de onschuld bevoorrecht herhaalde ongestoord

Nu prijkt daar uw beelt'nis met glorie omstraald wier aanblik zo minzaam, uw moederhart maalt

Daar stromen de pelgrims met duizenden saam hun harten begeesterd, aanroepen uw naam

Daar schenkt uwe liefde, aan zondaren vree aan kranken genezing op 't smeken der bee

Die grot ons zo dierbaar uw beelt'nis zo rein doen stromen uw zegen, bij 't klinkend refrein

Wij danken U, Moeder, voor 't heil ons geschied O zegen ons allen, bij 't galmen van 't lied

Vertrouwend op 't Ave door d'Engel gebracht herhalen wij immer, met vuriger kracht

Aanvaard dan de hulde, o Moeder zo goed de hulde uwer kind'ren, aanhoor onze groet

Zo blijft, o Maria, in vreugd en in smart in leven en sterven, de kreet van ons hart

Die groet zij de laatste, door 't hart nog geuit wanneer in het sterven, de mond zich reeds sluit

Maar dan door Maria geleid tot haar Zoon herhalen wij eeuwig, geschaard rond haar troon

naar boven

Tot ziens, Maria!

O, Madonna van de vrede Wij staan allen voor u klaar Wij willen een gebed besteden Wij willen bidden voor elkaar Tot ziens, Maria. Tot ziens, Maria Tot ziens Maria, tot morgen weer.

O Madonna, lieve Moeder Gelukkig staan wij om u heen Help ons in deze tijden Maak ons sterk, maak ons één Tot ziens, Maria. Tot ziens, Maria Tot ziens Maria, tot morgen weer.

naar boven

U rozenkrans bemin ik

U rozenkrans bemin ik Reeds van mijn vroegste jeugd Ik zal u nooit verlaten in droefheid of in vreugd' Tot het ogenblik van mijn laatste snik Bij dag, bij nacht blijft gij O rozenkrans bij mij

0 rozenkrans ik eer U Verheven hemelspand Dat we aan Maria danken aan hare Moederhand Moeder van de Heer U zij dank en eer Voor 't grote liefdeblijk aan hemelgunsten rijk Maria ene bede

O weiger mij die niet Gij gaaft me 'n krans op aarde die nimmer mij verliet Schenk mij nog een krans Schitterend en vol glans Schenk mij dat liefdeblijk Eens in het hemelrijk

naar boven

Viva Maria

Ik voel’ alsdat mijn tong herleeft, viva omdat mijn hert weer blijdschap heeft, viva het is Maria, zuivre Maagd, die bovenal mij wel behaagt. Ave Maria, Ave Maria!

Maria’s kindren altemaal, viva Wij doen gelijk de nachtegaal, viva Van s’morgens vroeg, al vóór de dag Herhaalt hij voor die het horen mag Viva Maria, Viva Maria! Lofweerde Maged, onbevlekt, viva Tot mij uw milde hand uitstrekt, viva Bevrijd ons al, zo kleen als groot Van hels gespuis en kwade dood! Ave Maria, Ave Maria!

naar boven

Wat spreiden die lichten

Wat spreiden die lichten 'n heerlijke glans Wat vormen die bloemen 'n lieflijke krans Wat wordt er een pracht en 'n luister ontplooid ter ere der Vrouwe, met zonlicht getooid

Er klinkt over d'aarde 'n juichtoon, 'n lied het stijgt door de wolken in sterrengebied Het dringt tot de koren der hemelen door de zaligen zingen, ons feestlied in koor

tot God stijgt die juichtoon van lof en van dank Om Jezus, om Hem, is die lelie zo blank Ons lied moge klinken Maria ter eer Ons loflied verheerlijkt haar Zoon, onze Heer

naar boven

Wees Gegroet, Maria

(Melodie: Wees Gegroet o Sterre) Wees gegroet Maria, Wees gegroet, mijn moeder, U bent steeds een steun voor mij, naar uw voorbeeld leven wij Wees gegroet, wees gegroet Maria. Wees gegroet Maria, Wees gegroet, mijn moeder, U bent steeds God toegewijd gaat ons voor in dienstbaarheid. Wees gegroet… Wees gegroet, Maria, Wees gegroet mijn moeder, Bij het kruis stond u op wacht, wees in’t lijden onze kracht. Wees gegroet….

naar boven

Wees gegroet, O Sterre

Wees gegroet, O Sterre Wees gegroet van verre Aan de hemel blinkt uw licht In het bange vergezicht Wees gegroet, wees gegroet, Maria

Als de golven stijgen Hoger, hoger dreigen Schijn dan veilig voor ons uit Gun de zee geen droeve buit Wees gegroet, wees gegroet, Maria

Als in donk're luchten Wij naar u verzuchten, Laat de wolken heind' en ver, Voor u vluchten, morgenster. Wees gegroet, wees gegroet, Maria

Wees gegroet, O Sterre Wees gegroet van verre Op uw zacht en zalig licht Houden wij het oog gericht Wees gegroet, wees gegroet, Maria

naar boven

Wij groeten U, Maria

Wij groeten U, Maria, Moeder mild en goed! Wij prijzen U, Maria, Moeder mild en goed!

Keervers: Bid, dat Jezus ons behoedt Sancta Maria!

Maria vol genade, Moeder, mild en goed Wij zijn met schuld beladen, Moeder, mild en goed

Keervers

Maria uitverkoren, Moeder, mild en goed Wij willen U behoren, Moeder, mild en goed

Keervers

Die Jezus gaf het leven, Moeder, mild en goed Wij loven U, verheven, Moeder, mild en goed

Keervers

0 mocht gij na dit leven, Moeder, mild en goed Uw Jezus aan ons geven, Moeder, mild en goed

Keervers

naar boven

Wij groeten u, O koningin

Wij groeten u, O koningin, O Maria U Moeder, vol van teed're min, O Maria

Groet haar, O cherubijn Prijs haar, O serafijn Prijst met ons uw koningin Salve, salve, salve Regina

O Moeder van barmhartigheid, O Maria En troost in alle bitterheid, O Maria

Groet haar, O cherubijn Prijs haar, O serafijn Prijst met ons uw koningin Salve, salve, salve Regina

Ons leven, zoetheid, hoop en vreugd', O Maria Leid gij ons op de weg der deugd, O Maria Toon ons in 't uur van onze dood, O Maria De zoete vrucht van uwe schoot, O Maria

Groet haar, O cherubijn Prijs haar, O serafijn Prijst met ons uw koningin Salve, salve, salve Regina 

naar boven