De periode waarin de huidige bewoners van woon- en zorgcentra opgroeiden, wordt het rijke Roomse leven genoemd. Één vrouw was voor hen belangrijk, namelijk Maria. Ze was voor velen - op Jezus na – de belangrijkste en zeker ook de meest toegankelijke van alle bewoners van het hemelrijk.
Maria werd vereerd als Moeder Gods, maar ook voor haar persoonlijke kwaliteiten. Ze werd aangeroepen om alle mogelijke onheil te verhoeden of de gevolgen van reeds bestaand leed te helpen dragen. In elk katholiek huis stonden Mariabeelden en hingen schilderijtjes met haar beeltenis, waaronder kaarsjes werden gebrand om smeekbeden kracht bij te zetten.
Afbeeldingen van Maria en andere heiligen zijn talrijk aanwezig in het katholieke erfgoed. In 1830 verscheen Maria aan Cathérine Labouré en zei: 'Laat een medaille slaan volgens dit model. Zij, die haar zullen dragen, zullen grote genade ontvangen.' Sindsdien kregen talrijke katholieke kinderen zo'n medaillon op hun onderhemd gespeld.
De meimaand was de maand bij uitstek waarin processies werden georganiseerd ter ere van Maria of waarin men rozenkransen organiseerde aan plaatselijke kapelletjes.
De Mariaverering in de meimaand heeft ook andere wortels:
De Romeinen vernoemden de meimaand naar de moedergodin ‘Maia’. Deze in oorsprong Griekse godin werd vereerd omdat zij de natuur zou laten groeien en bloeien.
Ook de Kelten kenden een voorjaarscultus rond de Godin Beltane.
Tot slot hadden ook de Germanen en West-Slavische volkeren een vruchtbaarheidscultus in de maand mei. Men vierde feest rond bomen, die men op open plekken oprichtte. Deze bomen worden in de volksmond ‘Meibomen’ genoemd.
In de middeleeuwen werden deze volkse lofbetuigingen aan moeder- of vruchtbaarheidsgodinnen geprojecteerd op Maria, die als sinds het begin van de vijfde eeuw officieel als Moeder van God werd vereerd.
In de dertiende eeuw ontstond in Italië dan de idee om de meimaand volledig in het teken van de Mariaverering te stellen.
In de negentiende eeuw kreeg deze idee een geweldige impuls door de aandacht van de pausen voor de meimaand als Mariamaand.
Pius XII gaf daar in zijn encycliek Mediator Dei (1947) nog eens een extra bevestiging aan: ‘Het is een van de vroomheidsoefeningen die strikt genomen niet tot de Heilige Liturgie behoren, maar niettemin van bijzondere importantie en waarde zijn. Ze kunnen beschouwd worden als een aanvulling op de officiële eredienst. Steeds weer werden ze goedgekeurd en aanbevolen door de Apostolische Stoel en door de Bisschoppen.’ (Mediator Dei, nr. 182)
Paulus VI schreef zelfs een encycliek over de Mariamaand, getiteld Mense Maio (1965). Hij zag het vieren van de Mariamaand als een krachtig middel om vrede en gerechtigheid te verkrijgen. Daarnaast schreef hij ook een encycliek over de speciale gebeden ter ere van de Moeder Gods tijdens de maand oktober, Christi Matri Rosarii (1966)
Johannes Paulus II had een diep Mariageloof. Toen hij in 1981 bij een moordaanslag op het Sint-Pietersplein te Rome op een wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnapte, droeg hij zijn redding op aan Maria van Fatima. De paus geloofde heilig dat het aan Onze-Lieve-Vrouw van Fatima te danken was dat de kogel in zijn buik, en niet in zijn hoofd terechtgekomen was. Later werd de operatief verwijderde kogel verwerkt in de kroon van het beeld van Maria van Fatima.
In datzelfde jaar wijdde hij de wereld toe aan het aan het Onbevlekt Hart van de H. Maagd Maria.
Johannes Paulus II wijdde een encycliek aan Maria. In 1987 schreef hij de encycliek Redemptoris Mater. Dit schrijven handelt over de speciale plaats van Maria in de heilsgeschiedenis en haar rol in het Christusmysterie. Maria wordt de moeder van de Kerk genoemd en ze wordt gezien als middelares tussen haar zoon en de gelovigen.
Sommige gelovigen vragen ook de afkondiging door de kerk van een nieuw Mariaal dogma, namelijk dat van "Medeverlosseres". Paus Johannes Paulus II sprak herhaalde malen over Maria als Medeverlosseres. De huidige paus, Benedictus XVI heeft zich echter duidelijk uitgesproken tegen het gebruik van de titel "Medeverlosseres", en tevens tegen een nieuw dogma. Daarin wordt hij gesteund door de grote meerderheid van katholieke theologen die zo'n dogma ongepast vinden: een door het Vaticaan ingestelde mariologische commissie heeft zich uitdrukkelijk in die zin uitgelaten.