Rik De Gendt, jezuïet, 66 jaar
In Levensvreugde Verblijven vzw Aalst ben ik als pastor pas terecht gekomen na een loopbaan in het onderwijs en, de voorbije twintig jaar, in de journalistiek. De voorziening was mij niet helemaal onbekend omdat die bijna vijftig jaar geleden door een medebroeder van mij, Jozef Van den Broeck SJ, werd gesticht en ook omdat ik er zelf tussendoor in het begin van de jaren ‘80 twee jaar had gewerkt. Dat kwam doordat ik destijds, naast mijn opleiding als jezuïet, in Leuven een licentie pedagogische wetenschappen had gehaald.
In de voorbije vijfentwintig jaar had ik evenwel met deze voorziening nog amper contacten gehad. Twee jaar geleden werd ik dan aangesproken om deel uit te maken van de Algemene Vergadering, met de bedoeling vooral oog te hebben voor de pastorale zorg en de ethische kwesties. Levensvreugde Verblijven vzw is – naast de Levensvreugde Scholen – een voorziening voor personen met een matige of zware verstandelijke beperking. Er zijn, naast vijftien jongeren in het MPI, zo’n tachtig volwassenen in de tehuizen en vijftig volwassenen in het dagcentrum.
Al gauw werd ik aangesproken om in vieringen voor te gaan en ze ook mee voor te bereiden. Na het overlijden van ‘de pater’ in 2002 was de pastorale zorg aan twee begeleidsters toevertrouwd. Zij bereidden wekelijks een viering voor, maar het was voor hen niet zo vanzelfsprekend om telkens een goede voorganger te vinden. Onze eerste contacten verliepen vlot en het klikte.
In het lopende werkjaar proberen we een nieuwe regeling uit, waarin vooral een betere aansluiting bij de leefwereld van de cliënten wordt nagestreefd. Maandelijks houden we een goed voorbereide en aangepaste eucharistieviering en tijdens de weekends tussendoor is er een gebedsviering die uiteraard meer creativiteit mogelijk maakt. Een eerste tussentijdse evaluatie was alvast positief. Intussen telt onze pastorale werkgroep vijf leden, vier begeleidsters en ikzelf.
Mijn opdracht is door de directie omschreven als ‘ondersteuning van de pastorale werking en aanspreekpunt voor ethische kwesties’. Voorlopig blijft het nog wat zoeken hoe ik die taak kan invullen. Ik ondervind binnen de voorziening zelf veel steun en sympathie en ik ervaar gelukkig ook veel hulp en inspiratie bij collega’s van andere voorzieningen.
Wat mij bijna meteen het belang van mijn nieuwe taak heeft doen inzien en mij ook gemotiveerd heeft om er mij ten volle voor in te zetten, was de ervaring met twee bewoners die kort na elkaar zijn overleden. Hoewel het voor mij de eerste keer was dat ik zo direct met stervensbegeleiding, afscheid nemen en rouwverwerking in aanraking kwam en dat ik in een uitvaart mocht voorgaan, voelde ik dat je in zo’n momenten als pastor een grote steun kan zijn, zowel voor de cliënten als voor het personeel en de familie, en echt iets betekenen.
Belangrijk ook en tegelijk boeiend aan de soms ietwat onduidelijke taak van ‘herder’, vind ik, is zijn aanwezigheid bij de cliënten, ook en misschien vooral buiten de expliciet pastorale of liturgische momenten. Ik ondertekende dan ook een vrijwilligersovereenkomst met de voorziening. Als ‘vrijwilliger’ heb ik ontzettend veel nieuwe en andere mogelijkheden om ‘bij de mensen te zijn’. Die gaan van het onderhouden van de website over regelmatige bezoeken aan de leef- en werkgroepen tot begeleiding en vervoer bij allerlei evenementen. Precies daar vind ik het gemakkelijkst contact met de cliënten en de begeleiding. Daar ook groeit stilaan hier en daar een persoonlijke band.
Alles tezamen dus een taak die mij en hopelijk ook veel anderen een diepe ‘levensvreugde’ geeft.